De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GODS VASTE BELOFTE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GODS VASTE BELOFTE

De Dordtse Leerregels na 400 jaar (2)

9 minuten leestijd

Het jongste belijdenisgeschrift dat behoort bij de drie Formulieren van enigheid, wordt veelal afgekort met DL. Er is alle reden om die letters te duiden als ‘Dordts loflied’. De Zoon van Gods liefde, de gekruisigde Christus, komt op de plaats waar ik verloren moest gaan.

Voor velen lijkt de uitverkiezing een donkere wolk. Des te opvallender is het dat je in de Bijbel helemaal geen tobbers over de uitverkiezing tegenkomt. We ontmoeten wel zangers die een loflied zingen en vervuld zijn met blijdschap over de verkiezende God.

Stel dat we het zwart op wit zouden hebben, als was het een briefje uit de hemel: ‘Uitverkoren door God.’ Zou het ons dichter bij de Zaligmaker brengen?

Om te leren zingen van Gods verkiezende liefde, zullen we net als onze belijdenis ergens anders moeten starten. We moeten niet beginnen bij de ontstellende hoogte van Gods verkiezing, maar in de ontzaglijke diepte van onze verlorenheid.

WIT OP ZWART

In de eerste vijf artikelen van hoofdstuk I kom je het woord verkiezing in het geheel niet tegen. ‘Aangezien alle mensen in Adam gezondigd hebben en de vloek en de eeuwige dood verdiend hebben...’ Alle mensen staat er. Daar horen wij bij. Ik ook. Zwarter kan ons leven niet getekend worden. De mens is geen slachtoffer, maar schuldige. En God doet geen onrecht... Zó kijkt God er tegenaan. Zo klinkt het lied vanuit de diepte. Niet omdat we het begrijpen, maar omdat God het openbaart.

En daar, tegen die inktzwarte achtergrond, blinkt het helderwitte licht van het Evangelie. Juist daar waar alle hoop ons ontvalt, zoekt God de mens op. Het klinkt wit op zwart: ‘Hierin is de liefde van God geopenbaard dat Hij Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft...’ Waar het inktzwart geworden was, zond God Zijn Zoon.

En niet alleen Zijn Zoon, Hij zond en zendt ook verkondigers van de zeer blijde boodschap. Zo intens goed is God. Het is het helderwitte licht van het Evangelie dat indringt in de inktzwarte duisternis van onze verlorenheid. Wit op zwart betekent oneindig veel meer dan zwart op wit. De Zoon van Gods liefde, de gekruisigde Christus, op de plaats waar ik verloren moest gaan. ‘De toorn van God blijft op hen die dit Evangelie niet geloven. Maar die het aannemen en de Zaligmaker Jezus met een waarachtig en levend geloof omhelzen, worden door Hem van het verderf verlost en ontvangen door Hem het eeuwige leven.’


Wij geloven niet in de verkiezing, maar wel in de verkiezende God, Die zondaren roept en nodigt


EEN POORT

Wij geloven niet in ‘de verkiezing’, maar wel in ‘de verkiezende God’. Die God is het, Die zondaren roept en nodigt: ‘Laat hij die dorst heeft, komen; en laat hij die wil, het water des levens nemen, voor niets.’ (Op.22:17b) Wie kwam en dronk, belijdt het van harte mee: ‘Uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God.’ (Ef.2:8)

Vanuit de vreugde over Gods Evangelie zingt onze belijdenis over ‘een onuitsprekelijke troost’ (I.6) en vanuit de ernst van datzelfde Evangelie rekent onze belijdenis met een ‘verdraaien tot je verderf’. Slechts wie ingegaan is door de Deur die Jezus is, kan de lof bezingen op de verkiezende God. En als de vraag opleeft ‘Waarom ik?’, dan is daar geen rationele verklaring voor. Slechts een liefdesverklaring. Alzo lief had God de wereld... Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde... Daarom, en daarom alleen.

Onze belijdenis zingt in dat licht over Christus. Gods uitverkorenen zijn op geen enkele manier beter dan anderen, integendeel (I.7). God heeft uitverkoren ‘naar het vrije welbehagen van Zijn wil, tot de zaligheid, uit louter genade, in Christus’. De belijdenis dat God in Christus verkoren heeft, opent de poort waardoor zondaren binnengaan. Christus is ‘het fundament van de zaligheid’. Hij heet ‘de spiegel van de verkiezing’. Christus is alles, maar Hij is het ook alléén. Wie op zichzelf blijft zien, kan niet behouden worden. Wie op Christus blijft zien, kan niet verloren gaan.

TROOST

Uit de artikelen 8 tot en met 14 van hoofdstuk I blijkt dat God instaat voor mijn zaligheid. Was er geen verkiezende God, dan zou geen mens behouden worden. Wat God hierover heeft geopenbaard, moet ‘op de juiste tijd en plaats’ in Gods gemeente onderwezen worden.

De eer van God en de levende troost van Gods kinderen is ermee gemoeid.

Waarin is die troost gelegen? In de zekerheid dat de drie-enige God Zelf instaat voor hun zaligheid. Er is geen enkele voorwaarde in de mens zelf, waarom God verkiest. Hij maakt zondaren zalig enkel en alleen omdat Hij het wil (Gods welbehagen). Voor deze belijdenis moeten we echt ingewonnen worden. Dat doet de Heilige Geest, door ons tegelijkertijd te verwijzen naar Jezus Christus en Die gekruisigd. Over Hem klonk de stem vanuit de hemel: ‘Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb; luister naar Hem!’ (Matt.17:5)

Wie hunkert naar vastheid en zekerheid in het geloof, mag niet nieuwsgierig proberen te ontdekken of zijn naam in het boek des levens geschreven staat. Wel verwijst onze belijdenis ons naar de vruchten van Gods verkiezing.

Gods Woord wijst deze vruchten aan: het ware geloof in Christus, kinderlijke eerbied voor God, droefheid naar Gods wil over de zonde, honger en dorst naar de gerechtigheid. Wie daar iets van proeft, mag heilig blij worden. Niet om op die vruchten te steunen, maar wel om zich des te meer voor God te verootmoedigen, de diepte van Gods barmhartigheid te aanbidden, zichzelf te reinigen en de Heere hartelijk lief te hebben. ‘Ik zal U al mijn liefde waardig schatten, omdat U mijn rechterhand wilde vatten.’

GEEN TWIJFEL

Augustinus schrijft ergens: ‘Als je iets begrepen hebt, weet je zeker dat het niet God is.’ God is niet te begrijpen, maar Hij is wel te vertrouwen. In dat licht wijst en prijst de Heilige Schrift ons de eeuwige en onverdiende genade van onze verkiezing aan. Iets aanprijzen doe je als iets te verkopen is. Zo waardeert Gods Woord de verkiezing dus. Niet als iets om over te tobben, maar juist als iets om van te zingen. Wie twijfelt aan zijn verkiezing, moet kijken naar zijn doop. Voordat ikzelf überhaupt kiezen kon, heeft God voor mij gekozen. Is dat geen loflied waard?

God is ons altijd voor. Dat zien we bij ‘verkiezing’ en ‘verbond’. De kinderdoop getuigt op een machtige wijze van deze bijbelse realiteit. Wij moeten de wil van God afleiden uit Gods Woord (niet uit wat wij aannemelijk vinden en ook niet vanuit bijzondere openbaringen). De kinderen van gelovigen zijn ‘in Christus geheiligd’

(Gen.17:7; Hand.2:39; 1 Kor.7:14).

Niet van nature, maar uit kracht van Gods genadeverbond. In de doop getuigt de Heere dat Hij verkiest om bij Hem te horen.

De waarachtige toezegging van Zijn genade doet God aan ons en aan onze kinderen. Ook als onze kinderen nog niet gedoopt waren, geldt die toezegging voor hen.

Zelfs kinderen die in de moederschoot gestorven zijn, zijn in dat verbond van God begrepen. Dat is niet omdat zij zulke lieve baby’tjes waren en niet omdat ze op de een of andere manier beter zijn dan andere kinderen. Het is zo, omdat God in de weg van Zijn verbond Zijn genade verheerlijkt.

Ouders die geen ernst maken met de zaligheid van henzelf en van hun kinderen, hebben geen hoop. Wat aangrijpend is dat. Dan zullen kinderen na dit leven tegen hun ouders zeggen: ‘Waarom hebt u mij niet bij de Heere Jezus gebracht?’

Godvrezende ouders hoeven niet te twijfelen (I.17). Hoezeer het ook tot in het diepst van hun ziel snijdt, als ouders dat jonge leven moet overgeven aan de dood. We mogen het overgeven aan God, als Hij ons kind al zo vroeg tot Zich heeft genomen, heeft opgenomen in heerlijkheid.

GODDELIJKE SLEUTEL

Dat God voor mij gekozen heeft, is ‘Gods onverdiende genade’. In alle eerlijkheid: als álle mensen in zonde ontvangen en geboren zijn, als wij allemaal mensen zijn op wie de toorn van God rust vanwege onze zonde, waarom komt God dan met Zijn liefde-aanbod tot míj? Waarom ben ík gedoopt? Die verbazing groeit zelfs als ik in Gods Woord lees dat God anderen voorbij is gegaan, dat God hen in de ellende gelaten heeft waarin zij zichzelf gestort hebben. Maar ik had mij daar toch ook in gestort? Ik ben geen haar beter. En toch mag ik weten van genade. Is dat geen onbegrijpelijk wonder?

We kunnen alleen maar aanbidden. We begrijpen het niet. Wie het toch wil begrijpen, raakt God Zelf kwijt. We mogen er alleen in geloof over spreken. En als ik juist met dat laatste worstel? Dan neemt onze belijdenis me bij de hand: word niet moedeloos, maar gebruik de middelen ijverig. Verlang vurig naar de tijd van overvloediger genade en verwacht die met ootmoed en eerbied.

Waarom? Omdat God beloofd heeft dat Hij de rokende vlaswiek niet zal uitblussen en het gekrookte riet niet zal verbreken. Omdat God belóófd heeft...! Dat is de goddelijke sleutel, bij alle aanvechting die kan leven in een mensenhart.

Onze belijdenis verwijst naar de vastheid van Gods belofte en roept op om in diepe eerbied uit te zien naar Góds werk in ons leven. Opdat er geen twijfel over zal bestaan: ‘Tot u is het woord van deze zaligheid gezonden.’ (Hand.13:26b)

Tegen mensen die protesteren tegen Gods verkiezing en verwerping, zegt Paulus: ‘O mens! Wie bent u toch, dat u God tegenspreekt?’ Wij daarentegen die dit geheimenis van God vol eerbied aanbidden, zeggen met Paulus: ‘O, diepte van rijkdom, zowel van wijsheid als van kennis van God (...). Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen.’ (Rom.11:33a,36)

Ds. J.J. ten Brinke is predikant van de hervormde gemeente te Stolwijk en lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond.


Volgende week hoofdstuk II, over Jezus’ offer dat uniek, perfect en effectief is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 2018

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

GODS VASTE BELOFTE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 2018

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's