De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

WONDERLIJK GEMAAKT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WONDERLIJK GEMAAKT

J.H. van Bemmel zet thema schepping en evolutie in ander licht

5 minuten leestijd

Als het gaat om de schepping van hemel en aarde, kunnen we slechts heel bescheiden spreken, vindt prof. dr. ir. J.H. van Bemmel. We waren er immers niet bij. Onderzoek ernaar doen mag wel, als we daarbij maar recht doen aan wat God er Zelf over geopenbaard heeft.

In Waar was je? Geloven na Darwin en Hubble levert Van Bemmel een eigen bijdrage aan het debat over het thema schepping en evolutie. Bij hem staat de verwondering centraal.

Het boekje verschijnt op een tijdstip dat tegelijk gelukkig en ongelukkig is. Gelukkig, omdat er door het verschijnen van de boeken van Gijsbert van den Brink en Mart-Jan Paul over schepping en evolutie veel aandacht voor dit thema is. Ongelukkig ook, omdat het gevaar niet denkbeeldig is dat er zo veel aandacht naar de twee genoemde boeken gaat dat dit boek gemakkelijk ondersneeuwt. Dat zou jammer zijn, want het is de aandacht waard.

JOB

De titel verwijst naar de woorden van God tegen Job, tegen het eind van het gelijknamige bijbelboek. Hiermee zet de Heere Job op zijn plaats nadat hij grote woorden tegen God gezegd heeft. De Heere beschrijft dan de duizelingwekkende manier waarop Hij hemel en aarde geschapen heeft en stelt ineens de confronterende vraag: en waar was jij eigenlijk toen Ik dat allemaal tot stand bracht?

Nergens natuurlijk. En zo wordt Job – en wij met hem – tot de erkenning gebracht dat wij, als het gaat om de schepping van hemel en aarde, slechts heel bescheiden kunnen spreken. Wij waren er niet bij en het gaat ons verstand volledig te boven.

In het begin van het eerste bijbelboek geeft de Heere ons er in woorden die een enorme vereenvoudiging bevatten, een bescheiden indruk van. Zelfs in die woorden gaat het ons boven de pet. Dat mag ons behoeden voor te eigenwijze woorden over de schepping. Mogen wij er dan geen onderzoek naar doen? Daar is Van Bemmel helder over: ja, dat mag, mits in bescheidenheid, en recht doend aan wat God er Zelf over geopenbaard heeft.

DARWIN EN HUBBLE

Op de kaft prijken twee namen van bekende wetenschappers: Darwin en Hubble. De eerste is de geestelijke vader van de evolutietheorie; de tweede heeft met zijn idee van de ‘big bang’ een belangrijke bijdrage geleverd aan de wetenschap van de kosmos (de kosmologie).

Met de kosmologie heeft de auteur zelf iets. Hij was jarenlang enthousiast amateurastronoom. In zijn wetenschappelijke loopbaan was hij hoogleraar medische informatica en vier jaar lang rector magnificus van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Geen bioloog of kosmoloog dus, maar wel iemand die het wetenschappelijke bedrijf van binnen kent.

Wat voor hem het voornaamste effect van zijn wetenschappelijke werk was? Verwondering. De Jobs-ervaring van het de hand op de mond leggen van verbijstering over de wijsheid en almacht waarvan de schepping spreekt. Dat is ook de prachtige bijdrage van dit boek aan het debat over schepping en evolutie.

VOORONDERSTELLINGEN

Van Bemmel contrasteert dat met de manier waarop wetenschappers vaak vergeten wat zij niet weten en waar ze dus veronderstellingen over moeten doen. Al snel vallen bij hen woorden als ‘aangetoond’, of zelfs ‘bewezen’, terwijl dat alleen geldt nadat allerlei aannamen zijn gedaan, waarvan de juistheid niet kan worden aangetoond. Vaak zitten die in ons wereldbeeld. Van Bemmel wijst met name op de populariteit van het materialisme.

Door de vooronderstellingen bloot te leggen, laat Van Bemmel op kundige wijze zien dat veel grote woorden in de wetenschap niet waargemaakt kunnen worden. Hij bespreekt de evolutietheorie, maar ook het onderwerp ‘kunstmatige intelligentie’, dat op zijn eigen professionele terrein ligt. Hij steekt zijn sympathie voor Intelligent Design niet onder stoelen of banken.

Ook in deze hoofdstukken spat de verwondering eraf. Dat maakt het een genot om dit boek te lezen. Je wordt er warm van, want je hart wordt aangesproken. Wie de auteur wel eens heeft horen spreken over geloof en wetenschap, zal in de tekst helemaal de liefdevolle manier herkennen waarop hij spreekt over de Heere God, Die alles zo wonderlijk gemaakt heeft en daarbij ons kleine mensjes op het oog had.

Eén ding heeft mij bij het lezen verbaasd, en wel dat Van Bemmel de kosmologie helemaal gevrijwaard heeft van een kritische analyse van de vooronderstellingen. Komt dat door zijn eigen passie voor de astronomie? Waar hij op haarscherpe wijze de manier beschrijft waarop de evolutietheorie afhankelijk is van behoorlijk gewaagde aannamen, laat hij de kosmologie ongemoeid.

LICHTSNELHEID

Voor hem is het boven alle twijfel verheven dat het heelal miljarden jaren bestaat. Maar is ook die theorie niet afhankelijk van aannamen? Stel dat de lichtsnelheid in de loop van de tijd veranderd is. Er hoeft maar een kleine verandering te zijn binnen de nauwkeurigheid waarmee wij kunnen meten, of de berekeningen komen er anders uit te zien. Weliswaar is het ‘theologische prijskaartje’ dat hieraan hangt bij lange na niet zo groot als dat van de evolutietheorie, maar het wringt toch met de nadruk waarmee de Heere het sabbatsgebod letterlijk genomen wil hebben en de fundering daarvan in de zes plus één scheppingsdagen. Helemaal onschuldig is het dus niet. Het zou voor de hand gelegen hebben om daar toch een hoofdstuk aan te wijden.

KLEIN WORDEN

Dat ‘losse eindje’ neemt mijn grote waardering voor dit boek echter niet weg. Er wordt heel wat wetenschappelijke informatie op begrijpelijke wijze gepresenteerd. Zonder twijfel zullen er biologen zijn die het niet met alles eens zijn. Omdat de auteur zelf geen vakbioloog is, zouden er hier en daar kleine missers in kunnen staan. Maar daar gaat het de auteur niet om. Het gaat om de verwondering, om het klein worden als wetenschapper en het je als klein mensje opgenomen weten in een gigantische kosmos. Die verwondering komt je van elke bladzijde in dit boek tegemoet.

Dr. M.J. de Vries uit Papendrecht is bijzonder hoogleraar christelijke filosofie aan de Technische Universiteit in Delft.


N.a.v. Jan H. van Bemmel, ‘Waar was je? Geloven na Darwin en Hubble’, uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam; 192 blz.; € 16,95.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 2018

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

WONDERLIJK GEMAAKT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 2018

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's