De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKINGEN

6 minuten leestijd

Truus van Bueren en Corinne van Dijk Overschilderd: van Gregoriusmis naar Bijbeltekst. De Reformatie van de Utrechtse Jacobikerk.
Uitg. Verloren, Hilversum; 340 blz.; € 29.

Toen ik in de zomer van 2015 na mijn bevestiging handen stond te schudden en goede wensen in ontvangst stond te nemen, deed ik dat vlak naast een schilderij waarvan ik niet vermoed had dat het op dat moment voorwerp van grondig onderzoek was. Ook de argeloze bezoeker stevent niet meteen op deze plek af en ik vermoed dat zelfs trouwe gemeenteleden geen vermoeden hadden van het bijzondere object dat zich al eeuwenlang in de Jacobikerk bevindt. Ik heb het over een schilderij van ongeveer twee bij drie meter dat – op het eerste gezicht – behoorlijk saai oogt. Het schilderij bestaat uit een bijbeltekst, uitgevoerd in gotische letters, geschilderd tegen een inmiddels wat grauwgrijze achtergrond dat het hele paneel vult.

Toch is er over dit schilderij vorig jaar een boek van ruim 300 pagina’s verschenen waarin het object aan een minutieus onderzoek wordt onderworpen. Een volledig uit de hand gelopen hobby, zo schrijven de auteurs Truus van Bueren en Corinne van Dijk in hun voorwoord. Beiden zijn als onderzoekers verbonden aan de Universiteit van Utrecht en al langere tijd door het genoemde schilderij gefascineerd.

Twee dingen fascineren bijzonder aan het object. In de eerste plaats de ondergrond. Wat lange tijd onzichtbaar was, later door het vergaan van verflagen moeizaam zichtbaar werd voor het blote oog maar nu met moderne infraroodtechnieken volledig in beeld kon worden gebracht, is het feit dat zich onder de bijbeltekst een ander schilderij bevindt. Het is een zogenaamde Gregoriusmis, waarop paus Gregorius knielend voor een altaar zichtbaar is terwijl hij de hostie ontvangt.

Zulke voorstellingen zijn op zich geen grote zeldzaamheid, je komt ze door heel Europa tegen, maar het exemplaar uit de Jacobikerk bevat enkele unieke karaktertrekken en is daarom voor kunsthistorici van grote waarde. Ten tijde van de Reformatie besloot men om voor de hand liggende redenen het paneel over te schilderen en er een bijbeltekst op af te beelden.

Ook dat gebeurde op meerdere plekken, maar uniek aan de Jacobikerk is de tekstkeuze: Hebreeën 12:12 t/m 14. Deze tekst is voor zover bekend nergens elders afgebeeld en dat roept vragen op. Waarom deze tekst in deze kerk? De these van de onderzoekers is dat deze tekst (met haar grote nadruk op heiliging en leven in vrede) wonderwel past bij het karakter dat de Reformatie in en rondom de Utrechtse Jacobikerk aannam. Dit karakter (kort gezegd: een milde, irenische middenpositie, zoveel mogelijk gericht op het tegengaan van onnodige versplintering) hing samen met de overtuigingen van de toenmalige pastoor (en vanaf 1597 predikant) van de Jacobikerk, Hubert Duijfhuis.

Duijfhuis wist zijn middenpositie in het kerkelijk gedruis zodanig vorm te geven dat er zelfs enige tijd sprake is geweest van de ‘Duijfhuisianen’ als aparte richting. Hoewel Duijfhuis in de Jacobikerk nog altijd geëerd wordt met een naar hem vernoemde zaal, zal er niemand meer zijn die zich ‘Duijfhuisiaan’ noemt. Toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat de geest van Duijfhuis nog steeds niet uit de Jacobikerk verdwenen is.

W.P. VERMEULEN, UTRECHT


Ds. L. de Wit en Martine Pieters-de Wit
Zo gezegd... Harmonieuze communicatie in Bijbels perspectief.
Uitg. De Banier, Apeldoorn; 215 blz.; € 17,95.

In dit boek brengen ds. L. de Wit, als theoloog en predikant, en zijn dochter Martine Pieters-de Wit, als communicatiedeskundige, hun ervaringen en inzichten over communicatie samen. Ze kiezen daarbij als gemeenschappelijk uitgangspunt het bijbels perspectief. Het boek begint met een algemene theologische beschouwing, waarin de communicatie tussen de drie Personen van de Goddelijke drie-eenheid, communicatie tussen God en mens en intermenselijke communicatie aan de orde komen. Ook hoofdstuk 2 heeft een voornamelijk theologisch karakter en staat vooral in het teken van het licht dat het onderscheid tussen algemene en bijzondere genade werpt op intermenselijke communicatie. In de hoofdstukken 3 (Communicatietechnieken) en 4 (Communicatievaardigheden) komen basisinzichten uit de communicatiewetenschap aan de orde, terwijl hoofdstuk 5 (Gevolgen van verwoeste mens-God relatie) en hoofdstuk 6 (Prediking) weer een sterk theologische inslag hebben. In deel 2 (Praktijk) volgt een beschrijving van testmethodieken uit de communicatiewetenschap, alsook enkele praktische suggesties, zoals optimale zaalopstelling bij het houden van een voordracht en concrete aanbevelingen bij het voeren van het pastoraal gesprek.

De intentie van de auteurs om een brug te slaan tussen theologie en communicatie verdient waardering. Theologie zou zich eigenlijk veel meer moeten bezighouden met zaken die anno 2018 in het centrum van de wetenschappelijke en maatschappelijke belangstelling staan. Dat dit boek een coproductie is van vader en dochter, geeft het een bijzonder cachet, omdat ook intergenerationele communicatie op zich al aandacht verdient. In huize De Wit lijkt de generatiekloof in ieder geval goed overbrugbaar.

Het opvallende aan dit boek is wel dat het zelf het bewijs levert dat echte communicatie (ook tussen wetenschappelijke disciplines) nog helemaal niet zo eenvoudig is. Van een echt integratief gesprek tussen de theoloog en de communicatiedeskundige is nauwelijks sprake en verder dan het belichten van het thema vanuit twee verschillende invalshoeken komen de auteurs niet. Zo komt de toch voor de hand liggende vraag hoe wij de wereldwijde digitale communicatie theologisch moeten duiden nauwelijks aan de orde, terwijl in het hoofdstuk over de prediking de communicatiewetenschap niet aan het woord komt.

Een tweede bezwaar is dat het boek nogal fragmentarisch overkomt. In de inhoudsopgave staan ruim 100 paragrafen en sub-paragrafen opgesomd. Op een totaal van 215 pagina’s is dat nogal veel en dat heeft tot gevolg dat op geen enkel onderwerp enige diepgang wordt bereikt. Als zodanig draagt het boek niet bij aan de bestrijding van het veel verbreid vooroordeel dat ‘achter een slappe kaft zelden diepe gedachten schuil gaan’.

Desondanks kan de lezer met dit boek zijn voordeel doen. Aandacht voor de sfeer, bijvoorbeeld door een goed gekozen zaalopstelling bij gemeenteavonden, lijkt geen overbodige luxe. Het komt mij echter voor dat de belangrijkste aanbeveling van dit boek is dat goede communicatie en in het bijzonder het goede pastorale gesprek niet alleen begint met luisteren maar ook volstrekt tekort schiet als een goede luisterhouding ontbreekt. Ik hoop van harte dat deze aanbeveling zo stevig in de opleiding van onze theologen is verankerd dat ze daarvoor geen extra bijvak communicatiewetenschap behoeven te volgen.

F.A. VAN DER DUIJN SCHOUTEN, RIDDERKERK

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's