EEN EENZAME TAAK
Classispredikanten zijn geroepen geestelijk leiding te geven
De kerk moet haar energie vooral gebruiken om het Evangelie van Jezus Christus te verkondigen. Ze is daar echter alleen toe in staat als de kerkleden zelf Jezus Christus als Zaligmaker kennen. Daarom is geestelijk leidinggeven zo’n belangrijk aspect van het ambtelijke leven.
De kerk moet haar energie niet vermorsen door veel te vergaderen. De Protestantse Kerk ziet dat in en wil daarom met ‘Kerk 2025’ het bestuur binnen de kerk lichter maken en de kernactiviteiten van de kerk stimuleren.
Eeuwenlang is de opbouw van de Nederlandse Hervormde Kerk, en tot voor kort ook van de Protestantse Kerk in Nederland, classicaal geweest. Classicaal in de zin van een beperkte regio waarin alle gemeenten aanwezig waren en waarin de gemeenten gezamenlijk onder leiding van de dienaren van het Woord de opdrachten binnen hun resort bespraken en onder ogen zagen. Een roeping die samengevat kan worden in het geestelijk leidinggeven aan het geestelijke leven in de regio.
VERVAL
Helaas bleek echter dat de versmalling van de kerk het vermogen en het werken van de classis bemoeilijkte. In de twintigste eeuw begonnen veel classes minder te functioneren. Dat was misschien al eerder het geval door verstarring van haar werkzaamheden. Natuurlijk moest de classis ook toezien op organisatorische zaken. Die konden ook met minder geloof en gloed gedaan worden. Ogenschijnlijk liep alles op rolletjes, maar ondertussen leed men wat het geloof betreft bloedarmoede. Het organisatorische verliep nog wel goed, maar de gezamenlijke opdracht tot kerstening van de samenleving – zoals de kerkorde van 1951 deze nog enthousiast verwoordde – nam men in de classis eigenlijk niet meer gezamenlijk ter hand. Verval van het geloof, verschraling van de prediking, twijfel aan de inhoud van de Schrift, ontkenning van de godheid van Jezus Christus en discussies over de leer droegen hieraan bij. De verschillen tussen de gemeenten bleken te groot.
De verantwoordelijkheid om als kerkenraden in de classis aanwezig te zijn, werd steeds minder vanuit een intrinsieke motivatie ondersteund. De gang naar de classis werd vooral plicht en veel minder vreugde. Het bestuur moest natuurlijk doorgaan, maar geestelijke winst behaalde men eigenlijk niet meer en werd vaak ook nauwelijks beoogd. Vermindering van kerkelijke meelevendheid maakte ook het vervullen van de plicht moeilijker. En, helaas, de gesprekken over het geloof stokten. Het gezichtspunt van de verschillende modaliteiten bepaalde regelmatig de bespreking van principiële zaken en die was ook nogal eens vijandig.
ALBLASSERDAM
Natuurlijk is dit een wel zeer korte samenvatting van de werkelijkheid en bovendien erg eenzijdig. Er waren classes waar het kerkelijke leven bijna tot stilstand gekomen was en er waren classes die een levendige ontmoeting tijdens de bijeenkomsten hadden. Er waren classes die alleen het bestuurlijke uitvoerden en classes waar een warm en gloedvol geloofsgesprek plaatshad. Sommige classes vertoonden in sterke mate de neergang van het kerkelijke leven van de twintigste eeuw, andere classes mochten door Gods genade een duidelijke rol vervullen voor de aanwezige ambtsdragers, die na de vergadering blij verrast en dankbaar naar huis gingen. Zo’n laatste classis was, zeker sinds de fusie van de gereformeerde en de hervormde classis, de classis Alblasserdam, waar ik persoonlijk jarenlang aanwezig was als afgevaardigde, lid van het moderamen, synodeafgevaardigde en visitator. We hadden geen vergadering of we spraken elkaar over het geloof. Iedere bijeenkomst waren er wel onderdelen waar taken van de gemeenten werden besproken of gedeeld. We luisterden naar elkaars preken en bespraken wat de preek met ons deed. We riepen elkaar op om aanwezig te zijn in de dorpen die deel uitmaakten van ons resort. We probeerden elkaar pastoraal te stimuleren en riepen elkaar op oog te hebben voor de kleine gemeenten. We bespraken de situatie in de kerk en lieten ons landelijk horen. We wezen elkaar op het tekort aan en de ernst van de verzwakking van het geloof. We bespraken als het nodig was – en het was en is nodig – theologische onderwerpen.
SCHULD
We waren dankbaar voor de classis Alblasserdam en we gunden de hele kerk de kennis van God in de Heere Jezus Christus, want we begrepen en ervoeren bij contacten met andere classes en bij ontmoetingen in Utrecht dat er andere classes waren waar broeders en zusters ploegden op de rotsen en het classicale werk niet naast hun gemeentelijke werk konden volhouden. We begrepen dit en leden eraan.
Ook hoorden we met teleurstelling dat de classis Alblasserdam niet langer zou blijven bestaan. We vinden het jammer. Maar we begrijpen het wel en voelen schuld. Hebben wij misschien toch te veel genoten van de eigen situatie? Keken we misschien met onuitgesproken hoogmoed op andere delen van de kerk neer? Hadden we misschien ook onvoldoende in de gaten dat het verlangen naar God en de vreugde van Zijn dienst ook bij ons meer tanen dan we willen erkennen? Of waren we er blind voor en kenden we onvoldoende ons eigen zondige hart? Misschien hadden we ook wel onvoldoende solidariteit met die delen van de kerk waar het er, volgens ons door afwijking van de leer en zwakte in de ijver voor het huis des Heeren, zo slecht voorstond. In de Alblasserwaard is de kerk en de kerkgang door niemand over het hoofd te zien. Er is inderdaad sprake van echt geestelijk leven. We durven elkaar er zelfs op te bevragen. Maar ook bij ons is de kerkgang tanende en ook in de Alblasserwaard haken jongeren en ouderen af. Wat is het moeilijk om buitenstaanders bij de gemeente te betrekken. We merken heus wel dat we in de 21e eeuw in het door eigenbelang verscheurde Nederland leven. We missen ook wel vaak de nabijheid van God. We vinden het eveneens moeilijk om Christus in druk en tegenslag na te volgen. Niets van de zorgen van de rest van de Protestantse Kerk is ons eigenlijk vreemd. We zijn verlegen om de bediening van de Heilige Geest en we zoeken geestelijk leiderschap.
OPROEP
Bij het sluiten van de classis Alblasserdam lazen we Ezra 3:3-8 en Haggaï 1:1-14. Met verdriet, berouw en teleurstelling moeten we soms afscheid nemen van vroegere perioden. De zegen van de Heere hebben we niet op waarde weten te schatten en door eigen schuld is oordeel en verlies niet uitgebleven. Maar het ontslaat ons niet van de roeping om voor God en Zijn rijk te staan. Het verdriet over het verlies van de oude tempel werd door de feestvierende Joden niet van de hand gewezen. Dat verdriet was terecht en de schuld drukte.
Maar het verdriet mocht zich mengen in de vreugde over wat God aan het doen is. Vreugdegejuich en huilen over verlies mengde zich tot een nieuw en rijk geluid tot eer van God. Een geluid dat in de wereld werd gehoord. Daarom riepen we elkaar op getrouw te blijven en nog steeds eerst Gods huis en dan pas eigen huis een plaats te gunnen. Zou eigen huis ook zomaar ons eigen vrome hoekje kunnen zijn waar we thuis zijn, maar niet in onze roeping?
CLASSISPREDIKANT
Inmiddels zijn de nieuwe classes officieel begonnen, ze hebben hun eerste vergadering gehouden en de meeste hebben een classispredikant beroepen. Classispredikant is een heel belangrijk ambt. De classispredikant ziet toe op het geestelijk leven van de gemeente. Hij stimuleert, adviseert en geeft geestelijk leiding. Hij spreekt ook door als er zorgen zijn. Hij ontmoet predikanten thuis en in hun werkgemeenschappen en kan ringen van gemeenten met raad en daad terzijde staan.
Verder is het de taak van de classispredikanten de zorg van de gemeenten voor elkaar te stimuleren. Dat is nog steeds hetzelfde motief als de Nederlandse reformatoren in de zestiende en de zeventiende eeuw voor ogen stond (zie kader). Duidelijk is dat de classispredikant een mens moet zijn die vol is van de Heilige Geest. Hij moet als een Barnabas de gemeenten vertroosten en vermanen. Hij moet een geestelijk mens zijn om het geestelijk leven te stimuleren en geestelijk leiding te geven. Het is een zeer verantwoordelijke taak. De last van zijn resort (een halve, een hele of een dubbele provincie) rust op de schouders. Slechts een sterk geloof en een gezonde ijver zullen in staat stellen deze taak te vervullen.
Duidelijk is dat deze ambtsdrager ook een inhoudelijk rijke theologische bijdrage moet leveren en een gezonde visie op leiding geven moet hebben. Het is een zware taak die de voorbede van de gemeenten en de kerkleden behoeft.
EENZAAM AVONTUUR
De nieuwe classis staat om hem heen. Een stevig moderamen moet rugdekking en kritische begeleiding geven. De voorzitter van het college van visitatoren staat hem ter zijde. Maar meer nog dan voor iedere dienaar van het Woord zal het een eenzaam avontuur zijn. De classispredikant doet zijn werk veelal alleen. Werken aan eigen spiritualiteit moet iedere predikant, maar de classispredikant zal door het ontbreken van een eigen gemeente er extra werk van moeten maken. Zonder het dagelijks lezen van de Schrift en het dagelijks gesprek met God over zijn eigen geloof en falen en de zorgen van de kerk die hem bezighouden zal het niet gaan. Hij zal zich vaak als Paulus voelen als dagelijks de zorg voor de gemeenten hem overvalt.
Maar juist in die zorg en ervaring van eigen zwakte zal het steunen op God en de rijkdom van Gods genade door deze ambtsdrager heen zichtbaar kunnen worden. Zo zal hij geestelijk leiding kunnen geven en zo zal er geestkracht van Hem uitgaan. De Geest van de Heere Jezus Christus zal in de classispredikant aanwezig dienen te zijn.
STERK GELOOFSGESPREK
Het is niet alleen enthousiasme en vertrouwen dat mij vervult. Ik vrees dat de nieuwe structuur niet zomaar direct een verbetering van het geestelijk leven zal uitwerken. Het zoeken van een classispredikant was bepaald geen eenvoudige zaak. We hebben in de praktijk een pluriforme kerk, al willen we dat liever niet zo zeggen. We zijn met al onze verschillen één. Maar of we echt één zijn lijkt mij zelfs geen vraag. We zijn vaak zeer ver van elkaar verwijderd. We kunnen elkaars taal niet meer verstaan.
Dat is eigenlijk met het kerkzijn gegeven, maar we mogen als ambtsdragers onze boodschap en ons leidinggeven daar niet door laten leiden. Onze opdrachtgever is Christus Zelf, Die overal kwam, niemand afschreef, maar wel vrijuit sprak, ook al deed dat pijn. Is de verleiding niet groot een ‘gematigd’ figuur te benoemen en vooral te letten op de vraag of de nieuw te beroepen dominee met alle stromingen en soorten gemeenten die de Protestantse Kerk telt een goede ontmoeting kan arrangeren?
Natuurlijk is dat laatste belangrijk en behoort het ook tot de kwaliteiten die we van de classispredikant mogen verwachten. Maar voor alles zal de classispredikant de roeping voor zich moeten zien om alle kerkenraden en predikanten die onder zijn verantwoordelijkheid vallen, te wijzen op de opdracht van Jezus Christus om de volken te maken tot discipelen van Christus.
Hij zal daarom een sterk geloofsgesprek met alle collega’s en kerkenraden moeten houden waarin dominees, ouderlingen, ouderlingen-kerkrentmeester en diakenen zich geconfronteerd weten met God Zelf. Juist de taak van deze regiopastor zal zijn de broeders en zusters te bevragen op hun geloof in en relatie met Jezus Christus. Zijn dood en opstanding en de betekenis daarvan voor zondige en van God vervreemde mensen zullen in die gesprekken centraal moeten staan. In die zin dat ambtsdragers de vraag krijgen hoe zij in dat spanningsveld staan en wensen te functioneren.
Dat is altijd weer de opdracht van de kerk. Die opdracht geldt in onze moderne en door Gods afwezigheid gestempelde wereld sterker dan ooit te voren. We zijn afhankelijk van God. Zijn soevereine genade is bron en kracht van Christus’ kerk. Hem bidden wij om ontferming.
Ds. A. van Lingen is predikant van de hervormde gemeente te Kinderdijk-Middelweg en oud-voorzitter van de classis Alblasserdam.
TAAK CLASSISPREDIKANT
Begin december stond in verschillende dagbladen een advertentie met de uitnodiging te reageren op een van de aanstaande vacatures classispredikant in verband met het instellen van elf nieuwe, grote protestantse classes.
De woorden ‘geestelijk leidinggeven’ waren prominent zichtbaar in de advertentie van de landelijke Protestantse Kerk. Voor iedere te vormen classis vroeg ze een classispredikant aan wie vooral het geestelijk leidinggeven zou worden opgedragen. Inmiddels hebben tien van de elf predikanten een beroep tot classispredikant van een van de nieuw gevormde classes ontvangen.
Het beroepen van een classispredikant was de eerste daad die na het instellen van het moderamen van de classicale vergadering moest gebeuren.
SINDS DE REFORMATIE
De reformatoren begrepen al als geen ander hoe belangrijk het is om geestelijk leiding te geven. In de Nederlanden betekende dat dat men classes ging vormen die aan het geestelijk leven, het ondersteunen van het geestelijk leven en de missionaire consequentie van het geestelijk leven leiding gingen geven.
Een mooi voorbeeld van dat leidinggeven van een classis uit die tijd is de classis Dordrecht, die wanneer er weer een gedeelte van Brabant onder de macht van de Republiek kwam, direct zorgde voor het aanstellen van predikanten in het veroverde gebied. De gereformeerde leer en haar evangelische bewogenheid moest aan de Brabanders bekend gemaakt en met hen gedeeld worden. Overal zag men het juist als de taak van de classis om het Nederlandse volk te reformeren. Een belangrijke theologische onderbouwing van deze reformatie was de visie op het verbond. De kerk was de kerk voor het volk. Waarom men koos voor classes als vorm van organisatie had te maken met de leer over de kerk, de ecclesiologie. Die wordt immers in de gereformeerde kerkvisie vanuit de plaatselijke gemeente ingevuld, maar vanuit de landelijke kerk gestimuleerd. Daarom speelde bij de reformatie van de Nederlanden de classis zo’n belangrijke rol.
In de classis zijn de landelijke kerk en de plaatselijke gemeenten samen aanwezig. De landelijke kerk met haar toezicht en de plaatselijke gemeenten met haar geloof. Het ging bij het oprichten van de classis niet zozeer om haar bestuurskracht, hoewel die uiteraard ook van belang was, maar vooral om de taak van de kerk om het Nederlandse volk te onderwijzen in de kennis van God en Zijn wegen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's