GEVEN IS EEN GAVE
Juiste invulling diakenambt vraagt om keuzes
Menige ambtsdrager zal de volgende situatie herkennen. Je hebt je jawoord gegeven en innerlijk is er het verlangen om God en Zijn gemeente te dienen. Je wordt opgenomen in de kerkenraad en voor je het weet, zit je in een molen van vergaderen, overleggen, commissies en activiteiten.
Naast het eventuele bezoekwerk en het collecteren tijdens de zondagse erediensten is het vervullen van het ambt een mooi, maar evengoed druk bestaan. Waar blijft de ‘eerste liefde’ die je bij het geven van je jawoord zo sterk mocht ervaren? Je wilde God dienen, niet om wie jij bent als individu, maar om Wie Hij is en om te mogen doen wat Hij van ons verlangt.
DIENEN
Graag wil ik de aandacht hier in het bijzonder richten op de diakenen. In de afgelopen winter hebben we met de diaconie van de hervormde gemeente te Rijssen een training/bezinning gehouden over dit onderwerp. Ook in Rijssen liggen er bij de diaconie heel wat taken op het bord die om tijd en aandacht vragen. We hebben ontdekt dat het goed is om met elkaar regelmatig terug te komen op de inhoudelijke dan wel de geestelijke waarde die het ambt met zich meebrengt. Rondom een geopende Bijbel gingen we keer op keer op zoek naar wat de Heere van ons vraagt in onze ambtelijke bediening. Maar ook nadenken over wie je als diaken mag zijn voor de gemeente kreeg een plaats. Wat gaat er van de diaken uit naar de gemeenteleden, zowel jong als oud? Hoe geef je door dat het ‘de ander dienen’ geen taak is van de diaconie alleen, maar van elke volgeling van Jezus Christus? Gaat het alleen om de opbrengst wanneer er wordt gecollecteerd of speelt het hart van de gevers hierin ook een wezenlijke rol?
ONTFERMING
Dit zijn allemaal concrete vragen die het ambt steeds weer met zich mee zou moeten brengen. Dat betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden in wat we kunnen, moeten en mogen doen als ambtsdrager, en in dit geval als diaken en diaconie. In een groot aantal gemeenten wordt er immers veel werk verzet door diakenen, omdat dat ‘altijd al zo gedaan wordt’. Veel uitvoerend werk wordt in eigen hand gehouden, want dat deed men vroeger ook. Taken en activiteiten loslaten is bijna onbespreekbaar, omdat dit veel vragen oplevert in de gemeente en het eigenlijk allemaal goed is om te doen.
En toch, de tijden zijn veranderd en het is aan te raden om tal van zaken eens eerlijk tegen het licht te houden. Het is nodig om keuzes te maken, om ruimte te creëren in de agenda van de diaconie en de individuele ambtsdrager. Bovenal is het van belang om ruimte te creëren in het hart van de diaken. Dan zijn de taken die gedaan moeten worden minder bepalend en komt er echt ruimte om de liefde van de Heere Jezus door te geven aan jong en oud. Het feit dat we geroepen worden om de gemeente te dienen, betekent niet dat we zodanige offers moeten brengen dat God, gezin en gezondheid op de tweede, zo niet derde plaats komen. Daar komt bij dat vóór alles geldt dat we het diaconale werk mogen doen vanuit ontferming. Jezus Christus was Zelf met ontferming bewogen over de menigte. Er is niets mooier dan in Zijn spoor met ontferming bewogen te zijn over onze naaste. In Mattheüs 14 lezen we van onze Heiland dat Hij ‘een grote menigte zag, en Hij was innerlijk met ontferming bewogen over hen’. Vanuit een dergelijke houding mag en moet ons diaconale werk in de gemeente en daarbuiten plaatsvinden. Daarbij is het goed dat we ons afvragen of het ons van binnen raakt dat de ander gebrek lijdt.
Het is nodig om keuzes te maken, om ruimte te creëren in de agenda van de diaconie en de individuele ambtsdrager
Of blijft onze bewogenheid met de ander beperkt tot het standaard-bonnetje dat we elke week in de collectezak laten dwarrelen?
Juist de nadruk op dit aspect van in het hart geraakt worden door de ander die hulp nodig heeft, heeft impact gehad bij de mannenbroeders in Rijssen. Natuurlijk roept dat om vervolg. Want hoe betrek je op de juiste manier de gemeente bij deze bewogenheid en hoe stimuleer je hen als diaken? Kunnen we het geven, als dat nodig is, weer ombuigen naar een gave? Dat laatste betekent dat er een hart achter elke gift schuil gaat. Dat niet alleen de opbrengst telt, maar ook, zo niet nog meer, de houding en intenties van de gever meetellen. We kennen allemaal het voorbeeld van de weduwe bij het offerblok. Zij gaf haar in mensenogen kleine gift, maar Jezus Christus zag haar hart en stelde vast dat dat de kern van het geven is. Niet iets van het vele doet er toe maar iets van ons hart, mogelijk ons gehele hart. Dan wordt het geven een gave en liefde een gift. Een kleine gift kan dan een grote gave zijn. Het is mijn stellige overtuiging dat dan ook de opbrengst verwondering zal oproepen. De training die we hebben gehouden, is vooral bedoeld om daadwerkelijk ruimte te vinden in harten én in agenda’s. Bovendien is het van belang om jong en oud, ieder op zijn of haar eigen niveau, te betrekken bij het diaconale werk in de gemeente en daarbij vooral de bewogenheid te onderstrepen. Wellicht dat daarmee het ambt (opnieuw) iets wordt waarbij het hart en het geloof voorop mogen staan en God óók in het geven alle eer mag ontvangen die Hem toekomt.
Harry van der Kamp is ambtsdrager in de hervormde gemeente te IJsselmuiden/Grafhorst en medewerker van Stichting Mensenkinderen te Nunspeet.
Voor meer info over Stichting Mensenkinderen of de training voor diakenen, zie: www.mensenkinderen.nl
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 2017
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's