GLOBAAL BEKEKEN
Hugo C. van Woerden zond een treffend Luthercitaat rond, naar aanleiding van Johannes 7:28, ‘Zalig worden door horen’.
(...) Dit is de prediking en de strijd – daar gaat het om, dat wij Christus aannemen en zó aan Hem hangen, dat wij over God niets zeggen of verklaren, of we hebben deze Man voor ogen. Onthoud dat ik dit gepreekt heb!
Laat anderen scherpzinnig speculeren over God, Schepper van hemel en aarde – over engelen en ander schepselen. Laat ze gissen hoe God hemel en aarde heeft geschapen: dat is iets om mee bezig te zijn! Laat ze daar altijd mee doorgaan; laat ze zingen van onze Heere God; laat ze dansen en springen! Wat zou het?
Maar wanneer je begint te spreken over het hoofdartikel [namelijk over het geloof] dat ons tot ware christenen maakt, dan gaat het er alleen om dat ik de Christus aangrijp, Die door de Vader is gezonden, en ik [door Hem] de Vader ook leer kennen. Dat ik Christus’ ambt en Woord mag verstaan – anders: wanneer je Christus uit het oog laat wegrukken, dan is het met je gebeurd.
Je zult immers daardoor geen christen worden, dat je weet: God heeft hemel en aarde geschapen – dit weten, verlost je niet van de zonden of van de duivel, en maakt je ook niet zalig. Wil je zalig worden? Dan zullen je goede werken dat niet doen, als je denkt dat God jou en je goede werken zal aanzien, dan maak je een grote vergissing!
Leer echter grondig om op déze manier een christen te worden: weet dat je dit onmogelijk zelf kunt doen – leg je handen en voeten en al je weten en werken neer, en wanhoop aan jezelf. Spits dan je oren en wees nabij om te horen. Houd je alleen aan de Heere Christus, luister naar Hem – hang aan Zijn lippen! Hoor Zijn Woord, want de Vader heeft het in Zijn mond gelegd. Let goed op wat Hij zegt, houd je eraan en geloof het – zó ben ik een christen!
***
Hier volgt ook een Calvijncitaat, in een bijdrage van M. den Admirant in Ecclesia (Vrienden van Kohlbrugge) naar aanleiding van ‘Een essay over de natuur’ van Jan Terlouw:
Het menselijk gedrag zal dus ingrijpend moeten veranderen. (...) Totdat er duurzame energie in overvloed beschikbaar zal zijn, moeten we zo spaarzaam mogelijk omspringen met de schadelijke fossiele brandstoffen die we nu nog zo verkwisten. Iedere burger kan iets doen: geen energie en geen voedsel verspillen, minder vlees eten.
Geheel nieuw is zo’n pleidooi voor duurzaamheid niet. Niemand minder dan de reformator Johannes Calvijn schreef in zijn in 1554 verschenen commentaar op de eerste drie hoofdstukken van Genesis bij Gen. 2:15, dat de aarde aan de mens is gegeven opdat hij zich met de bebouwing daarvan zou bezighouden. Adam is aangesteld tot bewaking van de hof met het doel dat wij, tevreden met een vruchtbaar en matig gebruik, het overige zouden bewaren.
‘Die een akker bezit moet dus jaarlijks vrucht trekken en toezien dat hij de grond door zorgeloosheid niet laat uitgeput worden, maar hij moet er zich op toeleggen om hem aan de nakomelingen over te leveren, zoals hij hem heeft ontvangen, of nog beter bebouwd. Laat hij zo de vrucht eten zonder toe te laten dat iets door weelderigheid afvalt, of door verwaarlozing bederft.’
Opdat er onder ons spaarzaamheid en vlijt zal worden betracht ten opzichte van de goederen die God ons te genieten gaf, moet elk bedenken dat hij over alles wat hij bezit Gods rentmeester is, zo besluit Calvijn zijn verklaring van Genesis 2:15.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 2018
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 2018
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's