GEREFORMEERD EN VITAAL
‘De Maranathakerk is een betekenisvolle plek in Zuid’
De Maranathakerk in Rotterdam-Zuid is betrokken bij een scala aan missionaire activiteiten. Volgens gemeenteleden Gerard en Martin Schaap leeft breed het gevoel dat je geen lid van deze stadsgemeente bent om te consumeren. ‘Het urgentiegevoel is dieper ingedaald dan dertig jaar geleden.’
De wijkgemeente Maranathakerk, ontstaan in de jaren zeventig, is een hervormd-gereformeerde gemeente. Ze is onderdeel van de protestantse gemeente Rotterdam-Zuid (PGRZ). Gerard (65) verhuisde in 1981 vanwege zijn werk naar de stad en raakte vanaf dat moment ook betrokken bij de Maranathakerk. Jarenlang maakte hij deel uit van de kerkenraad als ouderling en als ouderling-kerkrentmeester. Zijn jongste zoon, Martin (38), groeide op in de stad, studeerde er en woont nu met zijn gezin op Katendrecht. Hij was acht jaar jeugdouderling en is nu kernteamlid van ‘Kerk op de Kop’, een pioniersplek van de Protestantse Kerk in de Rotterdamse wijk Kop van Zuid.
De Maranathakerk is volgens Gerard een gemeente met een sterke focus op het geestelijke accent van de boodschap van de Schrift. ‘De vraag naar de persoonlijke toe-eigening van het heil speelt vanouds een grote rol.’ Tegelijkertijd geldt dat de gemeente minder traditioneel is als het over de vorm gaat. ‘Er is veel spontaniteit. De HSV werd direct na verschijnen ingevoerd. Er is ruimte voor een lied in de kerkdiensten.’ Andere wijkpredikanten mogen voorgaan in de Maranathakerk, ook al zijn ze niet hervormd-gereformeerd. Gerard: ‘We zijn niet al te smal van ingewanden. Deze ruimte vind ik typisch iets stads.’
LEEFBAARDER
In de jaren tachtig zag de familie Schaap de stad nog verloederen. Dat is nu helemaal veranderd. Martin: ‘Toen zag je drugsspuiten op straat liggen. Dat komt niet meer voor. Jarenlang was Rotterdam aanvoerder van slechte lijstjes: we hadden de hoogste werkloosheid, de hoogste criminaliteit. Wij merken dat het nu andersom is, onze stad voert nu de goede lijstjes aan. De laatste jaren zie je dat Rotterdam een topbestemming is.’
Als ze terugblikken, stellen vader en zoon vast dat de stad veel leefbaarder is geworden. Martin: ‘Het is veiliger, schoner. Zuid heeft kwalitatief een enorme sprong voorwaarts gemaakt. We krijgen er ook een ander, hoger opgeleid publiek bij. Op Zuid zijn er nog betaalbare woningen, afgestudeerden vestigen zich hier en velen blijven hangen.’ Gerard: ‘Vanouds wonen er veel arbeiders in Rotterdam-Zuid.’ Martin: ‘Tachtig procent van de wijk rondom de Maranathakerk is van allochtone komaf, een groot percentage is moslim. Dat is een uitdaging op zich. Nu voegt er een nieuwe groep in. Dat zorgt voor grote contrasten in de wijken rond de Maranathakerk.’
JONGE GEZINNEN
De jarenlange beweging dat jonge gezinnen de stad verlaten, is doorbroken, constateren beide oud-ambtsdragers. Martin: ‘Dat geldt niet alleen voor Rotterdam. Wereldwijd zie je dat de stad trekt.’ Enthousiast: ‘Het is ook echt leuk om in de stad te wonen. Het is geen straf. En er wordt veel bijgebouwd. Je hoeft echt niet driehoog achter te wonen. Meer gezinnen vestigen zich hier.’ Van vergrijzing is er dan ook geen sprake in de Maranathakerk. De laatste vijftien jaar is er juist een grote aanwas van gezinnen. Om en nabij de helft van de betrokken gemeenteleden is jonger dan 35 jaar.
Gerard: ‘Je ziet vaker dat mensen bewust voor de stad kiezen om daar hun krachten te geven naast het reguliere werk dat ze doen. Mensen gaan gemiddeld genomen bewuster om met de gedachte dat de stad als verblijfplaats van het gezin een zaak kan zijn die de Heere van je vraagt.’
Martin wil wel een kanttekening plaatsen. ‘Echte nieuwkomers hebben we helaas weinig in de gemeente. Het gros van onze leden komt uit de gereformeerde gezindte. We zijn verweven met de schil van de Biblebelt. Wij bestaan dankzij hen.’ Gerard: ‘Maar dat is geen tragiek. Er zijn genoeg mensen bij die met spirit in een van de Rotterdamse projecten stappen.’
DYNAMISCHE GEMEENSCHAP
De gemeente is in de loop der jaren duidelijk veranderd, vinden de twee. Gerard: ‘In de begintijd kwam de traditionele kerkganger, de kerkdienst concentreerde zich op de Woordverkondiging. Nu is alles veel dynamischer, al kunnen we gelukkig nog steeds dezelfde geestelijke dingen aan de orde stellen.’
Martin: ‘Dat je bij je roots blijft, betekent niet dat er niets verandert. Iedereen ontwikkelt zich. Dat geldt voor elke vitale gemeenschap.’
Organisatorisch gaat het in ieder geval anders dan dertig jaar geleden. Vroeger was er een enkele vereniging, je had een bijbelkring geleid door de dominee en dat was het dan. Verder zag je elkaar doordeweeks niet meer, analyseert Gerard. ‘Nu zijn heel veel gemeenteleden lid van een kring. Daardoor is een nieuwe vorm van gemeenschap ontstaan. In zo’n kring gebeurt veel, het is een vorm van onderlinge bijstand, hulp, alertheid. De kringleider houdt intensief contact met kringleden. Zo houden we elkaar vast. In de stad is er een grote behoefte om deel uit te maken van een structuur waarin je er met en voor elkaar bent.’
GASTVRIJ
Ook is er in de gemeente het gevoel ontstaan dat we niet voor niets in de stad zijn, zegt Gerard. ‘We hebben een boodschap die we mogen delen. Dit missionaire gevoel uit zich in participatie op allerlei plekken. Tientallen gemeenteleden werken bijvoorbeeld mee aan het missionaire project Licht op Zuid, aan de Echo, de voedselbank, het inloophuis of House of Hope.
Martin: ‘Bijna niemand in onze kerk is hier geboren en getogen. Mensen kiezen bewust voor de kerk, zijn bewust met geloof bezig, ze zijn daarom ook makkelijk te mobiliseren voor dit soort taken. Je ben of heel actief of je bent weg.’ Gerard: ‘Dat is voor mij de hoofdzaak van wat er hier veranderd is. Vroeger waren zulke activiteiten het initiatief van de evangelisatiecommissie. Die stond helemaal apart en was samen met een evangelist aan het werk. De rest van de gemeente hield zich bezig met andere dingen, met zichzelf vooral. Dat is echt opvallend om. We zijn een gastvrije gemeente geworden, blij met iedereen die langskomt.’
ZOEKTOCHT
Tegelijk is het lastiger geworden om mensen te bereiken, vindt Martin. ‘Vanouds was evangelisatie hier gericht op mensen die schulden of problemen hadden en maatschappelijk in een isolement leefden. Hen kon je benaderen met structuur, advies en hulp. Als kerk kon je jezelf relevant maken. Nu met een nieuwe groep bewoners staan we als kerk op achterstand. We leven cultureel in twee verschillende werelden. Het concept van kerkzijn, dat je bij elkaar komt op een vaste tijd, dat je allemaal stil bent en luistert, sluit niet aan bij de gemiddelde Rotterdammer.
Het is met ‘Kerk op de Kop’, het missionaire project van de PGRZ dat zich op hoogopgeleiden richt, onze zoektocht hoe we die mensen dan wel bereiken. In ieder geval niet met een preek van dertig minuten vanaf de kansel. Maar hoe kun je hen wel over dezelfde inhoud laten nadenken? Dat is een spannende vraag.’
Gerard: ‘Deze mensen vragen om een bepaalde kwaliteit. Ze willen niet met dooddoeners benaderd worden. De boodschap moet fris zijn en profetisch blijven klinken.’
Hoe houd je het vol om in een bruisende stad hervormd-gereformeerd te blijven?
Gerard: ‘Rotterdam is een frontstad. Wellicht kun je het juist hier volhouden, omdat de pijn, de ellende en de tragiek van het menszijn hier dieper en concreter beseft wordt. Daar heeft de gereformeerde prediking een antwoord op. En gereformeerde prediking valt voor mij samen met verkondiging van het Evangelie. Dat kan bevrijding en verlossing geven aan iedereen, of je stadsbewoner bent of niet. We hebben goud in handen met een heel vitale traditie.
Mensen komen hier naar de kerk, omdat ze er bijbels onderwijs krijgen. Vroeger was de rechtvaardiging van de goddeloze het centrale thema. Daar zijn andere onderwerpen bijgekomen, zoals de toekomst, de plaats van Israël en het leven en wandelen in de Geest. De jonge generatie vindt dat belangrijk. Je kunt niet meer jaar in, jaar uit één thematiek aan de orde stellen, dan raak je mensen kwijt. Kerkelijke trouw die geënt is op het idee dat je ‘van de Gereformeerde Bond bent’ is een gedachte die in de stad niet werkt. Je zult het als dominee echt waar moeten maken vanuit je persoonlijke roeping en drive. Onze predikant houdt aansprekende preken die op het taalniveau van jongeren zitten en passen bij deze tijd.’
WIJD OPEN
‘De Maranathakerk is een mooie, vitale gemeenschap. We hebben de deuren zo wijd mogelijk opengezet. En vanuit het pastoraat weten we dat er mensen tot Christus geleid worden. Dat mag nog steeds gebeuren. De Maranathakerk is een betekenisvolle plek.’
VERKIEZING IN DE STAD
Hoe verbond dr. C.A. van der Sluijs, van 1989 tot 2004 predikant van de wijkgemeente Maranathakerk in Rotterdam-Zuid, de bijbelse notie van de verkiezing, een kernthema in Dordt, aan werken als predikant in de stad?
‘De Dordtse Leeregels vormen als de Vijf Artikelen tegen de Remonstranten een belijdende onderstreping van het genadekarakter van het geloof. Zo worden verkiezing en verwerping van eeuwigheid beleden. Ook in de stad. Wezenlijk niet anders dan in de provincie. Contextueel lijkt in de stad de notie van het verbond meer op afstand te staan, omdat er minder sprake is van een doorgeven van het geloof van geslacht op geslacht. Grote mutatieverschillen in een stadsgemeente zijn hier uiteraard debet aan.
Op een originele wijze krijgt het genadeverbond gestalte door en vanuit de prediking van vrije genade, betekend en verzegeld in de heilige doop. Dit laatste correspondeert met de ‘Dordtse’ verkiezing en de verwerping. Vrije genade, vanuit de vrije gunst die eeuwig God bewoog, beheerst en structureert de prediking van de rechtvaardiging van de goddeloze. In actuele prediking en eigentijdse taal krijgt God alleen de eer in het zalig worden van zondaren. Dat is de kern en de naaf van de verkondiging. Daar gaat het om en daar draait het om. Prediking vanuit het eeuwig welbehagen is als een scherpsnijdend zwaard dat dwars door de gemeente gaat en dwars door ons eigen hart. Hoogst individueel en tegelijk gemeenschap (der heiligen) vormend. Het verbond van de genade krijgt zijn contouren in de gemeente. Het gemeente-zijn staat daarbij onder spanning, niet van het verbond, maar van de prediking van Gods verkiezend welbehagen. Pure goddelozen uit een stadse leefwereld worden heiligen, en heiligen (gedoopt en wel) worden goddelozen. Goddelozen in de beleving, die gaan leven van vrije genade alleen, of goddelozen in de uitleving. Dit laatste komt aan het licht als godsdienstige mensen zich stoten aan de prediking van vrije genade, en daarmee zich stoten aan Gods verkiezing van eeuwigheid. Daarbij doemt soms de gedachte op: ‘waartoe ze ook bestemd zijn’ (1 Petr. 2:8).’
C.A. VAN DER SLUIJS
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's