NA VEERTIG JAAR
U was het bevel van de Heere, uw God, ongehoorzaam. DEUTERONOMIUM 1
Een bekend gezegde luidt dat we geen oude koeien uit de sloot moeten halen. Dat is nu precies wat Mozes wel doet. Na veertig jaar begint hij over een oude kwestie.
Verspreid over het boek Deuteronomium zijn acht toespraken van Mozes opgetekend. De eerste lezen we in Deuteronomium 1. In deze toespraak begint Mozes ermee het volk te herinneren aan wat er gebeurd was bij de berg Horeb (Sinaï).
Na de wetgeving en verbondssluiting bij de Horeb was het moment gekomen om de woestijn in te trekken. De reis verliep zeer voorspoedig. In elf dagen (!) waren ze al vlak bij het beloofde land, namelijk in Kades Barnea, niet ver van het huidige Berseba (1:2). Zo snel had het volk het land kunnen binnentrekken. Zo had het kunnen gaan, maar zo is het in werkelijkheid niet gegaan. Dat is de tragiek, die we in dit hele hoofdstuk proeven. Na een korte reis hadden zij thuis kunnen komen, maar het is niet gebeurd.
REUZEN
Mozes zegt wat er gebeurde toen zij die eerste keer bij de grenzen van het beloofde land stonden. De verkenners brachten verslag uit en zij zeiden (vs.25): ‘Het land dat de Heere, onze God, ons geven zal, is goed.’ Maar het volk morde in zijn tenten. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Omdat de Heere ons haat, heeft Hij ons uit het land Egypte geleid, om ons in de hand van de Amorieten te geven. Waar moeten wij heen trekken?’ Het grote geding tussen God en Zijn volk is dat het volk weigert het beloofde land binnen te trekken. Waarom wilde Israël niet? De twaalf verkenners hadden in hun verslag verteld over de vruchtbaarheid van het land. Ze hadden een grote druiventros meegenomen om het bewijs te leveren dat ze niet overdreven. Ze zeiden ook nog iets over de inwoners. Er wonen reuzen, Enakieten. Let er dan op wat ze precies zeggen. ‘Onze broeders hebben ons hart laten smelten door te zeggen: Het is een volk, groter en langer dan wij; de steden zijn groot en hemelhoog versterkt.’ (vs. 28) Ze hebben het over onze broeders. Wie zijn die broeders? Je kunt aan de verkenners denken, die dit vertellen. Maar je kunt ook denken aan gewone Israëlieten die het verhaal van de verkenners aandikken en het veel erger voorstellen dan het in werkelijkheid is. We kunnen ons voorstellen dat boze tongen angstaanjagende geruchten verspreiden.
IN DE VAL
Het toppunt is wel dat ze zeggen: ‘Omdat de Heere ons haat, heeft Hij ons uit het land Egypte geleid, om ons in de hand van de Amorieten te geven, om ons weg te vagen.’ (vs.27) Sterker kun je het niet zeggen. God is de oorzaak van alle ellende. Wie dit leest, beseft dat het volk het op een breuk met God laat aankomen. De Israëlieten beschouwen God als hun vijand. Ze hebben het gevoel in de val te zijn gelokt. Ze hebben altijd prachtige verhalen horen vertellen over het beloofde land, maar nu komen ze erachter hoe het werkelijk zit. Dat beloofde land wordt hun ondergang.
Na veertig jaar brengt Mozes deze crisis opnieuw ter sprake. Hij haalt om zo te zeggen oude koeien uit de sloot. Maar soms moet dat gebeuren om schoon schip te maken. Je kunt niet alles verzwijgen en je mag niet alles verdringen. Mozes wil in vrede sterven, in vrede met God en met zijn volk. Na veertig jaar, als een nieuwe generatie is aangetreden, komt hij erop terug. Hij ziet het volk als één volk. Het volk van toen en het volk van veertig jaar daarna is hetzelfde volk, want de generaties zijn voor elkaar verantwoordelijk.
ÉÉN KERK
In de kerk is het niet anders. In de kerk leren wij het af om van wij en zij te spreken. Dat kan niet. Er zijn niet twee kerken: de kerk van toen en de kerk van nu. De kerk is één lichaam. Of we dat nu fijn vinden of niet. De zegeningen van toen zijn de zegeningen van nu, maar de fouten van toen zijn ook onze fouten geweest. Ook in dit opzicht moeten we elkaars lasten dragen. Zo zijn we kerk. We belijden met de geloofsbelijdenis van Nicea één kerk.
Er zijn geen twee kerken of tien of honderd. Er is één kerk. Die omvat Oude en Nieuwe Testament, die omvat de kerk hier op aarde en de kerk hierboven. Die ene kerk omvat de schuld van allen, maar die ene kerk wordt ook gedragen door het ene offer van Christus.
Dr. A.A.A. Prosman uit Amersfoort is emeritus predikant.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's