De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

AANBIDDING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

AANBIDDING

Hij werd opgenomen in de hemel, en zij aanbaden Hem.

4 minuten leestijd

Waarom neemt Jezus zichtbaar afscheid van Zijn discipelen? Waarom reageren zij met aanbidding en blijdschap en wat betekent dat voor ons?

De Heiland is na de opstanding diverse malen aan Zijn discipelen verschenen. Hij heeft met hen gesproken over het Koninkrijk van God. Hij verscheen en vertrok plotseling. Zijn opstandingslichaam was niet gebonden aan onze beperkingen. Muren en deuren konden Hem niet tegenhouden.

ZICHTBAAR

Op een dag leidt Jezus de leerlingen naar Bethanië op de oostelijke zijde van de Olijfberg. Zijn taak op aarde is ten einde en Hij gaat weg. Zoals Hij eerder gezegd heeft: ‘Ik vaar op naar Mijn Vader en uw Vader.’ (Joh.20:17)

De Heiland kiest ervoor om niet plotseling te verdwijnen, maar zichtbaar en zegenend heen te gaan. Hij laat blijken betrokken te zijn bij de achterblijvende discipelen. Die zullen het niet gemakkelijk hebben in deze wereld, en hun taak is te groot om in eigen kracht te volvoeren. In die omstandigheden schenkt Jezus Zijn zegen.

Het woord ‘zegenen’ wordt in Numeri 6 op twee manieren gebruikt: de priesters zegenen het volk door gebaar en woorden, maar zij kunnen de inhoud niet geven. Daarom staat er ook de goddelijke belofte ‘en Ik zal hen zegenen’. Wat bij gewone mensen onderscheiden is, is bij Jezus een eenheid. Hij spreekt woorden én schenkt de inhoud.

Deze zegen is meer dan een gebaar van enkele ogenblikken, want de Heiland blijft zegenen terwijl Hij opgenomen wordt in de hemel. Hij blijft bij Zijn discipelen en gemeente op aarde betrokken. Hij blijft zegenend nabij, terwijl Hij lichamelijk heengaat. Als reactie hierop aanbidden de discipelen Hem.

GODDELIJKE STATUS

Er is al eeuwen discussie over de godheid van de Heere Jezus. Sommige theologen menen dat Hij slechts een bijzonder mens was, en dat het leerstuk van de goddelijke status pas in later tijd, onder Griekse invloed, is ontstaan. Het Nieuwe Testament zou dat nog niet leren. Echter, hier blijkt dat Jezus aanbeden wordt en goddelijke eer ontvangt. Vergelijk hiermee de houding van de engel die aan Johannes op Patmos verschijnt. De apostel wil die engel aanbidden, maar de reactie is: ‘Pas op dat u dat niet doet! Ik ben een mededienstknecht van u (...). Aanbid God.’ (Openb.19:10) Het eerbetoon van aanbidding betekent dat Jezus de hoogste eer waardig is. De discipelen hebben gezien wie Hij is en eren Hem.

De droeve dagen van lijden en sterven liggen achter hen. Toen kwam nog de gedachte op: ‘Wij hoopten dat Hij het was Die Israël zou verlossen.’ (Luk.24:21) Die hoop leek de bodem ingeslagen. Maar de Heiland stond op uit het graf en toonde aan dat Hij de Messias was, aangekondigd in de geschriften van Mozes en de profeten. Na het onderwijs in de periode tussen opstanding en hemelvaart, is het duidelijk geworden dat de Heiland Zijn heerlijkheid ingaat. Dat betekent verhoging en verheerlijking voor Hem, en dat zal ook de achterblijvende volgelingen tot zegen zijn. Want deze verhoogde Meester heeft de goddelijke kracht en bereidheid om met hen te zijn. Hem is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde (Matt. 28:18).

BLIJDSCHAP

Op grond hiervan is er voor de discipelen alle reden tot blijdschap. Afscheid nemen is vaak verdrietig en kan gevoelens van gemis oproepen. Maar de band is niet verbroken. Het heengaan is geen afscheid voorgoed. Het is een heengaan in zegenende nabijheid. Het is een vertrek om straks weer terug te keren. Een vertrek om plaats te maken in het huis van de Vader, maar ook om op aarde door te gaan met Zijn Geest.

De discipelen hebben het geheim van Jezus’ werk in de afgelopen veertig dagen steeds beter leren kennen. Daarom is er grote blijdschap. Het gevolg is dat ze naar de tempel gaan om God te loven en te danken.

Wat betekent dit voor ons? Beseffen we iets van de heerlijkheid die Jezus gekregen heeft, na alle vernedering? Hij is een weg van diepe vernedering gegaan, maar hier blijkt wie Hij werkelijk is en volgt de verhoging. Leven we vanuit de wetenschap dat Hij zegenend nabij is?

Het is waar, wij kunnen ons alleen gelaten voelen. Persoonlijk en kerkelijk vragen we ons meermalen af waar Hij is, en waar Zijn zegen blijft. Blijkbaar schenkt Hij die niet automatisch.

Hij wil dat we leven in afhankelijkheid, geloof en vertrouwen. En laten we net als de discipelen Jezus aanbidden en God loven. Nu zien wij nog niet, maar de verhoogde Christus zal Zijn heil openbaren.

Dr. M.J. Paul uit Ede is onder andere docent Oude Testament aan de Christelijke Hogeschool Ede.


HEMELVAART

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 2018

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

AANBIDDING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 2018

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's