De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET LEVEN IS NIET MAAKBAAR

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET LEVEN IS NIET MAAKBAAR

Ds. J. Belder en dr. A.A. Teeuw: ‘Euthanasie wordt gewoner’

7 minuten leestijd

Wie bepaalt wanneer mijn leven voltooid is? In toenemende mate wil de moderne mens daarop als antwoord ‘ikzelf’ geven. In het boek Mijn leven voltooid? gaan ds. J. Belder en dr. A.A. Teeuw in op klemmende vragen rond dit thema.

Met de auteurs ga ik in gesprek in een drukbezocht restaurant ergens in het midden van het land. Ik begin met de vraag voor wie dit boek geschreven is. ‘In eerste instantie voor de Artiosachterban,’ zegt dr. Teeuw. ‘Maar we willen achterbanoverstijgend zijn,’ vult ds. Belder aan. ‘Er leven ook onder niet-christenen bezwaren tegen de toenemende acceptatie van euthanasie. In het boek citeren we die mensen, zoals psychiater Frank Koerselman. Hij vindt dat mensen moeten leren met lijden om te gaan, en rekent af met maakbaarheidsdenken. Je treft affiniteit aan bij mensen die niet uit dezelfde bron leven, en je kunt een stukje met elkaar oplopen.

Met deze uitgave willen we meedenken in dit brede, maatschappelijke onderwerp en voor onszelf een genuanceerd standpunt innemen. We willen materiaal aanleveren voor zelfreflectie. Hoe zou ik zelf in een heftige situatie reageren?’ Teeuw: ‘Bezinning vooraf is van belang, niet pas als je zelf geconfronteerd wordt met het naderende einde van een geliefde of van jezelf.’

Het grootste deel van de mensen die bezwaar hebben tegen euthanasie, zit in de kerk. Met welke argumenten kunnen zij zich mengen in dit debat met mensen die zonder God leven?

Teeuw: ‘De notie dat het leven niet maakbaar is, biedt soms een aanknopingspunt. Hoeveel dingen gebeuren er niet in het leven die wij niet in de hand hebben? Je hoopt dat men zich gaat realiseren dat lijden bij het leven hoort. Maar de gedachte van “het hoeft niet meer” kun je moeilijk wegnemen. Ik merk dat ik me uiteindelijk beroep op mijn principes, waardoor ik tegen mensen die uit het leven willen stappen, moet zeggen: u hebt de verkeerde dokter voor u.’

Belder: ‘Het is van groot belang om de ander niet vanuit een bepaald vooroordeel te benaderen. Daar ligt een hypergevoeligheid. Een deel van mijn familie is onkerkelijk. In het gesprek hierover is het van belang te luisteren en begrip voor visies en standpunten te hebben, zonder dat je die onderschrijft. Tegelijk kun je laten merken dat je visie een onwrikbare principe is. Hier sta ik en ik kan niet anders. Het is een doorleefd standpunt, ontstaan vanuit persoonlijke verbondenheid aan God. Soms lijkt lijden zo uitzichtloos, zo zinloos. In die zin is er een element van herkenning in de wens om er een eind aan te maken, dat maakt je bescheiden en voorzichtig in je stellingname.’


Bezinning vooraf op het thema euthanasie is van belang, niet pas als je ermee geconfronteerd wordt


MEER RUIMTE

Ds. Belder en dr. Teeuw schrijven dat de ruimte voor euthanasie in de samenleving steeds groter wordt. ‘Het heeft te maken met de ontwikkelingen in de maatschappij: ontkerstening, ontkerkelijking, de hoge waardering voor het individu, niet afhankelijk willen zijn van de grillen van de natuur. We zijn zelf heel wat mans. Er is veel aandacht voor in de media, op tv.’

Neemt met die ruimte ook de druk toe voor ouderen om voor euthanasie te kiezen?

Belder: ‘Ja, die druk is reëel, door de maatschappelijke context, door wat je ziet, hoort en leest, zeker als de verticale dimensie wegvalt. Het is een dagelijkse, voortdurende stroom van beeldvorming, waardoor wissels omgaan, vooral omdat je leeft in een tijd die sterk op emotie is gericht. Tegen emotie is geen wapen.’

Teeuw: ‘Euthanasie krijgt steeds meer positieve waardering. Het is goed dat je je niet laat aftakelen; het is dapper om eruit te stappen, zo zegt men.’

Belder: ‘En het is niet dapper om passief te liggen en te lijden. Wat doe je jezelf en de omgeving aan, terwijl je er toch op eenvoudige manier uit kunt stappen? “Ik ben een last voor mijn kinderen, ze moeten me komen opzoeken, maar ze zijn al zo druk.” Daar komt bij dat er een negatieve beeldvorming is ontstaan van oud zijn: oud is out.’

Hoe wordt de toenemende vraag naar euthanasie ervaren door artsen?

Teeuw: ‘De rijpheid om het te doen, groeit. Ik was eens bij een seminar over dit onderwerp waar zeventig artsen bij elkaar waren.

De vraag werd gesteld: wie heeft nog nooit euthanasie gepleegd? Slechts zeven artsen, onder wie ikzelf, staken hun hand op. En op de vraag ‘Wie heeft het meer dan tien keer gedaan?’ stond ik er versteld van hoeveel mensen hun hand opstaken. Het wordt steeds meer gedaan en steeds vaker aangeboden. En als iets vaker gebeurt, wordt het de norm.’

Belder: ‘Maar het wordt door artsen toch ook als belastend ervaren. Bert Keizer (filosoof en arts die bij de Levenseindekliniek werkt, red.) heeft erover geschreven en zegt hoe complex de handeling emotioneel voor jezelf is.’

Teeuw: ‘Er zijn wel bezwaren, artsen die tegenstribbelen. Maar ik geloof in het principe van gewenning. Dat geldt ook voor middelen als morfine en dormicum. Het zijn prachtige middelen om pijn mee te bestrijden, benauwdheid en onrust weg te nemen. Ik bemerk bij mezelf en bij mijn collega-artsen dat we deze middelen in ons verpleeghuis steeds vaker gebruiken. De KNMG dringt er op aan om eerlijk te zijn: gebruik sedeermiddelen alleen als je sedeert, pleeg je euthanasie, gebruik dan euthanatica, dus geen gerommel met hoge doseringen van bijvoorbeeld morfine. Maar soms is het niet zo eenvoudig als de KNMG zegt. Er is een grijs gebied. Voor mij als christelijke arts is er soms de vraag: waar gaat barmhartige zorg, waarbij we het naderende levenseinde accepteren, over in doden?’

Belder: ‘Wetenschap vermeerdert smart. Er zit veel moois aan wetenschap, maar het brengt ook keuzes en dilemma’s met zich mee.’

Teeuw: ‘Zo ervaar ik dat inderdaad. Soms ligt iemand met een dodelijke ziekte, bijvoorbeeld ALS, aan de beademing. Het kan een opluchting zijn als zo iemand vanzelf overlijdt en je als arts geen keuze hoeft te maken om al dan niet het apparaat af te zetten.’

Palliatieve zorg heeft de laatste jaren gewonnen aan kwaliteit – hoe verklaart u dat ook de vraag naar euthanasie is toegenomen?

Teeuw: ‘Dat is inderdaad apart, want er zijn veel middelen om het lijden te bestrijden. Aanvankelijk was het idee dat als palliatieve zorg goed op orde is, je niet toekomt aan de euthanasievraag, maar inmiddels ligt dat anders. Niet alleen de mate van lijden is wat mensen meenemen in hun overwegingen, ook de angst voor lijden speelt een rol. De vraag is bovendien, wat verstaat men onder lijden?’

Belder: ‘Mensen hebben soms schrikbeelden. “Zoals pa of ma wil ik niet overlijden”, zeggen ze.’

Teeuw: ‘Een voorbeeld is onregelmatige ademhaling die vaak optreedt als iemand op sterven ligt. Mensen denken dat de stervende vreselijk geleden heeft, maar dat is niet zo. Een onrustig ademhalingspatroon hoort bij deze fase – de aansturing vanuit de hersenen hapert. De persoon zelf merkt er niets van, maar de familie ervaart het soms als vervelend. Mijn taak is dan om uitleg te geven en gerust te stellen.’

Wat kunnen kerkelijke gemeenten doen om tegenwicht te bieden aan het groeiende draagvlak voor euthanasie?

Belder (met een glimlach): ‘Laat iedereen vooral dit boekje ter hand nemen, het lezen en bespreken.’

Teeuw: ‘Laat men zich bewust zijn van hoe je in het leven staat. De zondag zou zijn weerslag op de rest van het leven moeten hebben. Kerken kunnen zorgen voor een praktisch vangnet voor ouderen.’

Belder: ‘Er zijn veel mensen die de prestatiemaatschappij niet bij kunnen benen. Het is de roeping van de kerk om die op een goede manier aandacht te geven. In onze kringen leeft het besef: sterven is God ontmoeten; ben ik klaar om te sterven? Soms is er angst en paniek om te overlijden. In het pastoraat is het van belang om begeleiding te geven rond het levenseinde.’

N.a.v. Ds. J. Belder en dr. A.A. Teeuw, ‘Mijn leven voltooid?’, uitg. Groen, Heerenveen; 199 blz.; € 13,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 2018

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

HET LEVEN IS NIET MAAKBAAR

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 2018

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's