HEILIGING VOLBRENGEN
MEDITATIE: 2 KORINTHE 7:1 Omdat wij dan deze beloften hebben, geliefden, laten wij onszelf reinigen van alle bezoedeling van vlees en geest, en de heiliging volbrengen in het vrezen van God.
Het loopt niet lekker tussen Paulus en de Korinthiërs. De relatie tussen voorganger en gemeente verloopt stroef de laatste tijd. Dat is weleens anders geweest. Vroeger hadden de Korinthiërs Paulus met open armen ontvangen. Eerder hadden zij het Evangelie dat hij bracht, in de armen gesloten.
Maar nu is de relatie wat bekoeld. Sommige gemeenteleden geven zich niet meer zo. Ze houden de boot wat af. Ze hebben hun reserves tegenover Paulus. Die vindt dat pijnlijk. In deze brief maakt hij dit bespreekbaar.
RELATIES
Sommige stukken uit deze brief zijn pijnlijk om te lezen. Zo ook hoofdstuk 6 en 7. Midden in hoofdstuk 6 begint de apostel ineens over ‘relaties’ te spreken, over relaties tussen christenen en buitenkerkelijken. Hij doet dan de bekende uitspraak: ‘Vorm geen ongelijk span met ongelovigen.’ (6:14)
De vraag is: waarom begint Paulus hier ineens over? Wat is het verband tussen bekoelde relaties in de gemeente en bloeiende relaties met buitenkerkelijken? Blijkbaar ziet de apostel een verband tussen het een en het ander. Relaties met mensen kunnen de relatie met God beïnvloeden.
Dat geldt in positieve zin: een vriendschap, een collegiale band kan bemoedigend zijn. Ze kunnen ons optillen, inspireren, ook in het geloof.
Relaties met anderen kunnen ons ook negatief beïnvloeden. Soms doet een vriendschap of liefde onze relatie met God geen goed. Dat laatste lijkt het geval bij de gelovigen in Korinthe. Kennelijk onderhouden zij nauwe banden met ongelovigen. Kennelijk gaan ze zo intiem met hen om dat ze met hen mee gaan praten, doen en denken. Voorbeelden daarvan lezen we in Paulus’ eerste brief (1 Kor.6:18; 10:14). Dan gaat het fout. Paulus waarschuwt hiervoor.
NIET OP ÉÉN LIJN
Aan de hand van vijf vragen toont hij aan dat een gelovige en een ongelovige een gemeenschappelijke basis missen om een totale levensgemeenschap op te bouwen. In levensvisie, levenssfeer, heer en levensbezit zitten een gelovige en een ongelovige niet op één lijn. Tenzij de gelovige ongelovig, of de ongelovige gelovig wordt.
Als dat laatste gebeurt, is dat fantastisch. Die voorbeelden ken ik ook. Een buitenkerkelijke jongen kwam door een relatie met een gelovig meisje tot geloof. Dat is prachtig. God lof.
Voorbeelden van het omgekeerde ken ik helaas ook. Een kerkelijk meisje dat door een relatie met een ongelovige jongen afhaakte. Dat is erg. Daar heeft de Heere ons niet voor over. Hij heeft een ander plan met ons leven. Dat wij, als gemeente van Christus, Zijn tempel zouden vormen. Dat wij, als kinderen van God, met Hem zouden samenwonen, vertrouwelijk omgaan, in de allernauwste relatie. Dat is wat Hij ons heeft toebedacht.
BELOFTEN
Laten we de beloften uit de verzen 16b,17,18 en 19 nog eens nalezen. Je slaat er steil van achterover. Het zijn verrukkelijke beloften. In de bijbeltekst zie je allemaal kleine lettertjes staan bij deze verzen.
Deze lettertjes verwijzen naar boeken uit het Oude Testament: Exodus, Samuel, Koningen, Jesaja, Jeremia, enz. Deze beloften zijn dus oorspronkelijk aan Israël gegeven.
Paulus verklaart ze hier mede van toepassing op de gemeente van Christus. God wil voor ons dus Dezelfde zijn, Die Hij voor Israël was (en nog wil zijn). Hij wil op dezelfde wijze met ons omgaan: vertrouwelijk, zorgzaam, vergevend, leidend. Hoe groot is dat.
AANSPORING
Deze beloften vormen een krachtige aansporing om ons te reinigen van alle bezoedeling van vlees (daden) en geest (gedachten). Zijn er misschien in ons leven bepaalde relaties, gedragspatronen, denkpatronen, die niet heilzaam voor ons zijn, die ons bezoedelen? Als dat zo is, laten we er dan wat mee doen. Laten we het openleggen voor God. Laten we het voorleggen aan een medebroeder of -zuster. Laten we erover bidden. Misschien laat God ons dan zien dat we een keuze moeten maken. Laten we die dan ook maken. Misschien levert dat spanningen op of komen we alleen te staan. Daar kunnen we tegen opzien. Maar dan wil ik graag een bemoedigend woord spreken. Wat we zo ook kwijtraken, we krijgen God ervoor terug. Op het drievoudige bevel tot afzondering (6:17) geeft de apostel een drievoudige belofte van gemeenschap met God: ‘Ik zal u aannemen, Ik zal u tot een Vader zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heere, de Almachtige.’ (6:17b,18) Laten we vervolgens nog eens de tekst boven deze meditatie lezen.
Ds. J.J. van den End is predikant van de hervormde gemeente te Oudewater.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 2018
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 2018
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's