De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KEURMEESTER VAN PREKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KEURMEESTER VAN PREKEN

Ambtsdraagsters [4, Geertje Raaphorst]

5 minuten leestijd

Op de beeltenissen van Theodorus van der Groe (1705-1784) is een visuele handicap te bespeuren. Het verhaal gaat dat hij in de dagen van zijn bekering knikkebollend met zijn hoofd voorover duikt en met het rechteroog in de scherpe punt van het pennenmes terechtkomt.

Hij is dan weliswaar halfblind, maar geestelijk geheel ziende. Daarvoor is volgens dr. F.A. van Lieburg een ‘vrome vrijster’, Geertje genaamd, gebruikt.

NAAR LEIDEN

Een van de opvolgers van Abraham Hellenbroek in Zwammerdam is Ludovicus van der Groe. Hij en zijn vrouw, Johanna Laats, krijgen daar drie kinderen: Eva, Dirk en Simon. Als Dirk zes jaar is, overlijdt zijn vader. Zijn moeder vertrekt niet lang daarna naar Leiden en betrekt een woning aan de Langebrugge.

In Leiden wordt Dirk ingeschreven als student theologie met de naam Andreas Theodorus van der Groe. Na afronding van de studie in 1730 neemt hij intrek in de pastorie van Rijnsaterwoude. Zijn moeder, broer en zus verhuizen met hem mee, omdat Dirk – die we voortaan Theodorus noemen – aanvankelijk ongehuwd is. Broer Simon blijft in de pastorie totdat hij drie jaar later, nadat hij zijn theologische opleiding heeft afgerond, predikant wordt te Zoeterwoude.

EVA

Dat Eva – ze is anderhalf jaar ouder dan Theodorus – in de pastorie van Rijnsaterwoude woont, heeft een nare achtergrond. Eva’s huwelijk is namelijk op de klippen gelopen en het kind dat uit dat huwelijk wordt geboren, overlijdt al na enkele maanden. Na de ontbinding van dat huwelijk trekt ze bij haar moeder en broers in.

Eva laat een beschrijving van haar bekering na, waarin ook haar broer Theodorus ter sprake komt. Ze beschrijft eerst dat ze weliswaar avondmaalgangster is, maar tevens een werelds leven leidt. Verder vermeldt ze: ‘In die tijd raakte ik dikwijls onder zware overtuigingen, beschuldigingen van mijn geweten. Zij kwamen hierop neer, dat ik in zo’n levenswandel, ijdel, vrolijk en werelds, nooit zalig noch behouden kon worden. En wat deze overredingen nog te meer kracht bijzette, was het godzalige en voorbeeldige leven van een zeer vrome vrouw aan wie ik, in des Heeren voorzienigheid kennis kreeg. Hoewel zij in een naburig dorp woonde, kwam zij zo nu en dan bij onze broer, zowel in de kerk als thuis. Aan mij schonk zij weinig aandacht. Al haar aandacht was op onze broer gericht. Hij leefde voorbeeldig en onberispelijk, ernstig en getrouw. Naar zijn licht of talent vervulde hij zijn dienst. Maar die vrome vrouw wilde, als een middel in Gods hand, onze broer eraan ontdekken dat er wat wezenlijkers bij moest komen, zou hij zijn ziel als een buit wegdragen en met geen leugen in zijn rechterhand ten grave dalen. Dit alleen scheen zij op het oog te hebben.’

VERSTANDSWERK

Eva zegt dat deze vrouw het middel is tot haar waarachtige bekering ‘nog enige tijd voor onze broer, voor wie zij zich, met duizenden woorden betrekking hebbend op de weg der zaligheid, haast dag en nacht afsloofde’.

Van der Groe blijkt derhalve voor zijn ommekeer in 1736 – enige tijd na zijn zuster – een uitwendige christen te zijn geweest. Aan Jacob Groenewegen schrijft hij in 1742 dat hij uit eigen bevinding weet hoe ver men in het christendom kan komen en het toch allemaal verstandswerk is. Hij schrijft dat hij ‘een denkbeeldige Christus’ in zijn verstand droeg ‘sonder den Heere Jesus selfs minst of meest te kennen. En ik hadde voorseker in dien rampsaligen weg voor eeuwig moeten vergaen, soo niet, gelijk ik vertrouwe, den Heere selfs door oneindige vrije genade en met Sijn almachtige handt mij daer uit hadt believen te redden’.

CATECHISEERVROUW

Naspeurwerk van dr. F.A. van Lieburg bracht aan het licht dat het bij die ‘vrome vrijster’ die regelmatig in de kerk en de pastorie te Rijnsaterswoude komt, hoogstwaarschijnlijk om Geertje Raaphorst (1700-1776) gaat. Geertje is in het nabijgelegen Oude Wetering naaister en catechiseervrouw voor kleine kinderen, vandaag de dag enigszins te vergelijken met een zondagsschooljuffrouw of de leidster van een kinderclub.

Als 17-jarige voegt zij zich bij de ‘fijnen’. Als ze in 1729 echt tot bekering komt, belijdt ze dat haar vorige leven uitwendige schijn is geweest, vormendienst. Vermoedelijk is de prediking van ds. Carolus Blom te Woubrugge daarvoor gebruikt. Ook hij kent een krachtige omzetting, maar spreekt merkwaardig genoeg daarna niet meer vrij. Hij raakt aan het papier gebonden. Er is in die omgeving als het ware een geestelijke opwekking gaande.

Na haar omzetting bezoekt ze zo veel mogelijk gezelschappen en kerkdiensten in de regio, waarbij ze ook min of meer optreedt als keurmeester. Ze laat niet na de predikanten te waarschuwen wanneer zij geen zuivere waarheid prediken. Zo komt ze dus ook in Rijnsaterwoude terecht.

In 1736 trouwt ze met textielhandelaar Cornelis Edema te Alkmaar. Theodorus van der Groe leidt de trouwdienst te Rijnsaterwoude.

RUGGENSTEUN

Ze blijft met hem en zijn zus Eva corresponderen. Zo krijgt hij ook in 1742 post van haar. Van der Groe staat dan inmiddels te Kralingen en benadrukt in geschrifte dat de zekerheid van het geloof niet bij het welwezen, maar bij het wezen van het geloof behoort. Ze meent dan opnieuw Van der Groe te moeten corrigeren. Hij zou ‘vele oprechten en godvrugtige siele’ bedroeven. Van verdere correspondentie daarna is niets bekend.

Theodorus van der Groe blijft echter bij zijn standpunt. Hij weet zich daarbij geruggensteund door de reformatoren. Hij ontboezemt op een keer: ‘Een Calvijn, Luther, Melanchthon, Zanchius, Teellinck, Lodesteyn en diergelijke wegen bij mij nog al eenige ponden swaerder.’ Zwaarder ook dan Geertjes oordeel.

Ds. M. van Kooten is predikant van de hervormde gemeente te Elspeet.


Volgende week het slot van deze serie, over de rol van Alison Erskine in het leven van haar man, Ebenezer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

KEURMEESTER VAN PREKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's