EEN DUIDELIJKE GRENS
Gods heiligheid in de psalmen [1]
Het woord heilig (qadoosj) in relatie tot God komt in de psalmen slechts zeven keer voor, waarvan driemaal in Psalm 99. Toch is het psalmboek vervuld van de heiligheid van God. Hoe dat zit, vraagt om een nadere oriëntatie.
Ook in de psalmen geeft de heiligheid van onze God het kwalitatieve onderscheid aan tussen de Schepper en de schepping. Dit onderscheid gaat uit boven de omschrijving van het heilige in de godsdienstwetenschap als datgene wat, volgens de definitie van R. Otto, een mens beangstigt en wat hem tegelijkertijd ook weer boeit.
Want de God Die wij kennen uit de Bijbel, maakt geen deel uit van de werkelijkheid van deze wereld en van de wereld van ons menselijk denken. Dat is wel het geval met de goden van de heidenvolken, de gojim, en ook met de ideeën van antieke en moderne filosofieën.
Dit kwalitatieve onderscheid wordt onder meer tot uitdrukking gebracht in de zogenoemde ‘onvergelijkbaarheidsuitspraken’ uit de liturgie van Israël (Ps.113: 5; zie ook Ps.18:32):
Wie is als de HEERE, onze God?
Die zeer hoog woont,
Die zeer laag ziet,
in de hemel en op de aarde...
De vaak gehoorde stelling ‘alles wat wij weten van Boven, komt van beneden’ geldt alleen als we de werkelijkheid van ons menselijk bestaan verabsoluteren. Toch zit er een element van waarheid in. Want wat wij mensen hier beneden weten van Boven, komt voort uit de algemene openbaring. Dat leert ons de Schrift (NGB art.2). Maar deze kennis komt niet in mindering op de heiligheid van God als het kwalitatieve onderscheid tussen Schepper en schepsel. God is transcendent.
AANBIDDING
Onze God heeft geen mensen nodig om God te zijn. Wij mensen hebben God wel nodig om mens te zijn. God is Geest, zegt Jezus, en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid (Joh.4:24). Dat vraagt aanbidding. Ook dat aanbidden leert Jezus ons: ‘Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid.’ (Matt.6:13)
De heiligheid van God geeft niet alleen het onderscheid aan tussen de Schepper en de schepping, maar God laat Zijn heiligheid ook voluit gelden. Die twee aspecten gaan samen. God in Zijn heiligheid is ontzagwekkend (nora).
God vraagt om een heilig leven in al zijn facetten: de economie, de zorg voor de armen, de heilige staat van het huwelijk
Hoe God Zijn heiligheid laat gelden, blijkt in de eerste plaats hieruit dat geen mens Hem kan zien zonder te sterven (Ex.19:12; Jes.6:5). In de tweede plaats in het openen van de mogelijkheid om toch voor Zijn aangezicht heilig te leven en Hem te dienen. Om dat ‘toch’ gaf Hij de tien geboden. De Heilige is toch ook de God van het verbond. Hij sticht die gemeenschap. De Heilige is de HEERE. Hij is de Heilige Israëls. De Heere Jezus leert ons zelfs in de eerste plaats bidden om de heiliging van Gods Naam. De HEERE wordt door Hem en in Hem onze hemelse Vader.
DE TORA
In de canon van de Hebreeuwse Bijbel worden de psalmen in verband gezet met de Tora, de vijf boeken van Mozes, Genesis tot en met Deuteronomium. Zoals de Tora bestaat uit vijf boeken, zo geldt dat ook voor de psalmen. Psalm 1 is programmatisch (Ps.1:1,2):
Welzalig de man...
die zijn vreugde vindt in de Tora van
de Heere,
en Zijn Tora dag en nacht overdenkt.
De heiligheid van God houdt in dat Hij Zijn heiligheid laat gelden. ‘U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.’ Niet te overzien is de uitwerking van het eerste gebod in de psalmen (W.H. Schmidt, geciteerd door H-J. Kraus).
Letten we op het tweede gebod, dan zien we hetzelfde. U zult voor uzelf geen eigen (Gods) beeld maken. Ook op dit punt laat de HEERE Zijn heiligheid gelden. Hij is een na-ijverig God (El qanna), Die de misdaad van de vaderen vergeldt aan de kinderen tot in het vierde geslacht. In dit verband wordt vaak verwezen naar Numeri 5 over de achterdochtige man. Maar de na-ijver van de man kan nooit een voorbeeld zijn voor de na-ijver van God. God laat Zijn heiligheid gelden. Dat betekent oordeel over wie Hem haten en barmhartigheid over wie Hem liefhebben en Zijn geboden in acht nemen.
Ook als het gaat over het derde gebod, over de Naam, wordt duidelijk een grens getrokken. Wie op een verkeerde manier omgaat met de Naam, staat schuldig bij God. Voor het vierde gebod geldt hetzelfde. Gods heiligheid vraagt om ruimte voor Zijn dag. Zijn dag is de ruimte die Hij neemt voor Zijn daden in de schepping van de hemel en de aarde (Ex.20) en de bevrijding van Zijn volk uit het slavenhuis (Deut.5). Staat een treffend voorbeeld hiervan niet geschreven in het Boek van de Oprechte? (Joz.10:12v.)
Zon, sta stil in Gibeon,
en maan in het dal van Ajalon.
Daarom vraagt Hij ook om een heilig leven in al zijn facetten: Heilig moet u zijn, want Ik de HEERE, uw God, ben heilig (Lev.19). Ook de economie valt daaronder en de zorg voor de armen, afgoderij, de heilige staat van het huwelijk (Lev.20).
De psalmen staan vol verwijzingen, zowel naar de eerste als naar de tweede tafel van de wet, bijvoorbeeld in Psalm 15, 24 en 50.
DE PROFETEN
De psalmen reflecteren ook op de profeten, met name op de profetie van de aankondiging van de Zoon van David. Veel psalmen zijn van David (73). In dat opzicht is ook Psalm 2 programmatisch (Ps.2:6):
Ik heb Mijn Koning toch gezalfd
over Sion, Mijn heilige berg.
Deze tekst grijpt terug op de profetie van Nathan: David zal geen huis voor de HEERE bouwen, maar de HEERE zal een huis voor David bouwen (2 Sam.7:1-17). De aankondiging van de komst van de Zoon van David is nauw verbonden met de bouw van het huis van God (zie Ps.89 en 132).
Veel psalmen zijn ook uiting van het geloof van David. Het bekendste voorbeeld is de psalm van de Goede Herder (Ps.23). Soms wordt ook een bepaalde situatie vermeld, zoals de vlucht voor Absalom (Ps.3), de confrontatie met Abimelech (Ps.34), de zonde met Bathseba (Ps.51), het verraad van Doëg (Ps.52), toen hij voor Saul vluchtte in de grot (Ps.57), toen Saul dienaren gezonden had om het huis van David te bewaken en hem te doden (Ps.59).
Ze gaan veelal terug op een persoonlijke belevenis, maar hebben nu hun plaats gekregen in de liturgie. Vaak staat in het opschrift ‘voor de koorleider’. Dat maakt de psalmen herkenbaar voor het geloof en zo wordt het volk ook weer in het geloof gebouwd. De liturgie wordt gedragen door het besef van Gods heiligheid (Ps.2: 11):
Dien de Heere met vreze,
verheug u met huiver.
In deze tekst zijn ‘vrees’ en ‘huiver’ overigens met elkaar verbonden en op elkaar betrokken door klankassociatie.
CHRISTUSVERKONDIGING
Na Zijn opstanding zei de Heere Jezus tegen Zijn discipelen: ‘Dit zijn de woorden die Ik tot u sprak toen Ik nog bij u was, dat alles vervuld moest worden wat over Mij geschreven staat in de Wet van Mozes en in de Profeten en in de Psalmen.’ (Luk.24:44) Ook alles wat in de psalmen over Christus geschreven staat, is vervuld, dat wil zeggen is van kracht in leven en sterven, voor tijd en eeuwigheid, is voor altijd ja en amen. Want wat de Geest van heiliging betreft, is Hij met kracht bewezen te zijn de Zoon van God, door Zijn opstanding uit de doden, namelijk Jezus Christus, onze Heere (Rom.1:4).
DRIEMAAL HEILIG
Ter afsluiting lezen wij Psalm 99. Het is de psalm van het trishagion, het driemaal heilig, te vergelijken met Jesaja 6. In Psalm 99 staat tweemaal ‘Heilig is Hij’ (vs.3,5), maar de derde keer is het uitgebreider: ‘Heilig is de HEERE, onze God.’ (vs.9)
De HEERE laat Zijn heiligheid gelden, maar Hij doet dat als onze God, dat wil zeggen: als de God van het verbond. Dat zijn de twee polen waarbinnen dit lied zich beweegt.
De Hebreeuwse tekst van deze psalm valt in twee gedeelten uiteen. Het eerste gaat over God als Koning, het tweede over Mozes, Aäron en Samuël.
Het kwalitatieve onderscheid tussen de Schepper en de schepping wordt tot uitdrukking gebracht door:
- God is Koning
- Hij woont tussen de cherubs
- Zijn grote en ontzagwekkende Naam.
In de wereld van het Oude Oosten is de koning een alleenheerser die aan niemand verantwoording schuldig is. De farao verhoogt het hoofd van de schenker en verstoot het hoofd van de bakker (Gen.40). Nebukadnezar zegt het met zoveel woorden: Hij verhoogt wie hij wil en hij vernedert wie hij wil (Dan.5:19).
Psalm 99 geeft het grote verschil met het heidendom aan. De God van Israël is geen God van willekeur, maar de God van het verbond. Zo heeft Hij Zich geopenbaard. Hij heeft Mozes en Aäron aangesteld in de priesterdienst. Hij wil verzoening. En Samuël onder degenen die Zijn Naam aanroepen. Door hem wordt het perspectief geopend op het Messiaanse koningschap. De slotzin van deze psalm is dan ook: Heilig is de HEERE, onze God.
De bezinning op de heiligheid van God brengt de eerbied terug in de eredienst en in de verborgen omgang met de HEERE.
Ds. H.J. de Bie uit Huizen is emeritus predikant.
Volgende week deel 2 van deze serie, hoe de psalmen acht geven op de Tien Geboden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2018
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2018
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's