De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

IN DE PENARIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

IN DE PENARIE

4 minuten leestijd

Nederlands is een levende taal. Dat betekent dat de taal dagelijks wordt gebruikt en aan verandering onderhevig is. ‘Levend’, dat klinkt positief en dynamisch. Maar is het wel zo positief? Vaak bekruipt mij het gevoel dat woorden of constructies die onze taal binnensluipen, het resultaat zijn van onkunde.

Zonder blikken of blozen zal de Nederlander van tegenwoordig zeggen: ik irriteer mij aan dat fenomeen, maar besef mij dat ik ermee zal moeten dealen. Het erge is dat mensen dit soort dingen hardop zeggen en dat je er geen rode streep door kunt zetten, zoals wel het geval is met geschreven tekst. Dat mensen echter fouten maken, is tot daaraan toe – het schijnt een van de eigenschappen te zijn van het menselijke ras. Maar dat die fouten op den duur worden geaccepteerd en zelfs goedgekeurd worden, doet evenveel pijn als het luisteren naar vals orgelspel.

VERSCHIL MAKEN

Ik erger mij aan dat verschijnsel, maar besef dat ik eraan zal moeten wennen. Noch irriteren noch beseffen zijn wederkerige werkwoorden en het woord dealen hoort thuis in de drugswereld. Het is al onzinnig genoeg dat ‘verkopen van drugs’ door het woord ‘dealen’ vervangen moet worden, maar goed, we knijpen een oogje toe. Daar zijn we in Nederland als het gaat om drugs goed in.

Nu hoop ik met dit Signalement een verschil te maken, namelijk tussen taalvirtuozen en taalverwilderaars, tussen mensen die taal begrijpen en mensen die taal misvormen. Het gekke is dat tegenwoordig iedereen een verschil wil maken. Je gaat naar Afrika om in een arm dorp een school te bouwen, om ‘een verschil te maken’, of je gaat een paar maanden naar Zuid-Oost Azië om zendingswerk te doen, ook om ‘een verschil te maken’. Maar tussen wie en wie gaat men dan verschil maken? In het Engels kun je zeggen ‘to make a difference’ als het gaat om het verrichten van goede daden in het belang van de mensheid of van de gehele planeet, in het Nederlands volsta je niet met het letterlijk vertalen van deze uitdrukking. Je zult je toevlucht moeten nemen tot ‘een positieve bijdrage leveren aan’ (bijvoorbeeld de samenleving van Ghana). Toch…?

AVONDKOUT

Een verschijnsel dat hand in hand gaat met bovengenoemde acceptatie van foute constructies of woorden, is het verdwijnen van mooie Nederlandse woorden en uitdrukkingen. Laatst vond ik in onze boekenkast deel I van Holland onder het hakenkruis van Piet Prins. Daarin kwam ik het woord ‘gedurig’ tegen, een woord dat je zelden meer hoort. ‘Jantje bleef zijn moeder gedurig om een koekje vragen’, is nu geworden ‘Sjon zeurde zijn moeder continu om een koekje’. Enig zoeken op internet leverde een paar websites op met prachtige Nederlandse woorden die, ‘als muurbloempjes aan de kant (zitten), hunkerend naar een dans, verlangend naar koesterende armen’, aldus een artikel op de website van Van Dale. Nu zijn wij in onze kringen wat huiverig als het gaat om dansen, maar wie gunt een woord als besjoechelen (bedriegen, belazeren) of ijlebenen (haastig lopen) geen warm onthaal in onze taal? En is het niet heerlijk om van je zoon te kunnen zeggen, als hij weer eens met zijn mobieltje op de bank ligt te niksen: ‘Mijn zoon is al even labberlottig als zijn vrienden.’ En dan deze zin: ‘Wij verpoosden ons met verkwikkende avondkout, maar zodra we in de echtkoets lagen, kreeg ik een bedsermoen van mijn vrouw.’ Het klinkt heel wat leuker dan ‘Laat op de avond hadden we een relaxed gesprekje, maar zodra we in bed lagen, kreeg ik een preek van mijn vrouw.’

KODDIG

Doet deze lijst met woorden mij schuddebuiken, van een andere lijst met ‘in onbruik geraakte woorden’ schrik ik. Daar staan dingen als koddig, monter en penarie. Is het echt waar dat het gros van de Nederlanders woorden als deze niet meer gebruikt of zelfs niet meer kent? Deze woorden glimlachen mij toe met hun vertrouwde gezichtjes, maar komt dat doordat ik zo langzamerhand van middelbare leeftijd ben? Of doordat ik vijftien jaar in Thailand heb gezeten en niet heb gemerkt dat deze woorden zijn weggeglipt uit de dagelijkse woordenschat, dat ik een sneue emigrant/immigrant ben, een koddige figuur die een verouderde vorm van Nederlands bezigt? Zoals mijn oom van negentig die al zestig jaar in Canada woont en in wiens e-mails continu, eh, gedurig het woord ‘reuze’ opduikt (reuzeleuk, reuzeblij, etc.)? Wat mij betreft zit het Nederlands goed in de penarie, meer nog dan ikzelf. Gelukkig werk ik voor De Waarheidsvriend; de scribenten van onze artikelen zijn door de bank genomen nog in staat het Nederlands correct te bezigen, en als ik ergens een fout zie, zet ik er monter een dikke rode streep door. Reuzeleuk om te doen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

IN DE PENARIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's