ZORGEN ROND ‘KERK 2025’
Consideraties: middel om op te roepen tot koerswijziging
Voor 1 maart moeten kerkenraden en classicale vergaderingen zich uitspreken over een derde pakket kerkordewijzigingen, het zogenaamde considereren. In haar vergadering van 19 en 20 april wil de synode nieuwe ordinanties en teksten vaststellen.
Het gaat in dit derde pakket met name over samenwerking tussen gemeenten, de taken van de classicale vergadering en de losmaking van predikanten. De voorstellen zijn gevolgtrekkingen uit het vorig jaar aangenomen rapport ‘Naar een cultuur van mobiliteit’. Achter dit rapport gaat en wil de synode niet terug. In zekere zin zijn de voorgestelde wijzigingen dus onontkoombaar. In kerkenraden en classes kan de gedachte leven dat considereren daarom weinig zin heeft, mede omdat men ervaart dat kritische consideraties vaak maar weinig effect hebben. Anderzijds bieden consideraties een wettig middel om zich uit te spreken over de koers van de kerk en de kerk op te roepen tot een verantwoorder weg. We roepen kerkenraden dan ook op zich gewetensvol over de voorstellen te buigen en de uitkomsten hiervan ter kennis te brengen van het breed moderamen van de classis.
VOORLICHTING
De vraag wordt wel gesteld waarom de Gereformeerde Bond niet uitvoeriger voorlichting geeft rond het totale traject ‘Kerk 2025’. Heel wat kerkenraden en gemeenten ervaren immers vervreemding bij dit hele gebeuren. We zijn nog maar amper gewend aan het deel uitmaken van de Protestantse Kerk nu opnieuw een forse verbouwing van de kerkelijke structuur op stapel staat. Van een aantal veranderingen ontgaat ons, in onze plaatselijke situatie, de noodzaak. Als je een vitale gemeente mag dienen, een goed functionerende classicale vergadering mag hebben en als predikant op gegeven tijden een nieuwe gemeente mag gaan dienen, zie je de noodzaak van ‘Kerk 2025’ niet zo. Toch moeten we ook verantwoordelijkheid nemen voor de vele situaties in classes en gemeenten en bij predikanten waar het tegenovergestelde aan de orde is – daaronder zijn ook hervormd-gereformeerde gemeenten. Laten we in onze consideraties overwegen of de voorstellen voor andere gemeenten, kerkenraden en predikanten helpend zouden kunnen zijn.
De taak om de gemeenten hierover voor te lichten ligt in eerste instantie bij de kerk zelf. Zij geeft hieraan invulling door classicale voorlichtingsavonden. Op deze avonden hebben kerkenraden zich een mening kunnen vormen.
BEROEPINGSWERK
De zorg en de aandacht van het hoofdbestuur ligt niet zozeer op het vlak van deze (vaak praktische) wijzigingen, hoewel bij de voorstellen waarover wij nu moeten considereren wel een vraag te stellen is bij de nieuwe rol van de classis bij het beroepingswerk. Er ontstaat een extra, mogelijk tijdrovende schijf in het beroepingswerk omdat de classis zich kan uitspreken over gewenste samenwerking met andere gemeenten. Het goede daarvan is dat de omvang van een predikantsplaats vergroot kan worden. Waar ‘Kerk 2025’ een vereenvoudiging van structuren en procedure beoogt, kan dit in de praktijk de zaak ingewikkelder maken.
We zijn principieel ook dankbaar voor de bepaling dat iedere kerkenraad een ambtsdrager naar de classicale vergadering mag afvaardigen als de classis spreekt over zaken die belijden en kerkorde aangaan.
BLEEKHEID
Nogmaals, hier liggen onze grootste zorgen niet. De kerk raakt niet in verval noch in bloei door het al dan niet bestaan van deze ordinanties. Een- en andermaal heeft het hoofdbestuur zijn grote zorg uitgesproken over de weg die de kerk zoekt om tot vernieuwing en opbloei te komen. Back to the basics klinkt als een heel bijbels, reformatorisch adagium. Maar hoe verhouden de basics (de fundamenten van ons belijden) zich tot de pluraliteit die ook in de kerkorde omhelsd en gezegend wordt? De veelkleurigheid van de kerk is een uitgangspunt geworden dat moet doorwerken in de samenstelling van classis en synode. Daar hoort een veelkleurige ambtsopleiding bij, rapporten (zoals over de prediking) die inhoudelijk een accolade om die totale veelkleurigheid slaan en daarom ook weer het gevaar van bleekheid kennen. In één woord: wij hebben zorg om de katholiciteit van de Protestantse Kerk, om de verkondiging van haar dienaren en het bewaren van alle gemeenten bij het katholieke geloof van de kerk der eeuwen. Van dat geloof leggen onze belijdenissen getuigenis af, zowel de algemene als de reformatorische belijdenissen.
GELOOF VAN DE KERK
Van de modalitaire nood is langzaam maar zeker een deugd gemaakt en van een echte protestantse identiteit is al minder en minder sprake. Het ontbreekt ons sinds 2004 aan een degelijke ecclesiologie: wat is het zelfverstaan van de kerk? Wat betekent het in de praktijk van het kerkelijk leven dat de Protestantse Kerk ‘gestalte is van de ene heilige, apostolische en katholieke kerk’ (Kerkorde artikel I-1)? Hoe buigen we als kerk gezamenlijk voor het Woord van God? Hoe bewaren en herstellen wij de innerlijke eenheid van de kerk? Hoe zorgen we ervoor dat in alle protestantse gemeenten het geloof van de kerk der eeuwen wordt verkondigd, het geloof in de Naam en het werk van de drie-enige God? En wat is de inhoudelijke betekenis van de opmerking in dit derde pakket dat de kerk de bevoegdheid tot het predikantschap verleent en beroepbaar stelt?
BEZINNING
We herkennen daarom de vraag die de Bond van Nederlandse Predikanten stelt. Deze bond ziet in ‘Kerk 2025’ een sterke stimulans om na te denken over het eigene en het wezenlijke van het ambt. ‘Juist omdat deze notitie geen expliciete uitspraken over het ambt doet, maar wel de nodige veranderingen teweeg wil brengen in het predikantschap, is volgens het bestuur van de Bond een nadere bezinning op het ambt broodnodig.’ Als Gereformeerde Bond sluiten we bij deze vraag aan met de aantekening dat we voor een gedegen ambtsvisie ook een gedegen visie op de kerk (ecclesiologie) nodig hebben. Die missen wij nu, en dat maakt het considereren lastiger.
Het is in de eerste plaats de taak van ambtsdragers om in de ambtelijke vergaderingen van de kerk deze vragen aan de orde te stellen en hierbij voorstellen te doen. Dáár zoeken wij het goede voor de kerk waartoe wij behoren. Het hoofdbestuur is geen ambtelijke vergadering, evenmin een kerk(ord)elijk orgaan. Wel weten we ons geroepen om de bezinning op deze vragen levend te houden. Dat doen we vanuit de diepe overtuiging dat de kerk zal leven door verkondiging, pastoraat en catechese die gekenmerkt wordt door gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift en gebondenheid aan de kerkelijke belijdenis. Hoe meer we lijden aan de kerk, hoe meer we bidden voor de kerk!
Ds. A.J. Mensink is voorzitter van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond en predikant van de hervormde gemeente te Elburg.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 2018
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 2018
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's