De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

PREKEN IN DE PRAKTIJK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

PREKEN IN DE PRAKTIJK

Dr. De Leede en dr. Stark geven moderne cultuur te veel gewicht

7 minuten leestijd

Met Ontvouwen. Protestantse prediking in de praktijk bieden dr. Bert de Leede en dr. Ciska Stark de kerk en de opleiding van de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) een handboek voor protestantse prediking dat veel inhoud heeft. Tegelijk roept het bevreemding op.

Laat ik deze recensie maar beginnen met een persoonlijke ontboezeming, die een uiting is van verlegenheid. Het valt niet mee om een gedegen boek als dat van dr. De Leede (tot 2015 universitair docent en onderzoeker aan de PThU) en dr. Stark (docent homiletiek en liturgiewetenschappen aan de PThU) recht te doen. Ze bieden veel. Echter, een boek kan ook zo vol en (te) veel worden dat de lezer moeite heeft erdoorheen te komen. Deze lezer heeft dat, eerlijk gezegd, zo ervaren. Het gaat over communicatie, maar het communiceert stroef en is te moeilijk.

Een boekbespreking is per definitie een enigszins subjectieve weergave. Daarbij zal de recensent erop toe moeten zien dat hij de intentie van de auteurs recht doet, de inhoud zo goed mogelijk samenvat, om vervolgens zijn dankbaarheid te uiten of zijn (kritische) vragen te stellen met het oog op een mogelijke dialoog.

Dit alles gezegd hebbend, wil ik aan het begin al laten weten dat dit boek bij mij zowel herkenning alsook veel bevreemding heeft opgeroepen. Het laatste kreeg, helaas, de overhand gedurende de voortgaande ‘ontvouwing’ van de inhoud.

STRUCTUUR

Eigenlijk is er geen adequate samenvatting te geven, wel een overzicht. De structuur van het boek is goed doordacht. De titel van het eerste hoofdstuk is ‘Protestantse prediking’. Hier ervoer ik de meeste herkenning in de inzet bij het grote en heilige belang van de prediking als centraal gebeuren van Godswege. De predikant is Verbi Divini Minister en de prediking is van Godswege wezenlijk voor de werkelijkheid van het heil van de hoorders.

Het tweede hoofdstuk gaat over ‘Oriënteren’. De homiletische driehoek wordt getekend waarin de preek het centrum is van de relatie van voorganger, geloofsgemeenschap en tekst.

De orde van behandeling van Cultuur (hoorders en hun context) – Theologie – Prediker is in dit en de volgende hoofdstukken veelzeggend. Het lijkt me geen willekeurige volgorde te zijn. De insteek bij de moderne/postmoderne cultuur is door heel het boek heen dominant. Dat gaf bij mij een vervreemdend effect.

Uiteraard zal de bezinning op de acte van de prediking zich rekenschap moeten geven van de huidige cultuur met alle weerbarstigheid en moedeloos makende ervaringen. Maar waarom beginnen we niet bij het Woord, dat – zo zegt de profeet het immers – zal doen wat God behaagt en voorspoedig zal zijn in hetgeen waartoe Hij het zendt?


Ik hoop dat de jongere broeders de moed blijven krijgen om het preken vol te houden


De gerichtheid op mensen in de (post)moderne cultuur mag geen onderworpenheid worden. Ik mis soms de vrijmacht van de prediker, die – al zou er niemand meer zijn die het wil horen – toch van Godswege spreekt. Heeft dat toch niet ook te maken met de volgorde die de auteurs bij elk hoofdstuk gekozen hebben?

Er volgen nog vier hoofddelen over ‘Inzoomen’, ‘Verwoorden’, ‘Uitspreken’ en ‘Delen’, waarbij het ambachtelijke van de prediking voor, op en na de preekstoel uitvoerig en met vele voorbeelden en (te) veel citaten wordt gedoceerd. Elk hoofdstuk heeft ook een afdeling waarbij de zogenaamde ‘Praktijken’ kunnen worden geoefend. Daaraan is te merken dat het een boek is dat primair de oorsprong en bedoeling vindt in het onderwijs aan toekomstige dienaren van het Woord.

VERLEGEN

Ik noemde dit hand- en werkboek al een gedegen boek. En toch kijk ik er na lezing van het geheel op terug met een gevoel dat ik niet anders kan weergeven dan met een woord dat daarop rijmt: verlegen. Wat moet ik er zelf mee als dienaar van het Woord, die al veertig jaar lang, zondag aan zondag, plaats neemt op die ‘heilige vierkante meter’ (zoals ds. C. den Boer de preekstoel placht te noemen)? Zou het mij als oudere predikant kunnen helpen om toch met vreugde te blijven preken, in een tijd waarin de zorg en waarneming van de auteurs zeker worden gedeeld? Dit boek laat zien dat er in het theologische onderwijs heel wat meer aandacht is voor de bezinning op de homiletiek dan in de tijd toen ik in Utrecht studeerde. Dat is te waarderen. De prediking is het waard dat de voorbereiding alle gewicht krijgt.

Al lezende kreeg ik een inkijkje: zo worden de jonge predikanten vandaag dus ‘vakkundig’ opgeleid. Maar suggereert deze benadering niet dat de klassieke methode passé is, dat preken niet meer kan zonder alle communicatiewetenschap en psychologie, die zo overheersend geworden zijn in de moderne tijd?

WISKUNDE

Als ik preekschetsen lees die voor bijzondere gelegenheden aan ons als predikanten worden aangereikt, dan bekruipt mij soms het gevoel dat ik in een andere wereld van focus en function terechtgekomen ben, die in plaats van uitleg en toepassing zijn gekomen. Ter illustratie: toen mijn kinderen op het vwo mij vroegen om hen te helpen bij hun wiskunde, stond ik vaak met de mond vol tanden. De methode was zo onherkenbaar anders geworden dat zij mij eerst moesten uitleggen dat het om hetzelfde vak ging. Maar was het nog wel echt hetzelfde?

Zoiets had ik ook bij Ontvouwen. Ik herken waar het om gaat, en als het om de kern van de boodschap gaat, is de afstand mogelijk niet eens zo groot. Alleen ik herken het niet meer...

En zo ervaar ik deze homiletiek – ondanks alle goede bedoelingen – toch als een vervreemdend boek waar ik niet echt door geholpen word. Is het niet te antropologisch en te weinig theologisch? Ik kan me vergissen, maar het is mij te veel geschreven vanuit het overwicht van de moderne cultuur en te weinig vanuit het primaat van de openbaring.

Zou dat zonder gevolgen zijn voor de toekomst van de gereformeerde prediking in onze gemeenten?

TOCH PREKEN

Na veertig jaar herinner ik me nog wat prof. dr. H. Jonker, de praktisch theoloog bij wie ik destijds colleges liep, over de prediking heeft gezegd. Ik heb zijn boek – het ontbreekt in de literatuurverwijzing van Ontvouwen – nog eens uit de kast gehaald. Ook hij wist van de moderne cultuur van zijn dagen en wilde ons bewust maken van het existentialisme van zijn tijd.

De titel van zijn boek En toch preken bemoedigt nog steeds en ik heb er nog steeds wat aan. Ik hoop dat ik niet alleen als ‘oudere dominee’ maar ook de jongere broeders de moed blijf krijgen om het vol te houden. Nee, niet in het platgetreden spoor van de voorspelbare traditie, en ook niet zomaar uit de losse hand, zeker niet met een ‘geestelijke luiheid’ in beroep op de Heilige Geest, Die het wel zal doen....

Ook de schrijvers van Ontvouwen hebben er echt serieus werk van gemaakt. Ze willen predikers graag een hart onder de riem steken. Er zijn zeker momenten in hun boek dat ze dat ook doen. Maar die nemen de vervreemding, en soms zelfs ‘ergernis’ toch niet weg.

GENDERCORRECT

Ik sluit af met een paar kleinere opmerkingen. Ik zou bijna zeggen minor points, maar dan zou ik hetzelfde doen als wat mij in dit boek in toenemende mate tegen ging staan: het voortdurend gebruiken van allerlei Engelse termen en uitdrukkingen, waar goede Nederlandse woorden voor zijn. Het maakt het lezen zeker niet aangenamer. Had het dan maar in het Engels geschreven.

Nog een dingetje dat mij heeft gestoord: het is mij echt wel bekend dat aan de PThU zowel mannen als vrouwen worden opgeleid tot predikant. Waarom is het dan nodig dat de rare gendercorrecte wisseling van hij en zij dwars door het boek heenloopt? Dan is de prediker weer een ‘hij’ en even later weer een ‘zij’. Ik zie daar het nut niet van als je één keer hebt gezegd dat ‘hij’ uiteraard ook ‘zij’ betekent.

Dr. M.A. van den Berg is predikant van de hervormde Morgenstergemeente te Zoetermeer.


N.a.v. Bert de Leede/Ciska Stark, ‘Ontvouwen. Protestantse prediking in de praktijk’, uitg. Boekencentrum, Utrecht; 304 blz.; € 34,90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2018

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

PREKEN IN DE PRAKTIJK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2018

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's