EEN BELANGRIJKE GETUIGE
Het leven van Mozes [2, slot]
Mozes blijft van betekenis. In het Oude Testament komt hij ook na de eerste vijf bijbelboeken telkens ter sprake. In het Nieuwe Testament wordt hij eveneens regelmatig genoemd. Mozes heeft een speciale functie in de heilsgeschiedenis.
In het Oude Testament hebben we niet alleen het lied van Mozes en de zegen over de stammen van Israël in Deuteronomium 32 en 33, maar ook Psalm 90.
Daarnaast wordt hij telkens in de psalmen genoemd: Mozes en Aäron waren onder Zijn priesters, Samuël onder wie Zijn Naam aanriepen; zij riepen tot de HEERE, en Híj verhoorde hen. (Ps.99:6)
Hij zond Mozes, Zijn dienaar, en Aäron, die Hij verkozen had. (Ps.105:26) En: Hij zei dat Hij hen zou wegvagen. Als Mozes, Zijn uitverkorene, niet vóór Zijn aangezicht in de bres had gestaan (...). (Ps.106:23)
BEROEP OP MOZES
Ook zingen wij natuurlijk graag met Psalm 68:11: ‘U zullen, als op Mozes’ beê, wanneer uw pad loopt door de zee, geen golven overstromen.’ Dat staat wel niet letterlijk in Psalm 68, maar het is wel volstrekt schriftuurlijk als we denken aan de uittocht uit Egypte.
In 1 Samuël lezen wij hoezeer deze richter in Israël zich op Mozes beroept en het volk waarschuwt dat zij telkens weer afgeweken zijn van Gods wet en beloften. In de profetie van Jeremia komt het nog veel scherper naar voren, want hij zegt: ‘De Heere zei tegen mij: Al stond Mozes of Samuël voor Mijn aangezicht, dan nog zou Mijn ziel niet met dit volk van doen willen hebben. Stuur hen van voor Mijn aangezicht weg, laten zij weggaan.’ (Jer.15:1)
Bij Micha horen wij dezelfde klanken: ‘Mijn volk, wat heb Ik u aangedaan? Waarmee heb Ik u vermoeid? Getuig tegen Mij! Ik heb u immers uit het land Egypte geleid, u verlost uit het slavenhuis. Ik heb Mozes, Aäron en Mirjam vóór u uit gezonden.’ (Micha 6:3-4)
En bij Maleachi wordt gezegd:
‘Denk aan de wet van Mozes, Mijn dienaar, die Ik hem geboden heb op Horeb voor heel Israël, aan de verordeningen en de bepalingen.’ (Mal.4:4)
Jesaja vertolkt de troost aan Israël: ‘Toen dacht Hij aan de dagen vanouds, aan Mozes, aan Zijn volk. Maar nu, waar is Hij Die hen deed opgaan uit de zee met de herders van Zijn kudde, waar is Hij Die Zijn Heilige Geest in hun midden stelde?’ (Jes.63:11)
ANDERE BEDOELING
Dat God met Mozes nog een andere bedoeling heeft, daarover biedt het Nieuwe Testament ons meer duidelijkheid. Mozes is op Gods verborgen tijd opgewekt om samen met Elia op de berg der verheerlijking met onze Heere Jezus Christus te kunnen spreken over Zijn sterven én Zijn opstanding.
Bijzonder is de verwijzing van Jezus naar Mozes en de slang. Juist tegen Nicodemus, een van de oversten van de farizeeën, zegt Hij: ‘Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien.’ (Joh.3:3) Vanuit Jeruzalem was er een onderzoek gedaan naar de prediking van Johannes de Doper. Voor Nicodemus was het een nieuwe boodschap dat het Koninkrijk der hemelen nabij gekomen was. Opnieuw, van boven geboren is: uit God, uit de Geest geboren. Jezus legt het hem uit met de doop en met de verborgenheid van de Heilige Geest.
Dan wordt deze leerling van Mozes gewezen op de slang in de woestijn. Zo zal ook de Zoon van de mensen verhoogd worden. Bij de afneming van het kruis komt Nicodemus, nu in de openbaarheid, met een kostbare gift om Zijn lichaam te balsemen. Hij heeft de prediking van Johannes en van Jezus Zelf verstaan.
VERZET TEGEN GOD
De schriftgeleerden beriepen zich altijd op Mozes, maar dat beroep wordt hen uit de handen geslagen, omdat zij de sleutel van de kennis weggenomen hadden. Bijzonder komt dat tot uitdrukking in Handelingen 7, wanneer Stefanus voor het Sanhedrin gesteld wordt en hij daar een redevoering houdt. God heeft Zijn verbond gesloten met Abraham en Zijn belofte gegeven; uit de verdrukking heeft Mozes op Gods bevel verlossing en behoud gebracht, maar het volk heeft hem telkens verworpen. Israël gaf zich steeds over aan afgoderij en in de hele geschiedenis van Israël is er verzet tegen God.
Dat zet zich voort en bereikt een hoogtepunt, omdat dit geslacht de Messias gedood heeft, Die door Mozes en de profeten beloofd was. Gods weg gaat heel anders dan de mensen beramen, zoals uit de geschiedenis van Jozef en Mozes duidelijk blijkt: wel verwerping door de mensen, maar verhoging door God. Zo is nu de Rechtvaardige verraden en vermoord, maar door God verhoogd.
Het getuigenis van Stefanus is indrukwekkend. Toen de leden van het Sanhedrin dit hoorden, barstten hun harten en zij knersten de tanden. Maar hij, vol van de Heilige Geest, hield zijn ogen naar de hemel gericht en zag de heerlijkheid van God, en Jezus, staande aan de rechterhand van God. En hij zei: Zie, ik zie de hemelen geopend en de Zoon des Mensen, staande aan de rechterhand van God. (Hand.7: 55-56)
TWEE GETUIGEN
Nog eenmaal is er sprake van twee getuigen, in Openbaring 11. Het zijn duidelijk Mozes en Elia, de vertegenwoordigers van de Wet en de profeten, die ook op de berg der verheerlijking waren. Zij profeteren 42 maanden. Dat is drieënhalf jaar en dat is weer de helft van zeven jaar, de volheid van de tijd.
Meerdere malen wordt er over dit tijdperk van drieënhalf jaar gesproken: in de geschiedenis van Elia en bijvoorbeeld in Daniël 5 en 7.
De twee getuigen in Openbaring 11 werden door het beest uit de afgrond gedood. Maar na drieënhalve dag voer de levensgeest van God in hen, gingen zij op hun voeten staan en stegen zij ten hemel op, in de wolk, ten aanschouwen van hun vijanden. Zo blijkt dat Mozes en Elia naar Gods raad een bijzondere functie hebben in de heilsgeschiedenis.
Paulus zegt in 2 Korinthe 3 dat de bediening van het nieuwe verbond zoveel hoger is dan die van het oude verbond. Als nu de bediening van de dood, met letters in stenen gegrift, in heerlijkheid was, zodat de Israëlieten hun ogen niet op het gezicht van Mozes gericht konden houden vanwege de heerlijkheid van zijn gezicht, hoewel die tenietgedaan zou worden, hoeveel te meer zal dan de bediening van de Geest in heerlijkheid zijn? Want als de bediening van de verdoemenis al heerlijkheid geweest is, veel meer is de bediening van de gerechtigheid overvloedig in heerlijkheid. Immers, zelfs dat wat verheerlijkt was, is in dit opzicht niet heerlijk geweest, vergeleken met de alles overtreffende heerlijkheid. Want als wat tenietgedaan wordt in heerlijkheid was, veel meer is wat blijft in heerlijkheid. (2 Kor.3:7-11)
Mozes bedekte zijn aangezicht vanwege de lichtglans en luister.
Paulus wijst erop dat sinds Christus gekomen is en Zich geopenbaard heeft, deze bedekking opgeheven is. Echter allen die de heilige Schrift lezen zonder de sleutel van de kennis die Jezus Christus ons gegeven heeft, kunnen de heilige Schrift niet verstaan vanwege de verharding van hun hart.
TROOST
De troost van het Evangelie is wonderschoon vertolkt in zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus, namelijk om het eigendom te mogen zijn van onze Heiland, Die ons met Zijn kostbaar bloed gekocht heeft naar lichaam en ziel. Ook het lichaam, staat er. Daar moet de duivel vanaf blijven. Met deze enige troost kunnen wij leven en sterven. Er is niets in de hele wereld dat daar tegenop kan.
Er is een land van louter licht
waar heil’gen heersers zijn.
Nooit gaat de gouden dag daar dicht
in duisternis of pijn.
Men ziet het veld aan d’overkant
in groene luister staan,
als Israël ’t beloofde land
zag over de Jordaan.
God, laat ons staan als Mozes hier
hoog in Uw zonneschijn,
en geen Jordaan, geen doodsrivier
zal scheiding voor ons zijn.
(Gez.291)
Dr. W. Balke uit Den Haag is emeritus hoogleraar geschiedenis van het calvinisme.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's