ZIELZORG S.V.P.
Naar aanleiding van het verschijnen van het boek Goed gereedschap is het halve werk sprak Harmke Zonnebeld voor het Nederlands Dagblad met beide auteurs Kees en Margriet van der Kooi. Kees (65) is hoogleraar systematische theologie aan de Vrije Universiteit, Margriet (64) is geestelijk verzorger in onder meer het St. Antonius Ziekenhuis in Woerden.
NEDERLANDS DAGBLAD
Het gesprek gaat over het belang van goede theologie (goed ‘gereedschap’) voor het pastoraat.
‘Pastoraat is tegenwoordig zoiets als nabij zijn. En natuurlijk, dat is belangrijk. Maar er mag ook gesproken worden’, zegt Margriet, omringd door boekenkasten in de studeerkamer van een groot, wit huis in Driebergen waar zij en haar man Kees wonen. ‘Een geestelijk verzorger is niet iemand die alleen maar spiegelt en andere psychologische methoden gebruikt. Pastoraat is geen evangelisatie, maar een geestelijk verzorger reikt wel iets aan vanuit zijn eigen traditie.’ (…)
‘Wij vinden het belangrijk dat pastores, dominees of mensen die op een andere manier aan coaching doen, beseffen dat ze zelf ook een levensovertuiging in hun achterzak hebben’, zegt Kees. ‘Want ook wie zegt zelf geen levensbeschouwelijke overtuiging te hebben, brengt wel degelijk zijn eigen waarden mee.’
Margriet heeft in haar werk als geestelijk verzorger meegemaakt dat iemand onbewust haar eigen levensbeschouwing ‘opdrong’. ‘Ik was kort geleden bij een vrouw die een tweeling verwacht. De vader ervan is niet bekend. Ze heeft geen geld, geen woonruimte, niks.’ De maatschappelijk werkster van de vrouw vond dat er over abortus gepraat moest worden, vertelt Margriet. ‘Ik vind dit een voorbeeld van hoe de eigen overtuigingen van de maatschappelijk werkster het leven van iemand anders binnengedrongen worden, zonder je eerst af te vragen of iemand wel gediend is bij de suggestie van een abortus. Misschien had deze vrouw wel bezwaren tegen abortus vanuit haar eigen levensovertuiging, of zou een abortus niet goed vallen bij haar familie.’ Kees: ‘Grensoverschrijdend gedrag is het. Daarom gaat ons boek ook daarover: je neemt altijd je eigen inhoud mee in je begeleiding. Wees je daarvan bewust.’
Is het erg dat een geestelijk verzorger zijn eigen levensbeschouwing meeneemt in zijn werk?
Kees: ‘Dat is een gegeven. De vraag is hoe en op welk moment je die inhoud inbrengt. Natuurlijk dring je nooit iets op. Het moet wel aansluiten bij je gesprekspartner, vandaar ook onze vraagtekens bij de suggestie van de maatschappelijk werker van een abortus. Als dominee of geestelijk verzorger moet je kunnen bepalen wanneer je spreekt en wanneer je zwijgt, wat je inbrengt en wat juist niet, wanneer je nog een keer extra luistert en wanneer je doorvraagt. Of wanneer je iets aanreikt, bijvoorbeeld vanuit de Bijbel. Op die manier verbind je levensverhalen van mensen met verhalen uit de Bijbel. Daarom is het zo belangrijk dat je als geestelijk verzorger goed op de hoogte bent van je eigen traditie. De eigen theologische inhoud komt te weinig naar voren, in zowel de opleiding tot geestelijk verzorger als in het gesprek erover.’
Hoe merken jullie dat?
Kees: ‘De schroom onder christelijke geestelijk verzorgers is groot. Het is dus de kunst juist niet in schroomvalligheid te vervallen, maar met wijsheid, fierheid en ambachtelijkheid het werk te doen.’ Margriet: ‘Geestelijk verzorgers zijn inderdaad huiverig om naast te luisteren ook te spreken. Misschien heeft dat met vroeger te maken, toen een pastoraal gesprek pas compleet was als er uit de Bijbel gelezen werd. Maar het gaat mij erom dat je mensen geen stenen voor brood geeft, dat je ze een bite geeft waar ze op kunnen kauwen. Wij zijn geen psychologen, maar geestelijk verzorgers. Een psycholoog behandelt mensen vanwege een probleem. Wij doen dat niet. Daarom ben ik ook zo tegen de term geestelijke verzorging, alsof er iemand verzorgd moet worden. Verzorgen klinkt als: jij bent zwak.’ Kees: ‘Dat klinkt als interieurverzorging.’
Jullie gebruiken het woord zielzorg. Waarom?
Kees: ‘Het woordje ‘ziel’ in zielzorg laat zien dat mensen niet slechts een bundeltje psychologische reacties zijn, maar personen met een levensgeheim.’ Margriet: ‘De ziel heeft ook iets te maken met God. Daarbij merk ik dat de term geestelijke verzorging een hoop verwarring oproept. Mensen denken vaak als eerste aan de geestelijke gezondheidszorg, de ggz. Laatst nog sprak ik een jonge verpleegkundige die dacht dat ik iets met psychiatrie deed.’
Het boek van Kees en Margriet vertelt over concrete pastorale ontmoetingen, gevolgd door theologische reflecties daarop. Daarin wordt duidelijk dat de theologie het pastoraat beïnvloedt, en andersom. Zo lees je in hun boek over meneer Voet, die op de afdeling cardiologie ligt en aangeeft niks meer van God te snappen. Hij heeft een hartstilstand en reanimatie overleefd, maar er is nog een hartoperatie nodig. Margriet oppert het idee zijn vragen aan God voor te leggen. ‘Uw vraag aan God is: Neem mijn leven, ik wil niet meer. Laten we onze ogen sluiten, laten we luisteren. Is het mogelijk dat God spreekt?’ Meneer Voet is een poos stil. Daarna zegt hij dat hij eraan moet denken dat de dokters zeggen dat het een wonder is dat hij er nog is. ‘Blijkbaar wil God me nog niet bij zich hebben.’
Hoe beïnvloedt uw theologie een gesprek zoals dat met meneer Voet?
Margriet: ‘Ik vertrouw erop dat de Heilige Geest klaar staat om te spreken. Ik zet interventies heel bewust in, zoals het samen luisteren in het gesprek met meneer Voet. Stiltes in het gesprek moeten benut worden om de Geest van God de kans te geven iets te zeggen. Soms komt iemand op een lied, of op een regel uit een gedicht, of op een tekst uit de Bijbel. En dat verken je dan samen weer.’
Soms beïnvloeden gesprekken de theologie, schrijven jullie. Kunt u daar een voorbeeld van noemen?
Kees: ‘In het pastoraat merk je dat het leven af en toe rommelig is. Die rommeligheid heeft met van alles te maken: met kinderen, seksualiteit, het runnen van een bedrijf en de omgang met werknemers. Die rommeligheid en levenservaring helpen mij om over het begrip zonde na te denken, want een gezonde zondeleer helpt om met die rommeligheid van het leven om te gaan. Zo ontdek je dat God genadig is en dat Hij juist in de rommeligheid wilde neerdalen. Die rommeligheid heeft ook mijn denken over de zondeleer beïnvloed. Mijn zondeleer en genadeleer bestaan niet meer alleen uit een paar harde lijnen. Ze zijn vloeiender geworden.’
Kunt u dat uitleggen?
‘Eerder verwoordde ik zonde in de eerste plaats als opstand. Opstand tegen God. Nu verwoord ik zonde eerder in termen van vervreemding. Vervreemding van ons eigen leven, van de schepping, van anderen. Vervreemding ten opzichte van je ouders, je partner, je vrienden. Voor mij is vervreemding een belangrijk woord geworden, hoewel dat element van opstand niet geheel afwezig is. Maar de gestalte waarin zonde verschijnt in ons leven is vaker die van vervreemding dan van bewuste opstand. In vervreemding kom je terecht, je raakt erin verzeild. Het is niet zo dat je altijd maar bewust je kont tegen de krib gooit.’ Margriet: ‘Ik had eens een gesprek met een vrouw die een ingewikkelde relatie met haar ouders had. Zij voelde zich daar schuldig over en kwam daardoor geen stap verder. Ze zat zichzelf gewoon in de weg. Dan helpt het meer om vanuit vervreemding te praten: wat is er nu gebeurd?’
Jullie zeggen ook liever dat mensen in staat zijn tot alle zonde, in plaats van geneigd zijn tot alle zonde. Waarom?
Kees: ‘Geneigd tot alle zonde wordt vaak uitgelegd alsof je constant geneigd bent die ander een rotschop te geven. Maar in veel situaties heb je helemaal niet de neiging kwaad te doen. Wat bedoeld wordt, is dat wij in bepaalde omstandigheden in staat zijn die dingen te doen.’ Margriet: ‘Het is een opluchting dat we niet voortdurend geneigd zijn een verkeerde kant te kiezen. Er is gelukkig ook heel veel goedheid.’
Vanaf de jaren tachtig wordt in het pastoraat sterk de vraag gesteld wat er te leren valt van de psychologie en psychotherapie. Het echtpaar Van der Kooi laat zien dat het hoog tijd is om het eigene van de theologie in het pastoraat te waarderen. Het doet denken aan de uitspraak van Miskotte: ‘‘Leer’ is nodig om stevig in je schoenen te staan.’ Tegelijk wordt ook heel mooi duidelijk gemaakt dat dogmatiek een praktische, op het leven gerichte wetenschap is die ook wil luisteren naar de signalen uit de pastorale realiteit. Zo behoudt leer zijn soepelheid.
Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 2018
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 2018
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's