De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GLOBAAL BEKEKEN

4 minuten leestijd

Over aberraties ten aanzien van het hoge heilsfeit van Pasen gesproken: in VolZin (magazine voor religie en samenleving) schrijft Jan van Hooijdonk over de ‘paaslach’ bij het vroegere Rome:

In de Middeleeuwen maakte de zogeheten paaslach (risus paschalis) vooral in Duitstalige gebieden een vast onderdeel uit van de paasliturgie. Kerkgangers schuddebuikten van het lachen om wat priesters vanaf de preekstoel of op de trappen van het altaar aan grappen en grollen ten beste gaven. Ze vertelden moppen en voerden komische toneelstukjes op. Er was immers alle reden tot vrolijkheid. Had met Pasen God de duivel niet voor de gek gehouden door Christus uit de doden op te wekken? Kerkvaders als Augustinus, Gregorius van Nyssa en Johannes Crystostomus hadden het al gezegd. De duivel trachtte de deuren van de hel gesloten te houden, maar de afdalende Christus bleek niet tegen te houden. Zegevierend trad hij de hel binnen en de duivel had het nakijken. Als dat geen reden tot algehele vrolijkheid was!

Maar, zoals eigenlijk ook wel te verwachten was, liep de gewijde grappenmakerij uit de hand. Er werden vanaf de preekstoel ‘dingen gezegd en gedaan die echtgenoten in hun slaapkamer zonder bijzijn van getuigen plegen te doen’, zo klaagde bijvoorbeeld de protestantse hervormer Johannes Ökalampad (1482-1531). Ook zijn tijdgenoot Maarten Luther hekelde het ‘kolderieke, hilarische gezwets’ op de kansel. Het zou nog even duren eer de katholieken om waren, maar uiteindelijk werd de paaslach ook door hen in de ban gedaan. Paus Clemens X (paus van 1670-1676) verbood dit gebruik. Ondergronds blef het in Beieren tot begin twintigste eeuw niettemin nog bestaan.

***

J. Tipker Kzn, ‘een overtuigd SGP’er uit 1e Exloërmond’, hield dertig jaar lang de redactie van dagblad Trouw bij de les, vertelt Peter Bootsma twee pagina’s lang in Trouw. 75 jaar tegen de stroom in (uitg. Boom, Amsterdam). Een fragment:

Tipker had duidelijke opvattingen over gezag. Hij suggereerde bijvoorbeeld in 1968 dat Nederland de Franse regering moest steunen in de strijd tegen de onrust bij de studentenopstand in Parijs (‘onder onze Nederlandse officieren en manschappen zijn nog wel kerels die dat karweitje graag willen opknappen’). Hij richtte zijn pijlen ook veelvuldig op alles wat katholiek was, zoals bleek toen de krant in 1969 op de voorpagina een foto publiceerde van een priester die een schip inzegende (‘heel dat bedrijf is door en door zondig en demonstreert nog eens duidelijk dat Rome nog altijd hangt aan zijn onzinnige dwaasheden’), of in 1975 tegen dansen (‘geen gereformeerde zede’), en in 1976 tegen abortus toen een gereformeerde arts daar in de krant genuanceerd over sprak: ‘Zijn kerkenraad moet hem over deze schandelijke handeling onderhouden.’ Originele invalshoeken waren hem niet altijd vreemd, zoals bleek in 1972:

Het feit dat het op 1 april precies 400 jaar geleden zal zijn dat de Geuzen Den Briel veroverden zal alleen in dat stadje – en niet daarbuiten – herdacht worden. Ons volk zou er goed aan doen hiervan nu eens een nationale gedenkdag te maken. Dus van overheidswege bevel om van alle openbare gebouwen de vlag uit te steken en ook particulieren moeten dit doen. En een aparte postzegel uitgeven. Dan vergeten we onze geestelijke vaderen niet, die eenmaal de ongelijke kamp aanbonden met het machtige Spanje, en die, tot verbazing van heel de wereld, het goede ontvingen uit de hand van hun en van onze God.

Ook Trouw-redacteuren kregen het geregeld voor hun kiezen, zoals Bert Klei. Die stelde in 1972 vast dat Nederlanders over reizen op zondag geen drukte meer maakten. Tipker adviseerde hem: ‘Hij probere eens ergens de plaat “de brede en de smalle weg” te zien. Daar staat – volkomen terecht! – op de brede weg, dat is dus de weg die naar het verderf leidt, ook afgebeeld de zondagstrein.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 2018

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 2018

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's