De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET LEGE GRAF

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET LEGE GRAF

Met Herzberg, Gezelle, Revius en De Mérode op weg naar Pasen

5 minuten leestijd

De hoofdpersoon in de novelle Drie rode rozen heeft op een kerkhof vijf graven gekocht: twee zijn bestemd voor hem en zijn vrouw, drie voor zijn drie dochters. Die laatste drie zijn leeg en zullen leeg blijven.

De dochters zijn reeds eerder afgevoerd naar een concentratiekamp, de vernietiging tegemoet. Maar naar Joods gebruik liggen hun graven op datzelfde kerkhof, bij dat van hun ouders: leeg, met alleen een zerk en hun namen daarop, wachtend op de jongste dag. De hoofdpersoon in dit boekje van de Joodse schrijver Abel Herzberg (1893-1989) worstelt met het lijden van zijn volk en vereenzelvigt zich met het lijden van Job.

ZICHTBAAR TEKEN

Het contrast kan niet groter zijn: de graven in Herzbergs novelle die leeg (moeten) blijven tegenover het graf van Jezus dat leeg is geworden. De evangelisten benadrukken dat Jezus na Zijn kruisdood is begraven. Maar als vrouwen en discipelen Zijn graf in de hof van Jozef van Arimathea gaan bezoeken, blijkt het ‘leeg’ te zijn. Engelen zeggen tegen hen: ‘Hij is hier niet, want Hij is opgewekt.’ En: ‘Waarom zoekt u de Levende bij de doden?’

Guido Gezelle, de begaafde Vlaamse dichter, vertolkt het wonder van Jezus’ opstanding in zijn gedicht ‘Pasen’ als volgt:


PASEN

Pasen, Pasen,
dwaze mannen
dachten Hem in ’t
graf te spannen,
met Pilatus’
zegelmerk:
Pasen, Pasen,
ijdel werk,
ijdel waken:
God almachtig
is verrezen,
eigenkrachtig,
Halleluja,
dóór de steen
eer de zonne in
’t oosten scheen.


Het lege graf is een zichtbaar teken, aldus de dichter, dat Jezus ‘is verrezen, eigenkrachtig’. Zijn verrijzenis is geen mensenwerk, maar een Godswonder.

JOZEF

Engelen vertellen de vrouwen dat ze tevergeefs Jezus zoeken op de plaats waar Hij gelegd is. Het graf is leeg, maar na de mededeling ‘Hij is hier niet’ hebben ze een troostrijke aanvulling: ‘Hij is opgewekt.’ De zeventiende-eeuwse predikant-dichter Jacob Revius, vele jaren predikant in Deventer, geeft in zijn poëziebundel Over-Ysselsche sangen en dichten uitgebreid aandacht aan het lijden en sterven en de opstanding van Jezus. Zo ook in het gedicht ‘Verrijzenis’. Revius maakt daarbij gebruik van de parallel die hij ziet in de geschiedenis van Jakob en Jozef. Hij tekent Jozef als een voorafschaduwing van Christus. Jozefs broers bedriegen hun vader en vertellen hem dat zijn lievelingszoon Jozef dood moet zijn. Maar dan komt de onverwachte wending. Als de broers vanwege de hongersnood in hun land Jozef ontmoeten als onderkoning in Egypte en dit aan Jakob meedelen, wordt Jakob ervan overtuigd dat Jozef niet dood is, maar leeft. Jakob spreekt dan vol blijdschap de woorden uit: ‘Mijn zoon Jozef leeft nog!’ (Gen.25:28) De dood gewaande Jozef is niet dood.

Deze parallellie – Jozef leeft en Jezus leeft – vormt de basis van Revius’ gedicht ‘Verrijzenis’.


VERRIJZENIS

Leeft Jozef, die ik lang in ’t dood-
boek had geschreven,
sprak Jacob, oude man,
en werd hij zo verheven,
zo ben ik vergenoegd,
zo wil ik reizen heen
en zien zijn hogen staat,
en sterven wel tevreen.
Leeft Jezus, die alree ten
grave was gedragen,
is Hij gerezen op na drie
gehele dagen,
en heeft Hij alle macht in
hemel en op aard,
zo ben ik wel getroost:
ik wil te Godewaart
en zien Zijn Heerlijkheid.
Blijmoedig wil ik sterven,
verzekerd met mijn Heer
de zaligheid te erven.


De parallellen geeft Revius duidelijk aan, met soms vrijwel identieke bewoordingen: ‘Leeft Jozef’ (r.1) -‘Leeft Jezus’ (r.5); ‘zo ben ik vergenoegd’ (r.3) – ‘zo ben ik wel getroost’ (r.8); ‘zien zijn hogen staat’ (r.4) – ‘zien Zijn Heerlijkheid’ (r.9); ‘sterven wel tevreen’ (r.4) – ‘Blijmoedig wil ik sterven’ (r.9).

Het gedicht eindigt met de taal van het geloof: ‘blijmoedig’ en ‘verzekerd’ sterven.

VERSCHIJNINGEN

De evangeliën beschrijven dat vrouwen en discipelen Jezus’ graf bezoeken. Een leeg graf. Daarna volgen de diverse verschijningen van de opgestane Heiland. Een daarvan is het uitvoerige verhaal van de Emmaüsgangers dat we aantreffen in Lukas 24. Deze bekende geschiedenis vormt de grondslag van een gedicht van Willem de Mérode, die in het dagelijks leven Willem Eduard Keuning (1887-1939) heette. Hij is een van onze belangrijkste protestantse dichters tussen de twee wereldoorlogen. In zijn omvangrijke dichtwerk vinden we diverse gedichten over de verschijningen van Jezus na Zijn opstanding. Zo ook het gedicht ‘De Emmaüsgangers’, dat een plaats kreeg in zijn bundel De donkere bloei.


DE EMMAÜSGANGERS

Nóg speuren wij ’t nieuw vreugdgevoel,
dat heet en koel
ons overrompelde op de tocht,
toen Hij ons had bezocht.

Hij heeft ons ongeloof gekrenkt,
de ziel gezengd
en drong zo zacht als windgesuis
met ons in huis.

Toen Hij de broden met ons brak,
de zegen sprak,
kenden wij Hem aan woord en stem,
en – wij verloren Hem.

Maar schoon Hij vlood van ons gezicht,
toch blijft Zijn licht,
want ’t hart, ontstoken aan Zijn gloor,
vlamt altijd door.


Opvallend in het gedicht van Willem de Mérode zijn de vele verwijzingen naar ‘vuur’: ‘heet’, ‘gezengd’, ‘ontstoken’, ‘vlamt’. Dit moet wel geïnspireerd zijn door ‘brandend’ in Lukas 24:32, waar we lezen: ‘Was ons hart niet brandend in ons, toen Hij onderweg tot ons sprak...?’

De dichter benadrukt dat wie Jezus echt ontmoet, niet koud blijft maar warm wordt. Die raakt in vuur en vlam. De Emmaüsgangers laten ons zien dat die vlam niet dooft, ook niet als Jezus uit hun gezicht is verdwenen.

Dit is de boodschap die De Mérode ons doorgeeft: wie Jezus echt ontmoet, wie door Hem wordt aangeraakt en in het hart geraakt, wordt door Hem ‘ontstoken’ en ‘vlamt altijd door’.

Dr. J. de Gier uit Ede is neerlandicus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

HET LEGE GRAF

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's