ZOEKEN NAAR VERBINDING
Ds. Jac. Westland: De strijd om God zijn we voorbij
‘Zo’n middenman, wat heb je eran,’ hoort ds. Jac. Westland zijn Utrechtse leermeester prof. dr. S. van der Linde nog zeggen. Toch werd het voor hem een belangrijke roeping om te zoeken naar verbinding in de gemeente. De emeritus predikant uit Putten kijkt terug.
‘Wie vandaag als predikant begint, treft een minder gespreid bed dan ik destijds. Je moet soms parttime aan de slag. Laat het toch met vreugde en toewijding zijn. Als beginnend predikant moet je je niet laten opjutten door de hoge idealen over wat een predikant allemaal moet doen en zijn. Als ik hoor hoe een dominee allemaal zou moeten preken, dan word ik moe. Natuurlijk moet je je hierop bezinnen, maar mag het ook zijn met de gaven die jij hebt gekregen? Je hoeft niet anders te zijn. Ga vooral je weg in afhankelijkheid van de Heere en wees blijmoedig: blij en moedig.
De verticale lijn is het belangrijkste: dat je weet dat God je geroepen heeft. Daarvan moet je je als predikant voortdurend bewust zijn. Alleen daarom ben ik hier en doe ik mijn dienst, toegewijd aan Hem. Dat geeft verantwoordelijkheid naar de Heere God toe en ruimte naar mensen. Hij is je Zender, niet de gemeente. Een hautaine houding is daarbij vanzelfsprekend ongepast. Juist in het roepingsbewustzijn is een biddend leven dringend nodig.’
VERBINDING
‘Dat ik veertig jaar gemeentepredikant mocht zijn, maakt me dankbaar. Het roept tegelijk verwondering op. Is mijn motief altijd zuiver geweest, was de toewijding zoals het hoort? Als je met emeritaat gaat, komen zulke vragen op je af. De Heere God heeft me gedragen en – moet ik zeggen – verdragen. Als ik terugkijk, had ik nog meer toegewijd en op de Heere gericht willen zijn.
Als predikant heb ik een ontwikkeling doorgemaakt. Wie heeft dat niet? Ik begon in Schoonrewoerd, waar de gemeente naast een verbondsmatige stroming een groep kende die meer vanuit de verkiezing dacht en uitzag naar een bepaalde bevindelijkheid. Ik was weliswaar onderwijzer geweest en inmiddels 28 jaar, maar moest daar toch als jonge predikant een weg vinden. Het besef dat ik er niet ben om een bepaalde partij te bevorderen, maar alleen om het Woord van God te prediken, gaf me ruimte.
Het zoeken naar verbinding in de gemeente heeft me gevormd. Wat zijn de legitieme aspecten van verschillende stromingen in de gemeente? Als jonge predikant pak je dingen enthousiast en nog wel eens ondoordacht aan, terwijl je als oudere predikant meer oog voor de lange termijn hebt. Je hebt meer geduld. Wat in de eerste periode begon, is alleen maar uitgegroeid. De schoot der vroomheid, zoals de theoloog dr. O. Noordmans dat mooi noemt, ging intussen met me mee: het gezin waaruit ik kom en de gereformeerde traditie waarin ik opgroeide. Het is een zegen dat dat bewaard blijft in je leven.’
BESCHEIDEN
‘We verhuisden naar Amersfoort, waar je meer in de ruimte van de Hervormde Kerk kwam en waar je zocht naar goede omgang met de verschillende richtingen binnen de kerk. Dat heeft me aangesproken. Ik was opgegroeid in een sfeer van bevinding en een leven dicht bij God. Sprak je met collega’s van een andere modaliteit, dan bleken zij ook een bepaalde bevinding te kennen. Dat maakte me bescheiden en hield me ver van een hervormd-gereformeerde claim op bevinding. Zo’n ervaring vormt je.
In Amersfoort leerde ik korter en bondiger te preken. Dat was resultaat van het feit dat we als bonders om 9 uur in de Joriskerk mochten samenkomen, terwijl om half 11 al een centrale dienst gepland stond.
In deze jaren las ik Als een die dient, een bundeling van meditaties en artikelen die de hervormde theoloog K.H. Miskotte publiceerde in het gemeenteblaadje van Kortgene, zijn eerste gemeente. Parallel las ik Het innige christendom van de nadere reformator Wilhelmus Schortinghuis. Ze spraken me beide aan. Theologie in de brede zin van het woord met een hang naar ervaring ging me steeds meer bezighouden, zeker toen we in Putten terechtkwamen. Ik las het verzamelde werk van Noordmans en ging cursussen op Hydepark volgen.’
SMALLE GEMEENTE
‘Veertig jaar geleden waren dingen meer vanzelfsprekend. Je ging naar de kerk – waarom zou je niet gaan? Nu geldt het omgekeerde. Het beeld van de gemeente is veranderd. In de eerste jaren van mijn predikantschap werd de groep van gelovigen nog wel apart aangesproken: ‘Er is nog wel volk hier...’ Er was onderscheid tussen de echte gelovigen en de meelevende rand eromheen. Dat is veranderd. De gemeente wordt smaller. De brede rand zie je op de meeste plaatsen ’s zondags niet meer in de kerk.
Toch is het belangrijk om – wat heet – onderscheidenlijk te preken. Ook al lijkt de gemeente oprecht betrokken bij het Woord, je moet als predikant altijd oproepen tot bekering. De heiden zit in je eigen hart. Misschien moeten we niet zozeer groepen aanspreken, maar ons tot iedereen richten.’
ALLES PRETTIG
‘Was het oordeel van de dorpsgemeenschap veertig jaar geleden min of meer bindend, vandaag worden mensen door andere factoren beïnvloed. De hele publieke opinie, die via media naar je toekomt, doet mee. We zijn vandaag individualistischer, veel meer op onszelf teruggeworpen, en daardoor meer beïnvloedbaar door de media.
Over ethische thema’s denken we anders, mede dankzij de veranderde opvattingen in de maatschappij. Punt is ook dat vraagstukken dichterbij komen. Als je in de kring van je gezin met echtscheiding te maken krijgt, word je voorzichtiger in je oordelen. We zijn er goed in geworden om alles te relativeren.
Daarbij leggen we minder verbinding met God, met wat de openbaring, de Bijbel zegt.
Ons godsbeeld is anders geworden. Er is minder verwondering over wie God is. Dat die hoge God naar mij omziet, de Heilige naar mij zondig mens, dat Hij mij liefheeft, dat Hij mij zo liefheeft dat Hij Zijn eigen Zoon gaf – dat is verbazingwekkend. Een gemakkelijke vorm van geloof siepelt de gemeenten binnen. Niet te moeilijk doen; God houdt van je. Zoals we de strijd om het bestaan niet meer kennen, zo zijn we de strijd om God voorbij. Alles is prettig, vanzelfsprekend. God mag dat laatste beetje dat we nog nodig hebben eraan toevoegen.’
VERANDEREN
‘In de loop der jaren zijn hervormd-gereformeerde standpunten niet wezenlijk veranderd.
Over de vrouw in het ambt denken we niet anders, al gaan we er wel voorzichtiger mee om. Hetzelfde geldt voor relaties. Je probeert er goed mee om te gaan. De invulling van de liturgie wijzigt, maar dat vind ik meer aan de rand liggen. In mijn kindertijd gaf een ringpredikant in de Oude Kerk in Huizen een gezang op, waarop een deel van de gemeente de kerk verliet. Mijn ouders deden dat niet. Zij vonden dat het een bijzaak was. Als lid van een Samen op Wegwerkgroep in Kampen verbaasde ik me over een gereformeerde ouderling die vond: we zijn nu beter, progressiever, tot het juiste inzicht gekomen. Hij was exponent van een bepaalde sfeer die ontstaan was dat je vooral progressief moest zijn, niet de indruk geven dat je behoudend bent. Alsof je nog een paar dingen achter je moet laten om echt los te kunnen gaan. Een merkwaardige reactie op een handhaven van waarheid en belijdenis die te wellicht krampachtig geweest is en niet vanuit bevinding en innerlijk overtuiging.
Als we maar leven bij de Heere en bij Zijn Woord, dan zal de Geest wegen wijzen en hoeven we niet allerlei mensen in progressiviteit in te halen. Daar gaat het niet om. En als we achterlopen – so what?
Je kunt tot het inzicht komen dat je iets niet helemaal gezien hebt zoals het was. Wat is het geheim van verandering? Is verandering in de cultuur afval, alleen maar neergang? Of zien we de Heilige Geest in de wereld om ons heen aan het werk, in de cultuur? Van de gereformeerde theoloog H. Bavinck kunnen we leren dat in veranderingen ook iets van Heilige Geest zit, Die ons inleidt in de dingen, en dat we zo de volheid van het Woord leren verstaan. Tegelijk, er is ook een boze geest, die eveneens werkt. Daar moet je alert op zijn. Beproef de geesten. Als student was ik in de kost bij een vrouw in Nieuwleusen, Overijssel. Van haar leerde ik dat het oude niet goed is omdat het oud is en het nieuwe niet omdat het nieuw is.’
GEHOORZAAM
‘Als hervormd-gereformeerden hebben we een grote verantwoordelijkheid om bij de Bijbel te blijven en dat in te brengen in de Protestantse Kerk, met bescheidenheid en overtuiging. We moeten niet proberen om via een bepaalde bijbeluitleg niet-bijbelse inzichten naar voren te brengen. Tegenwoordig is het nog wel eens zo dat we een bijbeltekst gaan masseren als hij niet in onze tijd past. Denk aan homofilie, waarover in brieven van Paulus toch heel duidelijke uitspraken staan. Laten we er niet allerlei dingen bij halen om de inhoud naar onszelf toe te buigen.
Van ons wordt gehoorzaamheid aan het Woord gevraagd, ook als het niet in mijn straatje en in de hedendaagse cultuur past. Dan moeten we maar alleen staan. We moeten natuurlijk oppassen niet onnodig ergernis te geven. Je kunt met allerlei onbenullige dingen irritatie oproepen. Wees bereid om jezelf te verloochenen, jezelf als modern mens.
Wees maar eerlijk in hoeverre je zelf door de moderne geest beïnvloed bent. Laten we bidden. Wie Hem nederig valt te voet, zal van Hem Zijn wegen leren.’
VREEMDELINGEN
‘Ik ben een beetje van de nadagen van de Hervormde Kerk. De Protestantse Kerk heb ik als gemeentepredikant niet echt meer geproefd. Ik signaleer dat de plaatselijke gemeente het afgelopen decennium meer accent heeft gekregen en dat Protestantse Kerk op afstand van de gemeente staat. Het is goed dat de gemeente eigen ruimte krijgt. Tegelijk is het belangrijk dat de kerk een stem naar de samenleving heeft; dat heeft een plaatselijke gemeente nauwelijks. Ik hoop dat dit – hoe marginaal ook – op een verantwoorde manier gebeurt, een stem van profetie.
Veel dingen uit de Vroege Kerk zijn voor vandaag leerzaam. Ook toen stonden christenen onder druk van allerlei machten en vormden ze een minderheid. ‘Ze wonen in hun eigen land, maar zijn vreemdelingen’, lezen we in de brief aan Diognetus (ca. 150). ‘Ze vertoeven op aarde, maar zijn thuis in de hemel.’ Daar kunnen we van leren. We hebben het allemaal goed. Ben ik bereid om alles wat ik hier heb op te geven? Hoe vaak ben ik bezig met de toekomst van de Heere Jezus Christus?
Dat zijn indringende vragen. Heere, leer mij, help mij, richt mij, bekeer mij. We genieten vandaag veel van het leven, maar geniet ook van God, van Zijn toekomst. Dat hele gevoel van de zonde, die je altijd meesleept en waarmee je de Heere altijd tekort doet, dat zal dan voorbij zijn. Alles zal zuiver zijn. Het licht van God zal ons omgeven. Alle ellende in de wereld zal weg zijn, alle onkunde, verwijdering in kerken. Dat is iets om naar uit te zien.’
Tineke van der Waal is redactielid van De Waarheidsvriend en freelance journalist.
DS. JAC. WESTLAND
Jacob (Jaap) Westland wordt op 26 juni 1943 geboren in Huizen. Hij studeert theologie in Utrecht en wordt in 1971 aan zijn eerste gemeente, Schoonrewoerd, verbonden. Daarna volgen Amersfoort (1975), Ede (1981), Kampen (1986), Putten (1993), Bergambacht (1999) en Houten (2006). Ds. Westland doceert sinds 2008 dogmatiek voor de cursus Theologische Vorming Gemeenteleden in Houten. Na het emeritaat in 2011 vestigt het echtpaar Westland zich in Putten. Ds. en mevrouw Westland zijn ouders van acht kinderen en grootouders van 21 kleinkinderen.
TERUGBLIK VAN EEN THEOLOOG
De redactie van De Waarheidsvriend houdt een serie vraaggesprekken met theologen die met emeritaat zijn, waarbij de focus ligt op door hen waargenomen ontwikkelingen. Hoe hebben zij zich hiertoe verhouden en hoe zochten zij in een wisselende kerkelijke context in hun beleid en belijden een consistente lijn?
DR. O. NOORDMANS
Verschillende theologen, Noordmans voorop, hebben ds. Westland gevormd. ‘In Utrecht zat ik aan de voeten de hervormde theoloog A.A. van Ruler (1908-1970). Hij heeft op mij grote indruk gemaakt. Zijn colleges ervoer ik vaak als een soort kerkdienst. Alle vragen die je had en die vanuit de studie bij je opkwamen, kregen een plek. Zijn uitleg was indrukwekkend. Mooi was ook om iemand zo enthousiast en overtuigd van het Evangelie te horen getuigen. Soms kon hij een beetje parmantig zijn.
Zelf richtte ik me theologisch meer op de bevinding van de Nadere Reformatie. Ik las werk van Wilhelmus Schortinghuis en Johan Verschuir. Dat mystieke, los van jezelf raken sprak me erg aan. Later leidde dat me naar dr. O. Noordmans. Deze hervormde twintigste-eeuwer had iets van hetzelfde mystieke denken, zij het sober. Het sterven aan jezelf en daaruit opstaan stond bij hem centraal – dit tegenover het strakke, geformuleerde en massieve van het kuyperiaanse denken. Noordmans schreef en sprak over de gebrokenheid, over de soberheid van het leven uit het kruis en over het door de crisis heen oplichten van een nieuwe gestalte. De nieuwe mens is bij hem wel een voorlopigheid, want het moet naar de toekomst van de Heere God.
Noordmans had gevoel voor wat er in de cultuur aan de hand was. Al voor de Tweede Wereldoorlog zei hij: ‘De grote verhuiswagen staat voor de deur.’ Hij doelde op de secularisatie. Wat doe je als christelijke gemeente dan? Je pakt de nodige huisraad voor jezelf, want je moet overleven. Je wordt teruggeworpen op jezelf, op de gemeente. Het laatste wat we overhouden als de crisis komt is Christus. Met Hem moeten we verder.
Noordmans heeft me gevormd. Je laat je natuurlijk ook een beetje meenemen, hij was gangbaar. Hij kon de dingen intussen mooi, beeldend onder woorden brengen. Ik genoot van zijn taal.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's