HET VERBOND VERBINDT
Theologische terugblik dr. Verboom bemoedigt jongere generatie
Wie Verboom zegt, zegt verbond. En omgekeerd: wie verbond zegt, zegt Verboom. Maar in zijn theologische autobiografie Gouden oogst. Een halve eeuw theoloog in pastorie en universiteit ligt dat net iets anders.
Bekend is de anekdote dat dr. W. Verboom eens een brief ontving geadresseerd aan dr. W. Verbond. Nu zal hij het mij toch niet kwalijk nemen wanneer ik na het lezen van zijn nieuwste boek de zinnen over het verbond graag iets anders formuleer.
Namelijk zó: wie verbond zegt, zegt Heere, de Gód van het verbond. Deze notie loopt onmiskenbaar als een rode draad door het boek én door het leven en theologiseren van dr. Verboom heen.
VIJFTIG JAAR
Dr. W. Verboom schreef deze terugblik op vijftig jaar pastorie en universiteit vooral voor de jongere generatie predikanten en werkers in de kerk. Me dunkt dat dit een heel mooie insteek is, typerend voor het optreden van Verboom. Niet zelden beoordeelt hij de inhoud van De Waarheidsvriend waar we ons als redactie van tijd tot tijd over buigen, aan de hand van de vraag of een artikel ‘helpend’ is. Zo wenst hij ook zelf in kerk en gemeente (en voorheen: de universiteit) te staan. Niet kritiserend en veroordelend, zurig of katterig, maar in positieve zin sturend en bemoedigend.
Nu zou de vraag kunnen rijzen in hoeverre we iets hebben aan een verslag over de jaren 1968-2018. Er is toch in een halve eeuw tijd ontzettend veel veranderd in kerk en theologie. Wie dit boek leest, wordt daar weer met de neus bovenop gedrukt.
Aan nostalgisch gemijmer over hoe (goed) het vroeger allemaal was, hebben we niets. Het is wel opvallend dat het leven van de gemeenten zoals dr. Verboom ze beschrijft (Benschop, Waddinxveen en Hierden) een zekere rust en beslotenheid kenmerkte, die we nu vrijwel nergens meer aantreffen. Uiteraard zal de auteur eventuele ‘moeilijkheden’ in de gemeenten liever niet breed uitmeten, maar ze lijken er ook niet echt geweest te zijn.
Of dat nu alleen te maken had met het irenische karakter en optreden van Verboom? Is er ook geen vervlechting tussen iemands biografie en theologie? Ongetwijfeld spelen deze zaken een grote rol. Bovendien: zelfkennis die we opdoen in een teer leven voor het aangezicht van God, is van het allergrootste belang voor een dienaar van het Woord. Van hoeveel conflicten kunnen we immers niet zelf de oorzaak zijn? Een dienaar dient geen vechtersbaas te zijn, is een duidelijk apostolisch vermaan (1 Tim.3).
HET RELATIONELE
Wat echter óók duidelijk wordt, is dat de ontdekkingen die Verboom deed in de bestudering van de (catechese in de) Reformatie en (met name) de Heidelbergse Catechismus, zijn optreden en theologiseren hebben gevormd. De vondsten vanuit de studie reisden steeds mee. Dat is een waardevol gegeven én een sterke stimulans voor predikanten om te blijven studeren. Voor dr. Verboom zelf bestond de oogst van de studie in de ontdekking van het relationele, het verbindende. Zoals de catechismus in haar formuleringen zelf ook gekenmerkt wordt door het zoeken naar maximale consensus bij minimale dissensus.
Zo krijgt het verbond waarde voor het gewone leven. Het verbond verbindt. De kritiek van Verboom op kerkelijk shopgedrag is daarom goed te begrijpen. Dat verdraagt zich immers niet met de verbondsgedachte.
In dit licht verstaan we verder ook zijn diepe verdriet over de scheuring die zich in 2004 tussen broeders en zusters van hetzelfde huis voltrok. Dé zere plek. ‘Het bloed van Vaders verbond kruipt waar het niet gaan kan. Wonden in het verbond zijn het ergst. Ze bloeden zo erg. En ze zijn niet te stelpen.’ (p.212)
CATECHESE EN LEERDIENST
Wanneer we twee dingen moeten noemen die Verboom ‘hoog’ zitten en in het boek steeds weer terugkomen, schrijf ik zonder aarzeling: de catechese en de leerdienst.
De catechese was het thema van zijn proefschrift in 1986 en maakte later (vanaf 1994) ook deel uit van zijn leeropdracht aan de universiteit in Leiden. In de gemeenten die hij dienen mocht, vormde de catechese een van de kerntaken waar hij zich met hart en ziel aan gaf. Je vraagt je al lezende af: is dat nog bij alle predikanten zo? Voor hen is het lijstje met aandachtspunten voor de catechese op pagina 135 zeer de moeite waard om eens naast het eigen functioneren te leggen.
Over de leerdienst schrijft Verboom inspirerende dingen. Duidelijk is de diepe zorg die hij heeft over het gebrek aan het lerende element in de gemeente. Wat ds. G. de Fijter ooit op een synodevergadering opmerkte ten aanzien van het ‘geestelijk analfabetisme’ geldt niet de wereld, maar kerk en gemeente. Op de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond in 2002 luidde Verboom de noodklok over de catechese en de leerdienst. Hopelijk hebben wij de klok niet alleen horen luiden, maar weten we ook waar de klepel hangt.
PIJNGRENS
Het is uiteraard ondoenlijk het vele dat in dit boek geboden wordt, samenhangend weer te geven. We zouden graag nog iets doorgeven over wat dr. Verboom schrijft over de prediking. Zelf heeft hij er altijd zwaar aan getild. Het is een existentieel en vaak ook emotioneel gebeuren. Je ziet er, ook na zo veel jaren predikantschap, steeds tegen op. Zulke persoonlijke ontboezemingen, daar val je als letterknecht met je hart bovenop. Ja, zó is het.
Met twee opmerkingen sluit ik af. Aan het einde van Gouden oogst stelt de auteur vast dat hij niet is ingegaan op de relatie tussen het verbond en de theologia crucis (theologie van het kruis, red.) als een correctie op allerlei vormen van theologia gloriae (theologie van het overwinningsleven, red.) in kerk en academie. Leven uit het verbond kent de gestalte van lijden en kruisdragen. Zou onze broeder daar niet eens iets over willen schrijven? Bijvoorbeeld in combinatie met de opmerking op pagina 190: ‘Leven uit het verbond is geen pijnstiller, maar verhoogt de pijngrens in het lijden om de kerk.’ In een tijd waarin veel collega’s struikelend de eindstreep halen en anderen niet zonder averij hun gang door de kerk maken, is dit een thema dat ertoe doet.
GEBEDSGENEZING
Ten slotte: zoals in veel boeken staan de mooiste opmerkingen soms in de voetnoten. Zoals deze bijvoorbeeld: ‘De naam dorpskerk voor een kerkgebouw heeft voor mij theologische betekenis.’ (p.193) Of deze: ‘Ten aanzien van de kerk als zieke moeder geloof ik in gebedsgenezing.’ (p.183) Dat doe ik ook, van harte.
Ds. C.H. Hogendoorn is predikant van de hervormde gemeente te Katwijk aan Zee en lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond.
N.a.v. Dr. Wim Verboom, ‘Gouden oogst. Een halve eeuw theoloog in pastorie en universiteit’, uitg. Boekencentrum, Utrecht; 271 blz.; € 22,99.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's