GEDOE IN DE KERK
Onlangs vierde die andere Bond, de Bond van Nederlandse Predikanten, het honderdjarig bestaan met een feestelijke bijeenkomst in de Geertekerk in Utrecht. In het RD (9 april) werd de directeur van de BNP, ds. mr. Sjaak Verwijs, geïnterviewd door Maarten Stolk. Het ging onder meer over het feit dat de BNP naast vakbond voor dominees ook een beroepsorganisatie is. Een fragment:
REFORMATORISCH DAGBLAD
Verwijs: ‘In de Protestantse Kerk zijn we als zodanig erkend. Zo hebben we het afgelopen jaar een rol gespeeld in de plannen om de mobiliteit van predikanten tussen gemeenten te bevorderen. We worden daarin gehoord.’ (...)
De Bond van Nederlandse Predikanten geeft verder advies als predikanten vragen hebben over bijvoorbeeld preekbeurten, hulpdiensten in andere gemeenten, de pastorie of betaling aan de fiscus. ‘We geven ook individuele begeleiding aan predikanten in conflictsituaties of bij een burn-out. Dan proberen we een regeling te treffen. Wat dat betreft doen we meer dan een vakbond, waar het contact nooit zo persoonlijk is. We zijn als het ware een ‘pastor pastorum’, een pastor voor predikanten.’
Conflicten komen steeds vaker voor in de kerk, signaleert ds. Verwijs. ‘Er zijn steeds minder predikanten, maar de hulpvraag neemt toe. Dat komt doordat de kerk het moeilijker krijgt: de ledentallen en financiën lopen terug en gemeenten met een verschillend karakter worden samengevoegd. Alle problemen komen dan op het bordje van de dominee.’
Het predikantschap is in de loop van de jaren dan ook zwaarder geworden, denkt ds. Verwijs. ‘De vanzelfsprekendheid in het predikantschap is voorbij. De geloofscrisis in de maatschappij speelt ook in de kerk. De verscheidenheid neemt toe. Mensen verwachten van de predikant dat hij of zij een inspirerende voorganger is. Dat geeft druk.’
Met het bovenstaande legt de directeur van de BNP de vinger bij een oorzaak van spanning in de gemeente. De predikant is de persoon die een sleutelrol moet vervullen in bijvoorbeeld gefuseerde gemeenten. Daarmee komt de (na)druk mijns inziens steeds meer te liggen op de persoon van de predikant en op iemands verbindende kwaliteiten. De vraag komt dan op hoe zich dat verhoudt tot de theologische deskundigheid waarin de predikanten zijn opgeleid en waarop zij willen worden aangesproken.
NEDERLANDS DAGBLAD
Naast de conflicten waarover ds. Verwijs het heeft, is er nog ander ‘gedoe’ in de kerk. Daarover hield dr. Sake Stoppels, praktisch theoloog aan de VU en verbonden aan de dienstenorganisatie van onze kerk, onlangs een verhaal voor het Netwerk Vredestichters (verkorte versie in het ND van 26 maart). Stoppels stelt de vraag waarom er toch zoveel gedoe in de kerk is en waarom we het kennelijk lastig vinden om dat onder ogen te zien en er iets mee te doen. Hij benoemt in ieder geval vijf relevante punten:
1. een te idealistische manier van spreken over de kerk
In geen enkele gemeente is het enkel geloof, hoop en liefde wat de klok slaat. We schetsen prachtige vergezichten, verzinnen steeds weer nieuwe modellen en benaderingen, maar lijken daarbij te vergeten dat de kerk stukwerk is en altijd stukwerk zal blijven. Waarom? Omdat u en ik lid zijn van die kerk, zo simpel is het. Zodra de ideale kerk twee leden heeft, is ze voorbij. Als je het Nieuwe Testament goed leest, dan is het voortdurend hommeles. Dat begint al in Genesis 3 en blijft doorgaan tot in het boek Openbaring. Het Nieuwe Testament laat conflicten in gemeenten zien waar wij in negatieve zin nog een puntje aan kunnen zuigen. Denk alleen maar aan de misstanden in de gemeente van Korinthe: het avondmaal is er een zootje en er zijn vormen van ontucht die zelfs bij de heidenen niet voorkomen.
2. een overkill aan harmonie-denken in de kerk
In de kerk kunnen we last hebben van onvruchtbaar en knellend harmoniedenken. Daarom zou het zinnig zijn om eens vanuit een omgekeerd perspectief te kijken naar de kerkelijke praktijk. Het conflictmodel in plaats van het harmoniemodel. We zijn zeer gehecht aan harmonie en eenheid en dat is ergens ook een roeping vanuit het evangelie. Maar dat kan er wel toe leiden dat er veel onder het tapijt verdwijnt en dat er veenbranden ontstaan die vroeg of laat weer bovengronds komen. Veel gedoe in de kerk heeft te maken met achterstallig onderhoud en het niet echt onder ogen willen zien van conflicten. Zo kan het gebeuren dat de toekomst van een kerkelijke gemeente gefrustreerd wordt door conflicten uit het verleden. Het is dus belangrijk in dat verleden te graven. Sommige kerkelijke gemeenten zouden best eens meer oude koeien uit de sloot mogen halen.
3. de (onbewuste) ontkenning van macht
In het verlengde van het harmoniedenken is er in de kerk vaak een ontkenning van machtsverhoudingen. Het is meestal een blinde vlek, een dode hoek in de spiegels van de kerk, ondanks allerlei ontsporingen van leidinggevenden in kerken en religieuze bewegingen. Natuurlijk moet het in de kerk gaan over en om dienend leiderschap, maar laat ons dat het zicht niet ontnemen op het risico van macht en machtsverschillen dat er altijd is. Met macht op zich is niets mis – altijd is er in intermenselijk verkeer sprake van macht en machtsverschil –, bepalend is uiteindelijk de gerichtheid ervan. Ook de dienaar heeft macht! We zouden dienst als model eens kunnen inruilen voor dat van de macht. Uiteraard niet om de gerichtheid op leiding als dienst in te ruilen voor machtsdenken en machtsstreven, maar om met andere ogen te kijken naar een op zich positief model dat juist omdat het deugt, toch verhullend kan werken. Dienend leiderschap blijft in de kerk geboden, maar we moeten ons blijven realiseren dat dit niet het hele verhaal is.
4. de ‘onmogelijke’ roeping van de kerk als geloofsgemeenschap
Onze samenleving splitst zichzelf op. We organiseren onze sociale netwerken steeds meer langs de wegen van interesses, overtuigingen, opleidingsniveau, leefijden et cetera. Sociale netwerken zijn daarmee vrijwel altijd ook beperkte netwerken waarin niet alleen anderen worden ingesloten, maar ook uitgesloten. Het is helemaal niet zo moeilijk alleen maar geestverwanten en soortgenoten tegen te komen. Kerken zijn een van de weinige plekken waar men probeert de breedte van de samenleving vast te houden.
Dat lukt natuurlijk niet, maar het pogen is er. Dat valt te prijzen in de kerken, want het is bijna een culturele tegenbeweging. We roeien in de kerk met ons zoeken naar brede gemeenschapsvorming op tegen de stroom van opsplitsing en homogeniteit van netwerken, en dat valt natuurlijk niet mee. Ergens is het een onmogelijke roeping. Altijd zijn er grenzen waardoor we sommigen insluiten en anderen uitsluiten. Vaak staan die grenzen helemaal niet op papier, maar zitten ze in de verborgen codes en mores die elke gemeenschap heeft.
5. de starheid van de kerkelijke organisatie ten tijde van een verandering van tijdperk
Het verenigingsmodel heeft zijn tijd gehad. Veel verenigingen hebben het momenteel moeilijk, denk aan politieke partijen, maar ook aan sportverenigingen die moeilijk aan vrijwilligers kunnen komen. Het probleem van de kerk is daarmee voor een deel verklaarbaar. Conflicten binnen de gemeente zijn onvermijdelijk als de maatschappelijke bodem onder haar functioneren wordt weggeslagen. Elke organisatie of beweging die onder druk staat, is extra gevoelig voor conflicten, zeker als ze niet goed weet hoe mee te bewegen met de schuivende maatschappelijke panelen. Zeker ook door de digitale revolutie maken we in heel korte tijd een ingrijpende reorganisatie van onze samenleving mee. Verenigingen worden vervangen door netwerken en in plaats van langdurige verbondenheid waarvoor je vroeger een lintje kreeg, heb je nu de zzp’er die niet weet of er ook volgende week nog brood op de plank is. Het lijkt erop dat de kerk nog niet zo goed weet hoe te reageren op deze verandering van tijdperk.
Als illustratie de pioniersbeweging binnen de kerken. Ook hier is meer dan eens gedoe, zeker ook rond de dingen die in onze tijd op de schop gaan: lidmaatschap, ambten, bediening van sacramenten, organisatiecultuur en -structuur. Pioniers zijn vaak mensen die binnen de klassieke gestalten van de kerk niet goed uit de voeten kunnen. Zij zoeken een eigen weg buiten de gebaande paden en hebben vaak een haat-liefdeverhouding met de bestaande kerk.
Wat is de rol van het ambt in een tijd van organiseren van onderop? Wat is de plek van de kerkelijke gemeente in een tijd van netwerkvorming die geen weet heeft van traditionele kerkelijke grenzen? We zullen scherper in beeld moeten zien te krijgen welke organisatiekundige veranderingen nodig zijn.
Dr. Stoppels gaat in zijn lezing aan de andere kant van de boot hangen: laten we het eens over macht hebben in plaats van dienst, en over oude koeien en over het nut van conflicten in plaats van de verstikkende mantel der liefde. Ook kerk-zijn is niet maakbaar maar stukwerk. Dat zou wel eens een bevrijdend gezichtspunt kunnen zijn.
Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.
In het Artiosboekje ‘Conflictstof binnen de gemeente, en de weg van het Evangelie’ van dr. W. van ‘t Spijker is meer te lezen over het thema. Voor slechts € 5,95 te bestellen via info@gereformeerdebond.nl.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's