De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ONSCHATBARE VRIJHEID

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONSCHATBARE VRIJHEID

De brief aan de Galaten [3, 4:1-5:12]

9 minuten leestijd

In Galaten 4 en 5 draait het om de vrijheid in Christus. De Galaten dreigen hun vrijheid kwijt te raken. We krijgen nu ook te horen wat er precies binnen de gemeenten in Galatië speelt.

Luther schrijft in zijn commentaar prachtige dingen over deze vrijheid in Christus. Twee citaten: ‘Christus heeft ons geweten vrij en vrolijk gemaakt, zodat het niet behoeft te vrezen voor de komende toorn. Dat is de ware (niet te overtreffen!) en onschatbare vrijheid.’

Maar deze ‘vrijheid wordt verspeeld door van de genade en van het geloof te vervallen in de wet en de werken’.

SLAVERNIJ

Om te beginnen maakt Paulus vanaf 4:1 duidelijk wat er door Jezus’ komst is veranderd. De apostel gebruikt het beeld van een kind dat nog te jong is om over een erfenis te beschikken. Het kind is wel erfgenaam, maar anderen (voogden) verzorgen het beheer. Als ‘onmondig kind’ heeft het zelf niets te zeggen, totdat het de leeftijd bereikt die de (overleden) vader in het testament heeft bepaald. Tot aan dat tijdstip lijkt het kind op een slaaf die onderworpen is aan zijn meester.

Zo waren ook de Galaten, voordat Christus (in hun leven) kwam, onderworpen. Waaraan? ‘Aan de grondbeginselen van de wereld’ (4:3). Worden hier heidense levenspatronen mee bedoeld? Ja, maar dat niet alleen. Het ontdekkende is dat Paulus – gezien de context van de hele brief – ook de gebondenheid aan Joodse wetten op het oog heeft. We kunnen op verschillende manieren aan Gods genade en Jezus’ kruis voorbijgaan: door een heidense, losbandige levensstijl, maar net zo goed door godsdienstig te leven, strak gebonden aan regels. In beide gevallen is er sprake van slavernij. Christus bevrijdt daar nu juist van.

TWEE UITZENDINGEN

Het grote keerpunt heeft in ‘de volheid van de tijd’ plaatsgevonden. Op Gods uurwerk was het moment aangebroken dat Hij Zijn Zoon heeft uitgezonden (4:4). En hoe! Als Mens, geboren uit een vrouw. Ook kwam Hij onder de eisen van Gods wet te staan. Dat was een diepe vernedering die Hem uiteindelijk aan het kruis heeft gebracht. Maar in deze weg heeft Jezus Zijn gemeente vrijgekocht. Dat had maar één bedoeling: dat wij het geschenk van de aanneming tot kinderen ontvangen.

Maar Paulus noemt nog een uitzending: die van de Geest. Hij is het Die ons van het kindschap van God bewust maakt. De Geest roept Abba, Vader, opdat wij het overnemen en het ook zelf belijden (Rom.8:15). Over dat (luidkeels) roepen van de Geest merkt Luther op, dat Hij zo alle geluiden overstemt die – zowel in ons als om ons heen – het tegendeel beweren: ‘jij bent geen kind van God’. De Heilige Geest leert ons anders. Al met al zijn de Galaten geen slaven meer, maar Gods kinderen en erfgenamen.

PAULUS’ ZORG

Na deze hoge inzet in hoofdstuk 4 richt Paulus zich op de concrete situatie in Galatië. Wat is zijn zorgpunt? Dat de lezers terugvallen in oude patronen die hij aanduidt als ‘zwakke en arme grondbeginselen’ (4:9). En dat terwijl ze God kennen, of beter gezegd: door Hem gekend zijn. Opnieuw zien we dat Paulus heidense en Joodse beginselen over één kam scheert. De Galaten leefden voorheen heidens en hebben nu de neiging om zich aan Joodse instellingen te houden (bepaalde feestdagen en vastentijden). Maar in beide gevallen zijn het wegen buiten Christus om.

Voor alle duidelijkheid: hier mogen we niet uit afleiden dat Paulus negatief tegenover het Joodse volk staat. Dat zou een ernstig misverstand zijn. De apostel is juist zeer betrokken op Israël (Rom.10:1). Maar het kritieke punt is dat de wet geen heilsweg tot God is.

Ondertussen vraagt Paulus zich zelfs af of zijn inzet onder de Galaten wellicht voor niets is geweest (4:11). Dit geeft wel aan hoe groot zijn zorg is.

GOEDE HERINNERINGEN

Paulus’ woorden hebben echter niets te maken met frustratie of zo. De Galaten hoeven niet bang te zijn dat ze hem persoonlijk onrecht aandoen (4:12). Daarvoor is de relatie die zij over en weer hebben te hecht. De apostel bewaart goede herinneringen aan zijn eerste verblijf in Galatië. Hij was toen aan het tobben met zijn gezondheid. Wellicht had hij iets aan zijn ogen en zag hij er niet uit. Maar voor de Galaten vormde dat geen enkele belemmering om hem te ontvangen ‘als een engel van God, ja, als Christus Jezus Zelf (4:14). Als het had gekund, zouden ze zelfs bereid geweest zijn om hun eigen ogen aan Paulus af te staan. Deze passage wordt dikwijls verbonden met Paulus’ doorn in het vlees (2 Kor.12:7-10), die mogelijk een oogkwaal betrof.

DIEPE BEWOGENHEID

Zo goed als hun relatie destijds was, zo scherp lijken ze nu tegenover elkaar te staan. Paulus kan zich indenken dat de Galaten hem als hun vijand zien.

Maar dat is totaal niet aan de orde. Dat de apostel hun de waarheid zegt, komt voort uit een diepe bewogenheid. Hij is er vast van overtuigd dat de gemeenten van Galatië worden misleid (4:17). Door wie? Paulus noemt geen namen, maar spreekt over ‘zij’ die zich niet met goede bedoelingen beijveren – de lezers weten wel wie hij bedoelt.

Het gaat om indringers die de Galaten aan zichzelf willen binden. Dat is op zichzelf al een veeg teken, nog afgezien van hun boodschap. Een echte dienaar van het Evangelie wil mensen aan Christus binden.

In vers 19 wordt Paulus emotioneel.

Hij spreekt nota bene over ‘barensnood’. Ooit heeft hij aan de wieg van de gemeenten in Galatië gestaan. Wat was hij er intens bij betrokken toen ze van heiden christen werden. Maar nu zijn ze zó ver afgedwaald dat er opnieuw een geestelijk geboorteproces nodig is, wil Christus gestalte in hen krijgen. Zo ernstig is kennelijk de situatie.

En dan is een brief een gebrekkig middel. Hoe vind je de goede toon? Het kan al gauw verkeerd overkomen. Paulus zou de Galaten veel liever persoonlijk spreken (4:20).

HAGAR EN SARA

In het slot van hoofdstuk 4 verwijst hij uitvoerig naar Hagar en Sara. Om zijn hoofd boodschap duidelijk te maken kiest Paulus een totaal andere invalshoek.

Het is een manier van omgaan met de Schrift die op ons vreemd overkomt. Voor ons besef gaat de apostel wel heel associatief en ook springerig te werk. We doen een poging om de hoofdlijn van deze ingewikkelde perikoop weer te geven.

In vers 21 stelt Paulus een confronterende vraag. De Galaten willen ‘onder de wet’ zijn. Maar luisteren ze eigenlijk wel goed naar de wet (de Thora)? Daartoe behoort ook de geschiedenis van Abraham, Sara en Hagar, en nemen ze die wel serieus? Er bestond een groot verschil tussen de twee zonen die Abraham had. De een was van een slavin (Hagar), de andere van zijn wettige vrouw (Sara) die Paulus aanduidt als ‘de vrije’ (4:23). Het ene kind was ‘naar het vlees geboren’, het andere ‘door de belofte’. Zoals bekend speelde rond Ismaëls geboorte eigenmachtig handelen, terwijl Izaks geboorte getuigde van Gods werk.

DIEPERE BETEKENIS

Paulus ziet hier ‘een zinnebeeldige betekenis’ in (4:24). Het verschil tussen beide vrouwen (en hun zonen) correspondeert met het verschil tussen wet en Evangelie. De apostel maakt grote sprongen als hij Hagar verbindt met de berg Sinaï en Sara met het Jeruzalem dat boven is. Zijn gedachtegang is voor ons nauwelijks bij te houden en te volgen.

Het komt hierop neer dat Paulus vanuit een ander perspectief op hetzelfde aambeeld hamert: vrij zijn we alleen door Gods genade en niet door de werken van de wet. We zijn dan geen kinderen van een slavin (Hagar – Sinaï – de wet), maar van een vrije moeder (het Jeruzalem dat boven is). In Jesaja 54:1 was al voorzegd dat ‘Moeder Jeruzalem’ veel nakomelingen ontvangt, die worden aangeduid als ‘kinderen van de belofte, net zoals Izak’ (4:27-28).

Vanaf vers 29 trekt Paulus een conclusie uit deze oude geschiedenis. Ooit is Izak door Ismaël lastiggevallen en vervolgd. Zo worden nu de Galaten bedreigd door mensen die op de lijn van de wet zitten. Om hun vrijheid niet te verliezen is er maar één weg: zoals Hagar en Ismaël op Gods bevel zijn weggejaagd, zo dienen ze in Galatië afstand te nemen van de dwaalleraars.


De Galaten zijn zó ver afgedwaald dat er opnieuw een geestelijk geboorteproces nodig is


GEVOELIG PUNT

Vanuit het bovenstaande komt Paulus in hoofdstuk 5 tot een krachtig appèl. Nu staat er ook duidelijk dat de besnijdenis het gevoelige punt is. Tot nu toe werd deze kwestie meer aangeduid dan benoemd. Er staat voor de Galaten ontzaglijk veel op het spel. Het is een van beiden: óf ze staan in de vrijheid van Christus, óf ze laten zich belasten met een juk van slavernij. In confronterende bewoordingen zet Paulus de zaak op scherp. Als de Galaten toegeven aan de eis om zich te laten besnijden, heeft Christus voor hen geen nut (5:2). Sterker nog: dan zijn ze van Hem losgeraakt en daarmee uit de genade gevallen (5:4). Bovendien moeten ze dan heel de wet onderhouden (5:3), omdat ze ervoor kiezen om door de wet gerechtvaardigd te worden.

GELOOF

Indringend wijst Paulus vanaf vers 5 op ‘het geloof, dat door de liefde werkzaam is’. Dit ‘werkzame’ heeft alles te maken met de vrucht van de Geest. Ziende op Christus heeft wel of niet besneden zijn geen waarde. ‘U liep zo goed,’ zegt Paulus in vers 7. Te denken valt aan renners in een stadion (een beeld dat de apostel vaker gebruikt). Maar nu dreigen de Galaten halverwege de renbaan uit te vallen. De besnijdenis lijkt misschien een kleinigheid, maar het gaat om een totaal andere manier van denken en geloven die als een zuurdesem (5:9) alles doortrekt en de vrije omgang met God aantast.

Ziende op de Heere (niet op de Galaten zelf) spreekt Paulus het vertrouwen uit dat zijn lezers eensgezind met hem blijven (5:10).

Wat betreft degenen die hen in verwarring brengen, over hen oordeelt God. Het zou trouwens het beste zijn als de opruiers maar vertrokken (5:12). In ieder geval staat het voor Paulus als een paal boven water dat hij niet toegeeflijk mag zijn als het om de besnijdenis gaat. Dan zou hij het kruis tenietdoen (5:11), wat voor de apostel ten enenmale onmogelijk is. Daarvoor is de Gekruisigde Zelf hem te lief.

Ds. J.C. Schuurman is predikant van de hervormde gemeente te Capelle aan den IJssel.


Volgende week deel 4 (het slot) in deze serie, over de vruchten van de Geest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 2017

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

ONSCHATBARE VRIJHEID

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 2017

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's