GOD IS ER ALTIJD BIJ
Drie generaties vertellen over de omgang met de Heere [2, slot]
Leed en zorgen gingen de familie Oosterom uit Waddinxveen niet voorbij. In 2011 overleed oma, een kleinkind stierf toen het zes jaar was. Toch zien Henk, Marcel en Thomas Oosterom God vooral als een liefdevolle Vader, ‘Die er altijd bij is’. Drie generaties Oosterom over hun leven met God en welke rol de kerk daarin speelt.
Alle drie leven ze mee met de Bethelkerk in hun woonplaats. Vader Henk is geboren in Ouderkerk aan den IJssel. ‘Dat is belangrijk om te vertellen, want daar ben ik gedoopt. Toen er eens een familiereünie was, zei mijn moeder – ze was toen 85: “Henk, zie je daar de doopvont. Daar ben je gedoopt, daar is de Heere al met je begonnen.” Dat vond ik heel waardevol.’
Zijn vrouw overleed een kleine zeven jaar geleden. Henk: ‘Met blijdschap mocht ze afreizen, wijzend naar het nieuwe Jeruzalem. Dat ging niet zomaar. Na verschillende keren gebeden en gelezen te hebben, brak het licht door. Al zingend hebben we met elkaar om haar heen gestaan.’ Twee jaar later trouwde hij met Nel. ‘Ja, de Heere is onuitsprekelijk goed.’
BIJ OPWEKKING
Thomas: ‘De Bijbel heeft me altijd wel aangesproken, maar op jongere leeftijd kreeg ik van de prediking niet veel mee. Nu vind ik het soms lastig hoe bepaalde dingen gezegd worden. Ik heb het liefst een preek waarbij de dominee aan het begin een stelling inneemt. Dan ben ik gelijk wakker en denk ik: “Ik moet opletten.” Dat is beter dan een predikant die zijn preek rustig opbouwt. Dan ben ik snel weg en vraag ik me aan het einde van de dienst af: “Wat heb ik er nu van opgestoken?” Ik heb minder met zoetsappige preken.’
‘God is voor mij mijn hemelse Vader, Die er altijd is, ook al voel ik Hem niet altijd. Op een kerstconferentie van de HGJB, bij een weekend van de jeugdvereniging of bij de pinksterconferentie van Opwekking merk je gewoon dat Hij aanwezig is. In de rest van het jaar merk ik minder van Zijn nabijheid. Je ziet Hem niet altijd, maar Hij is er wel altijd. Dat is een vertrouwen waaruit je moet leven.’
Vader Marcel valt hem bij: ‘Als je met 50.000 medegelovigen bij Opwekking in Biddinghuizen bent, dan voel je dat de Heilige Geest Zijn werking doet. Als ik met 10.000 mensen in een tent zit, zing ik op een andere manier dan ik in de Bethelkerk gewend ben. Psalmen vind ik mooi, maar wat daar gebeurt, vind ik ook prachtig.’
PSALMEN
Zijn vader Henk kan het enthousiasme voor het zingen van liederen ‘maar voor een deeltje’ meemaken. ‘Ik leef op bij de psalmen. Dat is inherent aan mijn leeftijd. Ik vind het goed dat er liederen worden gezongen, maar liefst niet meer dan twee per dienst. En de rest psalmen.’ Marcel: ‘Maar ik vind de psalmen ook heel mooi, hoor. Die mogen in de kerkdienst wel blijven, gewoon in de oude berijming. Niet in de nieuwe, want dan kan ik niet uit mijn hoofd meezingen.’ Henk: ‘Gelijk mee eens. Daarbij: de inhoud geeft ook diepe verbondenheid. Je hebt ze van je kindse jaren gezongen.’ Thomas: ‘We zitten met drie generaties op één lijn. Ik houd van een lied, maar ik zou liever de gezangen weglaten en daarvoor in de plaats één lied uit Op toonhoogte zingen of een opwekkingslied. Voor de rest zou ik het op psalmen houden.’
KERKDIENSTEN
Alle drie hebben ze veel waardering voor de kerkdiensten. Henk: ‘We zijn als gemeente gezegend met een heerlijke predikant die eigentijds en toch bevindelijk is. Hij spreekt jong en oud aan.’ Marcel: ‘Als onze dominee preekt, voel je dat de Heilige Geest aanwezig is in de gemeente. Ik kan de boodschap op mezelf toepassen, ook later in de week.’
Henk: ‘Er is niets rijkers en heerlijkers dan de Woordbediening.’ Thomas: ‘Voor mij staat de eredienst niet zó centraal. Wij jongeren krijgen veel meer opties dan opa vroeger had. Toen was er alleen op zondag de eredienst en misschien op woensdag. Voor mij kan het kerkelijke leven de hele week doorgaan. Heb ik twee diensten op zondag gehad, dan kan ik ’s avonds naar een jeugdvereniging of er is een jongeren-evenement. Ook doordeweeks is er tegenwoordig een veelzijdig aanbod. De eredienst is nog steeds belangrijk, maar staat in een breder verband.’
SCHEPPER
God staat centraal in het leven van de familie Oosterom. Voor Marcel is Hij vooral de Schepper van hemel en aarde. ‘Hij laat de natuur aan je zien, de bomen die uitlopen. Daar zie ik God als schepper van.’
Thomas: ‘Denk je dat ook iedere keer als je de kas inloopt?’
Marcel: ‘Ik zit in de potgerbera’s. Die beginnen met een zaadje, het plantje groeit, daarna komen de knoppen uit en is het één grote bloemenzee in de kas. Dat kan niet zomaar gebeuren, daar zie ik Gods hand in. Tegelijk zie ik de Heere God, net als jij, ook als een Vader. Hij wil elke dag weer opnieuw met mij beginnen, elke avond mag ik terugkomen met al de verkeerde dingen die ik gedaan heb. Die mag ik belijden.’ Henk: ‘Mijn vader bad altijd “U bent goed en goeddoende.” Daar spreek je alles mee uit. “Elke ademtocht,” zei hij dan, “elke polsslag is een blijk van Zijn trouw.” Zelfs als je slaapt, waakt Hij nog over je.’
Henk ervaart God van nabij in de bediening van het Woord. ‘Het is de ene keer meer en de andere keer minder. Weet je wanneer ik Hem heel dichtbij ervaar? Bij moeilijke situaties, bij sterfgevallen van geliefden. We hebben mijn vrouw, een schoondochter en een kleinkind verloren. Dan is Hij zo nabij, het lijkt wel een hemel op aarde. Dat is niet te geloven. Je wordt dan gedragen.’
VERTROUWELIJK
Wat Marcel vooral verrijkt heeft, is een Alpha-cursus. Die volgde hij toen hij een paar jaar getrouwd was. ‘Op een verfrissende manier krijg je daar de dingen duidelijk. Zeker als je een weekend met z’n allen weggaat, praat je over de diepere dingen die in je leven plaatsvinden. Dat heeft me dichter bij God gebracht. Ik heb er geleerd dat het bij God niet allemaal ‘foei, foei’ is. Hij zegt: “Kom, we gaan weer verder. Ik pak je bij de hand.” Wij mogen elke dag weer opnieuw beginnen.’
Thomas: ‘God is inderdaad de liefdevolle Vader. Hij zorgt iedere dag voor mij. Maar Hij is ook de almachtige en alwetende God. Hij is hoog verheven, heeft iets afstandelijks. Tegelijk is Hij ook de Redder. Hij redt mij iedere keer weer, ook al bega ik een misstap. God staat boven je en Hij is tegelijk een vriend voor je, want Hij staat ook naast je in moeilijke tijden.’
Marcel: ‘Voor mij is God vooral vertrouwelijk.’ Henk: ‘Ja. Hij is zo neerbuigend goed. Al hebben wij er een potje van gemaakt, dan komt Hij nog meer naar beneden naar je toe en zegt: “Kom jongen, Ik zal je oprapen.”’
Thomas: ‘Dat afstandelijke element komt ook wel, omdat mij altijd is geleerd dat je met respect moet naderen.’
VROEGER
Bij Henk thuis brengen en brachten ze de zondag door als Gods dag. ‘Mijn moeder heeft mij geleerd dat je dan mag doen wat Hij fijn vindt. We gingen dus naar de kerk, een deel van de kinderen ging naar zondagsschool en een deel naar de tweede dienst. Van tijd tot tijd kwamen we tot een goed gesprek. Op zondagavond zongen we met elkaar bij het orgel. Dat zijn allemaal steentjes die bijdragen aan de geloofsopvoeding. Ik bad ook wel hardop. Je draagt elkaar op aan de troon der genade en je hoopt dat er hier en daar een zaadje mag vallen.
Ik probeerde niet los te peuteren hoe ver mijn kinderen op de weg van het geloof zijn. Daar heb ik niets mee nodig. Dat is een geheiligd geheim tussen God en het hart. Met andere woorden: ik hoef alleen maar te zaaien. De Heere zal voor het werk zorgen en Hij gaat door van generatie op generatie.’
Marcel: ‘Ik heb er zeker wat aan gehad, zoals het me thuis is voorgeleefd.’
Thomas: ‘Hoe heb jij het doorgegeven?’
Marcel: ‘We hebben jullie heel lang op bed gelegd en zongen dan “Ik ga slapen, ik ben moe”. Later deed ik met de jongens een vrij gebed. Ook wij hebben gezongen op zondagavond.’
Thomas: ‘Mag ik tussendoor een kanttekening maken. Dat vond ik niet altijd even leuk.’
Marcel: ‘En zondagavond doen wij als gezin een kringgebed. Verder kom ik zelf iedere dag op tijd uit bed, lees een stukje uit een dagboek en begin de dag met gebed. Ook lees ik elke morgen een bijbeltekst op mijn telefoon, via YouVersion.’
EIGEN RICHTING
Thomas is blij met de familie waarbinnen hij is opgegroeid. ‘Ik denk dat ik naar de vierde generatie terug moet gaan.’ Tegen zijn opa: ‘Overal waar ik kom, hoor ik dat uw moeder de meest gelovige vrouw is die ze gekend hebben. Mijn overgrootmoeder had heel de dag de Bijbel open liggen. Ze leefde echt met God. Ik geloof erin dat je dat merkt tot in het derde en vierde geslacht. De manier waarop ik nu een relatie met God heb, gaat terug op mijn opa en op mijn overgrootmoeder, die altijd met vrees de Heere diende.
Ik denk niet dat ik van mijn ouders veel dingen vanuit het Woord heb geleerd. Ik ben vooral gevormd door wat ze aanboden: we gaan naar de kerk, ze stuurden me naar catechisatie en club, dat soort dingen. Ze stimuleerden dat ik God zou zoeken. Hun boodschap was: “Doe het op jouw manier, maar zoek Hem wel in alle dingen.” Ik mag er mijn eigen richting aan geven. Daarin ben ik vrij gelaten. Als ik naar de baptisten wil gaan, dan is dat prima.’
Marcel: ‘Klopt. Maar Thomas, je hebt ook wel gezegd dat je je wel prettig voelt in de Bethelkerk. Ook wil je dat er niet te veel verandert.’ Thomas: ‘Dat is ook zo. Ik sta er nog steeds achter dat de vrouw niet in het ambt staat en ambtsdragers een zwart pak dragen.’
Zijn vader: ‘Ik vind Thomas in sommige dingen best ouderwets.’
Thomas: ‘De eredienst op zich hoeft niet veranderd te worden. Maar als er een jongerendienst is, dan moet je jongeren wel lekker hun gang laten gaan. Laat de dominee zijn preek houden, maar laat hen één van die 104 diensten per jaar bepalen wat er gezongen wordt. Op dat punt mag er van mij wel iets meer veranderen. Maar laat de gewone eredienst de gewone eredienst zijn.’
Zijn opa: ‘Ik vind een jongerendienst wel goed, maar dan op een ander tijdstip dan de gewone kerkdiensten. De muziek en de liederen spreken mensen van mijn leeftijd niet meer aan. Persoonlijk zie ik het als een verarming als we zo weinig psalmen zingen in de eredienst.’
BELIJDENIS
Als Henk een tekst mag noemen die belangrijk voor hem is, citeert hij een gezang. ‘Jezus, Uw verzoenend sterven is het rustpunt van mijn hart. Daar is voor mij alles in gezegd. Deze regel kwam een keer onder de woordbediening van ds. Poot uit Delft bij mij binnen en heeft mij gegrepen. Ik heb niet specifiek een bijbeltekst die met me meereist.’
Zoon Marcel vindt Psalm 121 heel mooi. ‘Ik sla de ogen naar het gebergte heen. Daar komt mijn kracht en mijn hulp vandaan. Het dringt het beste tot me door als ik in Frankrijk, Oostenrijk of Zwitserland onder aan de bergen sta. Die dingen zijn me-ga. En het lied ‘Abba, Vader’ vind ik mooi om te zingen. ‘U behoor ik toe’ is echt een belijdenis.’ Kleinzoon Thomas: ‘Van jongs af is Psalm 42 mijn lievelingspsalm, vers 9 is ook mijn belijdenistekst: ‘Maar de HEERE zal overdag Zijn goedertierenheid gebieden; ’s nachts zal Zijn lied bij mij zijn, een gebed tot de God van mijn leven.’ En verder is Johannes 21:22 belangrijk voor mij. Vrij geformuleerd staat er: Kijk niet om je heen naar anderen, maar wil jíj mij volgen. Misschien keek ik te veel naar anderen. Dan staat er: boeiend wat anderen doen. Jij moet gewoon Mij volgen. Klaar.’
Henk Oosterom (81) uit Waddinxveen kreeg samen met zijn eerste vrouw negen kinderen, vijf zonen en vier dochters. Zijn vrouw overleed zeven jaar geleden. Nu is hij getrouwd met Nel. Vroeger verdiende Henk de kost als kweker. Marcel (47) is de jongste van de vijf zonen. Hij heeft een leidinggevende functie in een kwekerij en is diaken. Hij is ruim 25 jaar getrouwd en heeft twee zonen.
Zijn oudste, Thomas (19), werkt als vertegenwoordiger. Hij groeide op in Waddinxveen, werd er gedoopt en deed er belijdenis. Thomas werkt mee aan de tentweek en doet jeugdwerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's