INSTRUMENT VOOR ERSKINE
Ambtsdraagsters [5, slot, Alison Turpie]
De vrouw van Ebenezer Erskine mist wat in de preken van haar man. Ze loopt er niet voor weg, zoals de vrouw van Hector MacPhail. Ze is juist het middel tot zijn bekering.
Ooit hield de vrouw van Hector MacPhail, predikant in het Schotse Resolis, het niet uit onder de prediking van haar man. Ze ging naar een dorp verderop. De predikant van dat dorp zei haar: ‘Als ik mij niet vergis, zal het niet lang meer duren dat u om deze reden Resolis verlaat, want ik verwacht dat de Heere u spoedig door de hand van uw man het beste koren zal geven.’ Alzo geschiedde.
De vrouw van Ebenezer Erskine kampt met hetzelfde probleem, maar reageert anders.
DOMINEESZOON
Waar in Schotland Erskine precies geboren is, weten we niet. Het is in ieder geval op 22 juni 1680. Hij is een zoon van ds. Henry Erskine en diens vrouw, Margaret Halcro. De naam Ebenezer herinnert aan het feit dat de Heere zijn ouders in de vervolging van de Convenanters kennelijk heeft geholpen. De Convenanters hadden zich door een verbond verenigd en verzetten zich tegen de verroomsing van de kerk en het gezag van de koning in kerkelijke aangelegenheden. Van zijn jeugd is weinig meer bekend dan dat bij hem al vroeg het verlangen opkomt om evenals zijn vader predikant te worden. Hij studeert in Edinburgh. Na enige tijd huispredikant van de graaf van Rothes te zijn geweest, wordt hij beroepen in Portmoak. Kort daarna trouwt hij met Alison Turpie, op 2 februari 1704. Alison is dochter van een advocaat in Leslie. Hun huwelijk wordt gezegend met tien kinderen. Vier van hen sterven op zeer jonge leeftijd, in 1713 overlijden kort na elkaar drie zoontjes van twee, vijf en negen jaar aan de gevolgen van de mazelen.
GEESTELIJK LEEG
Als Ebenezer Erskine predikant wordt, is hij innerlijk vreemd aan de boodschap die hij brengt.
Openhartig schrijft hij daarover in een dagboek dat eigenlijk niet voor het publiek bestemd is, maar ruim zeventig jaar na zijn dood toch gepubliceerd wordt. Zijn geestelijke leegte komt met name drie jaar na zijn huwelijk openbaar.
Hij luistert dan een gesprek af tussen zijn vrouw Alison en zijn broer Ralph, eveneens predikant. Ze spreken met elkaar vlak bij het open raam van zijn studeerkamer. Alison vertelt Ralph hoe de Heere haar uit haar grote geestelijke nood heeft verlost. Die twee verstaan elkaar geestelijk. Dit gesprek doet Ebenezer concluderen dat hij een ‘bijna-christen’ is. In het dagboek schrijft hij bij 28 november 1708: ‘Ik had niet de minste bekommering omtrent mijn arme ziel. Ik was als een beest voor God en ik ben er zeker van dat mijn staat eeuwig verloren was geweest, indien God toen mijn levensdraad had afgesneden.’
OPBOUWEND
Kort daarna mag hij persoonlijk weten dat Christus ook zijn Zaligmaker is. We laten Erskine zelf aan het woord: ‘Ik herinner me in het bijzonder, enkele dagen of weken nadat de Heere de angsten van haar geest had gestild, dat zij en ik met elkaar in mijn studeervertrek zaten. Terwijl wij met elkaar over de dingen van God spraken, behaagde het de Heere om het voorhangsel te scheuren en mij een helder gezicht van de weg der zaligheid en verlossing te geven, die naar mijn gedachte mijn ziel tot berusting in Christus als in een nieuwe en levende weg van zaligheid bracht. Hierna leefden zij en ik met elkaar vele jaren in aangenaamheid; haar gesprekken en gezelschap waren het meest genoeglijk, opbouwend en nuttig voor mij.’ Elders schrijft Erskine: ‘Ik ben er zeker van, zekerder dan ik was van wat dan ook, dat Hij mijn hart ertoe bracht om Hem te aanvaarden. Dat was op 26 augustus van dit jaar (1708). Ik weet zeker dat Hij nooit Zijn eigen verbond zal verloochenen.’ Na het overlijden van zijn vrouw – op 39-jarige leeftijd – schrijft hij aan zijn zuster dat Alison door de Heere is gebruikt als een gelukkig werktuig om niet alleen zijn gezin te bouwen en te beplanten met jonge olijfbomen, maar ook als een werktuig van veel goeds en tot opbouw van zijn ziel. ‘Ook tot een liefelijk instrument in het brengen van mij tot het kennen van Christus en van de godsdienst.’
BEMOEDIGING
Zoals het gesprek tussen Alison en zijn broer Ralph het begin is van Ebenezers bekering, zo is het gesprek dat hij enkele weken voor haar sterven van haar en enkele vriendinnen hoort tot zijn bemoediging. Het is in de dagen dat het Het merg van het Evangelie van Edward Fisher op de Algemene Vergadering van de Schotse kerk wordt veroordeeld, terwijl het een juweeltje is om het onderscheid tussen Wet en Evangelie helder te maken.
Erskine schrijft: ‘Ik hoorde haar op de bank achter het oostelijk venster praten over de Marrow of Modern Divinity en enkele punten die toen onder ons in bestrijding waren. Ik luisterde en hoorde mijn waardige liefste tot mijn verwondering en bewondering spreken over de vrijheid van het verbond der genade, over de natuur van het geloof en over enkele andere punten. In mijn hele leven kon ik niet één voor dit doel betere voorbereide rede gedaan hebben.’
Kort na haar sterven schrijft zijn broer Ralph op een blanco bladzijde in Alisons bijbeltje: ‘De wet bracht haar tien geboden voort, en toen werd zij door genade ontbonden. Deze heilige deed tien kinderen geboren worden en toen nam de heerlijkheid haar plaats in.’
Deze woorden heeft Ebenezer laten ingriffen op haar grafsteen, waaronder eerder haar zoontjes Henry, Alexander en Ralph en – drie maanden na haar dood – dochtertje Isabel van vier jaar werden begraven.
Ds. M. van Kooten is predikant van de hervormde gemeente te Elspeet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 2017
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 2017
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's