OPENHEID DOOR HULP
Aardbeving in Nepal bevordert eenheid tussen kerken
Wie herinnert het zich nog? Op zaterdag 25 april 2015 werd Nepal getroffen door een ramp. Juist op de dag dat christenen samenkwamen, beefde de aarde met een kracht van 7,8 op de schaal van Richter. Nog geen maand later werd het land getroffen door een tweede beving.
Kerken kwamen in actie. Drie jaar later blikken we samen met christenen in Nederland en Nepal terug op de lessen die we leerden.
De gevolgen van de aardbeving waren groot. Bijna achtduizend mensen kwamen om, duizenden mensen raakten gewond en vele huizen stortten in of raakten zwaar beschadigd. Het epicentrum van de beving lag in de buurt van het bergdorp Lamjung in het Himalaya-gebergte. Gevolg was dat vooral de arme bevolking in de bergen zwaar getroffen werd. Gelukkig kwam de hulp snel op gang. Fondsen en hulpgoederen werden beschikbaar gesteld door overheden, internationale organisaties en kerken wereldwijd. De GZB – die al lange tijd in Nepal werkte – startte ook een noodhulpactie om lokale kerken te ondersteunen. Zo kon er worden omgezien naar de getroffen bevolking.
LANG PROCES
Enige weken geleden bezochten we samen met een groep leerlingen van het Ichthus College in Veenendaal het land om te horen en te zien wat er sinds de ramp is gebeurd. Veel internationale organisaties die na de beving eerste hulp verleenden, zijn weer vertrokken. In de hoofdstad Kathmandu staan verschillende historische gebouwen en tempels nog in de steigers. Op het platteland is men volop bezig met de wederopbouw. Het kost jaren om de schade die in enkele minuten is ontstaan, te herstellen. Wederopbouw is een lang proces, zeker in een bergachtig land als Nepal, waar de infrastructuur beperkt is en bouwmaterialen vaak lopend vervoerd moeten worden.
Wat opvalt, is de bijzondere rol die plaatselijke kerken in Nepal hebben vervuld. Christenen vormen een minderheid in het overwegend hindoeïstische land, maar tegelijk groeit de kerk op verschillende plekken. En juist deze kleine kerken hebben op verschillende manieren kunnen bijdragen aan de wederopbouw van het land.
ZICHTBAAR BETROKKEN
Wat heeft deze betrokkenheid voor de kerken betekend? In Pokhara spraken we met voorgangers van verschillende gemeenten. Op onze vraag wat er nu veranderd is en wat het effect van de aardbeving voor kerken is geweest, kregen we verschillende antwoorden.
Allereerst vertelde ds. Shrestha dat betrokkenheid bij de noodhulp gemeenteleden heeft laten groeien in zorg voor mensen. Als de kerk een beroep deed op de gemeenteleden, stonden ze keer op keer klaar om te helpen. Voedselpakketten werden klaargemaakt, getroffen families werden bezocht en de pakketten werden overal gedistribueerd. Doordat zoveel mensen meededen en de dorpen bezochten, werd de betrokkenheid van christenen zichtbaar.
NIEUWE GEMEENTEN
De houding van de bevolking ten opzichte van christenen is ook veranderd. Verschillende gemeenschappen hebben gezien en ervaren dat hulp aan iedereen in het dorp ten goede kwam.
Niet alleen hulpgoederen werden afgeleverd, maar gemeenteleden trokken ook op met de getroffen bevolking. Hoewel de hulp geen evangeliserende bedoeling had, ervaren de kerken dat er mensen geïnteresseerd raken in het geloof. Aanwezigheid, presentie, naast mensen staan geeft openingen om het geloof te delen. Door de inzet van de kerken zijn mensen tot geloof gekomen en zijn er nieuwe geloofsgemeenschappen ontstaan. Ondanks theologische verschillen is er meer eenheid tussen de kerken in Pokhara gekomen. Wat brengt ons samen, wat bindt ons, wat kunnen we samen doen, is uiteindelijke belangrijker geworden dan het uitvergroten van kleine theologische verschillen. Het onderlinge vertrouwen tussen de kerken is vergroot. Door samen dingen te doen, ga je elkaar meer verstaan.
BIDDEN VOOR ANDEREN
In het gesprek gaven predikanten ook aan dat ze gegroeid zijn in hun persoonlijk geloof. Ze hebben Gods hulp en kracht in deze moeilijke tijd ervaren. Een van hen verwoordde dit als volgt: ‘Personally I have become more proud of God!’ (Ik ben trotser op God geworden). Ze zien wat God aan het doen is door mensen en daar scheppen ze vreugde en blijdschap uit.
Wat de predikanten ook geleerd hebben, is de kracht en de unieke rol van het gebed. ‘Christenen zijn de enigen die voor anderen bidden. In andere religies gebeurt dat niet of nauwelijks.’ In het hindoeïsme en boeddhisme ben je vooral op jezelf gericht. Je bidt en offert voor je eigen behoeften. Dat christenen ook bidden voor anderen is ongehoord. Kortom: de christelijke gemeente in Nepal is gegroeid door de ramp, in aantal maar ook in geloof en vertrouwen in de God van de Bijbel.
NIEUWE WETGEVING
Heeft de kerk nu een solide plaats in Nepal? In veel dorpen in de getroffen regio wel. Er is meer begrip gekomen voor christenen en het geloof in Jezus Christus. In een bepaald dorp hebben christenen bijvoorbeeld een stuk grond gekregen waar zij hun doden mogen begraven. Dat is een grote zegen. Maar ondanks deze veranderde houding in verschillende dorpen, wordt de kerk landelijk geconfronteerd met nieuwe wetgeving. Deze verbiedt kerken en christelijke organisaties om te getuigen van het Evangelie, omdat het in strijd is met de identiteit van het land. Voor veel voorgangers, kerken en christelijke organisaties is de toekomst onzeker. Predikanten kunnen worden opgepakt als ze openlijk het Evangelie verkondigen. Christelijke organisaties kunnen gedwongen worden om hun werk te stoppen en eigendommen te verliezen.
Kortom, drie jaar na de aardbeving is de toekomst van christenen in Nepal onzeker. Deze onzekerheid doet christenen niet bij de pakken neerzitten. Vanuit het geloof in Jezus Christus hebben ze hoop, moed en vertrouwen in de toekomst. De kerk in Nepal groeit verder en het verlangen is dat meer mensen de kracht van het Evangelie zullen horen en zien.
Daarom een dringende oproep om te bidden voor de christenen in Nepal. Want meedoen en meebidden vergroot de betrokkenheid!
Tim Verduijn is regio-coördinator Azië voor de GZB.
CHRISTIAAN & NIENKE OVER HUN ERVARING IN NEPAL
Christiaan van Asselt (18): ‘De mensen in Nepal zijn keihard bezig om hun land weer op te bouwen. Ik vond het mooi om te zien hoe christenen hun talenten gebruiken om elkaar en het land op te bouwen. In een interview met Ummesh, een Nepalese jongen van 19 jaar, vroeg ik naar het belangrijkste wat Nepal nodig had na de aardbeving. Op zo’n vraag verwachtte ik antwoorden zoals voedsel, tenten of wederopbouw van huizen. Maar hij zei zonder erover na te denken: ‘Eenheid, want alleen overleef je de gevolgen van zo’n aardbeving niet, maar wel als je elkaar als groep verder helpt!’
Nienke van Hemmen (18): ‘Wat mij tijdens onze reis naar Nepal erg is opgevallen, zijn de verschillen in wederopbouw. Op sommige plekken wonen mensen nog steeds in een tent. Ik vond het mooi om te zien hoe christelijke organisaties als ACN en INF mensen helpen met bouwmaterialen, zodat ze hun huizen kunnen opbouwen. Tegelijk hoor je ook dat veel mannen en jongens in het buitenland werken om aan geld te komen. Daar bouwen ze huizen voor de rijken van deze wereld, maar ondertussen kunnen ze dus niet aan hun eigen huizen werken. Hopelijk komt hier ook een oplossing voor.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's