De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

OM TE OORDELEN...

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OM TE OORDELEN...

8 minuten leestijd

Het tijdschrift OnderWeg uit Nederlands gereformeerde en gereformeerdvrijgemaakte kring staat uitvoerig stil bij de plaats van het oordeel in de Bijbel en in de kerkelijke praktijk. In hoeverre komt het oordeel (nog) ter sprake? En is er in het missionaire spreken van de kerk ruimte voor en hoe dan?

In OnderWeg komen daarover verschillende stemmen tot klinken die uitdagen tot nadere doordenking.

ONDERWEG (1)

Jasper van den Bovenkamp interviewde dr. Marten Visser, die lange tijd in Thailand als kerkplanter werkzaam was en nu via internet het Evangelie verspreidt. Enkele fragmenten uit het gesprek met hem dat als titel draagt: ‘Als het oordeel wijkt, wordt God een lieve opa’.

In hoeverre brengt u spreken over het oordeel in verband met het tot geloof komen van mensen?

‘Mijn ervaring in Nederland is vrij beperkt; voordat ik vijftien jaar als kerkplanter in Thailand uitgezonden was, heb ik in Nederland vooral onder asielzoekers gewerkt. Eenmaal terug in Nederland richt ik me vooral op internetevangelisatie wereldwijd. Ik heb vooral veel bewondering voor mensen die in Nederland het evangelie verkondigen.

In Thailand hebben we het evangelie gebracht door altijd te proberen huisgroepen op te starten waar we mensen konden laten kennismaken met het brede verhaal van de Bijbel. Schepping, zondeval, de roeping van Abraham, de wetgeving, Israël, de profeten, het leven en sterven van Jezus, de apostelen – dat brede verhaal. Als je daar helemaal doorheen gaat, ontdek je dat Gods oordeel een belangrijke plaats inneemt.

Adam en Eva worden het paradijs uitgejaagd, de aarde wordt verzwolgen door de zondvloed, de Egyptenaren vinden de dood in de Rode Zee en ga maar door. Gods oordeel over de zonde keert telkens in alle toonaarden terug.’

Wat wil dat volgens u zeggen?

‘Pas als je het probleem van de zonde en het dreigende oordeel ziet, ga je de noodzaak van een redder begrijpen. “Redden” is een behoorlijk wanhopig woord. Zolang Jezus alleen maar de kers op de taart is, heb je helemaal geen Jezus nodig. Hij krijgt pas betekenis als je Hem wilt aanvaarden als degene die je redt uit je zonden, uit de macht van Satan en van de toorn van God. In mijn evangelisatiewerk in Thailand heb ik de aankondiging van het oordeel altijd nadrukkelijk gebruikt. Ik zag het functioneren in hoe mensen tot geloof kwamen.’

U ordent het Bijbelverhaal volgens het schema schepping, zondeval, verlossing. Staat u open voor andere manieren van lezen?

‘Nee, daar sta ik niet voor open. Schepping, zondeval, verlossing – dat is het. Daarbinnen is het oordeel één van de lijnen. Niet de enige natuurlijk. Er loopt ook een rode draad van Gods liefde, om maar wat te noemen. In veel kerken vandaag is dat het enige verhaal dat nog wordt verteld; als het even kan, is God een lieve opa. Wat mij opvalt aan de vier toespraken van Petrus en Paulus in Handelingen is dat Gods liefde er niet in naar voren komt. Bij de joden niet, bij de heidenen niet, op de pinksterdag niet, bij Cornelius niet, in de synagoge van Antiochië niet en op de Areopagus niet. Alle keren spreken de apostelen over het oordeel van God en over Jezus die als rechtvaardige rechter over levenden en doden is aangesteld. Je moet wel heel veel zelfvertrouwen hebben als je die notie aan de kant wilt schuiven.’

Pedagogisch redenerend klinkt het nogal ongezond. Een oordeel kan toch geen drijfveer zijn om mensen tot ‘het goede’ te bewegen?

‘Petrus en Paulus dachten er kennelijk anders over. Het perspectief is en blijft dat Gods rechtvaardig oordeel komt en daarna breekt de nieuwe aarde aan. Dat vind ik geen ongezond, maar een hoopvol perspectief.’ (...)

De interviewer vraagt zich bezorgd af of deze benadering wel voldoende recht doet aan het belang van ons leven op aarde.

Maar het hier en nu dóét er toch toe?

‘Ik vertel mensen graag over de Heer Jezus, zodat ze niet ten prooi hoeven vallen aan het vlammend vuur waarmee Hij wraak komt oefenen. Lees daarover bijvoorbeeld 2 Thessalonicenzen 1. Daarover vertellen geef toch veel zin aan mijn leven?’

Daar zou ik zeker niet over willen oordelen. Maar geeft het universele zin aan het leven van mensen als dat in het teken staat van het toekomstig oordeel?

‘Het is ieders opdracht over de liefde van Jezus te vertellen en om mensen de weg te wijzen hoe de komende toorn van God ontvlucht kan worden. Als je uitziet naar het eeuwige geluk dat God zijn kinderen heeft beloofd, kan het niet anders dan dat iedere christen dit als een persoonlijke roeping ervaart. Zo niet, dan is er iets mis.’

Maar dit dan: kleed de behoeftigen, geef de hongerigen te eten, de dorstigen te drinken...

‘Dat is geen evangelie, het is goed advies. Het is belangrijk om te doen, en zo hoort het christenleven eruit te zien.

Maar het evangelie is iets anders. In 1 Korintiërs 15 zegt Paulus heel precies wat het evangelie is: Jezus is gestorven, Hij is opgestaan uit de doden, naar de Schriften, voor onze zonden. Dat is evangelie. De rest is goed advies.’

Uit de woorden van ds. Visser proef ik de terechte zorg dat we er in de kerk een lievig godsbeeld op na gaan houden. Zijn we niet heel bang geworden om in te gaan tegen de seculiere cultuur? Durven we het nog over het oordeel te hebben? vraagt dr. Visser.

Tegelijkertijd komen er verschillende vragen bij mij boven. Kan de werkelijkheid van het oordeel van God in onze westerse cultuur dienen als sleutel voor missionaire communicatie van het Evangelie? Is de ‘aanpak’ van Paulus (bijvoorbeeld in Handelingen 17) een model voor vandaag in onze context? Ik zou ook benieuwd zijn naar de visie van dr. Visser op het meest recente boek van Stefan Paas.

Deze is beducht voor het risico – en hij zegt het heel scherp – dat ‘het goede nieuws wordt verpakt in vuur en zwavel’.

Wat het kleden van behoeftigen betreft en het voeden van hongerigen, valt dat alleen onder ‘goed advies’? ‘Voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan’, zegt Jezus (Matt.25:40). Dat maakt het oordeel ook tot een realiteit in het hier en nu, in het aangezicht van de mens die mij nodig heeft.

ONDERWEG (2)

Het zal duidelijk zijn, ds. Visser heeft mij aan het denken gezet. Iemand die dat ook doet is dr. Arjan Markus uit Delfshaven. Hij is er duidelijk over, in de Bijbel is het oordeel een belangrijk thema en daar zul je het ook over moeten hebben. Maar hoe? Twee passages:

Allereerst is het van enorm belang om in te zien dat het een groot verschil maakt welke gesprekspartners je hebt en wat hun referentiekader is. Ik vind het opvallend en veelzeggend dat Jezus zich in zijn scherpe uitspraken over het oordeel en de hel (Gehenna) richt tot gelovige mensen, die weten van het leven met God. Dat geldt ook voor de apostolische brieven die spreken over het oordeel: ze zijn gericht aan een gehoor dat bekend is met het geloof. Er is een gedeeld referentiekader: mensen geloven dat God er is en dat Hij oordeelt.

Dat is niet altijd zo bij contacten met mensen die niet in Jezus geloven als Heer. In contact met moslims is er op dit punt wel aansluiting: zij kennen het geloof in een god die oordeelt.

Maar bij seculiere mensen die niet (meer) geloven dat er een persoonlijke God is die handelend optreedt in deze wereld, is dat gedeelde kader er niet.

Het gaat erom, zegt dr. Markus, de relevantie van het geloof in het oordeel duidelijk te maken. Dat kan alleen in een langduriger contact of een langduriger gesprek, niet in het voorbijgaan.

Wat hem betreft is het oordeel in missionaire contacten geen geschikt thema om het gesprek mee te ópenen.

(...) Laten we vervolgens beseffen dat het oordeel in de Bijbel te maken heeft met Gods plan voor deze wereld en de mensheid, namelijk om deze wereld te redden van de chaos van het kwaad.

(...) Gods oordeel is daarom hoopvol.

(...)

Oordeel is tegelijk een kritisch begrip. Als het kwaad wordt weggedaan, dan is er ook geen bestaan meer voor mensen die aan het kwaad gehecht zijn.

Het oordeel is slecht nieuws voor daders. En daar begint het ongemakkelijke, want wie kan van zichzelf zeggen dat hij of zij in bepaald opzicht niet ook dader is? Hoe weet je of jij vanwege je daderschap niet ook valt onder Gods veroordeling en met het kwaad wordt weggevaagd? Christenen geloven dat de God die de bron is van het goede en die met zijn oordeel komt om het kwaad weg te vagen, dezelfde God is die in Jezus gekomen is met liefde en vergeving en die jou een nieuw begin gunt. Hij zet je aan de kant van het goede en roept je levenslang op om het goede te doen.

Na lezing van OnderWeg dacht ik aan woorden van dr. A. Noordegraaf: ‘De Rechter is de in onze plaats Veroordeelde. De beslissing valt in onze relatie tot deze Rechter, liever nog: zijn relatie tot ons.’

Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

OM TE OORDELEN...

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's