De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE EDELE OLIJFSTAM

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE EDELE OLIJFSTAM

Dr. De Greef schrijft over visie van reformatoren op Joden

5 minuten leestijd

De reformatoren hadden grote aandacht voor het Oude Testament, inclusief de Hebreeuwse tekst daarvan. Dr. Wulfert de Greef, die al meer publicaties op zijn naam heeft staan over de Reformatie en de uitleg van de Bijbel, gaat daar in zijn nieuwste pennenvrucht op in.

Zijn conclusie is echter dat dit alles niet heeft geleid tot een verbetering van de relatie van christenen en Joden, omdat de laatstgenoemden Jezus niet als de Christus erkenden.

EENVOUDIGE DOEKEN

Al lezende verwonder je je over de geweldige productiviteit van reformatoren als Luther en Calvijn, alsmede over de omvangrijke uitwerking hiervan op allerlei terreinen. De auteur beschrijft nauwgezet hoe bij de reformatoren het geloof in Christus vaak een rol speelde bij de vertaling en uitleg van een tekst, zoals bijvoorbeeld bij Psalm 22:17: ‘Want honden hebben mij omsingeld, een horde kwaaddoeners heeft mij omgeven; zij hebben mijn handen en mijn voeten doorboord.’ Het was voor hen evident dat Christus een centrale plaats innam in heel de Schrift. En dat heel de Schrift dus moest worden uitgelegd met het oog op Hem.

Volgens Luther vind je in het Oude Testament de doeken en de kribbe waarin Christus ligt. Het zijn wel eenvoudige doeken, maar er ligt een kostbare schat in. Dit in tegenstelling tot de rabbijnen, die vonden dat het Oude Testament vooral op zichzelf stond, en niet vanuit het Nieuwe verstaan moest worden.

LUTHER EN DE JODEN

Het is waardevol hoe dr. De Greef de relatie tussen de reformatoren en de Joden uiteenzet. De visie van iemand als Luther werd aanvankelijk mede bepaald door zijn opvatting over de verhouding tussen Wet en Evangelie, die volgens hem alles te maken had met de verhouding tussen het Oude en Nieuwe Testament.

We zien bij Luther duidelijk een bepaalde ontwikkeling. Aanvankelijk probeerde hij de Joden nog te winnen voor het Evangelie, vooral door zijn geschrift Dass Jesus Christus ein geborener Jude sei uit 1523. De Greef geeft nauwgezet de gebeurtenissen, alsmede de invloed daarvan, op de visie van Luther op de Joden weer. Een visie, die uiteindelijk uitmondt in het erbarmelijke Von den Juden und ihren Lügen uit 1543.

In de pers heeft vooral dit laatste geschrift de nodige en veelal eenzijdige aandacht gehad. Daarom is het waardevol dat dr. De Greef een gedegen en evenwichtige weergave geeft, die er overigens niet om liegt: ‘Hun synagogen moeten verbrand worden. Ook moeten hun huizen vernietigd worden. (...) Ze mogen wel een schamel onderdak hebben, zoals de zigeuners dat hebben, opdat ze beseffen dat ze in ballingschap verkeren. (...) Alle gebedenboeken, commentaren op de Talmoed en ook de Hebreeuwse Bijbel moeten van hen afgenomen worden omdat ze alles gebruiken om Christus te belasteren.’ (pag. 91). Een triest relaas. Niet omdat Luther hen haatte, maar vooral omdat hij de christenen tegen hen wilde beschermen. Dat hij zich zo liet gaan, had vooral te maken met teleurstellingen over uitblijvende bekeringen en over hun verwerping van Jezus als Messias, maar ook met minder prettige ervaringen met Joden en de kwalijke invloed van vooral de christen geworden Jood Antonius Margarita.

EIGEN LAND

Gelukkig dachten niet alle reformatoren zo. Positieve uitzonderingen die de auteur bespreekt, waren onder anderen Josel van Rosheim, die op de achtergrond veel betekende; Rhegius, die vanuit zijn verstaan van Romeinen 11 bleef opkomen voor een liefhebbende, tolerante houding; Zwingli, die er op wees dat bepaalde beloften nog vervuld moesten worden, maar ook iemand als Capito, die beklemtoonde dat de profetische beloften uit het Oude Testament ook betrekking hebben op de tijd na de komst van Christus. Hij verwachtte zelfs dat de Joden eenmaal zouden terugkeren naar hun eigen land. Een geluid dat Bucer als dopers van de hand wees.

Wat Calvijn betreft is het verrassend hoe hij de profetische beloften niet alleen verbond met Christus’ komst, maar die vervolgens ook doortrok naar Zijn wederkomst. In gedachten zag ik Ezechiël 37:16-22 al in vervulling gaan...

Uitgebreid komt de verhouding van Calvijn tot de Joden aan de orde, hoewel hij minder met Joden te maken had dan Luther. Voor zijn exegetische werken luisterde Calvijn echter vaak naar de uitleg van Joodse exegeten.

Dr. De Greef wijst er ook op dat in Calvijns preken de christenen nogal eens de plaats van de Joden innamen. Toch was het niet zo dat Joden voor hem geen betekenis meer hadden. Vanuit Romeinen 11 liet hij de heidense takken, die geënt werden op de edele olijfstam Israël, delen in de vruchtbaarheid van de wortel. Gelovigen uit de heidenen maakten bij Calvijn deel uit van het volk van God dat afstamt van Abraham. Zij worden gevoegd bij ‘de rest’ die altijd overblijft. Geënt in de ‘heilige en gezegende stam’. Verenigd met het ‘oude volk’. De muur die scheiding maakte, is immers afgebroken. ‘Als de heidenen zijn binnengegaan, zullen tegelijk ook de Joden terugkeren van hun val tot de gehoorzaamheid van het geloof.’ Al met al betekent dit wel dat we Calvijn niet zomaar kunnen wegzetten als vervangingstheoloog.

De bovenste zin op pagina 128 moet niet zijn dat ‘Gods trouw de ontrouw van de Joden niet teniet doet’, maar dat ‘Gods trouw niet teniet gedaan wordt door de ontrouw van de Joden’.

ONOPGEEFBAAR

In het laatste hoofdstuk gaat de auteur in op de relatie tussen christenen en Joden na de tijd van de Reformatie. Vreemd genoeg hebben we juist door de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog meer oog gekregen voor de nauwe verbondenheid van de kerk met Israël. Het kwam zelfs tot het belijden van een ‘onopgeefbare verbondenheid’. En ook tot meer zicht op de beloften uit Romeinen 11, met de roeping niet hoogmoedig te zijn en de Joden jaloers te maken op het geloof in Christus. Ook de landbelofte en de relatie met de Palestijnen, met alle vragen van dien, passeren de revue. De standpunten lopen overigens, vooral in onze tijd, ver uiteen. De auteur eindigt met erop te wijzen hoe groot Gods genade en trouw is ten opzichte van Israël én de volken. En dat Jezus Christus, de Koning van de Joden, ook de Heiland van de wereld wil zijn.

Ds. H. Liefting uit Gouda is emeritus predikant.


N.a.v. Dr. Wulfert de Greef, ‘De Reformatie, het Oude Testament en de Joden’, uitg. Eburon, Delft; 201 blz.; € 22.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2018

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

DE EDELE OLIJFSTAM

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2018

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's