De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ZAAK VAN LEVEN OF DOOD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ZAAK VAN LEVEN OF DOOD

Over het lezen van gelijkenissen [3]

5 minuten leestijd

Jezus zegt tegen iemand: ‘Volg mij.’ De man reageert met het verzoek: ‘Sta mij toe dat ik eerst mijn vader begraaf.’ Een alleszins redelijk verzoek. Maar Jezus reageert afwijzend. ‘Laat de doden hun doden begraven...’ (Luk.9:59,60)

Waarom zou je je vader niet mogen begraven? Als je dit verhaal leest, dringt die vraag zich meteen op. Je loopt immers niet weg voor de begrafenis van je vader; je wilt hem de laatste eer bewijzen. Jezus heeft echter veel minder begrip. Hij reageert kritisch, zelfs op het botte af. Met een beeldspraak van één zinnetje zegt Hij: ‘Laat de doden hun doden begraven.’ Wat is hier aan de hand? Het is nota bene het vijfde gebod: ‘Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de Heere, uw God, u geeft.’ (Ex.20:12) Hoort de laatste eer daar niet bij?

EER-CULTUUR

We zullen ons er hier bewust van moeten zijn dat je in een eer-cultuur eigenlijk nooit een verzoek weigert. Als iemand een gunst van je vraagt, zeg je niet zomaar nee. Vooral niet als die persoon een respectabele positie heeft in de samenleving, zoals Jezus in deze geschiedenis. Hij is een Rabbi, een geestelijke Leider. Dan zeg je niet recht in iemands gezicht: ik wil niet of ik doe het niet.

Waarom? Omdat je daarmee niet in de eerste plaats iets over jezelf laat weten – ‘ik heb er geen tijd voor of geen mogelijkheden’ – maar je vooral die andere persoon afwijst. Je zegt in wezen: ‘Ik vind u niet de moeite waard om andere plannen voor opzij te schuiven. Ik heb belangrijkere zaken te doen, ik heb u niet zo hoog.’ Dat is een enorme belediging, waarmee je de ander in wezen minacht en aantast in zijn of haar eer.

NIET OVERLEDEN

Dat is hier ook het geval. Daarom gaat het niet simpel over de vraag of je als volgeling van Jezus wel voor je ouders mag zorgen. Het gaat om iets anders. In onze cultuur is het zo dat iemand die overleden is, na een dag of vijf wordt begraven. In het Midden-Oosten is dat altijd binnen 24 uur. Dat was ook het geval in de tijd van Jezus. Dat betekent dus dat de vader van deze man nog helemaal niet is overleden. In dat geval zou deze man namelijk niet met Jezus staan te praten; dan zou hij thuis zijn, bij zijn familie, om alles in orde te maken voor de begrafenis. Hij zou als gastheer de mensen ontvangen die dan gekomen zouden zijn om met de familie te rouwen. Dat is dus totaal niet aan de orde. Het kan nog lang duren voor zijn vader daadwerkelijk overlijdt.


De vader van deze man is nog helemaal niet overleden


FAMILIE CENTRAAL

Waar gaat het dan wel om? ‘Het begraven van je vader (of moeder)’ is in het Midden-Oosten een uitdrukking die veel meer inhoudt dan het regelen van de daadwerkelijke begrafenis. Het betekent dat je voor je ouders zult zorgen totdat ze zijn overleden. In het Midden-Oosten is het de gewoonte dat ouders voor hun kinderen zorgen en als zij dat niet meer kunnen, worden de rollen omgedraaid. Als kinderen volwassen worden en gaan trouwen, blijven ze bij hun ouders wonen. Er wordt een verdieping boven op het huis gebouwd of een kleine woning ernaast. Iedereen draagt financieel bij aan het levensonderhoud. Eerst zijn dat voornamelijk de ouders; later dragen de kinderen ook bij en ten slotte zijn het voornamelijk de kinderen die geld inbrengen. De hele familie leeft van wat er door iedereen wordt ingebracht. Als iemand ziek wordt of werkeloos, dan wordt dat dus door de andere familieleden opgevangen. En als de ouders te oud zijn om nog te werken, is die gemeenschappelijke financiële pot hun AOW. Het is als kind je plicht en je eer om bij te dragen aan de verzorging van je ouders. Zo werkt dat in een samenleving waar de familie centraal staat. Wanneer je je dus aan die eervolle plicht onttrekt, dan ga je in tegen het primaire levenssysteem. Dat is onmogelijk.

ANDERE ORDE

Dat is waar deze man op doelt. ‘Ik wil U best volgen, Heere, maar pas nadat ik aan al mijn aardse verplichtingen heb voldaan en’ – want dat ligt voor de hand – ‘mijn kinderen voor mij gaan zorgen’.

Het klink bijna als een excuus, een smoes zelfs, want de kans is groot dat als zijn vader overleden is, hij aan het volgen van Jezus niet meer toekomt. Zo zegt hij op een respectvolle en voor de cultuur acceptabele manier ‘nee’ tegen een verzoek van deze Rabbi.

Jezus doorziet dat. Hij prikt daar doorheen en maakt duidelijk hoe de zaken er werkelijk voor staan. Het volgen van Jezus is niet een interessante optie naast alle andere dingen in het leven. Het is iets van een andere orde. Het volgen van Jezus gaat over zaken van leven en dood. Het gaat om iets wat in urgentie ver boven de dagelijkse bezigheden en zelfs de dagelijkse zorg van ouders uitgaat. We zijn gemaakt voor God; Jezus is de bron van ons leven. En als kinderen worden we aan onze ouders toevertrouwd, opdat zij ons bij God brengen. Ouders zijn er dus om ons te leren Jezus te volgen. Zij mogen daarvoor nooit een belemmering vormen. Er kan geen concurrentie zijn tussen ouders en Jezus. En als dat wel zo is, zegt Jezus, dan is er alleen leven als je Mij volgt. Wie zijn leven of de relatie met zijn ouders krampachtig wil bewaren, die zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Christus’ wil, die zal het vinden. Alleen zo kunnen we onze ouders op de juiste wijze benaderen en de zorg voor hen op waarde schatten. Jezus verbiedt ons die zorg niet. Evenmin verbiedt Hij dat we onze ouders de laatste eer bewijzen. Hij zet het wel in het juiste perspectief.

Prof. dr. B.J.G. Reitsma is bijzonder hoogleraar op de leerstoel ‘De kerk in de context van de islam’ aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.


Volgende week deel 4 in deze serie, over de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard uit Mattheüs 20.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

ZAAK VAN LEVEN OF DOOD

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's