De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GLOBAAL BEKEKEN

4 minuten leestijd

In Wapenveld (tijdschrift over geloof en cultuur vanuit christelijk perspectief) haalt Menno van der Beek voor het voetlicht hoe Willem Barnard mede zijn aandeel nam in de commissie voor de psalmberijming van 1967, de zogenaamde ‘Nieuwe Berijming’:

En Barnard wilde wel, want, zoals hij later schreef, ‘Het werk van de psalmberijming is een soort heemschut. Wie zijn voorvaderlijke erf niet onderhoudt is een barbaar. Maar wie van nieuwe bouw niet wil weten is een rentmeester met slechts één talent’. Maar in de commissie zal men weten, dat men een sterke persoonlijkheid in huis gehaald heeft, want Barnard trakteert de commissie ook op een forse brief: of de uitgangspunten wel helder zijn. ‘Persoonlijk ben ik van mening, dat het oplappen van de gebruikelijke berijming bij de oude melodie een uiterst moeilijke opdracht zal blijken’. Men nodigt de lastige dominee uit Hardenberg ter vergadering, men vraagt hem zich te voegen, maar hij aarzelt. Pas in 1952 bezield door de aanwezigheid en de gedrevenheid van Nijhoff, gaat Barnard om. Hij gaat meedoen, nieuwe teksten maken op de oude wijzen. Later zal hij schrijven: ‘Maar wij waren nu eenmaal gebonden aan de overgeleverde melodieën en de daardoor verplichte strofevorm. Dat is een erfgoed waarvan de Hervormde kerk zich niet mag ontdoen, dat zij integendeel zorgvuldig moet beheren’. De melodieën waren hem onderweg ook heilig geworden.

Maar de berijmde psalmen zijn hem wel zeer lief gebleven: ‘Voor mijn part werden alle gezangen uit de boeken geschrapt, de mijne incluis, als we dan tenminste de psalmen maar overhielden. Ik snak soms naar stevig psalmgezang. Want daarin komt alles aan de orde (...) En dat alles op een schaal die groter is dan de enkele heilzoekende ziel... Maar zo, dat ook die enkele ziel, dat eenzaampje, erbij betrokken wordt.’

De moeder de vrouw
Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in ’t gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd –
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.
Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij ’t roer,
en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.
Martinus Nijhoff

***

In VolZin (tijdschrift over religie en samenleving) is er aandacht voor de Joodse schilder Chagall in een bijdrage van Willem van der Meiden.

Een artistieke bruggenbouwer en grensverlegger van jewelste was hij. Van straatarme Joodse jongen uit het Russische Vitebsk tot wereldwijd geëerde kunstenaar, die bij zijn leven zijn roem al volop mocht plukken, zo verliep zijn sprookjesachtige loopbaan. Misschien is hij onder christelijke kunstminnaars wel de meest gewaardeerde schilder van de afgelopen eeuw, vanwege de religieuze sfeer en attributen en de bijna tastbare bevindelijkheid. Hij heeft in elk geval in Nederland theologen als Marcus van Loopik en Ruud Bartlema sterk beïnvloed in hun hedendaagse religieuze kunst.

Marc Chagall, geboren in 1887 als Movsja Sjagal, stierf, bijna honderd jaar oud, in 1985, en heeft tot op hoge leeftijd aansprekende en intrigerende schilderijen, aquarellen en gebrandschilderde ramen gemaakt. Chagall was altijd in gesprek met zijn chassidisch-joodse afkomst, maar durfde ook ‘christelijke’ taferelen aan. Befaamd zijn zijn gekruisigde Jezussen, die hij vaak plaatste in de Jiddische sferen van zijn jeugd. Befaamd is zijn Witte kruisiging, dat een gekruisigde Jezus toont met als lendendoek een gebedsmantel in een baan van wit licht uit de hemel. Zo verbindt hij symboliek uit twee religies tot een eerbetoon aan het menselijk lijden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's