DE LAATSTE ERNST
In Wapenveld, dat zich richt op geloof en cultuur, stelt dr. Arjan Plaisier, die predikant is in Apeldoorn, de vraag waar de aandacht voor het persoonlijke heil is gebleven in de kerk. In het Nieuwe Testament is het bijvoorbeeld Paulus die krachtig appelleert tot verzoening met God. Want iedereen moet voor Zijn rechterstoel verschijnen (2 Kor. 5). Ook in de christelijke traditie en de kerkelijke praktijk is de focus altijd gericht geweest op het eeuwige leven. ‘(...) met de woorden van de Shorter Catechism van de Westminster Confession of Faith in antwoord op de eerste vraag: wat het belangrijkste doel van de mens? ‘God verheerlijken en Hem voor eeuwig genieten’. Voor dat eeuwige leven is elk mens bestemd en elk mens kan het ook bereiken.’ Maar – zo vraagt dr. Plaisier – ‘hoe komt het dat juist deze thematiek het zo moeilijk heeft en vaak helemaal is verdwenen?’ Daarvoor ziet hij op zijn minst vijf redenen.
WAPENVELD
‘In de eerste plaats is het leven diesseitig geworden. Een eeuwige zaligheid voor de toekomst is daarom een belemmering die je ervan afhoudt om het leven hier en nu zaliger te laten worden. Het is een relativering van het aardse bestaan als dat alleen serieus genomen kan worden als opmaat voor de eeuwigheid. In onze cultuur zijn we gericht op verbetering van dit bestaan en pogen we nieuwe kanalen aan te boren van ervaring en daar slagen we goed in.
Een tweede motief is dat aan de idee van de persoonlijke zaligheid de associatie van heilsegoïsme kleeft. Moet je met je eigen ziel bezig zijn terwijl er zoveel nood om je heen is? Gaat het erom dat jij in de hemel komt, of dat het onrecht dat aan mensen wordt aangedaan wordt bestreden? Is dat zieltje van jou dan zo belangrijk? Moet daar je aandacht naar uitgaan?
Een derde motief is, dat de zorg voor je eeuwige zaligheid overbodig is. God is toch een God van liefde? Als er een God is, zal Hij met een breed gebaar allen omvatten. Hij ziet de groten en de kleinen. Wel is er een probleem met de vreselijke boeven uit de wereldgeschiedenis maar goed: daar hoeven wij ons niet mee bezig te houden. God is een menslievend God en als er een eeuwig leven is, dan is dat er voor iedereen. De hemel is inclusief. Het stuit tegen de borst dat God een onderscheid zal maken op grond van wat wij wel of niet geloven. Alsof dát voor God belangrijk is. Juist dit onderscheid maken leidt tot fanatisme, met alle desastreuze gevolgen van dien.
In de vierde plaats: eeuwige zaligheid is een groot woord. We komen uit een cultuur van verkleinwoorden. Eeuwigheid past slecht in een tijd van voortdurende verandering, van voorlopigheid en van eindigheid. Eeuwigheid, vooral als het verbonden is met het ‘ik’ is overtrokken. Zeker, we cultiveren het ik, we leven in subjectivistische tijden, maar daar zit de notie van tijdelijkheid en voorlopigheid in. Het bedenken van mijn ‘ik’ in het licht van de eeuwigheid past daar in ieder geval niet in.
Last but not least: genoemde klassieke accenten hebben tot uitwassen geleid die nog steeds doorwerken. Denk aan de angst voor de dood en de schaduw die het perspectief van de eeuwigheid over de tijd werpt. Maar ook aan het machtsmisbruik dat er gemaakt is door hen die deze thematiek hanteren en er soms in handelen: de priesters en de dominees. De romans van hen die kerken waar dit speelde of speelt hebben verlaten hebben genoegzaam duidelijk gemaakt dat er iets grondig mis is met het hele thema.’
Ds. Plaisier schetst een aantal herkenbare bezwaren tegen de grote aandacht voor ‘mijn’ particuliere behoud. Ook erkent hij dat de verdwijnende aandacht voor onze zaligheid in de kerk ervoor heeft gezorgd dat andere thema’s in beeld kwamen: het ‘koninkrijk van God’ en de kerk als gemeenschap van broeders en zusters. Daar wil hij geen kwaad woord van zeggen. Het is zelfs winst.
‘Toch ben ik ervan overtuigd dat het christendom waarin de thematiek van ‘laatste ernst’ en ‘eeuwig leven’ verdwijnt, geen toekomst heeft. Het zal daarom nodig zijn deze weer opnieuw te ontdekken. Dat het gevaarlijke stof is, is duidelijk. Je kunt er inderdaad mee in het moeras terecht komen. Je kunt er een sfeer van angst en onzekerheid mee oproepen. Zo is het nu eenmaal. Elke hoogte kent zijn afgrond. Het is de uitdaging in ieder geval waard. Het onderwerp is helaas een taboe geworden. Het wordt tijd om het uit deze taboesfeer te halen.’
Vergeten dreigt te worden wat er op het spel staat, zo maakt Plaisier duidelijk:
‘(...) De inzet van God is hoog. De Zoon van God is mens geworden en waagt zich tot aan het kruis. Het doel is evenzeer hoog: de redding en heiliging van mensen met als ultiem perspectief het eeuwige leven. Wie toetreedt, gaat door het water van de doop heen om met Christus te sterven, in de hoop ook met Hem op te staan.
Waar deze accenten verdwijnen, verliest het christelijk geloof zijn urgentie. In plaats van ‘het leven der eeuwige zielen’ (Jan Luyken) houden we alleen de mensenrechten over. Ook de kerk verliest urgentie. In plaats van de kerk als heilsinstituut houden we de kerk als partner van maatschappelijke organisaties over. In de kerk gaat het over alles, maar niet over mijn ziel en zaligheid. Er is veel ‘wij’ maar weinig ‘gij’. Er zijn veel problemen en ook ik heb ze, maar ik bén het nooit en daarom hoef ik ook niet ‘opgelost’ te worden. Niet vreemd dat er om de kerk een sfeertje hangt van een leuk extraatje of een hobby. Het doet er ook niet zoveel toe of mensen er wel of niet naar toegaan. Het gaat immers om het koninkrijk van God en dat speelt zich af midden in de wereld. Tegenover zoveel relativering staat het woord van Kierkegaard dat God ikken zoekt. Ikken die durven te staan voor God. Ikken die niet tevreden zijn met een scheutje religie maar die niets minder dan de eeuwigheid willen. (...)’
In de kerk gaat het over alles, maar niet over mijn ziel
Ik sluit niet uit dat ds. Plaisier een ander deel van de kerk(en) op het oog heeft dan de lezerskring van dit blad. Hoe dan ook is het goed om zijn appèl tot je te laten doordringen. Niet alleen omdat de vraag naar het eeuwige leven door allerlei andere thema’s kan worden vervangen – ik denk ook nog aan onderwerpen als discipelschap en Israël – de mogelijkheid bestaat ook dat het ‘eeuwige leven’ misschien wel frequent aan de orde wordt gesteld, maar niet op een manier die mij echt existentieel raakt.
VOLZIN
En dan is er ook nog een andere kant. De laatste weken zijn er in de seculiere media nogal wat interviews te lezen met journaliste Yvonne Zonderop, die een prikkelend boek schreef, getiteld Ongelofelijk, over de terugkeer van de religie in Nederland. Zij pleit ervoor religie te erkennen in onze samenleving. In het publieke domein is het volop aanwezig en de erfenis van het christendom heeft de samenleving veel te bieden, luidt haar stelling. Tegenover Elke van Riel in Volzin zegt ze onder meer:
‘De mens lijdt aan het menselijk tekort, het leven is onvolmaakt en tijdelijk. Er zijn mooie dingen, maar daarnaast is er ook altijd verdriet en ellende. Je kunt de belofte van een hemel ook zien als een belofte van heelheid. Iedereen kan dat verlangen herkennen, denk ik. Het is weliswaar een verlangen en daarmee geen realiteit, maar we moeten erkennen dat dit verlangen heel wezenlijk en diep menselijk is en dat een God daarvoor symbool kan staan.’
Van zo’n geluid, dat religie als verschijnsel in onze werkelijkheid volstrekt serieus wil nemen, word ik ook blij. En op de een of andere manier sluit het aan bij Plaisiers accent op de betekenis van het eeuwige leven. De belofte van heelheid, aldus Zonderop. Ten slotte: het gaat er dr. Plaisier uitdrukkelijk niet om mensen bang te maken of in onzekerheid te brengen. Zijn stuk in Wapenveld loopt uit om de uitnodiging binnen te treden in de ruimte van de kerk der eeuwen. Daar komt de levende Heer ons tegemoet ‘in brood en wijn, brood van de eeuwigheid en wijn van het koninkrijk’. Daar wordt mijn onrustige hart tot rust gebracht.
Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's