KÄTHE STUURT LUTHER BIJ
Ambtsdraagsters [3, Katharina von Bora]
Een predikant zal toch een vrouw hebben als Betje, de vrouw van ds. A. Wolff. Als iemand haar op zaterdag haar man te spreken vroeg, zei ze: ‘Mijn man is onbereikbaar om morgen onverstaanbaar te zijn.’ Dan was Luther met zijn Käthe beter af.
‘Uw vrouw is uw opgang of uw ondergang,’ moet een hoogleraar in Utrecht eens tot zijn studenten hebben gezegd. Daar is veel voor te zeggen.
NON
Op 30 november 1524 schrijft Luther aan zijn vriend Spalatinus: ‘Ik ben niet van hout en steen; maar mijn hoofd staat niet naar een huwelijk; dagelijks verwacht ik de dood; ik hoop dat God mij niet lang meer zal laten leven.’ Inderdaad loopt Luther met de dood in de schoenen, want hij is vogelvrij verklaard. Echter, ook in Luthers leven blijkt dat papier geduldig is. Want op 27 juni 1525, een halfjaar na deze stellige uitspraak, treedt hij in het huwelijk met Katharina von Bora (1499-1552).
Wie is deze Käthe? Ze is een non die ook binnen het klooster te Nimschen hoort van Luthers geschriften. Zij wil derhalve het klooster verlaten. Luther weet er raad op en spreekt met Leonard Koppe, een koopman uit Torgau, af dat deze haar en elf andere nonnen uit het klooster zal wegsmokkelen. Alzo geschiedt in de paasnacht van 5 april 1523. De nonnen worden in haringtonnen op een huifkar verstopt en naar Wittenberg gebracht.
HUWELIJKSMAKELAAR
Luther, onder wiens leiding de nonnen zijn bevrijd, neemt de taak van ‘huwelijksmakelaar’ op zich. Zo weet hij in het voorjaar van 1523 Katharina aan een student uit Neurenberg te koppelen, Hieronymus Baumgartner. Het klikt inderdaad tussen de twee, alleen de ouders van Hieronymus verzetten zich tegen het huwelijk van hun zoon met een weggelopen non. Dat huwelijk gaat niet door.
Na enige tijd komt Luther met Kaspar Glatz op de proppen, een predikant met een niet al te gemakkelijk karakter. Hij is later afgezet. Katharina ziet een huwelijk met hem niet zitten. Nicolaus von Amsdorf schrijft dan aan Luther: ‘Wat ben je voor de duivel toch van plan, dat je die goede Käthe bepraten en dwingen wilt die oude gierigaard te vrijen, die ze absoluut niet wil hebben en in wie ze helemaal niets ziet.’
Als Katharina zich in die tijd laat ontglippen: ‘Dan ben ik liever met Amsdorf of Luther getrouwd,’ is die opmerking voor Luther reden om zelf naar haar hand te vragen. Dat is niet tevergeefs. Kort daarna wordt hun huwelijk voltrokken.
Bij een depressieve bui van haar man laat Käthe de luiken dicht en hult zich in rouwklederen
De vraag rijst nu waarom hij niet eerder toenadering heeft gezocht. Luther geeft jaren later zelf het antwoord in een van de tafelgesprekken: ‘Als ik dertien jaar geleden een vrouw had moeten nemen, had ik Eva Schonfield, de tegenwoordige vrouw van dokter Basilius in Pruisen, genomen. Ik had mijn Kaatje in die tijd niet lief, omdat ik meende dat ze trots en hoogmoedig was. Toch heeft God gewild dat zij mijn vrouw zou worden en ik heb mij er goed bij bevonden, want ik heb een vroom vrouwtje, waarop zoals Salomo zegt, het hart des mans zich verlaten kan.’
MIDDENKLEIN BEDRIJF
Na haar huwelijk gaat Katharina opnieuw het klooster in. Nu echter niet meer als non maar als echtgenote. Dr. Sabine Hiebsch schrijft: ‘Katharina gaf niet leiding aan een klein gezin maar aan een ‘middenklein bedrijf”. Naast de zorg voor de zes kinderen die ze mochten ontvangen, moeten ook de studenten verzorgd worden. Katharina geeft leiding aan het verzorgen van de veestapel, de visvijver, het akkerland op een buiten de stad in Zolsdorf gelegen boerderij. Tevens heeft ze een bierbrouwerij onder haar hoede, terwijl ze ook niet onbekend is met geneeskrachtige kruiden.
Aan haar man heeft ze wat dat betreft niet veel. Zakelijk is hij allerminst. Daarnaast is hij gul en goedgeefs. Van de opbrengst van zijn vele publicaties neemt hij uit overtuiging nooit iets aan. Hij leeft van de wedde die de keurvorst hem geeft en van een jaarlijkse gift van de koning van Denemarken, die een volgeling van hem is. Katharina krijgt daarnaast de beschikking over het kostgeld dat de studenten betalen.
FERM
Katharina is een ferme vrouw. Zij moet haar man nog wel eens bijsturen. Ze is een echte hulpe tegenover. Bekend is dat zij bij een depressieve bui van haar man de luiken dicht laat en zich in rouwklederen hult. Op Luthers vraag wie er dood is, antwoordt zij: ‘God is dood! Als jij niet meer werkt en bidt, preekt en zingt, dan is God dood en heeft geen macht meer.’
Hierdoor geneest hij spoedig. Het verhaal gaat dat hij op een tafel ‘Vivit!’ schrijft Hij leeft. In ieder geval onthoudt Katharina ‘vivit’ goed. Want als het ‘zwarte klooster’ eigendom van Luther wordt, laat ze boven de ingang als verrassing voor haar man de Lutherroos aanbrengen. Een zwart kruis op een rood hart in een witte roos, omgeven door blauw en omcirkeld met goud. In het blauw tussen de roos en de gouden ring laat ze schrijven ‘Vivit!’
KLIT
Wat vindt de zorgzame vrouw het erg dat ze niet bij het ziek- en sterfbed van haar man is. In een schrijven van Melanchthon aan Kreuziger lezen we ‘dat zij er niet over uit kan, dat haar echtgenoot ver van haar vandaan gestorven is, dat zij hem niet heeft kunnen verplegen en hem haar liefde niet heeft kunnen bewijzen’. Ze houdt echter de Bruidegom over. Een van haar laatste woorden zijn: ‘Ik zal mijn Heere Christus aankleven als een klit aan een kleed.’
Ds. M. van Kooten is predikant van de hervormde gemeente te Elspeet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's