De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

‘IK KLEINE DUIVEL ZIJN’

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

‘IK KLEINE DUIVEL ZIJN’

Gods licht scheen in de hel van Oost-Pruisen

7 minuten leestijd

‘Als een engel van God vanuit de hemel neer kon kijken op de in bloed gedrenkte velden van het oosten, dan zou hij zeker geen onderscheid kunnen maken tussen de verschillende volkeren, zoals wij dat in onze verblinding doen. Hij zou onderscheid maken tussen degenen die onrecht doen en degenen die onrecht lijden.’

De Duitse theoloog Hans Joachim Iwand schreef dit in zijn inleiding voor het boek van Margarete Kühnapfel, niet lang na de Tweede Wereldoorlog.

WRAAK

De strijd tussen de Wehrmacht en het Russische Rode Leger had oostelijk Europa veranderd in één grote, smeulende puinhoop. Volgens besluit van de geallieerde grootmachten moest Duitsland diverse gebieden van zijn grondgebied afstaan. Onder andere Oost-Pruisen, waar het predikantenechtpaar Siegfried en Margarete Kühnapfel woonde en werkte. Oost-Pruisen werd aan Polen gegeven, alleen de strategisch gelegen hoofdstad Koningsbergen kwam toe aan de Sovjet-Unie. De bedoeling was om de oorspronkelijke inwoners op een tamelijk beheerste manier uitgeleide te doen naar westelijk Duitsland. Dat bleek te veel gevraagd voor de Polen en de Russen, die na alle jaren van Duitse verachting en agressie kans zagen om wraak te nemen. Een orgie van geweld was het gevolg. Tussen 1945 en 1947 sloegen tien tot vijftien miljoen mensen op de vlucht. In het beste geval trokken ze een handkar achter zich aan, vaak hadden ze niets. Achterblijvers werden vermoord, uitgebuit of gedeporteerd naar een werkkamp. Vrouwen van alle leeftijden werden op grote schaal verkracht. Zeker twee miljoen Duitsers stierven tijdens deze omvangrijke etnische zuivering.

INKTZWART

Margarete Kühnapfels boek Legde ik mij neer in de hel, zie, U bent daar is een relaas over die inktzwarte tijd. Onder de nazi-dictatuur had het jonge echtpaar het al zwaar. Siegfried was actief in de protesterende ‘Bekennende Kirche’ en werd om die reden vervolgd. Op een zondagochtend werd hij door twee mannen van de SA van de preekstoel gelicht en meegenomen. Vermoedelijk is Siegfried krijgsgevangen gemaakt in de Slag om Stalingrad (’42/’43), en gestorven in een kamp. Margarete zette het werk van haar man voort. Ze was in die tijd zwanger van twee jongens, maar de tweeling werd dood geboren. Toen de dreiging van het Rode Leger almaar groter werd, voegde Margarete zich bij haar moeder in Koningsbergen. In januari 1945 kwam het Rode Leger en na nachten van terreur werden moeder en dochter door soldaten gedongen tot een voettocht in de vrieskou, met onbekende bestemming.

Ondanks alle leed is ellende niet het hoofdmotief van Legde ik mij neer in de hel, zie, U bent daar. Het boek gaat vooral over hoop en vertrouwen. En over God, Die afdaalt in de diepste duisternis, Die Zich niet schaamt voor onze ellende, maar juist naast ons komt staan. Margarete Kühnapfel geeft in dit boek een krachtig getuigenis en schrijft openhartig over de hoogten en diepten van haar geloofsleven. Over Christus schrijft ze, Die zij juist in de meest barre omstandigheden heeft ervaren als een reisgenoot.

WOESTENIJ

Als Margarete en haar moeder hun voettocht beginnen, is Oost-Pruisen een woestenij geworden. De gedeporteerden slapen in bossen, of in de zeldzame schuren die niet kapotgeschoten zijn. Als ze aardappels op de winterse velden vinden, eten ze die op, ook als ze rauw of zelfs rot zijn. De Evangelische Kirche heeft bepaald dat ook vrouwen predikant kunnen worden, mits ze theologisch geschoold zijn. Kühnapfel neemt die rol op zich en wordt de Pfarrerin van haar lotgenoten. Tijdens de tocht worden mensen willekeurig uit de rijen getrokken om te worden verhoord, verkracht of zelfs vermoord. Als Margarete onderweg wordt opgesloten en hoort dat het Goede Vrijdag is, besluit ze het heilig avondmaal te vieren met haar medegevangenen. Op wonderlijke wijze krijgt ze een paar stukjes droog brood toegestopt en kinderen plukken viooltjes op een smerig binnenplaatsje. In lompen en vol ongedierte vieren de aanwezigen het heilig avondmaal. ‘Nooit eerder hebben wij zo diep ervaren dat de Heer ons in onze ellende nabijkwam in lichaam en ziel,’ schrijft Margarete.

SLAVENARBEID

Uiteindelijk bereikt de stoet het eindpunt van de reis, waar ze te werk worden gesteld. Voor voedsel moeten ze zelf maar zorgen. Als het lente wordt, plukken ze wilde kruiden zoals brandnetels, zevenblad en zuring, en vangen ze kikkers en katten. Margarete’s moeder sterft van de honger in juni 1945. Zij is een van de talloze doden; haar dochter gaat dagelijks voor in begrafenisplechtigheden. Nog diezelfde maand wordt Margarete ontvoerd naar een beruchte dwangkolchoz, waar ze slavenarbeid moet verrichten. Ze krijgt er wat brood in ruil voor haar laatste stukje vrijheid. ‘Ik kleine duivel zijn,’ zo stelt het hoofd van het kamp zich voor en dat blijkt waar. Ook op deze nieuwe verblijfplaats brengt Margarete troost. Ze leest met lotgenoten uit de Bijbel, zingt voor hen en begraaft hen als ze overlijden. Het agrarische werk valt de tengere Margarete zwaar. Ze moet soms sjoemelen of aardappels stelen om in leven blijven, en dat drukt enorm op haar geweten.

BITTER

Na drie mislukte vluchtpogingen weet Margarete te ontsnappen. Ze besluit terug te gaan naar de stad waarnaar ze zo verlangt: Koningsbergen, dat inmiddels Kaliningrad heet. Het weerzien met haar stad loopt uit op een teleurstelling: de huizen zijn ruïnes geworden en niemand wil luisteren naar haar verhaal. Uiteindelijk belandt de verzwakte Margarete in een ziekenhuis, waar zij samenkomsten houdt met de patiënten. Toch hebben alle teleurstellingen haar veranderd, en mist ze het diepe geloof dat ze had. Ze is bitter geworden. ‘Mijn geloof in de mensen was bijna gebroken en mijn geloof in God verloor zijn lichtende en zoutende kracht. Christus was niet meer de Broeder Die altijd nabij was. De Bijbel las ik niet meer als het alomtegenwoordige, voor mij persoonlijk geschreven boek, waarin ik Gods licht zag en waaruit ik troost putte.’ In november 1947 komt er een beschikking dat alle Duitsers worden uitgewezen naar het westen. Margarete komt terecht in Wilhelmshaven, waar ze een nieuw bestaan opbouwt. Later verhuist ze naar Mölln, waar ze zich zou blijven inzetten voor de ontheemden uit Oost-Pruisen, tot haar dood in 2001.

MISDADEN

In zijn beroemde Dreigroschenoper (Driestuiveropera) schreef dichter en (toneel)schrijver Bertolt Brecht: Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral. Een berooid mens kan onvoorstelbaar diep zakken. Margarete Kühnapfel heeft dit citaat als leidraad genomen bij het beschrijven van diverse misdaden. Van het (nog begrijpelijke) onder de rok verstoppen van een ui tot aan kannibalisme, ze heeft het allemaal van dichtbij meegemaakt. Tegelijkertijd waarschuwt de auteur om niet te snel te oordelen. ‘Als je dit leest, wees dan alsjeblieft niet verontwaardigd. Bid liever, bid en doe alles wat je kunt voor diegenen die honger en geweld, deportatie en vlucht moeten meemaken. Voor allen die ontheemd zijn en ellende doormaken, dat Hij hun Weg wordt, Hij Die ook hen wegvoert uit alle ellende. Alleen Hij kan ons helpen, omdat Hij omwille van de ellende van alle mensen aan het kruis is gestorven.’

ONBEKEND

In Nederland is het tamelijk onbekend dat er vlak na de Tweede Wereldoorlog zo’n enorme volksverhuizing heeft plaatsgevonden. Waarom is het lijden van deze Duitsers teruggedrongen in de marge van de geschiedenis? Het pijnlijke antwoord op die vraag moet zijn: niemand wilde het weten. De Duitsers waren immers de agressors. Zíj waren de oorlog begonnen, hadden zij dit niet zelf over zich afgeroepen? In het berooide Duitsland zag men de vluchtelingen vooral als lastig; meer monden om te voeden, meer gezinnen die gehuisvest moesten worden. In de latere DDR was de kwestie taboe: geen kwaad woord over grote broer Sovjet-Unie. Pas in deze eeuw komt er meer aandacht voor de vaak traumatische vluchtverhalen.

Een engel kan niet onderscheiden wiens bloed de velden rood kleurt. Maar, zo concludeert Hans Joachim Iwand: ‘Voor alle tranen die daar gevloeid zijn, geldt de belofte dat ze eenmaal gedroogd worden. Voor alle mensen die daar gezondigd hebben, geldt het Evangelie, dat het kruis ook voor hen is opgericht.’

Titia Lindeboom is freelance tekstschrijver en vertaler van ‘Legde ik mij neer in de hel, zie, U bent daar’. Eerder bezorgde zij een selectie van de dagboeken van de Duitse dichter Jochen Klepper in het Nederlands.


N.a.v. Margarete Kühnapfel, ‘Legde ik mij neer in de hel, zie, U bent daar’, Royal Jongbloed, Heerenveen; 176 blz.; € 14,95.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

‘IK KLEINE DUIVEL ZIJN’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's