De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FRAGIEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FRAGIEL

7 minuten leestijd

Onlangs las ik twee columns die ik hier graag integraal deel onder de noemer broosheid. De eerste bijdrage betreft een blog van ds. Wim Stougie die in Woord & Dienst staat afgedrukt. In dit nummer wordt zinnig op allerlei manieren stilgestaan bij een van de belangrijkste bijzaken in het leven: sport. Het gaat onder andere over de sportschool als moderne tempel en het belang van het spelelement in het leven.

WOORD EN DIENST

Maar in onze wereld vol ideaalbeelden zijn er ook nog andere verhalen te vertellen. Ds. Wim Stougie (Eastermar) is noodgedwongen met emeritaat gegaan. Hij vertelt hoe hij meedoet aan de ‘kneuzengroep’ en wat hem dat leert.

Ik zit in de kneuzengroep. Twee keer per week trainen we. We zijn met z’n vijven. Het is allemaal niet spectaculair. En toch richt ik er een klein geschreven monumentje voor op. Omdat het mij helpt. En omdat het me iets leerde over mijn leven.


De fysiotherapie zit in een voormalige kerk, waar het ging over de zorg voor de ziel


Dat zit zo. Ik heb uitgezaaide darmkanker. Na de darmoperatie had ik recht op fysiotherapie om te herstellen voor de daaropvolgende leveroperatie. En dat recht liep nog door toen ik herstelde van die leveroperatie. En dat hielp. Ik had het nooit gedacht. Ik had gezworen dat ik op deze apparaten – ze staan in het gebouw naast ons huis – nog niet dood gevonden wilde worden.

En toen kwam ik na anderhalf jaar terug van een vakantie in Frankrijk en ik liep als een wrak. De chemo had zijn sporen getrokken. Ik liep met een stok. Ik wankelde overdag en ’s nachts en het ziekenhuis zei: wen d’r maar an. Dat was de goede zin. Dat ging ik dus niet doen: eraan wennen.

Ik vroeg of ik nog recht had op fysiotherapie. Wat of de vraag was? Niet meer wiebelen en wankelen en weer een beetje normaal lopen! Dat kon! Ik leerde opnieuw lopen. Mijn conditie werd beter. Mijn evenwicht ook. Ja, ik blijf een wiebelkneus, maar ik kan er nu om lachen, want ik heb een groot deel van de controle terug. Schaatsen kan ik alleen met een rekje of een barkruk, maar dat geef niet, ik sta wel weer op het ijs. Waarom dan dat monumentje? Omdat ik me realiseer dat ik toch aardig wat afslagen gemist heb onderweg. Fietsen en schaatsen deed en doe ik graag. Later kwam er wandelen bij. Maar verder?

Aan het eind van de middelbare school hing ik de vlag uit: een diploma en geen gym meer! En dat was ook logisch, wat wij aan gymnastiek kregen paste slecht bij een wiebelkneus die geen diepte ziet. Maar wat gekker was, was dat het ook iets met geloven te maken had.

Lichamelijke oefening was van weinig belang. De apostel leerde het al en wij brachten het vroeger thuis dapper in de praktijk. Later in de opleiding ontdekte ik dat die tekst over ascese ging, maar het kwaad was al geschied. Je lijf koester je met lekker eten, maar verder niet. De fysiotherapie zit in de voormalige kerk naast ons huis. Waar het ging over de zorg voor de ziel. En nu wordt die ziel daar weer verzorgd.

In het gezondheidscentrum dat er nu zit, zoek ik de verbinding tussen hart en lijf. Een gekwetst lijf. Ik zie het wekelijks in de spiegel. Maar wel een te koesteren en verzorgen lijf. Twee keer per week een uur. Het begin van zorg voor je lijf. Ik doe er mijn best voor.’

NEDERLANDS DAGBLAD

Half juni verscheen in het ND een andere column die mij raakte. Rinke Verkerk (1989) is schrijfster – in augustus verschijnt een boek over de liefde bij Nieuw Amsterdam – en journalist voor kranten, tijdschriften en tv. Onlangs beviel ze van haar eerste kind dat ze Judah noemde.

Vier weken oud is onze zoon nu, en terwijl ik dit schrijf, hangt hij half achterstevoren in een draagdoek op mijn buik, omdat hij zo graag naar het licht wil kijken. Judah Jacob.

Judah is de machtigste naam die ik voor hem kon bedenken. Naar De Leeuw. Ik heb veel nagedacht. Over wat hij van deze naam gaat uitdragen. Over hoe ik hem kan helpen beseffen wat het betekent om vernoemd te zijn naar de Koning der koningen. ‘Ik wil nú nadenken over onze visie op ouderschap’, zei ik koppig tegen Job, toen hij praktisch het een en ander wilde regelen. ‘Kinderwagens, luieremmers en wippers staan na z’n geboorte ook nog wel op Marktplaats.’

‘Wat is je visie dan?’ vroeg mijn vriendin Linda, toen ze op een avond bij ons at.

‘Nou’, zei ik... en daar hield het op. Ik hapte naar lucht als een vis. Heb ik altijd een verhaal voor alles – maar als het gaat over de belangrijkste taak in mijn leven opeens niet. ‘Waarom vind je dat zo erg?’ vroeg Linda, toen ze zag dat ik boos werd op mezelf. ‘Uiteindelijk wordt hij zijn eigen individuutje, en daar zul jij mee moeten werken toch? Wacht het af.’

Ze bleek meer gelijk te hebben dan ik op dat moment voorzag. Want toen Judah na zijn geboorte glibberig op mijn buik werd gelegd, deed zijn lieve gezichtje me ergens aan denken. Ik wachtte drie kwartier voordat ik het uitsprak.

Daarna zag ik het nog steeds. ‘Mag ik iets geks vragen?’ zei ik. ‘Hij doet me denken aan kindjes met het syndroom van Down. Zien jullie dat ook?’

De verpleegkundige was het inderdaad ook opgevallen. Ik zag Job naar Judah kijken. En ik zag dat hij dacht: ja, verhip.

Terwijl de kinderarts onderweg was om Judah te bekijken, had ik het even lastig. Ik had liever eerst gezien dat hij leuke kraaloogjes heeft. Dat zijn neusje op die van Job lijkt. Dat hij zo’n mooi koppie met zwarte haartjes heeft. Maar het eerste wat ik zag was ‘syndroom van Down’. Een label. Ik voelde dat ik een keuze had. Ik kon het zwaar maken. Of ik kon met ruimte in mijn hart door de deur stappen die met deze vraag voor ons open werd gezet. Ik koos het tweede. Net als Job.

Judah heeft het syndroom van Down. En dat hadden wij niet verwacht. Zijn geboorte markeert de eerste keer dat ons leven niet volgens ons plan verloopt.

En weet u? Het voelt vrij.

Bij ons gingen dingen zoals wij ze bedachten. Studie. Werk. De liefde. Vriendschap. Het bracht ons de illusie van maakbaarheid. Met ons verstand wisten we heel goed dat we geen controle hebben op ons leven. Maar bewijs daarvan? Nergens te vinden. Tot nu.

Met Judah in onze armen voelen we: onze kracht ligt niet langer in onze kracht – en waarschijnlijk lag hij daar al nooit. We zijn fragiel. Of Judah straks kan fietsen? Rennen? Gaan wij niet over. Of hij goed kan praten? Niet aan ons. Liefde, vrede en vreugde resten ons. Rusten in wie God is, in wat Hij over Judah heeft gezegd. We zijn fragiel, maar staan op stevige grond. Daar hebben we veel van gehuild.

‘Jezus’, zei ik tijdens de tweede nacht, en ik besloot heel eerlijk te zijn. ‘Judah was de machtigste naam die ik kon bedenken. Ik heb hem naar U vernoemd. En nu kiest U dit jongetje erbij.’ Ik was daarover in de war. Maar toen ik het zei, hoorde ik in mijn hart een diepe lach. Direct verdween de discrepantie tussen Judah en zijn naam. In het feit dat Jezus zijn naam verbindt aan dit jongetje, dat naar de maatstaven van onze maatschappij niet heel machtig of invloedrijk kan zijn, vond ik de zekerheid dat Judah niets van zijn doel gaat missen. Voelde ik een nieuw begrip van wat macht in Jezus’ ogen is. Zo verankerde zich de vreugde, die ik bij Judahs geboorte koos, in mij.

De volgende dag lazen Job en ik de tekst die we hadden gekozen voor zijn geboortekaartje: ‘We wisten al dat wat voor ons ligt beter is, veel beter, dan wat achter ons ligt. Maar Judah overtreft al onze verwachtingen.’ Profetisch.

Ernaast de tekst die we kozen uit Openbaring 5:5. ‘Huil niet. Want de Leeuw van Judah, de wortel Davids, heeft overwonnen.’

We vonden het zo mooi dat we dat toch deden. Huilen.

Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

FRAGIEL

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's