IS GELOOF IETS ONZEKERS?
Mijn vraag: hoe kan het geloof een ‘aangevochten ding’ zijn, een ‘getrooste vertwijfeling’, en tegelijkertijd volkomen vrijheid in Christus bieden?
Je kunt soms in verwarring raken door wat je leest. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer de ene schrijver in de De Waarheidsvriend de andere lijkt tegen te spreken, terwijl ze toch allebei niets liever willen dan onderwijs geven volgens het Woord van God.
LUTHER
De abonnee die bovenstaande vraag stelt, verwijst naar twee artikelen in de nummers 7 en 8 van ons blad. In nummer 7 leest hij in de rubriek ‘Uit de Pers’, verzorgd door ds. G. van Meijeren, opmerkingen van dr. Eelco van der Veer uit Ferwerd over Luthers ‘kruistheologie’. Het gaat dan over de blijvende bedelaarsgestalte van de gelovige als ‘ellendig mens’ (zie Rom.7:24). Wie daar bovenuit denkt te komen als gearriveerd christen die geestelijk zijn schaapjes op het droge heeft, vergist zich schromelijk.
Een week later schrijft ds. C. van Duijn over Luther die in de vrijheid van Christus kwam te staan. Dit was een rijkdom die niemand hem meer kon afnemen, wist Luther. Daarvan was hij zeker. Staan deze twee inzichten niet op gespannen voet met elkaar?
IN DE STRIJD
Dr. Van der Veer brengt immers naar voren dat er in dit leven geen stormvrije zone is te bereiken ‘zonder innerlijke tegenspraak, niet meer gehinderd door de stoorzender van het kwaad’. Die rust zal er pas zijn na dit leven, in de grote Toekomst van Christus. Zolang de gelovige op aarde is, bevindt die zich aan de voet van het kruis en midden in de strijd.
Is er dan geen troost? Jazeker, maar dat is ‘getrooste vertwijfeling’. Waar we moeten wanhopen aan onszelf en aan alles buiten God, blijft alleen de hoop op God over. Wie op zichzelf ziet, ziet slechts een zondaar, ja gaandeweg worden we in de leerschool van de Geest steeds dieper ontdekt aan eigen verdorvenheid en ellende. Het is minder zonde doen, maar groter zondaar worden. Het is zonde zien en genade geloven. We leven in dat we als bruid door de Bruidegom Christus niet bemind worden omdat we mooi zijn, maar juist andersom: dat we mooi zijn omdat we bemind worden.
Geloven blijft om met Luther te spreken ‘een onrustig ding’, omdat er altijd weer deze paradox is, deze schijnbare tegenstelling, van verlorenheid in onszelf en geborgenheid in Christus. Wie denkt dit in een ‘theologie van de glorie’ achter zich te kunnen laten, strooit zichzelf zand in de ogen. ‘Alsof het woord van het kruis niet steeds opnieuw als een zwaard door de ziel gaat en ons leven als een verdeeld huis aan het licht brengt. Alsof de rechtvaardige niet tot aan zijn dood ook de zondaar is en blijft.’ (Van der Veer)
God heeft in Christus niets meer op mij tegen, ik ben helemaal zuiver en rein in Jezus
Op deze manier komen we op een levensgevaarlijk dwaalspoor terecht, namelijk het spoor van de valse zekerheid (Latijn: securitas). We denken dan als parmantige en pretentieuze wedergeboren en bekeerde mensen de geloofszekerheid in onze binnenzak te hebben, als of het een rijbewijs was dat we ooit eens hebben gehaald en dat we nu vanzelfsprekend bezitten en elk moment dat het ons uitkomt voor de dag kunnen halen.
ECHTE ZEKERHEID
Tegenover de valse zekerheid staat de echte zekerheid (Latijn: certitudo) als een vast vertrouwen op de belovende God. In nummer 8 van De Waarheidsvriend schrijft ds. C. van Duijn over de vrijheid van de christenmens, naar aanleiding van Luthers gelijknamige geschrift uit 1525. Dit artikel is een beknopte versie van het hoofdstuk dat Van Duijn bijdroeg aan het boek Reformatie.nu. Belijden in een seculiere tijd.
Maarten Luther kwam in de vrijheid in Christus te staan toen hij mocht geloven dat God hem uitsluitend om Christus’ wil al zijn zonden en schuld wilde vergeven. Alles werd anders voor hem toen hij in geloof met bevende handen het geschenk van Christus’ gerechtigheid mocht aannemen. Toen wist Luther: wij hebben geruild – Jezus is mijn zonde geworden en ik ben Zijn heiligheid geworden. Nu ben ik vrij, vrij van de veroordeling door de wet, vrij van de beschuldiging door mijn geweten. God heeft in Christus niets meer op mij tegen, ik ben helemaal zuiver en rein in Jezus, het Lam van God. Die rijkdom neemt niemand mij meer af, ook de satan in eigen persoon niet. ‘Luther neemt de toevlucht tot Jezus Christus in het geloof. En hij is vrij!’
ZIEN OP JEZUS
Begrijpelijk dat onze lezer spanning ervoer tussen die blijvende onrust en strijd aan de ene kant en die rust in Christus en die stille zekerheid aan de andere kant. De Heilige Geest brengt ons door Zijn heilige afleidingsmanoeuvres af van het zien op onze eigen bekering en beleving, onze eigen godsdienstige werken en vrome emoties, en Hij doet ons zien op Jezus alleen.
Waar dat gebeurt, telkens opnieuw, daar getuigt de Geest van Christus met onze geest dat we kinderen van God zijn. Zo verstaan we ook wat Paulus bedoelt als hij in Filippenzen 3:12-14 in één adem zegt dat hij het nog niet gekregen heeft of reeds volmaakt is, maar ernaar jaagt of hij het ook mocht grijpen, terwijl hij weet dat hij door Christus gegrepen is.
Dr. J. Hoek uit Veenendaal is emeritus hoogleraar gereformeerde spiritualiteit.
Uw vraag voor deze rubriek kunt u mailen naar info@ gereformeerdebond.nl of per post naar Apeldoorn sturen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's