KINDEREN IN HONGARIJE
Het is stil op de conferentie als ds. Fodorné Ablonczy Margit haar lezing houdt over haar werk voor het godsdienstonderwijs in Hongarije. Zojuist heeft ds. J.W. van Bart uit Harderwijk zijn boeiende inleiding over de catechese in zijn gemeente afgerond. Nu is Hongarije aan de beurt. Zo gaat het steeds op deze conferentie in Mátraháza. Predikanten uit Hongarije en Nederland gaan bij elkaar in de leer. In de lezing van Margit komen de kinderen in de driehoek gemeente-gezin-school in Hongarije in beeld.
DIEPE BRES
Zij is binnen een ommezien van tijd in haar element en straalt grote liefde uit voor de kinderen die aan haar zorg zijn toevertrouwd. Margit is predikant en daarnaast werkzaam aan het Reformatorisch Pedagogisch Instituut in Boedapest. Ze vertelt over de ontwikkelingen in het godsdienstonderwijs op de scholen na de periode van het communisme, toen elke band tussen kerk en school was doorgesneden. Ze vertelt over haar eigen kinderjaren, toen ze per gratie godsdienstonderwijs kreeg op school. Zij was toen de enige die daarvoor koos en ze zal nooit vergeten hoe liefdevol de catecheet met haar omging. Dat heeft haar leven en haar levenstaak gestempeld.
Toen ze predikant was geworden, werd het haar passie om de kinderen van haar gemeente tot discipelen van de Heere Jezus te maken. Nieuwe mogelijkheden dienden zich aan toen de kerk de scholen terug kreeg. Ze hoopte dat door de kinderen op school te bereiken met de Bijbel, de gemeente zou gaan groeien. Ze moest leren om te gaan met de teleurstelling dat dit helaas niet gebeurd is. Het atheïsme van het communisme had een te diepe bres geslagen in de christelijke traditie.
DRIE PILAREN
Maar ze liet zich niet uit het veld slaan. Ze zette zich in voor een nauwe samenwerking tussen het gezin, de school en de kerkelijke gemeente. Ze noemt deze voor ons bekende ‘driestar’ de drie pilaren voor de vorming van het discipelschap van kinderen. Ze richt zich met name op de scholen. Ze ziet het voor zich hoe scholen een positieve invloed kunnen hebben op de ouders, van wie velen niet weten wat het is om hun kinderen een christelijke opvoeding te geven.
‘Weet je wat ik wel eens doe met de kinderen op school? Ik geef ze de opdracht om positieve eigenschappen van hun ouders op te schrijven. Daar komen pedagogisch bezien waardevolle dingen uit voort. Kinderen gaan met andere ogen, de ogen van het Evangelie, naar hun ouders kijken.’ Deze zelfde opdracht krijgen de kinderen ook ten aanzien van hun leraren. De relatie tussen leerlingen en leraren is er beter door geworden. Op deze wijze wordt een klimaat gecreëerd in de gezinnen en op school dat heilzaam en vruchtbaar is voor het godsdienstonderwijs. Daarin gaat het immers maar niet alleen om de nodige kennis van de Bijbel en het geloof, maar om een persoonlijke relatie met de Heere, inderdaad: discipelen maken.
Het atheïsme had een te diepe bres geslagen
Als predikant rust zij de (hele) gemeente toe om haar taak te verstaan ten aanzien van de kinderen. Die taak mag je niet uitbesteden. Iedereen in de gemeente is verantwoordelijk voor het geestelijk welzijn van de kinderen. Dat de gemeente dat gaat beseffen, is nog niet zo eenvoudig. Het betekent een diepgaand leerproces. Margit vertelt verder. Het gaat over haar vertrouwen op God dat Hij haar werk in de driehoek van gemeente, gezin en school zegent. Wat ze ooit tijdens haar studie in ons land (in Kampen) leerde, komt haar nu van pas.
WEDERZIJDS LEREN
Haar verhaal raakt me. Wij hebben in ons land een rijke traditie als het gaat om de pedagogische betekenis van de samenwerking van gezin, kerk en school. Vergis ik me als ik signaleer dat hier in de praktijk vaak steeds minder van terechtkomt? Dat komt lang niet altijd door de invloed van de secularisatie, maar ook door de kerkelijke verdeeldheid.
Lange tijd dachten wij als kerk in Nederland dat we de Hongaren iets konden leren. Dat was misschien ook wel zo. Maar we komen er hoe langer hoe meer achter, dat wij zoveel van onze Hongaarse broeders en zusters kunnen leren. Dit leren houdt voor ons ook afleren in. Ik deel de visie van prof. Anne-Marie Kool dat de tijd voorbij is dat wij geven en de kerk in Oost-Europa ‘dank u wel’ moet zeggen.
Op onze conferentie in Mátraháza, in de conferentiezaal, aan de voeten van Fodorné Ablonczy Margit, oefenden wij ons in het wederzijds leren. Als het dan ook nog gaat om het eeuwig heil van kinderen, merken we dat predikant-zijn betekent: levenslang leren en afleren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's