De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HERINNERINGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HERINNERINGEN

7 minuten leestijd

Het gebeurt niet elke dag dat er een boek met herinneringen verschijnt van een predikant. Ds. Marius Noorloos (78) blikt in zijn onlangs verschenen memoires Gaandeweg verder via leven uit de Bron terug op een rijk en actief leven dat voor een groot deel in dienst staat van de opbouw van de gemeente. Voor het RD sprak Klaas van der Zwaag met hem. Geboren in de Bommelerwaard (Bruchem) net voor de Tweede Wereldoorlog in een gereformeerd synodaal gezin, gingen Noorloos’ ouders in 1944 met de Vrijmaking mee. Toen zijn vader enkele jaren later weigerde de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) als de enige ware kerk te erkennen, keerde het gezin weer terug naar het de Gereformeerde Kerken. Eind jaren vijftig gaat Noorloos studeren aan de Theologische Hogeschool in Kampen.

REFORMATORISCH DAGBLAD

Daar stuitte hij op het feit dat er weinig aandacht besteed werd aan spirituele vorming, opbouw van het persoonlijke geloofsleven. ‘De inhoud bevatte vooral een vracht theoretische theologie en aanverwante vakken, zoals kerkgeschiedenis en kerkrecht, waarvan ik het belang voor het werken in een plaatselijke gemeente steeds meer ben gaan betwijfelen.’ Al waren de hoogleraren volgens ds. Noorloos ‘deskundig, ijverig, gelovig en vriendelijk’, ze hebben hem niet kunnen bezielen of inspireren voor het predikantschap. (...)

In allerlei publicaties en discussies werd volgens hem duidelijk dat het in zijn kerkelijke kring vooral ging over kennis van kerkelijke standpunten. ‘Er bestond echter onvoldoende inzicht in het feit dat het in de geschiedenis van God en Zijn volk niet allereerst en zeker niet alleen gaat om een rationele kennis van zaken, maar om relationeel kennis hebben aan Hem als Vader en Bondgenoot. De kern is niet weet hebben ván God, maar omgaan mét Hem.’

Verder leed hij onder de ‘schadelijke en schandelijke verdeeldheid’ tussen de kerken. ‘Protestanten in het algemeen en allerlei gereformeerden in het bijzonder zijn geneigd bij onenigheid over de leer elkaar los te laten, zelf weg te gaan als ze een minderheid vormen, of anderen weg te sturen wanneer ze in de meerderheid zijn. De oorzaak hiervan is vermoedelijk dat vooral gereformeerden overtuigd zijn van hun eigen gelijk en dat zelfs kunnen verabsoluteren.’

Wanneer Paulus de ernstig verdeelde gemeente van Rome vermaant elkaar te aanvaarden zoals Christus ons heeft aanvaard (Romeinen 15:7), betekent dat niet elkaars standpunten te aanvaarden, maar elkaar als volgelingen van Jezus. Ds. Noorloos: ‘Elkaar aanvaarden in de geest van Jezus, wat inhoudt elkaar hartelijk en genadig aanvaarden, is een nadere uitwerking van het elkaar hartelijk en genadig liefhebben, zoals Hij dat ons heeft voorgedaan. (...)’

VLUCHTHEUVEL

In de loop der jaren is het ds. Noorloos steeds meer opgevallen dat veel gemeenteleden niet veel verder komen dan een zogenaamd ‘standpuntengeloof’, maar dat is wat anders dan een ‘doorleefd’ geloof, in de zin van zich met hart en ziel toevertrouwen aan God als betrouwbare Vader. Verder werd zijn inzicht verdiept in de noodzaak om in het kerkelijk leven en beleid meer aandacht te besteden aan de invloed van de Heilige Geest. ‘Het is opmerkelijk dat Hij zowel in de meeste publicaties over gemeenteopbouw als in plaatselijke beleidsplannen vrijwel afwezig is. Deze afwezigheid staat in schrille tegenstelling tot de belangrijke plaats van de Geest in het Nieuwe Testament. Het is te vergelijken met een motor willen laten draaien zonder

voldoende brandstof.’

De predikant zag in de praktijk angst bij voorgangers om te spreken over een openhartige omgang met God. ‘Bezig zijn vóór Hem is kennelijk makkelijker en minder bedreigend dan omgaan mét Hem.’ Een collega zei eens dat zijn agenda zijn vluchtheuvel was. Ds. Noorloos: ‘We kunnen God ontlopen door te vluchten in ons ‘vrome’ werk.’

Onvermoeibaar en vol vuur heeft ds. Noorloos zich ingezet voor de vernieuwing en verdieping van het geloof van de gemeente en haar dienaren. Daarvoor ontwikkelde hij de cursus ‘Leven uit de Bron’, waar velen in de Protestantse Kerk en daarbuiten kennis mee maakten. Bijzonder vind ik dat zijn boek niet de sfeer ademt van treurnis over wat er allemaal is veranderd of verdwenen. Noorloos is hoopvol en ik kan me indenken dat de beweging die onze kerk nu doormaakt van concentratie op de kernen van het geloof hem dankbaar stemt.

IN DE WAAGSCHAAL

Een andere predikant die terugblikt – en dan meer vanuit een hervormd perspectief – is dr. Jan Bruin, oud-scriba van de PKV in Noord-Holland. Voor In de Waagschaal diept hij herinneringen op aan ds. K.H. Miskotte. Twaalf keer maakte hij Miskotte in een kerkdienst mee en dat maakte diepe indruk op hem. Enkele passages uit aflevering 1 met de titel ‘Inwijding’:

Het is zondag 19 september 1965. Sinds een paar weken woon ik, net 18 jaar oud, in Amsterdam op de Prins Hendrikkade 179, het internaat van de Kweekschool voor de Zeevaart, waar ik na mijn Texelse HBS-jaren zal worden opgeleid tot stuurman. Die zondag ga ik naar de Willem de Zwijgerkerk in Zuid, waar prof. dr. K.H. Miskotte zal voorgaan. Als ik na de wandeling in de lichte ochtendzon in de (toen nogal duistere) ruimte van de kerk zit, realiseer ik me dat ruim twintig jaar daarvoor mijn moeder als Amsterdamse jongedame ook naar deze kerk ging, om daar als catechisante en kerkganger in de laatste oorlogsjaren bij Miskotte iets te vinden waarvan ik weet dat het haar leven heeft verrijkt. Met een zekere spanning en een gevoel van verbondenheid met mijn ouderlijk huis beluister ik het inleidende orgelspel van Piet Esselman. Dan begint de dienst. (...)

INWIJDING

De kleuren van het interieur van de ‘Willem de Zwijgerkerk’ zijn op die septemberdag in 1965 bruin en lichtgrijs. De stoelen en de kolossale kanselruimte zijn bruin. Lichtgrijs zijn de orgelpijpen die erboven torenen. De stem van de oude Miskotte en de orgelklanken van Piet Esselman vullen de ruimte. De eerste betrekkelijk zacht en enigszins hees, maar levendig en vanwege zijn eigen concentratie steeds de aandacht trekkend. De tweede vakkundig, met improviserend spel dat mij als amateur-kerkorganist aanspreekt.

In die laatste hoedanigheid valt me ook Miskotte’s keuze van de liederen op. We zingen één couplet van het mij onbekende gezang 199 uit de toenmalige Hervormde bundel (‘Hoe groot o Heer, en hoe vervaarlijk’). En na de preek zingen we in één adem Psalm 130:3 (‘Ik heb mijn hoop gevestigd...’) en Gezang 130:1 (‘God is getrouw, zijn plannen falen niet’). Die ongehoorde directe combinatie van twee coupletten van geheel verschillende liederen klinkt ook als slotlied: Gezang 261:4 (‘Dag van Christus heerlijkheid’) en Psalm 117 (‘Looft, alle volken, looft de Heer’) (...)

Het thema van de preek op 19 september 1965 is ‘Een jonge kerk in een oude wereld’. En de tekst is Lucas 18:18b ‘Doch als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?’ In de preek raakt me de ernst van die vraag. Ernst die een menselijke vertwijfeling voelbaar maakt. Maar daarin ook de oproep te blijven hopen. Die aansporing beamen we na de preek zingend met de woorden van Psalm 130:3. Als ik na de dienst vanuit de donkere kerk in het bijna té felle zonlicht sta, is het me vreemd te moede. Er is een besef (niet meer dan dat) dat ik iets bijzonders heb meegemaakt. Een gevoel van thuiskomen in een onbekend land. Vreemd-vertrouwd. (...)’

Er is tijdens die dienst iets gebeurd en dr. Jan Bruin zal dat later duiden als een moment van ‘inwijding’.

Ik vind het woord terug in de liturgie van de dienst op 23 februari 1969 in de Willem de Zwijgerkerk. Toen zongen we Psalm 78:2, waarvan de laatste vier regels luiden:

’t Getuigenis aan Israël geschonken, het heil dat van de hemel heeft geklonken:

het is een licht dat ons ten leven leidt, –

ons en al wie door ons wordt ingewijd.

Miskotte zal op 19 september 1965 niet hebben beseft dat hij precies dat laatste bewerkte bij een zeevaartschooljongen die toen bij hem in de kerk zat.

Ds. Marius Noorloos en dr. Jan Bruin; twee theologen uit verschillende kerkelijke tradities en beiden aangesproken door het Evangelie. Inspirerende verhalen die het verlangen aanwakkeren om ook vandaag geraakt te worden. Ik besluit met een citaat van prof. Berkhof dat ds. Noorloos aanhaalt in zijn boek. Berkhof zei in 1986 tijdens een symposium over Samen op Weg:

De Geest doet in onze tijd wereldwijd grote dingen. Waarom zou Hij Nederland overslaan? Wij zien nog steeds en opnieuw zoveel tekenen rondom ons en ook in onze kerken van Zijn storende, inspirerende en vernieuwende werkzaamheid, dat wij durven hopen en vragen, dat Hij niet laat varen wat Hij ook door ons in Nederland begon.

Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

HERINNERINGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's