De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Israël, 70 jaar een staat

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Israël, 70 jaar een staat

13 minuten leestijd

De vijfde Ijar 5708, oftewel 14 mei 1948, vier uur in de middag, vlak voordat de sabbat invalt. Een historisch moment. David Ben Goerion proclameert in Tel Aviv de onafhankelijkheid van de staat Israël.

Eindelijk, na eeuwen van wereldwijde verstrooiing waarin velen volhardden in het driemaal daags bidden, ‘Breng ons in vrede tezamen uit de vier hoeken van de aarde en voer ons opgericht naar ons land,’ krijgt Gods volk weer een eigen land. Op de wijze van een belofte. Een teken van Gods trouw voor Zijn volk. ‘Gods troostvolle cadeau aan zijn verminkte, gefolterde, verpletterde en gedecimeerde volk,’ zoals iemand het ooit treffend verwoordde. Dezer dagen staan we erbij stil, met verwondering, dankbaarheid, maar ook met de nodige vragen. Want Israël is aan de ene kant ongeveer het enige land in het Midden-Oosten dat in zijn voortbestaan bedreigd wordt. De Palestijnse Bevrijdingsorganisatie spreekt in haar Handvest over het liquideren van de zionistische aanwezigheid in Palestina. Tegelijkertijd is Israël ook ongeveer het enige land dat, volgens velen, gebied van een ander volk bezet houdt. Een land waar het Israëlisch-Palestijnse confl ict onoplosbaar lijkt. Bovendien is Israël in geestelijk opzicht tot op heden nog steeds niet het ideaal waarvan de profeten droomden. Al met al een mysterie, een geheimenis, waar we alleen maar in alle voorzichtigheid, voorlopigheid en terughoudendheid over kunnen spreken.

Antisemitisme
Het verlangen naar een eigen land leefde bij veel Joden al lang. Geen wonder ook, want ze waren sinds hun verstrooiing over de wereld na het jaar 70 eigenlijk altijd doelwit geweest van haat en agressie, antisemitisme, anti-judaïsme, pogroms enz., enz.
Ze zouden immers schuldig zijn aan Deicide, Godsmoord, en Christus’ bloed over zich hebben afgeroepen. De wereldwijde haat had natuurlijk vooral te maken met het gegeven dat het een door God afgezonderd volk was.
De christelijke kerk – die zich volgens Romeinen 11 niet mag beroemen omdat ze de wortel niet draagt, maar de wortel haar – was geroepen Israël tot jaloersheid te verwekken. Maar ook om haar ‘uit de Heilige Schrift te betuigen dat Jezus de Christus is,’ zoals de hervormde kerkorde uit 1951 zo prachtig verwoordde. Helaas is de kerk daar de eeuwen door niet in geslaagd.
In de tijd van de Vroege kerk kwam men al spoedig tot de conclusie dat Israël in Gods heilsplan tijdelijk had afgedaan. Dat de Schriften, de verbonden en de beloften aan Israël nu in de eerste plaats voor de christelijke kerk uit Joden en heidenen waren. Totdat in de laatste dagen, op grond van beloften uit oudtestamentische profetieën en uit Romeinen 11, het volk Israël tot bekering zou komen.
De Middeleeuwen, de Reformatie en de tijd erna brachten weinig verbeteringen, hoewel er tijdens de Nadere Reformatie en bij de Puriteinen volop verwachting voor ‘de beminden om der vaderen wil’ leefde. De pogroms in Rusland rond 1900 zorgden ervoor dat stromen pioniers naar het toenmalige Palestina vertrokken. En alsof dit allemaal nog niet genoeg was, volgde ook nog de Holocaust, de vernietiging van tweederde van de negen miljoen Joden wereldwijd. Een absoluut dieptepunt.

Zionisme
De eeuwenlange gruwelijkheden en vooral die van de Holocaust, versterkte de overtuiging dat het volk niet zou overleven in een wereldwijde diaspora. Dit gegeven, gevoed door het oerverlangen op de bodem van de Joodse ziel naar die ene aanwijsbare bodem rondom Jeruzalem alsmede een versterkt Joods bewustzijn, bracht de Joodse journalist Theodor Herzl uit Wenen op het idee van een eigen staat voor de Joden. Met zijn boek Der Judenstaat uit 1896 werd hij de grondlegger van het zionisme, het verlangen naar terugkeer naar het Beloofde Land.
Op het eerste congres hierover in Bazel werd nog voorzichtig gesproken over een ‘tehuis’. In de Balfour-verklaring van 1917 werd door de Britse regering – die offi cieel vanaf 1922 het mandaat over Palestina had – beloofd het bereiken van dit doel te vergemakkelijken. Door dit alles kwam de grote ‘aliyah’, de ‘opgang’ oftewel terugkeer naar het Beloofde Land, volop op gang. Het ‘Tot ziens in Jeruzalem,’ wat veel Joden elkaar de eeuwen door hadden toegeroepen, kreeg gestalte. Teruggekeerde Joden kochten vooral land van rijke Arabische boeren.

Eigen land
Het zou echter niet allemaal zonder slag of stoot gaan. Want in het toenmalige Palestina woonden in 1948 ongeveer een miljoen Arabieren, bedoeïenen en druzen, die onderling nogal verdeeld waren, tegen zo’n 650.000 Joden.
In september 1947 verklaarde Engeland het mandaat te zullen teruggeven aan de Verenigde Naties. Op 29 november daaropvolgend stelde een speciale commissie van de VN voor het land, na terugkeer van de Engelsen op 15 mei 1948, te verdelen tussen Joden en Arabieren, met Jeruzalem onder internationaal toezicht. De Arabieren wezen het massaal van de hand. Zij zagen het als westerse expansiedrift. Nadat het voorstel toch werd aangenomen, laaide onmiddellijk het Arabische verzet op en braken er onlusten en bloedbaden uit.
De dag voor de 15e mei, toen er een complete chaos dreigde, werd door de ‘Jewish Agency for Israel’, onder leiding van David Ben Goerion, de stichting van de onafhankelijke staat Israël uitgeroepen. Weliswaar een seculiere staat, want in de onafhankelijkheidsverklaring kwam geen enkele bijbeltekst voor. De aanwezige Joodse leiders begonnen spontaan het Israëlische volkslied ‘Hatikwa’ (de hoop) te zingen. Eindelijk, na bijna tweeduizend jaar omzwervingen en vervolging, weer een eigen land!

Overwinning
Helaas vielen een dag later de legers van de omringende Arabische staten binnen en brak er een vreselijke oorlog uit. Eigenlijk onvoorstelbaar, omdat de Koran in soera 5:20-21 stelt: ‘Mozes sprak tot zijn mensen: (...) O, mijn volk! Ga het heilige land binnen dat God voor u heeft bestemd en keer het niet de rug toe, anders zult gij verliezers worden.’
De grootscheepse aanval liep wonder boven wonder, mede dankzij de oorverdovende geluiden van primitieve mortieren, de zogenaamde ‘davidka’s’, uit op een overwinning van de Joden. Ook al was de stichting van de staat Israël een seculier initiatief, toch geloven we dat God Zijn hand erin had. Zoals in het boek Esther, waarin Gods naam ook niet voorkomt. Helaas staat er een zwarte bladzijde tegenover. Denk onder andere aan het dorp Deir Jassin, waar in de nacht van 9 op 10 april 1948 door een commando van de Joodse ‘terreurgroep’ Irgoen driekwart van de bevolking werd omgebracht met handgranaten en messen. De Jewish Agency heeft daar overigens wel zijn afschuw over uitgesproken. Het gevolg was een massale uittocht van Arabieren en het, nog steeds onopgeloste, vraagstuk van de vele rechteloze Palestijnse vluchtelingen.

Oprecht
De vraag kan gesteld worden waarom veel Joden zo graag terug wilden naar het toenmalige Palestina. Oeganda of Argentinië hadden toch ook gekund? Er bestaat echter een innige relatie tussen dit land en Gods verkiezing en belofte. Nadat de Heere namelijk Abraham geroepen had en deze in gehoorzaamheid zijn thuis had verlaten en in de diaspora terecht was gekomen, beloofde de Heere hem en zijn nageslacht het land Kanaän om daar te wonen. Maar wel onder de voorwaarde om te wandelen voor Gods aangezicht en oprecht te zijn. Deuteronomium 4:27 wijst erop dat als Israël zwaar zondigt, het uit het beloofde land verdreven kan worden. De grootste bedreiging voor Israël is dan ook niet de vijand, maar eigen ontrouw. Daarom werd het in ballingschap gevoerd.

Landbelofte
De vraag blijft wel of in het Nieuwe Testament, door de verschijning van de Heere Jezus, de continuïteit van Gods handelen met Zijn volk niet is doorbroken en of daardoor de landbelofte zijn betekenis niet heeft verloren. Het mag duidelijk zijn dat door de komst van de Messias God opnieuw tot Zijn volk gekomen is en de Heere Jezus als de hoogste Profeet en Leraar Zijn volk nog veel indringender heeft opgeroepen tot bekering dan de profeten in het Oude Testament. En dat na het zendingsbevel ook de volkerenwereld volop in het vizier is gekomen.

Volgens dr. A. van de Beek is er sindsdien geen continuïteit maar discontinuïteit, omdat alles in Christus is vervuld. En wat de landbelofte betreft, de heilige God kwam onder de mensen wonen waardoor het verschil tussen heilig en profaan kwam te vervallen.
Als de tussenmuur tussen heilig en onheilig is doorbroken in de dood van Jezus, moeten volgens hem de Joden niet meer streven naar een eigen land. Bovendien kunnen we aanvullen dat het heil in Christus niet alleen aards is. En dat Paulus in Romeinen 4 zelfs stelt dat Abraham een erfgenaam van de wereld is, een vader van ons allen.

Zeker, we moeten bekennen dat de beloften over de Messias in Jezus Christus vervuld zijn en dat het allemaal om Hem draait. Maar het verbond met Abram uit Genesis 15 en 17 is nooit herroepen en is nog steeds geldig. Hierop is het bestaan van het Joodse volk en de relatie met het land gebaseerd.

Veel Joden, overal vandaan, maakten intussen ‘aliyah’. Tijdens de eerste emigratiegolf, tussen 1881 en 1903, bereikten al zo’n 70.000 pioniers Palestina. En de stroom Joden die ‘thuis’ komt, gaat nog steeds gestaag door. Iets wat wij mensen niet zozeer hoeven te organiseren. God volvoert Zijn plannen, dwars door de gerichten heen. Zijn roeping en verkiezing zijn onberouwelijk. Daarin is het ons gebed of Israël haar roeping, om tot zegen te zijn voor de wereld, inclusief de Palestijnen, zal vervullen.

Geestelijke tegoed
Laten we echter, door alle aandacht op de staat en het land, het geestelijke tegoed voor Israël niet vergeten. Want er is voor een deel verharding over Israël gekomen, een bedekking bij het lezen van het Oude Testament. En het volk zal, zoals de genoemde handreiking uit 1970 het verwoordt, pas tot de volle verwerkelijking van zijn identiteit komen wanneer het Jezus Christus aanvaardt.
God heeft Zijn volk echter niet verstoten. Israël is als de tamme olijfboom tot op het bot gesnoeid, maar niet uitgehouwen. En als de volheid der heidenen zal ingaan, zal heel Israël, de volheid oftewel de volle oogst van Israël, zalig worden. Romeinen 11 is het grote loflied op de trouw van Israëls God. De apostel Paulus verwijst daar naar beloften uit Jesaja 59 en 27, over datgene wat nog komen moet: ‘En dit is het verbond van Mij met hen, wanneer Ik hun zonden zal wegnemen.’ (Rom.11:27)

In dit opzicht kunnen we ook denken aan Jeremia 31:33: ‘...Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.’ En aan Ezechiël 36:25-29: ‘Ik zal rein water op u sprenkelen en u zult rein worden. (...) Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. (...) Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven (...), u zult een volk voor Mij zijn en Ík zal een God voor u zijn.’ Dit laatste lezen we ook in Zacharia 8. We kunnen ook denken aan Handelingen 5:31, waar Petrus en de apostelen uitroepen: ‘Deze Jezus heeft God door Zijn rechterhand verhoogd tot een Vorst en Zaligmaker, om Israël bekering te geven en vergeving van zonden.’
Dit geestelijke herstel laat helaas nog op zich wachten. Maar de beloften liggen er en daar mogen we de Heere steeds aan herinneren. We mogen vast geloven dat Hij Zijn beloften aan Zijn volk zal waarmaken. Hij is een God Die Zijn waarheid nimmer zal krenken, maar eeuwig Zijn verbond zal gedenken.
Van ons vraagt dit alles een ‘onopgeefbare verbondenheid’. En solidariteit, maar wel een kritische solidariteit. In staatkundig opzicht is ook Israël niet vlekkeloos. Laten we daarom des te meer, vanuit een hartelijke verbondenheid met onze oudste broeder, ‘betuigen dat Jezus de Christus is’ en barmhartigheid, recht en gerechtigheid voorleven en voorhouden.


Gods beloften vervuld
Ondanks ‘de menselijke, al te menselijke’ wijze waarop de staat Israël in 1948 tot stand kwam, zoals de handreiking ‘Israël, volk, land en staat’ van de Nederlandse Hervormde Kerk uit 1970 het verwoordde, zie ik persoonlijk door alles heen een stukje vervulling van Gods beloften.
• Denk aan Jesaja 43:5-6: ‘Vanwaar de zon opkomt, zal Ik uw nageslacht halen en vanwaar zij ondergaat zal Ik u bijeenbrengen. Ik zal zeggen tegen het noorden: Geef! En tegen het zuiden: Weerhoud niet! Breng mijn zonen van ver en Mijn dochters van het einde der aarde.’ Hier wordt niet alleen de terugkeer uit de ballingschap bedoeld. Dergelijke tekstwoorden lezen we ook in Zacharia 8, en dan is het volk al teruggekeerd uit Babel.
• Jeremia wijst in hoofdstuk 31 ook op een wereldwijde terugkeer: ‘Zie, Ik doe hen komen uit het land van het noorden. Ik zal hen bijeenbrengen van de uithoeken van de aarde (...); met een grote menigte zullen zij hierheen terugkomen.’ (vs.8)
• Ook bij de profeet Ezechiël lezen we hierover: ‘Ik zal u uit de heidenvolken halen en u uit alle landen bijeenbrengen. Dan zal Ik u naar uw land brengen. (...) U zult wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb.’ (Ez.36:24-29).
In het daaropvolgende hoofdstuk schrijft de profeet over twee stukken hout: de twee stammen en de tien stammen, die de Heere vanuit de heidenvolken bijeen zal brengen en naar hun land zal brengen, om in Gods hand één te zijn, één volk. De beschreven geestelijke en uiterlijke vernieuwing overtreft de situatie in de tijd van Zerubbabel, Ezra en Nehemia.


Gespreksvragen
1.
Veel ultra-orthodoxe Joden zagen in de stichting van een eigen staat een eigenmachtige menselijke daad, een ongeduldig vooruitgrijpen op de komst van de Messias. Van Arabische kant zag men het vooral als expansiedrift, gesteund door westers kapitaal en westerse wapens. Hoe ziet u dat?

2. Er zijn theologen (onder anderen dr. A. van de Beek) die aangeven dat de landbelofte vervallen is doordat de Heilige onder de onheiligen is komen wonen. Alles zou heilig zijn, omdat God onder de mensen woont. Geen volk zou daardoor kunnen claimen dat zijn grond specifi eke betekenis voor God zou hebben. Hebben zij een punt?

3. Volgens de anglicaanse theoloog N.T. Wright (en denk ook aan iemand als dr. Bernhard Reitsma) zijn alle oudtestamentische beloften in Christus vervuld. In Hem zou het nieuwe Israël zijn begonnen; de kerk uit bekeerde Joden en bekeerde heidenen. Het huidige Joodse volk zou zich in niets meer onderscheiden van bijvoorbeeld de Japanners of de Tibetanen. Is deze visie te rijmen met het beeld van de wilde takken die geënt zijn op de tamme olijf Israël in Romeinen 11?

4. De Joodse godsdienstfi losoof Martin Buber, geïnspireerd door het profetische visioen van Jesaja en bewogen over het lot van de Arabische vluchtelingen, was fel tegenstander van een Joodse staat. Hij had heel idealistisch een gemeenschap voor ogen, waar het Joodse volk in vrede en gerechtigheid met de Arabieren zou samenleven. Hoe ziet u dat?

5. Waar bidt u concreet om als u aan het volk Israël denkt?


Auteur van deze brochure is emeritus predikant ds. H. Liefting uit Gouda.


Uitgave van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk
Bijlage bij De Waarheidsvriend, 11 mei 2018


Verder lezen
• Dr. A. van de Beek, Te veel gevraagd? Israël in het christelijk denken. Zoetermeer, 2004
• Ds. C. den Boer, ds. M. van Campen en ir. J. van der Graaf (red.), Zicht op Israël (3 delen); Israël, vraag en teken. Uitgave van het Bezinningscomité Israël, z.j.
• Ds. R. Boogaard, ds. P. den Butter en ds. E.F. Vergunst, Zijn trouw aan Israël nooit gekrenkt. Houten, 1992
• Dr. M. van Campen en dr. G.C. den Hertog (red.), Israël, volk, land en staat. Terugblik en perspectief. Zoetermeer, 2005
• Dr. M.J. Paul, ds. L.W.G. Blokhuis en dr. P.A. Siebesma, Land voor vrede? Een studie over Israëls landgrenzen. Kampen, 1993

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 12 mei 2018

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Israël, 70 jaar een staat

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 12 mei 2018

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's