De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE WIJZE VAN ZINGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE WIJZE VAN ZINGEN

Hoe de psalmen het beste tot hun recht komen [2, slot]

8 minuten leestijd

Wanneer we het vandaag de dag over het begrijpen van de psalmen hebben, richten we ons altijd op de berijming: is die nog wel verstaanbaar? In Calvijns tijd werden voor een goed begrip boven de psalmen korte toelichtingen geplaatst.

Calvijn hechtte grote waarde aan de psalmen. Het was dus zaak dat de gemeente zich de psalmen eigen kon maken en dat zij de betekenis van de liederen voor het alledaagse leven goed begreep.

Daarom stonden er in Calvijns tijd dus korte toelichtingen boven de psalmen.

Deze zogenaamde arguments (in Nederlanden ook wel summariën genoemd) zijn grotendeels ontleend aan Martin Bucer. Ze hebben een sterk pastorale en pedagogische functie. Vaak geeft zo’n toelichting informatie over de historische context van de psalm en over de gemoedstoestand van de psalmdichter.

Bij Psalm 42 staat bijvoorbeeld dat deze psalm zinvol is voor degenen die door ongelovigen gehinderd worden om naar Gods gemeente te komen. Binnen de context van die tijd met vervolgingen en verbanningen was dat een pastorale toelichting. De roep om recht, die zo’n grote rol speelt in het psalmboek, werd in de arguments vooral betrokken op de vervolgde kerk in Calvijns tijd. De korte toelichtingen verduidelijken vaak dat de psalm betrekking heeft op Christus. Dat gebeurt onder meer bij Psalm 2, maar ook bij bijvoorbeeld Psalm 16, 18, 22, 45, 67, 72, 96, 109, 110, 118.

EENHEID

Calvijns uitspraken over de waarde van het psalmboek hebben altijd betrekking op de psalmbundel als één geheel. Binnen de bijbelwetenschap dringt vandaag de dag steeds sterker de overtuiging door dat het Boek van de Psalmen een zorgvuldig samengestelde compositie is, waarbij er wel verschillende theorieën zijn over hoe die compositie er uitziet Calvijn had in zijn tijd al oog voor de eenheid van het psalmboek, in die zin dat je niet kon volstaan met een selectie uit de psalmen. Ze moesten allemaal berijmd én daadwerkelijk gezongen worden. Je kunt wel met de mond belijden dat de psalmen van onschatbare waarde zijn, maar wanneer je slechts een klein deel van het psalmboek gebruikt, stop je een deel van je rijkdom in de grond. Dit is tot schade van de gemeente. Het gevaar dat je dan alleen zingt waaraan je behoefte hebt en niet zingt wat je niet wilt horen, is dan vrij groot.

In Genève zongen ze daadwerkelijk alle psalmen. Er werden geen losse versjes geselecteerd, maar men zong hele psalmen of een aaneengesloten gedeelte daarvan. Dat laatste blijkt uit het feit dat er in het Geneefse psalter uit 1562 iets ontbreekt dat we tegenwoordig niet meer zouden kunnen missen, namelijk de nummering van de coupletten. Wanneer je hele psalmen zingt of aaneengesloten gedeelten daarvan, heb je geen versnummering nodig.

ROOSTER

De predikant had bij de keuze van de liederen geen rol. Vanaf 1549 zong men psalmen namelijk volgens een tabel, een rooster. Toen alle psalmen in 1562 berijmd waren, kwamen alle psalmen in een tijdsbestek van 25 weken aan de beurt, verspreid over twee diensten op zondag en één op woensdag. Gemiddeld zong men per dienst circa 18 strofen. Uit het rooster weten we ook dat in Genève op drie momenten in de kerkdienst psalmen werden gezongen:

après le second coup de la cloche – nadat de klok voor de tweede keer geluid heeft

avant & apres le sermon – voor en na de preek.

Ter illustratie letten we even op de psalmen die men in week 1 op zondagmorgen zong: nadat de klok voor de tweede keer geluid is, worden de tien coupletten van Psalm 6 gezongen. Voor en na de preek is Psalm 7 aan de beurt. Nu kunnen we ons afvragen hoeveel coupletten men dan voor en hoeveel na de preek zong.

Als we even naar Psalm 7 bladeren, zien we daar op een gegeven moment drie keer drie sterretjes staan. De vijf coupletten die volgen na de sterretjes, werden na de preek gezongen. In plaats van sterretjes komt ook wel het woord ‘Pauze’ voor.


Er is bij Calvijn geen verband tussen de psalmen, schriftlezing en preek. Psalmen konden op eigen benen staan


Je krijgt de indruk dat de psalmen niet willekeurig ergens op het rooster geplaatst zijn, maar dat over de plaatsing is nagedacht. Welke inhoudelijke redenen er aan de indeling ten grondslag lagen, zou nog eens nader onderzocht moeten worden.

HELE PSALMBOEK

Uit het psalmgebruik bij Calvijn zouden we de conclusie kunnen trekken dat hem er veel aan gelegen was om het hele psalmboek, alle psalmen, aan bod te laten komen. Er is bij hem geen verband tussen de psalmen, schriftlezing en preek. Psalmen konden op eigen benen staan en konden ook los van de preek hun zegenrijke werk doen. Ze waren niet alleen stichtend voor zover ze bij de lezing of preek pasten. Hiermee houdt verband dat Calvijn het zingen van psalmen niet enkel zag als antwoord geven op het Woord. Hij splitste een orde van dienst niet op in een strak schema van Woord en antwoord, waarbij het Woord dan uitsluitend van de kansel klinkt in onder andere wetslezing, schriftlezingen en preek, terwijl de gemeente daarop antwoordt door middel van het zingen van psalmen.

Ook via het lied komt het Woord in de gemeente terecht. Bij psalmen gaat het immers om liederen die de heilige God ons op de lippen legt. Calvijn kende trouwens ook geen voorlezing van de tien geboden. De gemeente zong de wet via de berijming die nog in ons psalmboek staat.

IN DE PRAKTIJK

Wat is er nu in de Nederlanden van Calvijns psalmerfenis terechtgekomen? Zoals we weten vertaalde Datheen in 1566 het Geneefse psalter. Hij heeft ook de summarien boven de psalm vertaald en opgenomen. De coupletten zijn ook bij hem niet genummerd, Datheen heeft de ‘sterretjes’ of ‘pauze’ overgenomen. In zijn uitgave ontbreekt echter een psalm-rooster. Dat werd in de Lage Landen dus niet gebruikt. Wel waren er kerken waar men de psalmen in volgorde zong: men begon bij Psalm 1, eindigde bij Psalm 150 en begon dan weer bij de eerste psalm. Hierbij heeft men de aangegeven ‘pauzen’ in het psalmboek gebruikt om de psalmen op te splitsen.

In andere Nederlandse kerken ging men ertoe over om psalmen te kiezen die bij de preek pasten. Zo bepaalde de kerkenordening (1608) van Oudewater dat ‘de psalmen die men na de predycatie singen sal, sullen met den text overeencommen’. Het is de vraag of men hier ‘versjes bij de preek’ zong, zoals in latere eeuwen algemeen gebruikelijk werd. Het lijkt eerder waarschijnlijk dat men hele, dan wel afgesloten delen van een psalm zong. De praktijk dat men psalmen in volgorde zong, heeft tot ver in de achttiende eeuw bestaan.

Bij de aanbieding van de Statenberijming in 1773 merkte ds. Ahasverus van den Berg in elk geval op dat men de psalmen meestal in volgorde zingt. Deze gewoonte moest volgens hem hoognodig verdwijnen, want de liederen dienden aan te sluiten bij het onderwerp van de dienst. In de negentiende eeuw ging zijn wens in vervulling. Maar het blijkt dat sindsdien het grootste deel van het psalmboek ongebruikt blijft, ook in gemeenten die alleen het Geneefse psalter gebruiken.

UITERST TRAAG

Bezinning op hoe de psalmen optimaal kunnen functioneren in de kerkdienst, kan niet zonder aandacht te besteden aan de wijze waarop we ze zingen. Al in de zeventiende eeuw werden ze in een uiterst traag tempo gezongen en bovendien isometrisch (dus: niet-ritmisch).

Jacob Martijn, predikant te Lage Zwaluwe, maakte aan het begin van de negentiende eeuw mee dat het zingen van Psalm 32 vers 1 en 3 bijna zestien minuten duurde, dus circa acht minuten per couplet. Nu noemde Martijn dit waarschijnlijk als een extreem voorbeeld. Maar een eeuw later, in 1923, meldt het tijdschrift Stemmen voor Waarheid en Vrede dat in sommige plattelandsgemeenten het zingen van een couplet van psalm 89 bijna acht minuten duurt.

Ter vergelijking: in Calvijns kerk duurde het zingen van een couplet van deze psalm nog geen minuut. Dus in acht minuten kon men daar met gemak acht coupletten zingen. Hoe dan ook, duidelijk kan zijn dat bij een laag tempo het zingen van hele psalmen of meerdere coupletten achter elkaar onmogelijk is.

Wanneer we nadenken over de rijkdom van de psalmen en hoe we die het beste tot zijn recht kunnen laten komen in de concrete praktijk, kunnen we ook nadenken over andere opbouwende manieren waarop een psalmtekst (al dan niet berijmd) tot klinken kan komen.

BESTE VORM

Calvijn heeft de betekenis van de psalmen voor het geloofsleven, zowel voor mensen persoonlijk als in kerkelijk verband, helder onder woorden gebracht. De wijze waarop hij de 150 psalmen in de kerk gebruikte, hangt onlosmakelijk samen met zijn visie op de psalmen en met zijn visie op de eredienst. Daar zou nog heel veel over te zeggen zijn.

Nu wil ik Calvijns opvattingen en praktijk niet boven alle kritiek verheffen. Maar dat hij concreet nadacht over hoe de rijkdom van de psalmen praktisch het beste vorm kon krijgen in de kerkdiensten, verdient navolging.

Dr. J. Smelik uit Steenwijk is hymnoloog/musicoloog. Hij schreef onder meer ‘Gods lof op de lippen. Aspecten van liturgie en kerkmuziek’.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

DE WIJZE VAN ZINGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's