De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EVANGELISATIES GESLOTEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EVANGELISATIES GESLOTEN

Hervormd-gereformeerden zochten naar geestelijk voedsel

11 minuten leestijd

In de vorige eeuw werden op verschillende plekken hervormd-gereformeerde evangelisaties opgericht. De laatste jaren gebeurt het steeds vaker dat deze evangelisaties hun deuren sluiten.

De hervormd-gereformeerde gemeenschap in Driebergen hield op 31 december 2017 haar laatste dienst (opgericht in 1974). Woensdag 3 januari 2018 gebeurde dit bij de evangelisatie in Culemborg en op woensdag 10 januari bij de evangelisatie in Strijen, beide opgericht rond 1936. In 2003 hield de evangelisatie van Wormerveer op te bestaan (ook in 1936 opgericht). In alle gevallen werd gemeld dat het teruglopend bezoekersaantal (vaak rond de vijftien mensen) de reden van opheffing was.

Wat verstaan we onder zulke ‘evangelisaties’? Waarom verrezen ze destijds? Waartoe dienden ze en hoe hebben ze zich ontwikkeld? Omdat mijn wortels in de evangelisatie van Strijen liggen, ben ik door de redactie gevraagd om iets over deze thematiek te zeggen. Ik doe dit met schroom, mede vanwege de gevoeligheden die met dit thema verbonden zijn. Vanwege mijn betrokkenheid draagt mijn verhaal vooral een persoonlijk karakter.

OORSPRONG

De oorsprong van genoemde ‘evangelisaties’ ligt in de kerkelijke verdeeldheid van begin en halverwege de twintigste eeuw. De (toen nog) Hervormde Kerk was feitelijk een richtingenkerk geworden. Binnen het spectrum van links naar rechts (nare woorden in de kerk!) waren er modernen, ethischen (later opgegaan in de midden-orthodoxie) en confessionelen. In 1906 waren daar de gereformeerde-bonders bijgekomen. De Gereformeerde Bond onderscheidde zich van de Confessionele Vereniging doordat ze vaak wat strakker in de gereformeerde leer was en vooral door haar eigensoortige vroomheid, waarmee ze teruggreep op de Nadere Reformatie. Bekering en wedergeboorte, met de daarbij behorende vragen naar de heilstoeeigening waren belangrijke onderwerpen.

In diverse gemeentes stonden of kwamen predikanten uit de kring van de GB. Op heel veel andere kansels was dat evenwel niet mogelijk. In zulke plaatsen waren echter ook vaak mensen die naar een dergelijke prediking verlangden. Ze verenigden zich en stichtten een ‘afdeling van de GB’ met het doel ook in eigen gemeente het ‘hervormd-gereformeerde geluid’ te mogen horen. Wanneer een plaatselijke kerk daar niet aan meewerkte (en dat bij herhaling duidelijk maakte), ging zo’n afdeling er vaak toe over om onder eigen verantwoordelijkheid diensten te beleggen. Zulke diensten hadden dan geen ambtelijk karakter en daarom noemde men zulke bijeenkomsten vaak Bijbellezingen. Zo kon een dominee (zonder de kerkelijke orde te breken) toch met een gerust hart komen. Het was natuurlijk wel noodzakelijk dat je daarvoor ook een geschikte ruimte had. Het onderkomen dat men daartoe huurde of aankocht, noemde men vaak een ‘evangelisatie’.


Het doet pijn als je geestelijk honger lijdt en niet ontvangt wat je nodig hebt. Je kunt lijden aan de kerk


Deze naam kan bevreemden. Met eigenlijk evangelisatiewerk had het immers nauwelijks iets te maken. De doelgroep was niet de niet-gelovige buurman of buurvrouw; deze samenkomsten beoogden vooral de geestelijke opbouw van degenen die het organiseerden. De kern was dat men het Woord van ‘Wet en Evangelie’ verlangde te horen. Uiteraard was de ongelovige buurman ook welkom. Misschien werd die ook wel uitgenodigd, maar evangeliseren was niet het eerste doel.

ZEGEN

Niet elke GB-predikant ging in dergelijke diensten voor. Waar de destijds bekende ds. L. Vroegindeweij (en zijn broers) er bijvoorbeeld geen enkel probleem mee hadden, weigerden ds. W.L. Tukker en ds. J.T. Doornenbal categorisch op zondag (!) in zulke evangelisaties te preken. Qua geestelijke ligging was er tussen deze predikanten geen enkel verschil, het onderscheid zat in hun kerkelijke visie.

Kerkordelijk en theologisch bezien zorgde zo’n evangelisatie natuurlijk voor de nodige hoofdbrekens. Tegelijk kan niet ontkend worden dat vele ervan tot zegen zijn geweest. Diverse GB-gemeentes zijn als evangelisaties begonnen. Ik noem er enkele: buitengewone wijkgemeente Krimpen aan den IJssel, Nieuwe Westerkerk in Capelle aan den IJssel, Eben-Haëzerkerk Apeldoorn, de Sionsgemeente in Epe, de Bethel-gemeente te Moordrecht, de Morgenster gemeente te Zoetermeer, gemeente ’t Venster te Lekkerkerk, Stolwijk wijkgemeente 2, enzovoort. Dit laatste is echter nooit zonder slag of stoot gegaan. Voordat een evangelisatie kerkelijk onderdak kreeg, moest er vaak eindeloos veel vergaderd worden. Op sommige plaatsen lukte de integratie niet of slechts gedeeltelijk. Dan bleef een evangelisatie jarenlang bestaan. De evangelisatie van Strijen was zo’n plek. Het was de plek waar mijn biografische en geestelijke wortels liggen.

STRIJEN

Mijn herinneringen aan de evangelisatie in Strijen dateren van heel lang terug. Wij woonden namelijk als gezin in het huis waaraan de zaal was gebouwd waar ‘diensten’ werden gehouden. In het jaar voordat ik geboren werd, was ds. H.G. Abma (jarenlang parlementariër vanwege de SGP) als buurman vertrokken. Hij verzorgde een jaar lang diensten in dit gebouw, maar stopte ermee vanwege zijn verhuizing naar Gouda. Bewuste herinneringen heb ik aan de tijd dat ds. H.K. van Wingerden (predikant in onder andere Delft, Zoetermeer en Gameren) als emeritus predikant onze buurman was en twee keer per zondag diensten verzorgde (uiteraard zonder sacramenten; het was geen kerk!). Ik kan nog wel preken van hem herinneren, onder andere over Ruth.

Op catechisatie genoot hij als je hem vragen stelde. Op het orgel in de kamer waar de catechisaties gehouden werden en het bestuur samenkwam, prijkten foto’s van bekende dominees: L. Vroegindeweij, G. Spelt en P. Zandt. Na zijn vertrek (1978) veranderde er veel. Van twee diensten ging men naar één dienst. De tweede dienst bezochten wij als gezin in de dorpskerk, waar inmiddels ds. H. Binnekamp predikant was. Omdat er in Strijen naast een GB-predikant ook een confessionele predikant was, was er altijd maar één GB-dienst in het dorp (de andere werd in een dorp verderop gehouden). De dienst in de evangelisatie werd voortaan officieus beschouwd als tweede dienst in het dorp zelf. Hierdoor ontstond een situatie die voor de nodige rust zorgde, mede omdat de persoonlijke contacten prima waren.

BEVINDELIJK

Dat mensen ervoor kozen om kerkelijk zo’n lastige weg te gaan, had een diepe reden, namelijk een intense liefde voor de gereformeerde prediking. Ik heb die liefde thuis geproefd, vooral bij mijn vader. Hervormd opgevoed in Rotterdam, was hij in de oorlogsjaren in Kesteren in contact gekomen met ds. J.T. Doornenbal. De bevindelijke preken raakten hem en gaven – samen met andere ervaringen – verdieping aan zijn geloofsleven. Geloofsleven gaat – zo leefde hij voor – om een persoonlijke ontmoeting met de Heere, en daarom zal een preek altijd iets ‘onderscheidenlijks’ hebben. Je kunt niet zomaar alle hoorders over één kam scheren. Persoonlijke oproep tot geloof en bekering is noodzakelijk. God trekt mensen door Zijn Geest tot Zich. De liefde tot deze bevindelijke prediking is mij van jongsaf bijgebracht en voorgeleefd. En ik kan daar alleen maar dankbaar voor zijn. Diverse preken die ik hoorde, hebben mij persoonlijk geraakt. In die tijd werd het verlangen geboren om predikant te worden.

VERSCHERPING

Ondertussen gebeurde er op kerkelijk terrein veel. Een grote groep van destijds meestal jonge predikanten distantieerde zich steeds openlijker van de Gereformeerde Bond en richtte hun eigen kring op rond het blad ‘Het gekrookte Riet’. Velen van hen preekten ook in Strijen. Langzamerhand veranderde daardoor de teneur in de prediking. Dit werd mijzelf pas na een lange, persoonlijke zoektocht duidelijk. De preek was vaak wel bevindelijk, maar deze bevinding kwam niet altijd op uit het gelezen Schriftgedeelte. Regelmatig kwam naar voren wat ‘Gods (echte) volk’ allemaal niet beleeft aan angsten en diepten op de bekeringsweg. Deze persoonlijke aanpak heeft iets moois – een prediking vanuit de ervaring spreekt altijd aan en heeft kracht – maar bergt ook een gevaar in zich. Het kan ook te veel over de belevenissen van ‘de ziel’ gaan. De geloofsbeleving wordt dan al heel gauw geschematiseerd en de Schrift vanuit dat sjabloon uitgelegd. Dit was zeker niet bij iedereen het geval, maar een bepaalde tendens was wel herkenbaar, en daarmee werd langzaam maar zeker ook het zicht en de betrokkenheid op de concrete hervormde dorpskerk minder.

Deze verschuiving heeft veel met mijzelf gedaan. Mijn vader was inmiddels overleden, en liet een rijk geestelijk getuigenis na. Zowel de GB-predikant als de predikant die behoorde bij de Confessionele Vereniging kwam tijdens zijn ziekbed op bezoek en hij had goede gesprekken met hen (en met veel anderen). In die tijd en daarna was ik intens op zoek naar geestelijke waarachtigheid: wanneer is het geloof nu echt? In die zoektocht kwam ik echter steeds meer op een doodlopende weg terecht. De eindeloze nadruk op zelfonderzoek die ik in de preken vernam, bracht mij steeds weer en meer in de binnenkamer, maar leidde... tot niets. Met dat alles werd ik echter wel teruggeworpen op de Schrift zelf en op God Zelf. Een boek over Hebreeën 11 van ds. G. Boer, dat thuis in onze boekenkast stond, was daarbij tot zegen. Daaruit leerde ik dat bevindelijk preken de bevinding niet centraal stelt; de Schrift (de drie-enige God) roept bevinding op, diep en tegelijk gevarieerd en persoonlijk toegesneden.

ADEMNOOD

Goede theologie kan niet zonder een zekere legitieme breedte. Ze kan ook evenmin zonder een helder, liefdevol zicht op de kerk. Waar beide langzamerhand gaan ontbreken, ontstaat geestelijke ademnood. Of zoals ik onlangs op de predikantenconcio hoorde: waar de vleugels van een duif worden gekortwiekt, kan deze vogel nog wel fladderen, maar niet vliegen. Zo is het ook met een kerk of gemeente die haar bijbels geoorloofde diversiteit verliest.

Deze kritische noot neemt echter niet weg dat ik met dankbaarheid terugkijk op wat ik in mijn jeugd ontvangen heb. En ik ben daarin niet de enige. Heel treffend schreef ds. C. Doorneweerd (predikant in Strijen) in het plaatselijk kerkblad naar aanleiding van het sluiten van de evangelisatie: ‘Onze wortels als Hervormd Gereformeerde wijkgemeente liggen daar (= in de evangelisatie) . In mijn rondgang door de gemeente kom ik vele gemeenteleden tegen die vroeger hebben gekerkt aan de Nieuwestraat en die de vruchten van de prediking dragen.’ Persoonlijk ben ik dankbaar dat ik bijna elk jaar in de dorpskerk van Strijen of in Strijensas een dienst mag leiden.

VAST EN ZEKER

Als ik vanuit mijn ervaring en als theoloog de betekenis van een ‘evangelisatie’ (in deze aparte zin van het woord) probeer te duiden en tegelijk bredere lijnen trek, dan kom ik tot de volgende conclusies. Het ontstaan van evangelisaties in het begin van de twintigste eeuw laat een intens verlangen zien naar een prediking die de Schrift laat spreken en verlangt naar de toeeigening ervan in eigen leven. Dit verlangen is volstrekt legitiem.

Het gaat er in de ontmoeting met God persoonlijk aan toe. Tegelijk mag dit nooit in mindering komen op het feit dat Gods beloften vast en zeker zijn. Het heil ligt niet in onze beleving, maar in Christus’ toezegging. Dat dit een spannend evenwicht is, weet iedereen die de geschiedenis van de gereformeerde theologie een beetje kent. Het is echter goed om dit spanningsveld intact te houden. Zonder de vraag naar de persoonlijke toeeigening vervlakt de geloofsbeleving, maar zonder de vaste grond van de belofte wordt bevinding drijfzand.

Het ontstaan en bestaan van evangelisaties is een uitdaging aan onze visie op kerk-zijn. Het toont de gebrokenheid van het kerkelijke leven. Het doet pijn als je geestelijk honger lijdt, en niet ontvangt wat je nodig hebt. Je kunt lijden aan de kerk. Het vroegere geslacht heeft dat ondervonden. Het heeft voor het horen van de bijbelse prediking ook offers gebracht.

GESPANNEN VOET

Liefde voor de waarheid en liefde voor de kerk (als geheel) staan soms op gespannen voet met elkaar. Het kan bij het maken van een uiteindelijke keuze tussen beide daarom heel verschillend uitpakken. De scheuring van 2004 laat dat maar al te duidelijk zien. Meer dan eens zagen we trouwens dat de lijnen waarlangs deze breuk zich voltrok, eerder ontstane verschillen in de visie op geloofsbeleving en kerkbeleving aan het licht bracht. Diverse evangelisaties gingen als hersteld hervormde evangelisaties verder. Dit is een buitengewoon pijnlijke zaak. We hebben elkaar immers juist als het gaat om de visie op de kerk en op de prediking als hervormden van gereformeerde snit ontzettend hard nodig.

In onze tijd staan we voor soortgelijke uitdagingen als vroegere generaties. Het zicht op de uiteindelijke eenheid en saamhorigheid van de kerk is binnen de Protestantse Kerk sterk aan slijtage onderhevig. We kunnen nu eenmaal meer liefde opbrengen voor de ‘oude hervormde, vaderlandse kerk’ dan voor de Protestantse Kerk, ook al heeft ds. W.L. Tukker ons geleerd de kerk lief te hebben in de gestalte waarin ze zich voordoet. Er is ook nu diversiteit in kerk- en geloofsbeleving en we zijn maar al te zeer geneigd ons alleen bij gelijkgezinden aan te sluiten. Toch vraagt ook onze tijd om onvoorwaardelijke liefde voor de kerk en voor allen die tot haar behoren. Dit is een theologische en geestelijke noodzaak. Daarbij gaat liefde voor de kerk en voor de prediking (vanuit de Schrift en voor het hart) hand in hand.

Dr. A.J. van den Herik is predikant van de hervormde gemeente te Moerkapelle.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

EVANGELISATIES GESLOTEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's