GLOBAAL BEKEKEN
In Protestants Nederland blikt drs. B. Coster terug op ‘25 jaar zending in Spanje’. Onder het kopje ‘Persoonlijk’ schrijft hij:
Als opgemerkt wordt dat ik de dingen altijd anders zeg, dan is dit ook ten dele persoonlijk en wel vanwege onze achtergrond in het piëtisme, zoals de Nederlandse bevindelijkheid in het buitenland heet. Er is inderdaad een groot verschil tussen de bevindelijkheid en de evangelische spiritualiteit. Evangelische christenen, ook van gereformeerd belijden, spreken bij voorkeur over hun geloof als overwinning, bevindelijke christenen spreken gemakkelijker over hun zonden en hun tekorten.
Bevindelijke christenen hebben doorgaans een introverte beleving, evangelische christenen een extraverte. Door deze verschillen moesten we leren bruggen te slaan tussen onze eigen beleving en de evangelische. Echter, welke bijdrage biedt onze bevindelijke achtergrond aan de zending, of is ze alleen een belemmering, een obstakel? Moeten we als zendelingen zodanig contextualiseren dat we de spirituele identiteit van de kerk in het buitenland die we gaan dienen overnemen of moeten we juist onze eigen identiteit behouden en te gelde maken?
Ik wil niet ontkennen dat 25 jaar in Spanje invloed hebben op onze beleving. We hebben geleerd dat de beleving van het geloof niet gelijk is aan het geloof zelf. Het geloof is geheel afhankelijk van de waarheid van God. Het is werkelijkheid en de evidentie van God (Hebr. 11:1). Echter, de beleving van deze waarheid wordt in sterke mate bepaald door karakter en cultuur.
***
Onder het kopje ‘Verkozen en beroepen’ vertelt ds. P.L. de Jong in zijn recent verschenen boek Sores en zegen. Mijn verhaal met de kerk (Boekencentrum, Utrecht) hoe hij dominee werd in Laar:
Begin februari 1974 werd ik in een consistoriekamer in Utrecht toegelaten als kandidaat tot de heilige dienst van het Woord in de Nederlandse Hervormde Kerk. Dr. Cees Tukker besprak de preek met me. Het was een heilig moment. Je moest opstaan en enkele vragen beantwoorden, daarna deed de voorzitter een gemeend gebed voor je. Ik miste mijn vader, er was sowieso niemand bij, zelfs Cora niet. ‘Bent u ook beroepbaar?’ vroeg de scriba van het college. Ik zei: ‘Nee, ik wil eerst afstuderen.’ Maar dezelfde avond na het eten belde onverwacht ds. Leun Geluk uit Zwolle op. Of ik beroepbaar was. Hij had veel contacten met Kohlbruggevrienden in de Graafschap Bentheim via ds. Dirk van Heijst in Ommen. ‘Er is daar een kleine boerengemeente. Die zoekt een kandidaat die iets van Kohlbrugge heeft begrepen’, zei hij. ‘Misschien iets voor jou!’ Ik kon het me niet voorstellen, maar avontuurlijk vond ik het wel. Geluk wilde weten waar ik de volgende zondag zou voorgaan. Dat was in Holysloot, een dorpje tussen de vele sloten ten oosten van Amsterdam. Ik was er nog niet eerder geweest. Het was een hele speurtocht naar het kerkje dat niet veel groter was dan een boerenschuur. Ik kon me niet indenken dat iemand uit de graafschap het had kunnen vinden. Maar ze zaten al te wachten. Drie weken later preekte ik in Laar.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2018
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2018
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's