IS GOD EEN LIEVE VADER?
Dr. Van de Beek corrigeert Godsbeeld, maar nuance ontbreekt
Volgens het dagblad Trouw brengt het nieuwste boek van dr. A. van de Beek ‘alle redelijk klinkende theologische bootjes over God de Vader tot zinken’. Maar worden nu de juiste bootjes tot zinken gebracht?
Wie eerdere studies van de (inmiddels) emeritus hoogleraar las, weet dat hij inderdaad weinig moeite heeft met het doorprikken van allerlei modieuze theologische ballonnen en daarbij gerust op gevoelige kerkelijke tenen gaat staan.
Nu bewijst Van de Beek ons daarmee natuurlijk een goede dienst, want alles wat theologisch niet deugt, moet zo snel mogelijk worden ontzenuwd. Wie wil nu blijven geloven in verkeerde denkbeelden over God?
TOEGANKELIJK
In dit laatste deel van de zesdelige dogmatische reeks ‘Spreken over God’ (begonnen met de studie Jezus Kurios in 1998) behandelt Van de Beek de godsleer. Het is opmerkelijk dat hij hiermee eindigt, de belijdenis begint er immers mee. Voor de auteur is het echter volstrekt helder dat we de Vader slechts kennen door de Zoon. ‘De Vader is ons meer verborgen dan de Zoon,’ zo zegt Van de Beek het de hervormde theoloog dr. O. Noordmans na.
De grote aantrekkingskracht van het theologische werk van de voormalig hoogleraar theologie aan de Vrije Universiteit (en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika) is haar toegankelijkheid. Steeds weer blijkt dat dr. Van de Beek goed in zijn vak zit, de materie beheerst en de zaak glashelder kan uitleggen. Dat laatste is niet elke theoloog gegeven.
Ik vermoed daarom dat niet alleen vakgenoten, maar ook geïnteresseerde gemeenteleden zijn werk lezen. Zo krijgt zijn werk een breed bereik in kerk en gemeente.
VANUIT DE SCHRIFT
Het is weldadig om te zien dat prof. Van de Beek dogmatiek vanuit de Schrift bedrijft. De voorgaande zin zou helemaal niet nodig hoeven te zijn, maar er is helaas ook een vorm van dogmatiekbeoefening (geweest), waarbij de Schrift slechts gebruikt wordt om bepaalde standpunten kracht bij te zetten, ofwel waarbij Schriftplaatsen slechts dienen als zogenaamde dicta probantia (bewijsplaatsen). Volgens dr. H. Berkhof (1914-1995) ontkwam de onder ons bekende en geroemde Gereformeerde dogmatiek van dr. H. Bavinck (1854-1921) hier zelfs niet aan.
Van de Beek trekt in zijn theologische werk niet zelden verrassend mooie bijbels-theologische lijnen, die tot nadenken stemmen. In Mijn Vader, uw Vader geldt dat bijvoorbeeld de verschillende accenten die de evangelisten leggen ten aanzien van het vaderschap van God en de bespreking van het gebed in het algemeen en het Onze Vader in het bijzonder.
LIEVE VADER
Het wordt al snel duidelijk waar prof. Van de Beek in het bijzonder zijn pijlen op richt. De Bijbel spreekt volgens hem beslist niet over een lieve, zorgzame Vader, Die altijd bereid is onze wensen in te willigen.
Dat er wél zo over God de Vader gesproken en gedacht wordt, heeft volgens de hoogleraar te maken met de manier waarop de invloedrijke nieuwtestamenticus J. Jeremias (1900-1979) in een bekend geworden opstel (in de jaren zestig van de vorige eeuw) over de naam Abba schreef. Volgens de Duits-lutherse exegeet is de term ‘abba’ een intiem kinderwoord en kunnen we het daarom met papa vertalen. Op die stelling kwam veel kritiek van vakgenoten. Jeremias corrigeerde zijn visie een aantal jaren later in zijn Neutestamentliche Theologie, maar ondertussen was het leed al geschied. Kerk en gemeente omarmden dit vriendelijke vaderbeeld maar al te graag, mede door het sterke antiautoritaire denken in de jaren zestig. We geloven nu eenmaal graag in een Vader Die vol van begrip en empathie is. Maar dit is, zo wordt Van de Beek niet moe te herhalen, níet de God en Vader van Jezus Christus. We moeten het vaderbeeld veel meer invullen vanuit het gezag en de autoriteit die vaders in de oudheid hadden. De Heere Jezus noemde Zijn Vader immers niet voor niets rechtvaardige Vader of heilige Vader.
ABBA
Tot hiertoe zouden we prima kunnen instemmen met wat prof. Van de Beek te berde brengt. Echter, in zijn kruistocht tegen het modieuze vaderbeeld in het huidige kerkelijke klimaat, ontbreekt de nuance. Hij doet uitspraken die mijns inziens over de top heengaan.
Zo lijkt het hem te ontgaan dat de kritiek op de stelling van Jeremias feitelijk geconcentreerd was rondom zijn uitspraak dat de Heere Jezus zo met God gesproken heeft zoals een kind met zijn vader (doet), so schlicht, so innig, so geborgen (‘zo eenvoudig, zo intiem, zo geborgen’). Het laatste deel van deze uitspraak had volgens de nieuwtestamenticus M. Hengel een psychologisierender Zug (‘psychologiserende trek’), die de aanjager bleek voor de introductie van een vriendelijk vaderbeeld van God, het punt waartegen Van de Beek (terecht) ten strijde trekt.
Voor het overige echter zijn gezaghebbende nieuwtestamentici (zoals bijvoorbeeld J.P. Versteeg, O. Hofius, M. Hengel. J.A. Fitzmeyer) het met de conclusies van Jeremias eens. Volgens M. Hengel zou de boodschap van de vroegchristelijke gemeente ten aanzien van God de Vader zelfs samengevat kunnen worden in het woordje Abba.
LUKAS
We kunnen bovendien niet negeren dat het Lukasevangelie in de gelijkenis van de verloren zoon een opmerkelijk vaderbeeld van God geeft. Van de Beek geeft inderdaad toe dat Lukas een ‘milder vaderbeeld’ (36-37) schetst, maar gaat eraan voorbij dat uitgerekend deze voor het Lukasevangelie typerende gelijkenis – bovendien staat deze in het hart van het derde evangelie – het klassieke vaderbeeld radicaal wijzigt.
In de Oosterse context waarin de pater familias synoniem staat voor macht, bezit en autoriteit, tekent de Heere Jezus ons de hemelse Vader als een vader die met ontferming bewogen is, zelfs op een holletje (volstrekt ongehoord in die tijd) op zijn zoon toesnelt, hem omhelst en kust. Verschillende geleerden hebben ons hierop gewezen in de achterliggende jaren. Het hoofdthema van Jezus’ prediking was het Koninkrijk van God. Is het dan bovendien niet opmerkelijk dat Hij steeds over Vader, Mijn Vader of onze Vader spreekt en het Koninkrijk van God het Koninkrijk van de Vader noemt? Dit is een kenmerkend verschil met het toenmalige en het latere Joodse spraakgebruik en de gebedspraktijk. Hier vroegen bijvoorbeeld de Duitse geleerden J. Heinemann en K.W. Müller onze aandacht al voor.
Het zou daarom beter zijn geweest wanneer Van de Beek het werk van de genoemde nieuwtestamentici had verwerkt. Men zoekt hun namen in de literatuurlijst tevergeefs. Nu kan men uiteraard niet alles lezen, maar een brede(re) oriëntatie mag toch verwacht worden wanneer iets tot het springende punt in een studie wordt gemaakt. Dr. J. Muis verwerkt een en ander in zijn Onze Vader. Christelijk spreken over God genuanceerder.
HUISWERK
Dit alles laat onverlet dat prof. Van de Beek ons in deze studie opnieuw het nodige huiswerk bezorgt. Zijn opmerking dat de hedendaagse theologie in hoge mate beantwoordt aan de klassieke projectietheorie (110), kon weleens meer waarheid bevatten dan we vermoeden. Dat het Vader-zijn van God de gehóórzaamheid van Zijn kinderen impliceert (38-41), zou uiteraard volstrekt vanzelf moeten spreken. Er is echter reden om in het huidige kerkelijke denk- en geloofsklimaat de aloude vraag opnieuw indringend te stellen: ‘Als Ik dan een Vader ben, waar is de eerbied voor Mij?’ (Mal.1:6)
Van de Beek roept ons op om niet met de kerkelijke en theologische mode mee te doen. Uit de mode lopen is helemaal niet erg. Als we maar gemodelleerd worden naar Zijn beeld als gehoorzame kinderen van de Vader. De auteur van Mijn Vader, uw vader zal daarom, denk ik, ongetwijfeld instemmen met deze bede:
Geheiligd word’ Uw naam; ai, geef,
dat elk, waar hij op aarde leev’,
dien Vadernaam erkennen moog’;
Uw deugden roeme hemelhoog;
dat elk, als kind, aan U gelijk’,
En in zijn doen Uw beelt’nis blijk’.
(Gebed des Heeren:2)
Ds. C.H. Hogendoorn is predikant van de hervormde gemeente te Katwijk aan Zee en lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond.
N.a.v. Dr. A. van de Beek, ‘Mijn Vader, uw Vader. Het spreken over God de Vader’ (Spreken over God 3.2), uitg. Meinema, Utrecht; 502 blz.; € 37,50.
Het Herman Bavinck Center for Reformed and Evangelical Theology (HBCRET) belegt DV op 16 maart ter gelegenheid van de afsluiting van de dogmatische serie van prof. dr. Bram van de Beek ‘Spreken over God’ een middagsymposium over het laatst verschenen boek: ‘Mijn Vader, uw Vader’. Aan dit middagsymposium verlenen dr. Eginhard Meijering, prof.dr. Gijsbert van den Brink, prof.dr. Peter-Ben Smit en dr. Almatine Leene hun medewerking. Tijd: 13.00-17.30 uur. Locatie: Westerkerk, Goudvink 2, Veenendaal. Meer info: hbcretvu@gmail.com.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's