EEN PERSOON, GEEN KRACHT
Ds. A.J. Zoutendijk werkt dissertatie om naar boek
Het is van groot belang dat we de Heilige Geest zien als een Persoon en niet alleen maar als een kracht die van God uitgaat. De Geest is echt voluit ‘God voor de derde keer’. Ds. A.J. Zoutendijk en dr. W.M. Dekker bieden een gedegen studie over de persoon van de Geest.
In het boek De Geest onderscheiden. Een bijbels-theologisch, theologiehistorische en dogmatische studie over de Heilige Geest als persoon wordt vanuit drie gezichtspunten nagedacht over Wie de Heilige Geest is. Ds. A.J. Zoutendijk, verbonden aan de wijkgemeente Jacobikerk te Utrecht, biedt een zorgvuldige weging van de bijbels-theologische gegevens uit het Oude en Nieuwe Testament en vervolgens een theologiehistorische benadering van de wijze waarop er gedurende twee millennia in de kerk verder is doorgedacht over de Geest. Ik feliciteer hem ermee dat hij op deze wijze de vrucht van jarenlange studie en bezinning kan publiceren, nu een door hem indertijd begonnen promotietraject vanwege een ziekteperiode gestrand is.
PERSOON
Het derde gezichtspunt komt voor rekening van dr. W.M. Dekker uit Waddinxveen. Het gaat er dan in een systematische afronding om hoe er vandaag op verantwoorde wijze over de Geest gesproken kan worden. De auteurs willen bijdragen aan het onderscheiden van de Geest en zo aan het beproeven der geesten, of zij uit God zijn. In die opzet zijn ze zeker geslaagd. Hun onderzoeksvraag is of en in welke zin de Heilige Geest een persoon genoemd kan worden, in hoeverre dit persoon-zijn Zijn werk bepaalt en wat de praktische betekenis hiervan is voor de christelijke gemeente en de geloofsbeleving. Het begrip ‘persoon’ wordt gedefinieerd als ‘zelfstandig opererend menselijk of goddelijk wezen vanuit en in verbondenheid met andere personen’. Dit wordt onderscheiden van het begrip ‘individu’: een mens los van andere mensen. De kerk ontkent dat God drie individuen is, want Vader, Zoon en Geest kunnen niet onafhankelijk van elkaar bestaan. Wanneer de Geest een persoon genoemd wordt, veronderstellen we daarmee dat de Geest ‘relatief zelfstandig’ kan horen, spreken en handelen omdat Hij beschikt over rede, vrijheid, macht en emotie.
SCHAKERINGEN
Waar herkennen we in de Schrift de eigenheid en zelfstandigheid van de Geest? In het Oude Testament krijgt de Geest nog weinig profiel. Er is een ontwikkeling van het spreken over de Geest in de richting van een meer persoonlijke opvatting, een hypostasering (tot zelfstandigheid verheffen, red.), die voorbereidt op de vollere openbaring in het Nieuwe Testament. Bij de nieuwtestamentische gegevens wordt afzonderlijk gekeken naar de brieven van Paulus, Lukas en Handelingen en ten slotte naar het Evangelie en de brieven van Johannes.
‘De Heilige Geest is de wezenlijk met God en Christus verbonden Persoon die in de gelovigen woont’
Telkens komen de volgende aspecten aan de orde: de Geest en de gelovigen; de Geest en het eschaton (het voltooide koninkrijk van God); de Geest en de geschiedenis; de Geest en het lijden; de Geest en de tegenstand; de Geest en Christus; de Geest en God (de Vader) en de zelfstandigheid van de Geest (en daarmee de Geest als persoon). De winst van deze benadering is dat we zicht krijgen op de verschillende accenten die de onderscheiden auteurs in het Nieuwe Testament leggen. Wanneer we zonder meer alle teksten die over de Geest spreken bij elkaar zouden ‘optellen’, verliezen we de schakeringen uit het oog. Nadeel is wel dat geen aandacht wordt besteed aan een aantal gedeelten uit het Nieuwe Testament die niet binnen de drie genoemde categorieën vallen.
De rijke bespreking van de vele relevante bijbelteksten loopt uit op de volgende beschrijving van de identiteit van de Geest: ‘De Heilige Geest is de wezenlijk met God en Christus verbonden persoon die in de gelovigen woont en de wereld door lijden en tegenstand heen uitdrijft naar het eschaton.’
PRIMAIRE BRONNEN
Het grootste deel van het boek is gewijd aan een stevige verkenning van het denken over de identiteit van de Geest na het Nieuwe Testament tot op de dag van vandaag. Daarbij moesten uiteraard keuzes worden gemaakt. Ik volsta met het noemen van een aantal theologen die de revue passeren: Irenaeus, Tertullianus, Basilius, Augustinus, Calvijn, Schleiermacher, Gunning, Barth, Noordmans, Van Ruler, Berkhof, Pannenberg, Moltmann, Schoonenberg. Hier vinden we veel informatie in kort bestek. De compacte en toch soms redelijk uitgebreide beschrijvingen (zestien pagina’s over Basilius!) kunnen goed dienen als eerste oriëntatie voor wie zich verder in de denkwereld van de besproken theologen wil verdiepen. De omschrijving van de diverse posities is voor de minder theologisch onderlegde lezer wel hoog gegrepen. Een sterk punt is dat steeds van primaire bronnen wordt uitgegaan, dus van wat de verschillende auteurs zelf over het onderwerp schreven, terwijl secundaire literatuur pas in tweede instantie, en dan nog terughoudend, is benut.
GOLGOTHA
Als conclusie van het dogmenhistorische deel komt onder meer naar voren dat het eschatologische element (de betrokkenheid van de Geest op de grote Toekomst) vanaf het begin van de Middeleeuwen sterk terugtreedt en eigenlijk pas in de twintigste eeuw weer terugkeert. Dit zal volgens de auteurs te maken hebben met de opkomst en het verval van het corpus christianum, de gekerstende cultuur en maatschappij. In de twintigste eeuw als eeuw van secularisatie is dit bijbelse element in de pneumatologie herontdekt.
In de westerse traditie heeft het persoon-zijn van de Geest in navolging van Augustinus dikwijls weinig profiel gekregen. In de moderne tijd wordt de eenheid van God en de wereld sterk benadrukt (Hegel!), waardoor het niet altijd lukt om het tegenover van de Geest voldoende een plaats te geven. Dr. O. Noordmans heeft hier terecht de vinger bij gelegd en benadrukt dat de Geest vrij blijft, zelfs tegenover de gestalten die Hij zelf geschapen heeft. Hij sluit zich nooit op in zulke gestalten (organisaties, ervaringen, vormen), maar breekt ze open en houdt zo de lijnen naar de wereld en de toekomst open.
In het laatste deel van het boek haalt dr. Dekker als systematisch theoloog op originele wijze de oogst van de voorgaande verkenningen binnen. Voor mij roept dit deel de meeste vragen op. Zo stelt de auteur de vraag of we de noodzaak van een trinitarisch onderscheid tussen de goddelijke personen kunnen aangeven. Zijn antwoord is dat de wortel van de triniteitsleer (leer van de drie-eenheid, red.) op Golgotha ligt. Bij de kruisdood van Jezus kon de kerk niet zeggen: ‘Dit is nu het einde van God.’ Ze kon echter ook niet zeggen: ‘Dit heeft met God Zelf niet te maken.’ De kruisdood van Christus noodzaakt dus echt tot de onderscheiding van Vader en Zoon. Bij de godverlatenheid aan het kruis wordt de eenheid van God bijna uiteengetrokken. En dat maakt pas de persoon van de Heilige Geest werkelijk noodzakelijk. De Geest houdt Vader en Zoon bijeen in de hoogst mogelijke tegenstelling. ‘De Geest is de band die maakt dat God niet breekt.’ (p.178)
Ik vind het aansprekend om de plaats van de Geest te overwegen bij het dieptepunt van Christus’ lijden en dat met het oog op de verhoudingen binnen Gods drievuldig wezen. Dat daarmee voor ons denken de noodzaak van Gods drie-enig bestaan is aangetoond, gaat mij echter te ver. Het geheimenis van de drie-eenheid blijft onze logica altijd te boven gaan. We kunnen slechts achteraf nadenken over Gods wijsheid in Zijn openbaring als Vader, Zoon en Geest.
GEHEIMENIS
Dekker wil het begrip ‘persoon’ niet op God als de Drie-enige toepassen en kiest voor ‘leven’. God is ‘één Leven in drie personen’. Ik ben beducht voor een tekort doen aan Gods eenheid, omdat ‘leven’ toch minder persoonlijk klinkt en kan worden opgevat als een gemeenschappelijke eigenschap van de drie ‘personen’. Dekker schrijft overigens zelf ‘dat ook de ene God, als gemeenschap van personen, persoonlijk van aard is.’ We worstelen hier met de taal en wie betere termen weet voor Gods geheimenis moet het maar zeggen.
Ten slotte treffen we beschouwingen aan over de wijze waarop de Geest onderscheiden is en blijft van enerzijds de wereld en de geschiedenis en anderzijds van de christelijke gemeente en van Zijn eigen werkingen in de mens. Het is goed dat er nadruk wordt gelegd op het kritische tegenover van de Geest, maar daarnaast lijkt het mij evenzeer van belang aandacht te hebben voor de realiteit van het leven van de wedergeboorte en voor de vele gaven en werkingen die de Geest hier en nu al in de gemeente van Christus geeft. Het boek sluit af met een aantal – wel bijzonder beknopte – toepasselijke lijnen naar de gemeentepraktijk.
Dr. J. Hoek uit Veenendaal is emeritus hoogleraar gereformeerde spiritualiteit.
N.a.v. Willem Maarten Dekker en Andries Zoutendijk, ‘De Geest onderscheiden. Een bijbels-theologisch, theologiehistorische en dogmatische studie over de Heilige Geest als persoon’, uitg. Boekencentrum, Utrecht; 192 blz.; € 24,99.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's