De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HAAR PIJLEN TROFFEN DOEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HAAR PIJLEN TROFFEN DOEL

Ambtsdraagsters [1, de geestelijke moeder van ds. E. van Meer]

5 minuten leestijd

Hoewel we geen voorstander zijn van de vrouw in het ambt, kunnen vrouwen terdege ambtsdraagster zijn. Dat waren de vrouwen op de paasmorgen ook, toen ze de discipelen de blijde boodschap brachten ‘Jezus leeft’. Je komt zulke ambtsdraagsters meer tegen.

Soms is de naam van zulke vrouwen onbekend, zoals in de gemeente van Egbert van Meer, maar zijn zij wel van betekenis.

TWIJFEL

Egbert van Meer (1891-1954) wordt in de pastorie te Meteren geboren. Zijn vader was dr. Bernardus van Meer (1866-1926) en zijn moeder was een zuster van de bekende ds. C.A. Lingbeek, die ooit het gezicht was van de Hervormd Gereformeerde Staatspartij. Vader Van Meer gaf leiding aan de Confessionele Vereniging. Hij was een man van voluit gereformeerde beginselen. Er ging ook iets van hem uit. Voor menigeen is hij tot zegen geworden. Zoon Egbert heeft daar in verschillende publicaties voorbeelden van gegeven.

Al vroeg leeft het verlangen bij Egbert om theologie te gaan studeren en vervolgens in de voetsporen van zijn vader te treden. Op de Rijksuniversiteit te Utrecht, waar hij in 1910 wordt ingeschreven, raakt hij aan het twijfelen. ‘Wij maakten kennis met andersoortige beschouwingen; waarom waren deze niet minstens even goed als de opvatting onzer ouders? De twijfel begon zijn sloperswerk.’

In die tijd sterft zijn moeder plotseling in haar slaap. Van Meer herinnert zich: ‘Nooit zal ik het vergeten: eer de begrafenisondernemer ontboden werd, eer telegrammen voor de familie werden opgesteld, eer de intieme vrienden een boodschap kregen, knielde vader met ons, zijn drie kinderen (te weten Egbert, Frits en Mina), aan de ronde tafel in de studeerkamer om Gods Aangezicht te zoeken. Hij ging in de weg van de Sunamitische.’

ANDER SPOOR

Desondanks komt hij in een ander spoor terecht dan zijn ouders. Hij belandt in een stroming die balanceert tussen modernisme en confessionalisme. Zijn eerste gemeente is ’s Gravenmoer, waar zijn vader hem op 17 januari 1915 bevestigt. Hier krijgt hij spanningen met de kerkenraad. Er is bij verschillende ambtsdragers een hang naar de Gereformeerde Bond. Zij missen nogal wat in de prediking van Van Meer. Dat is ook het geval in een vacante gemeente waar hij een ringbeurt moet vervullen, vermoedelijk Loon op Zand of ’s-Grevelduin-Capelle. Van Meer vertelt dat na afloop, bij het gebed in de consistorie, de preek wordt bekritiseerd.

Vandaar dat hij op een zekere zondag na de dienst niet wacht op het gebed maar zegt: ‘Op de vleugelen van uw gebed spoed ik me op de fiets naar huis.’ Na ’s Gravenmoer volgen Noordgouwe, Markelo en Wageningen. Het beroep naar Wageningen neemt hij gelijk aan met ds. J.H. van der Wal, die daar de GB-wijk gaat dienen. Na Wageningen volgt Utrecht waar hij een deel van zijn jeugd heeft doorgebracht. Hij doet op 7 september 1930 intrede in de Domkerk. Van Meer betoont zich in de crisistijd zeer sociaal bewogen. Metterdaad een ethisch predikant. In 1940 is hij 25 jaar predikant, maar daar wil hij volstrekt geen ruchtbaarheid aan geven.

BRANDENDE VRAAG

Over de periode daarna schrijft Van Meer in het voorwoord op Gij zijt de Losser: ‘Nadat ik reeds meer dan 25 jaren het predikambt had waargenomen, behaagde het de Heere in Zijn goedgunstigheid Zijn Woord aan mij te ontsluiten en mij levend te maken en ook de belijdenis der vaderen bevindelijk toe te passen aan mijn hart.’ In het Gereformeerd Weekblad van 27 oktober 1951 vertelt hij hoe God daarvoor een vrouw uit de gemeente gebruikte: ‘Omstreeks twaalf jaar geleden was ik niet gelukkig; ik erkende dat ik een zondaar was, die de dood verdiend had, en dat de Heere Jezus voor verlorenen de Zaligmaker wilde zijn. Maar hoe konden die Zaligmaker en die zondaar bij elkaar komen? – met deze brandende vraag wist ik geen raad. Persoonlijk tobde ik ermee, en ambtelijk evenzeer. Toen mocht ik in een gebouw waar ik telkens moest wezen, een lief kind des Heeren ontmoeten; zij hielp mij met het een en ander, bracht mij een kopje thee en zo meer.

Dan praatten wij even, aanvankelijk over alledaagse dingen; doch weldra werden de gesprekken ernstiger. Gods opzoekende ontferming deed Zijn dag der kleine dingen voor mij aanlichten. Het begon met een babbeltje bij een kopje thee, en het eindigde ermee dat mijn ogen open gingen voor het werk van de Derde Persoon.


‘Tegenover mijn opvliegende bedenkingen en vijandige opmerkingen handhaafde zij rustig en vriendelijk de oude Waarheid’


Daar kwam antwoord op de brandende vraag! (…) O, welk een verruiming, toen ik deze waarheid kreeg in te leven, en ook mocht gaan prediken.’

HAAR BOOG

Op 17 maart 1951 schrijft hij in het Gereformeerd Weekblad: ‘Nimmer vergeet ik de gesprekken met haar, die mijn geestelijke moeder zou worden. Tegenover mijn opvliegende bedenkingen en vijandige opmerkingen handhaafde zij rustig en vriendelijk de oude Waarheid; zonder geleerdheid hield zij mij getrouwelijk de Schrift voor. Haar pijlen troffen doel, al wist zij het niet; en ontevreden kwam ik thuis, omdat ik de nederlaag geleden had. Doch weldra werd ik aangedreven het gesprek te gaan vervolgen; nieuwe pijlen van haar boog raakten hart en geweten, en het einde was dat ik als een overwonnene neerzonk aan de voeten van de Heere, Die haar vingers tot de krijg toebereid had.’

In zijn verklaring van het Hooglied merkt Van Meer op: ‘Het is een dankzegging waard als het Gode belieft een vader in Christus of een moeder in Israël op onze weg te zenden; hun onderwijs kan, onder ’s Heeren zegen, zeer bevordelijk wezen aan ons toenemen in de zaken des geloofs.’

Ds. M. van Kooten is predikant van de hervormde gemeente te Elspeet.


In deze vijfdelige serie gaat het over vrouwen die van grote geestelijke betekenis zijn geweest. Volgende week deel 2: Pietje Baltus kruist het pad van Abraham Kuyper.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 2017

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

HAAR PIJLEN TROFFEN DOEL

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 2017

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's