De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BIJBEL IS GEZAGHEBBEND

Bekijk het origineel

BIJBEL IS GEZAGHEBBEND

Gereformeerde hermeneutiek vandaag [2, slot]

10 minuten leestijd

Als we de Bijbel lezen, is er sprake van een gezagsverhouding. Het ‘subject’ van de zender blijkt ook het ‘Subject’ met een hoofdletter te zijn: God spreekt! Dat maakt de vraag in hoeverre de lezer of hoorder een eigen inbreng heeft bij de interpretatie wel heel spannend.

Aan het spreken van God mag immers geen eigen uitleg gegeven worden, aldus de gereformeerde traditie. Het ‘alzo spreekt de Heere’ heeft hier het laatste woord.

Volgens docenten van de Theologische Universiteit in Kampen (TUK) zou de lezer meer invloed op de uitleg van de tekst moeten krijgen dan in het verleden het geval was. Ze sluiten in de onlangs verschenen bundel Gereformeerde hermeneutiek vandaag. Theologische perspectieven aan bij nieuwere ontwikkelingen in de hermeneutiek. Deze nieuwe stap op het gebied van de hermeneutiek is het resultaat van een nieuwe doordenking hoe het ‘subject’ van de zender, het ‘object’ van de tekst en het ‘subject’ van de lezer zich tot elkaar verhouden. Dit betekent dat de ‘objectiviteit’ van de tekst die voor ons ligt, minder bepalend is dan voorheen.

SPANNING

Dat geeft spanning, omdat van oudsher de objectiviteit van de tekst, juist omdat de tekst naast mensenwoord allereerst en vooral Woord van God is, in de gereformeerde traditie meer accent krijgt dan de subjectieve interpretatie van de lezer. God spreekt immers door de tekst met gezag tot ons. En wij dienen allereerst te luisteren. Spreek, Heere, want Uw knecht hoort!

Door de nadruk die de nieuwe bundel legt op de relatie tekstlezer vindt er onmiskenbaar een verschuiving plaats, afwijkend van het verleden, toen de objectiviteit van de tekst leidend was in de bezinning.

De Bruijne schetst hoe de theologie heeft gereageerd op de Verlichting met haar rationalistische inslag. Er waren grofweg twee reacties. De ene reactie ging het objectieve van de bijbeltekst (de objectief-traditionele lijn) steeds meer onderstrepen. Dit is de lijn van de theologen van gereformeerde huize, zoals Kuyper en Bavinck. Zij en anderen gaan aan de leer over het Schriftgezag een alles funderende betekenis geven. Aan iedere uitspraak over God en Zijn werk gaat het geïnspireerde karakter van de Bijbel vooraf. Hierdoor beoogt men zekere objectieve kennis en zekerheid te bereiken.

WISSELWERKING

De andere lijn kunnen we omschrijven als de eigentijds-subjectieve. Dat is de lijn van Friedrich Schleiermacher, die de moderne Schriftkritiek pareerde op een subjectieve manier door te stellen dat níet de Bijbel geïnspireerd was maar de bijbelschrijvers en de christelijke gemeente die met de Bijbel omgaat. Via de tekst van de Bijbel leven wij ons in de geest van de bijbelschrijvers in, komen wij hun bedoelingen op het spoor en ontdekken we ook de bedoeling van God als eerste Auteur van de Schrift.

Schleiermacher geldt als de vader van de moderne hermeneutiek. De betekenis van de tekst ligt niet zozeer in de tekst zelf en komt ook niet tot stand door de tekst goed te exegetiseren, maar is grotendeels afhankelijk van de wisselwerking tussen zender en ontvanger (= lezer).

Er wordt in Gereformeerde hermeneutiek vandaag geen keuze gemaakt tussen beide lijnen, maar de wijze waarop de bundel spreekt over het verstaan van de Bijbel, tendeert naar een tussenpositie. Hierbij leunen de auteurs meer aan tegen de subjectieve lijn dan dat ze de traditioneel-objectieve lijn doortrekken.

De wisselwerking tekst-lezer krijgt alle nadruk. Dat is ook niet verwonderlijk gezien het uitgangspunt van deze bundel: hermeneutiek, ook gereformeerde hermeneutiek, is vooral een kritische reflectie van verstaansprocessen.

LETTERLIJKE TEKST

Bij de presentatie van het nieuwe boek viel ds. A. van der Dussen, Nederlands gereformeerd predikant, deze positiebepaling van de auteurs bij. Hij vindt het moedig dat de nieuwere hermeneutiek een royale plaats krijgt binnen de TUK. Daardoor krijgt heel de theologie een ander aanzien.

Hij duidt dat aan met de volgende kernzinnen: het subject krijgt een centrale rol; het eigen perspectief waarmee een mens in de wereld staat en de Bijbel leest, krijgt zo veel meer aandacht; het historische denken wordt verdisconteerd; in de omgang met de Bijbel ziet men af van het toekennen van een definitieve betekenis aan de tekst; de viervoudige Schriftzin wordt gerehabiliteerd.

Van der Dussen kan zich daarin vinden, maar vraagt zich wel af of het onderzoek naar de letterlijke tekst niet veel steviger neergezet kan worden. Onderzoek naar de letterlijke tekst is vanuit gereformeerd gezichtspunt van onopgeefbaar belang, zeker ook met het oog op de toenemende evangelicalisering en dus van subjectivering.

Op dit punt vallen we hem bij. Het lijkt ons heel moeilijk om het objectieve van de tekst als het Woord van God op den duur vast te houden, wanneer het subject centraal komt te staan. Is het niet een te hoge prijs die betaald wordt, als we nu ook het subject centraal gaan stellen? Geven we daarmee niet op wat in de oudere gereformeerde theologie in de school van Kuyper en Bavinck (zoals bij S. Greijdanus, hoogleraar aan de toenmalige Hogeschool te Kampen, en F.W. Grosheide) steeds centraal stond: het object van de tekst?

Het centraal stellen van de bijbeltekst heeft namelijk direct gevolgen voor de hermeneutiek. Wanneer de tekst van de Bijbel als gezaghebbend en bepalend wordt gezien, ligt het voor de hand om de regels voor de uitleg van de Bijbel uit de Bijbel zélf af te leiden.

GRONDREGEL

Een belangrijke grondregel binnen de gereformeerde hermeneutiek is vanaf de tijd van de Reformatie dat de heilige Schrift haar eigen uitlegster is (Sacra Scriptura sui ipsius interpres). Deze stelregel veronderstelt dat de Bijbel een eenheid is. De Geest, Die van Genesis tot Openbaring spreekt, spreekt Zichzelf niet tegen. Het ene Schriftwoord kan het andere niet tegenspreken. De Bijbel is geen optelsom van een aantal boeken, maar een samenhangend geheel. Elk schriftgedeelte heeft zijn plaats in het grote geheel van Gods openbaring, de ontvouwing van Gods raad tot onze verlossing in Jezus Christus.

De Bijbel is wel nauw verbonden met de verkondiging van het Evangelie, en is daarvan mede het resultaat. Wie de Bijbel als het Woord van God ziet, kan dat niet doen zonder direct te spreken over Christus als het Woord van God en de verkondiging als Woord van God.

Ook in de tijd van de Reformatie wist men wel dat het Woord van God niet samenvalt met de geschreven tekst van de Bijbel. We zien dat bijvoorbeeld aan hoe artikel 3 van de NGB over het geschréven Woord van God spreekt: het is Gods bijzondere zorg dat Hij Zijn geopenbaarde Woord bij geschrift heeft gesteld. Er is onderscheid tussen het geopenbaarde Woord en de teboekstelling van het Woord. Het spreken van God, de verkondiging van Zijn Naam, gaat aan de bijbeltekst vooraf. In de na-reformatorische tijd is er in de theologische bezinning de neiging om het geopenbaarde (en gesproken) Woord van God steeds meer te laten samenvallen met de tekst van de Bijbel en krijgt de Schriftleer mechanische trekjes.

Het is de verdienste van Kuyper en Bavinck geweest dat zij met hun organische opvatting van de Schrift de menselijke kant van de ontstaansgeschiedenis van de Bijbel hebben gehonoreerd. Maar dat resulteert er bij hen niet in dat de goddelijke inspiratie van de tekst wordt losgelaten. De Bijbel is Gods Woord, dat in mensenwoorden tot ons komt en in zichzelf gezag heeft. De wisselwerking tussen A(a)uteur en tekst gaat voorop.

De gereformeerden hebben het objectieve karakter van de Bijbel verdedigd tegenover de meer subjectieve lijn van Gunning en de ethische theologie van de negentiende eeuw. Kuyper en Bavinck wijzen dan ook de Schriftleer van Gunning af, omdat deze in hun ogen veel te subjectief is. Gunning en de latere ethischen leggen het gezag van de Bijbel vooral in de gelovige zelf en in de gelovende gemeente, die door de Heilige Geest wordt geleid. Het gezag wordt daardoor verlegd van de objectieve tekst naar de interpretatie van de gelovigen. Dat ondermijnt volgens hen de zekerheid van het geloof.

EIGEN HERMENEUTIEK

In de gereformeerde hermeneutiek zijn pogingen gedaan om een eigen hermeneutiek te ontwikkelen conform de grondregel dat de Schrift zichzelf uitlegt en dat de tekst van de Bijbel objectieve betekenis heeft en geïnspireerd is. Zo heeft Greijdanus een boek geschreven met als titel: Schriftbeginselen ter Schriftverklaring. Daarin stelt hij onder andere dat de hermeneutiek van de Heilige Schrift niet een onderdeel is van de algemene hermeneutiek (zoals bij vakgebieden als rechten, geneeskunde, natuurkunde, filosofie, letteren). Hij noemt deze hermeneutiek een hermeneutica sacra (heilige hermeneutiek).

Deze lijn wordt in de bundel van de TUK afgewezen (blz.30). Daarmee buigt de bundel af van wat Greijdanus destijds zag als de opgave van de gereformeerde hermeneutiek: regels opstellen vanuit de Schrift zelf. We merken bij Greijdanus de doorwerking van wat G.C. Berkouwer heeft genoemd het ‘isolement van de gereformeerde Schriftbeschouwing’.

B. Wentsel schrijft, daarop voortbordurend, dat de traditionele gereformeerde Schriftbeschouwing zich in een uitzonderingspositie bevindt ten opzichte van andere beschouwingen (artikel in gereformeerd maandblad Bezinning, 1962). Hij noemt daarin vijf punten, die karakteristiek zijn voor de gereformeerde schriftopvatting:

1. het formele schriftgezag (‘er staat geschreven’)

2. de grafische of verbale inspiratie (niet alleen de bijbelschrijvers maar ook de opgeschreven woorden zijn geïnspireerd)

3. de eenheid van de Bijbel (de ene schrijver legt andere accenten dan de andere, maar het is wel die ene Geest Die hen tot eenstemmigheid brengt)

4. geen schriftkritiek (vanuit de Bijbel kan er geen kritiek op de Bijbel zelf gegeven worden)

5. bewijsplaatsen (de zogenaamde loca probantia) vanuit de Schrift hebben hun waarde (het is niet verkeerd om op zorgvuldige wijze bijbelteksten te noemen bij ieder dogma)

UITBOUW

We zien door de jaren heen dat de uitbouw van de gereformeerde schriftleer aan de TUK niet gezocht wordt in de richting van een doordenking van deze ‘heilige hermeneutiek’. De gedachte alleen al dat er een ‘heilige hermeneutiek’ zou zijn, roept weerstand op. Het wordt direct in verband gebracht met biblicisme en fundamentalisme.

We citeren Wentsel: ‘Deze enigszins geïsoleerde positie van de gereformeerde theologie is niet prettig, heeft het getij tegen, lijkt conservatief. Het wordt uitgemaakt voor: fundamentalistisch, formalistisch, orthodoxistisch, biblicistisch, buchstablisch. Toch is het de vraag of deze woorden haar recht doen: een diepere bezinning op deze problemen doet beseffen dat er meer achter zit. Het ‘er staat geschreven’ is een crux voor velen. Maar het is ook een bevrijdende werkelijkheid in een wereld zonder gezag. Het is een achteruitgang als deze werkelijkheid, omdat het getij tegen is, wordt prijsgegeven.’

‘Uitbouw van de gereformeerde schriftleer’ is ook in onze tijd nodig. Het is moedig van de TUK om dit te doen. Maar de richting waarin gebouwd wordt, lijkt ons niet de goede richting. Er wordt te weinig recht gedaan aan de bronnen van de eigen traditie.

Het lijkt wel alsof – uit vrees voor de beschuldiging van fundamentalisme – er geen ruimte meer is voor een eigensoortige gereformeerde hermeneutiek die niet bij voorbaat uitgaat van een theorie over verstaansprocessen, maar de regels opspoort voor de uitleg vanuit de geïnspireerde tekst van de Bijbel zélf. En dat alles met het oog op de verkondiging van het Evangelie, ook in onze moderne tijd. Daar is behoefte aan. Hoe spreekt God tot ons?! Hoe kunnen we de luisterhouding van Samuël ons eigen maken: ‘Spreek, Heere, Uw knecht hoort’?

ANDER FUNDAMENT

In de Angelsaksische theologische wereld bestaat, volgens onze inschatting, minder watervrees om het objectieve karakter van de Bijbel te handhaven. De Bijbel is gezaghebbend. Het is de levende God Die tot ons spreekt door Zijn Woord en Geest. We denken aan de recente publicatie The Enduring Authority of the Christian Scriptures (D.A. Carson, red.), waarin op grondige wijze de gereformeerde Schriftleer aan de orde komt en verder uitgewerkt wordt.

Het is onze hoop dat de uitbouw van de gereformeerde schriftleer plaatsvindt op het fundament van een hermeneutiek die principieel inzet bij de geïnspireerde tekst van de Bijbel in lijn met de klassiek-gereformeerde theologie. Wat ons betreft een hernieuwde hermeneutica sacra.

Ds. M.A. Kuijt is predikant van de hervormde gemeente te Wijk (bij Heusden).


Ds. N.M. van Ommeren is predikant van de hervormde gemeente te Nieuwendijk.


N.a.v. Ad de Bruijne en Hans Burger (red.), ‘Gereformeerde hermeneutiek vandaag. Theologische perspectieven’ (TU-Bezinningsreeks deel 18), uitg. De Vuurbaak, Barneveld; 284 blz.; € 22,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 2018

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

BIJBEL IS GEZAGHEBBEND

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 2018

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's