De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HERDER ZONDER KLOK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HERDER ZONDER KLOK

100-jarige predikantenbond waakt over het eigene van het ambt

5 minuten leestijd

De ene Bond is de andere niet. ‘Onze’ Gereformeerde Bond heeft een kerkbrede missie die gericht is op het herleven van de kerk vanuit het Woord van God en de belijdenis. De Bond van Nederlandse Predikanten (BNP) zet zich inmiddels honderd jaar in voor goede arbeidsvoorwaarden voor predikanten.

Zo is het althans begonnen, lezen we in Preektijgers, pastores, pioniers. Predikantschap in de 21e eeuw, de boeiende jubileumbundel van de BNP. Tussen beide wereldoorlogen waren veel pastorieën oorden van bittere armoede, en toen de Hervormde Kerk weinig voor haar dienaren bleek te willen doen, is onder de bezielende leiding van dr. O. Noordmans een predikantenbond ontstaan. Mede door de inbreng van deze bond is een centrale kas voor de predikantstraktementen opgericht en is in ordinanties en generale regelingen een stabiele traktementsstructuur vastgelegd.

De aanvankelijke keerzijde van de oprichting van deze centrale kas was wel dat veel kerkvoogdijen hieraan niet wilden afdragen, waardoor (niet het minst in veel hervormd-gereformeerde gemeenten) jarenlang een slot zat op het beroepingswerk.

AMBTSVISIE

Als bij de wieg van de BNP de naam van Noordmans valt, kun je je niet voorstellen dat het hem alleen maar om traktementen ging. Noordmans dacht hoogkerkelijk en daarom ook hoogambtelijk. Uiteindelijk ging het hem erom dat de kerk een gedegen visie op het predikantsambt zou hanteren. Het is mooi om te zien dat de BNP daar na honderd jaar nog steeds een speerpunt ziet.

Als het gaat om arbeidsvoorwaarden en traktement, heeft de BNP de afgelopen jaren veel mogen bereiken. Voor diverse predikanten heeft de BNP veel kunnen betekenen in conflictueuze situaties. Maar nu de Protestantse Kerk in een proces van inkrimping verkeert en met het oog op de toekomst structurele keuzes maakt, is de BNP er zeer alert op dat het eigene van het predikantsambt niet sneuvelt – en dat dreigt wél. In feite vraagt de BNP aan onze kerk om de theologie van het predikantsambt hoog op de agenda te houden en zich niet door maatschappelijke ontwikkelingen te laten verleiden om klassieke noties van dit ambt te laten vallen. Ik val dit pleidooi van harte bij, ook zoals het in deze bundel wordt aangezet.

IN EEN GEMEENSCHAP

Naast informatieve interviews, leerzame reflecties over pastorieen en residentieplicht en eerlijke overwegingen bij de mobiliteitspool werd ik met name geraakt door twee artikelen. Het eerste is van de lutherse predikante Susanne Freytag. Zij beschrijft het eigene van het ambt, zowel in de samenleving als in de kerk.

Het ambt wordt door een gemeenschap toevertrouwd aan één of meerderen van haar leden, om de gemeenschap te representeren en namens haar te handelen. Voorbeelden hiervan zijn een rechter, een burgemeester en een voorzitter. Het ambt is dus persoonsgebonden, en het ambt kan door de gemeenschap ook worden teruggevorderd.

De ambtsdrager wordt geacht de normen en de waarden van deze gemeenschap uit te dragen – in de kerk gaat het dan over het ‘geloof’ van de gemeenschap. Hier ligt een groot verschil met een functionaris, schrijft zij. Een functionaris is uitvoerend, kan buiten de gemeenschap staan en hoeft niet per se de inhoudelijke overtuigingen van de gemeenschap te delen. Het enige wat bij een functionaris bepalend is, is of hij zijn opdrachten goed uitvoert.

HET GEHEEL

Wat mij raakt, is de inhoudelijke verantwoordelijkheid van een ambtsdrager ten opzichte van het geheel, de kerk. De kerk leidt haar dienaren op om ze vervolgens, na het afnemen van de proponentsbelofte, aan de gemeenten te schenken. Als predikanten zijn we gehouden aan het geloof van de kerk zoals de belijdenis van de kerk daar getuigenis van aflegt, en zijn we eveneens gehouden te bestrijden alles wat de belijdenis van de kerk weerspreekt. Predikanten worden daarom ‘dienaren van de kerk’ genoemd. Voor de Protestantse Kerk zijn deze noties van levensbelang omwille van haar katholiciteit.

Een andere cruciale zin in dit artikel is: ‘De ambtsdrager wordt betaald om tijd te hebben om namens de gemeenschap te handelen.’ Zodra je de woorden ‘om tijd te hebben’ tussen haken plaatst, heb je van het ambt een functie gemaakt. Hier stelt de auteur vragen bij het verschijnsel van teamvorming door predikanten en legt zij in feite de basis voor het slothoofdstuk van deze bundel.

TARGETS HALEN

Dat laatste hoofdstuk is geschreven door Pieter J. Huijser, voorzitter van die andere Bond. In de geest van Noordmans pleit hij voor een gedegen visie op het predikantschap van de toekomst in de Protestantse Kerk. Hij neemt echter waar dat ‘het predikantschap op de één of andere manier in een maatschappelijk aanvaard sjabloon moet passen’. Zonder af te doen aan de noodzaak van bezinning, stelt hij het overmatige gebruik van een term als professionalisering aan de orde, een visie op het predikantschap waarbij de relevantie gemeten wordt met ‘wereldse’ begrippen als effectiviteit, efficiëntie en resultaten. Wee de predikant die targets moet halen, of dat nu een volle kerk is, een stijgende vrijwillige bijdrage of een vastgesteld aantal pastorale bezoeken. Wat betekent het dan nog dat je als predikant vrijgesteld bent en daarom geen salaris maar een traktement ontvangt?

De Bond pleit er daarom hartstochtelijk voor om het predikantsambt principieel een kwestie van ‘(er) zijn’ te laten blijven en dit niet te laten verworden tot ‘doen’.

ANDER GEZICHT

Ik wens deze bundel in vele handen, maar niet minder op de bureaus van ons landelijk dienstencentrum en de classispredikanten. Onze gereformeerde (en evenzeer de lutherse) traditie reikt hierbij wezenlijke en klassieke noties aan.

Het predikantschap krijgt door alle ontwikkelingen in kerk en maatschappij een ander gezicht: een predikant is niet meer per definitie de fulltimer die in het grote oude huis naast de kerk woont en voor iedereen in het dorp ‘de dominee’ is en wiens echtgenote voor iedereen ‘mevrouw’ is. Sociaal gezien is er veel veranderd en aan het veranderen. Theologisch gezien blijven klassieke noties onverminderd van waarde: een predikant is dienaar van de kerk, geen huurling maar herder om zonder klok en rekenmachine zijn tijd te geven aan de kudde en haar schapen. En hen te weiden in het Woord van Christus.

Ds. A.J. Mensink is predikant van de hervormde gemeente te Elburg en voorzitter van de Gereformeerde Bond.


N.a.v. Liuwe Westra e.a. (red.), ‘Preektijgers, pastores, pioniers. Predikantschap in de 21e eeuw’, uitg. Boekencentrum, Utrecht; 144 blz.; € 15,99.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 2018

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

HERDER ZONDER KLOK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 2018

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's