De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

OPROEP AAN HELE WERELD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OPROEP AAN HELE WERELD

De kus in de Bijbel [5]

4 minuten leestijd

De oproep tot het kussen van de Zoon vinden we in Psalm 2: ‘Kus de Zoon, opdat Hij niet toornig wordt en u onderweg omkomt, wanneer Zijn toorn slechts even ontbrandt.’ Kussen heeft hier niets met romantiek van doen. Het is het teken van erkenning van en onderwerping aan gezag.

Gods Koninkrijk komt. Dat wordt rondom de komst van de Heere Jezus duidelijk aan de orde gesteld door Johannes de Doper en door Hemzelf. In het Oude Testament is het in het bestaan van Israël echter al zichtbaar, en met name in de tijd van de koningen, David voorop. Dat is niet te danken aan de goedheid van Israël, maar aan Gods genadige doorgaan met Israël. Aan Israël schenkt Hij dat God wordt gediend, Zijn wetten gestalte krijgen, Zijn zegeningen blijken.

Waarom erkennen niet alle volken de macht van Israëls God? Waarom sluit zich niet ieder bij Israël aan? David is Gods gezalfde, en God noemt hem Zijn zoon (2 Sam.7:14). Waarom willen bijvoorbeeld Aramese koningen zich met de Ammonieten verbinden om in opstand te komen tegen David? Ze zullen het toch moeten opgeven (2 Sam.10). In Hebreeën 1 blijkt Jezus de Messiaanse erfgenaam van David te zijn. Hij is de Gezalfde en de Zoon van God op de eigenlijke manier.

ONDERWERPING

Kus de Zoon! Dat is de oproep aan een hele wereldbevolking. God is onze Schepper. We hebben tegen Hem gezondigd.

Maar Hij is evengoed nog Koning, al is Hij ons als onderdanen kwijt. Hij heeft Zijn Zoon gezonden om Zijn Koninkrijk in deze wereld te herstellen. Hij is Zelf de verzoening voor opstandelingen geworden. En het is zaak voor ons mensen om Hem te kussen. Bij het bedoelde kussen gaat het dan letterlijk over het neerbuigen van de zich overgevende koning, of zijn onderdanen waarbij zij zijn voeten kussen en soms zelfs de treden van de troon en de grond ervoor. Figuurlijk gaat het over het zich stellen onder Zijn macht en zeggenschap. Zoals het volk van Egypte Jozef ‘kust’ (Gen.41:40, SV; in de HSV staat: eerbiedigen). Dat is ondertussen ook het leven van het geloof: een leven dat onderwerping kent. Het doorgaande gebed van een onderdaan van Jezus is: ‘Leer mij naar Uw wil te handelen.’

GELOOFSKWESTIE

Zowel in Davids dagen als in onze dagen is het een kwestie van geloof om de Zoon te kussen. Want de macht van de Zoon is nog niet voluit gekomen. In de tijd van het Oude Testament werd ze steeds weer gebroken door de zonde van koning en volk. In de tijd van het Nieuwe Testament is ze nog verhuld, omdat Jezus in de gestalte van vernedering op aarde was, en sinds Zijn hemelvaart Zijn koningschap vanuit de hemel met geduld naar goddelozen toe uitoefent, zodat men vaak concludeert dat Jezus’ overwinning er niet is en men gewoon zijn gang gaat. Door het geloof worden we echter gewaar dat Jezus Christus Heere is, dat Hem alle macht in hemel en op aarde gegeven is, en dat het naar de tijd toegaat dat Hij zal wederkomen en als Rechter alle volkeren zal oordelen. Door het geloof gaan we Jezus zien als Gods Zoon, Die de Gezalfde Koning is. We kussen Hem Zelf en we wijzen er zoveel mogelijk mensen op dat dit ook voor hen van het grootste belang is. Daarbij mogen we verwachting hebben. Want we zingen het: ‘Ja, elk der vorsten zal zich buigen en vallen voor Hem neer (om Hem te kussen!), al ’t heidendom Zijn lof getuigen, dienstvaardig tot Zijn eer.’ (Ps.72: 6, ber.)


God is evengoed nog Koning, al is Hij ons als onderdanen kwijt


BINNENKAMER

Wie zich aan Jezus onderworpen heeft, heeft ondertussen in Hem een Koning, Die de liefdesomgang niet schuwt. In het Hooglied van Salomo wordt ons de liefdesomgang getekend tussen de eenvoudige Bruid en de koning-Bruidegom. En daar mogen we de omgang van Christus met Zijn kerk in afgebeeld zien. De bruid verlangt: ‘Laat Hij mij kussen met de kussen van Zijn mond, want Uw uitnemende liefde is beter dan wijn.’ (Hoogl.1:2) En Koning Jezus geeft Zich in liefde graag aan Zijn bruid. Als Hij terugkomt om Zijn koninkrijk in volle glorie te vestigen, haalt Hij ook Zijn bruid binnen.

Ds. A. de Lange is predikant van de hervormde gemeente te Nieuw-Lekkerland.


Volgende week deel 6 (slot) in deze serie, over de kus in de christelijke gemeente.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

OPROEP AAN HELE WERELD

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's