De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

IDENTITEIT IN CHRISTUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

IDENTITEIT IN CHRISTUS

Pastoraat – interseksualiteit [2, slot]

9 minuten leestijd

Onbehagen over je geboortegeslacht, fundamentele verwarring over de vraag wie jij nu eigenlijk bent: het kan je diep verwarren en je leven zelfs ontwrichten. Het percentage zelfdodingen onder transgenders is bovengemiddeld hoog. Hebben we daar als christenen geen boodschap aan…?

Transseksualiteit moet niet verward worden met interseksualiteit. Transseksuelen zijn biologisch gezien volledig man of vrouw, maar voelen zich niet zo. Hun biologische geslacht komt niet overeen met hoe zij zichzelf ervaren. Innerlijk en uiterlijk botsen met elkaar. Zij voelen zich niet zoals de buitenwereld hen ziet. Ze willen leven in het geslacht waarin ze niet geboren zijn. Er is pijn, onbehagen met zichzelf en strijd. Het is schrikken als je er achter komt transgendergevoelens te hebben. Wie dit alles – we spreken van genderdysforie – schouderophalend afdoet, spreekt van waan of inbeelding, doet deze mensen te kort.

NIET THUIS

Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau telt Nederland grofweg 48.000 transgenders (tussen 15 en 70 jaar). De aanduiding ‘transgender’ fungeert als parapluterm. Het is een containerbegrip voor mensen die zich niet identificeren met hun geboortegeslacht. Ze voelen zich niet thuis in hun eigen lichaam.

NRC Handelsblad schreef ruim een jaar geleden dat op dat moment twee- tot drieduizend transgenders met operaties en (levenslange) hormoonkuren bezig waren om de overgang van het ene naar het andere geslacht te maken. Volgens het SCP melden zich ieder jaar meer mensen bij transgenderklinieken. Niet onbegrijpelijk met zoveel positieve media-aandacht. Onderzoek van de Amerikaanse J. Walter Thompson Innovation Group enkele jaren geleden wil ons doen geloven dat slechts 65 procent van de millennials (21-34 jarigen) zichzelf ziet als exclusief heteroseksueel. Van de zogenaamde ‘Z-generatie’ (13-20 jarigen) noemt de meerderheid – 52 procent – zich niet uitsluitend heteroseksueel. Het gros van de Amerikaanse tieners is volgens dit recente onderzoek dus queer (genderen/of seksueel fluïde, ofwel twijfelend). Ik heb de vragen uit de enquête niet onder ogen gehad. Het is bekend dat men op suggestieve wijze naar het gewenste antwoord kan werken. Of dat hier gebeurd is, weet ik niet. Wat ik wel weet is dat – zeker in ons land – al ruim vijftig jaar veelal door de overheden betaalde organisaties druk zijn in het uitwissen van wat we genderstereotypen noemen. Wij zouden zelf jongens- en meisjesbegon, gedrag creëren en in stand houden, door kinderen vanaf de eerste dag verschillend te behandelen. We dringen hen in een keurslijf. Jongens zijn stoer, flink en huilen niet. Meisjes zijn zorgzaam en gevoelig. Daardoor ontnemen we ze de ruimte om zichzelf te zijn. ‘Wat is nog man, wat is vrouw en in hoeverre kan een mens zich tussen beide binaire polen bewegen?’ Het is een vraag, opgeworpen door een transgender in NRC Handelsblad van 29 juli 2017. Weg met dat hokjesdenken. Dus: ‘Hallo, ik ben Daan, man noch vrouw, maar mens.’

GEBROKENHEID

Wat buiten – en steeds meer ook binnen – de muren van de kerk als een welkome seksuele variatie begroet wordt, is voor christenen die vasthouden aan de klassieke wijze van bijbellezen en -uitleggen, een uiting van gebrokenheid. Dat laatste wrijven we niet God, maar onszelf aan. Op de volmaakt goede schepping volgde de zondeval (Gen.3) met alle gevolgen van dien. Dat maakt ons niet alleen stil voor God, maar het bewaart er tevens voor om met minachting en afkeuring te zien naar onze naaste die gebukt gaat onder die gebrokenheid. Laat gezegd zijn dat die aanmerkelijk verder reikt dan het thema van deze verhandeling. De zondeval heeft het mens-zijn zoals door God bedoeld op alle terreinen diep aangetast. Nergens wordt dat méér duidelijk dan in Romeinen 3:9ev, met vers 23 als brandpunt. Vijf hoofdstukken verder horen we de schepping zuchten onder die gebrokenheid en met reikhalzend verlangen uitzien naar de beloofde en verwachte verlossing. Grootse perspectieven worden ontvouwd: doven zullen horen, blinden zien, kreupelen lopen enz. Men leze profeten (Jes.29:17ev; 35:5,6) en apostelen (Matth.11:5) er maar op na. Wat een toekomstverwachting! In Christus’ kruistriomf is ze gewaarborgd. We delen erin door het geloof, maar daardoor dan ook alleen. Het moge duidelijk zijn dat voor God niemand minderwaardig is. Alleen al Ezechiel 34:4 zet een forse streep onder Zijn zorg voor wat al snel als minderwaardig wordt gezien en behandeld. Jezus ging om met mensen die door de maatschappij van toen vierkant waren afgeschreven. Volgen we Hem daarin na?

INGREEP

Wie van die navolging iets kent, zal de ander allereerst met respect benaderen en niet veroordelend. Toch ontkomen we er in de christelijke kerk niet aan om morele uitspraken te doen, dat deed Jezus ook. Maar omdat Hij er niet mee beginnen ook wij er niet gelijk mee. Beter is eerst te luisteren en vooral je te verdiepen in een problematiek die misschien ver van je af staat.

Transgrenders – om even bij deze medemensen te blijven – worstelen met vele vragen. Zeker als zij leven binnen de muren van de christelijke gemeente en God en de Bijbel serieus nemen. ‘Wie ben ik en hoe ben ik bedoeld? Wie ben ik voor God? Hoe verder? Mag ik een transitie ondergaan, geslachtveranderende operaties?’ Er is grote angst voor afwijzing. Het is een vruchtbare voedingsbodem voor sociaal isolement en depressies. Wat kunnen we als gemeente meer doen dan luisteren, liefde en aandacht geven? In ieder geval geen goedkope troostpleisters plakken. Er zijn nog andere en zelfs hogere waarden dan respect hebben voor de ander. Laten we oppassen voor het relativisme dat de kerk in toenemende mate binnendringt. Niet minder voor antwoorden op basis van emotie. Ik bedoel: goedkeuren wat God afkeurt. Er zijn grenzen. Ook dat heeft te maken met liefde. Diezelfde liefde denkt ook aan, en ziet om naar de omstanders: een eventuele partner, kinderen, familie, gemeenteleden. Zeker als de gesprekspartner ‘uit de kast kwam’. Wordt de mogelijkheid geopperd van een geslachtsveranderende ingreep, dan lijkt het me een terechte vraag de ander in overweging te geven of daarmee alle problemen zijn opgelost. Nog afgezien van wat Gods wil en bedoeling met ons leven is. En of dat wat medisch ook ethisch verantwoord is. Stel: je bent getrouwd, dan ontstaat ineens een huwelijk met twee mensen van gelijk geslacht. Wat doet dat met partner en eventuele kinderen? Papa is plotseling een mama geworden, of andersom. Daarvan zijn intens trieste voorbeelden beschikbaar.

NIET DE NATUUR

Woord & Dienst wijdde begin dit jaar een compleet nummer aan gender, ideeën over mannelijkheid en vrouwelijkheid. ‘Je bent eerst mens voor God, dan pas man of vrouw,’ schreef ds. Albert Balk. ‘En als christen zeg je daar nog iets bij: in Christus is noch man noch vrouw (Gal.3:27, 28). In Hem ligt je nieuwe identiteit.’ Met andere woorden: in Christus is het onderscheid man-vrouw niet langer doorslaggevend, aldus Paulus. De brieven zijn opvallend inclusief, ronduit revolutionair voor de tijd waarin ze werden geschreven. Denk slechts aan de Korinthebrief. Maar dat wil niet zeggen dat Paulus alles goedkeurt. Hij heeft het zelfs over iemand die hij overgeeft aan de satan (1 Kor.5:5), met de bedoeling dat die persoon tot inkeer komt. De heiligheid van de gemeente weegt bij Paulus zwaar. Niet de cultuur en ook niet de natuur leren ons wat goed en niet goed is. Filosofie, psychologie, biologie, menswetenschap of wat dan ook, hebben niet het laatste en beslissende woord. Zelfs niet de verlichte theologen. De Kamper hoogleraar A.L.Th. de Bruijne wijst er in een boeiend essay op (‘Seksualiteit in de laatste dagen’) dat er minder rek in de christelijke ethiek zit dan velen wensen en denken. Wat biologisch misschien onproblematisch is, hoeft dat nog niet op ethisch vlak ook te zijn. Heeft De Bruijne ongelijk als hij de controversiële gedachte neerschrijft dat veel van wat we in de Bijbel lezen over seksualiteit ver afstaat van de hedendaagse beleving ervan? Ja, dat in onze tijd zelfs sprake is van overwaardering? Kunnen we in 2018 eigenlijk nog wel uit de voeten met Paulus’ uiteenzettingen in Romeinen 7?

KRUISDRAGEN

Het is een bedenkelijk en gevaarlijk waagstuk in 2018 nog een lans te breken voor herwaardering van ‘kruisdragen’. Maar spreekt Jezus niet Zelf van het afhakken van de hand en het uitrukken van het oog als die je willen beletten het Koninkrijk van God binnen te gaan (Matt.5:30)? En hoe zit het dan met het prijsgeven van huizen, akkers en alles dat het volgen van de Meester in de weg staat (Matt.19:29)? Geldt dat uiteindelijk niet voor ieder van ons? Bij kruisdragen hoort zelfverloochening. Er zijn strijd en lijden aan verbonden. Zonder bevrediging van al onze begeerten is het toch mogelijk een voluit bevredigend leven te leiden. Als we maar leven in gemeenschap met Christus. Laten we ons inspannen een veilige kerk te zijn, ook voor mensen die te maken hebben met interseksualiteit. Niet minder voor transgrenders. Geef hen het gevoel dat we hem of haar zien. Maar dat betekent niet: doe er verder niet moeilijk over. Een veilige kerk is en blijft ook geroepen een heilige kerk te zijn. We volgen niet de agenda van allerlei modieuze actiegroepen, maar wel de stem van de goede Herder.

Tot slot: het is onjuist te veronderstellen dat je identiteit samenvalt met en opgaat in je gender. Ik ben meer dan mijn seksualiteit of seksuele voorkeur, geaardheid of worsteling. Mijn identiteit heeft allereerst te maken met de vraag of ik van Christus ben, Hem toebehoor, in Hem geworteld ben en uit Hem leef. Mijn verhouding met en tot Hem saneert en stuurt ook mijn seksuele verlangens. Kom ik met mijn worsteling en strijd uiteindelijk niet eens en telkens weer tot rust in Hem?

Ds. J. Belder uit Harskamp is emeritus predikant.


Reageren? jbelder@kliksafe.nl


HANDVATTEN:

• Werp intersekse mensen niet op een hoop met transgenders.
• Verdiep je in gevoelige kwesties als transseksualiteit.
• Bijbelse grenzen in acht nemen is niet hetzelfde als iemand veroordelen.
• Christus volgen is tegen de stroom ingaan en delen in Zijn overwinning.
• Een veilige kerk is ook altijd een heilige kerk.


IDENTITEIT

‘Iemand heeft wel eens tegen mij gezegd: jij hebt jouw oude zelf vermoord. Dat ontroerde mij. Het deed veel pijn om vrouw te worden. Je neemt afstand van de persoon die je was. Je begint een proces waarvan je de gevolgen niet kunt overzien. Dat zou je rouw kunnen noemen.’
Vraaggesprek met een transgender, NRC Handelsblad, 2 maart 2013

‘Ook onder veel christenen leeft het idee dat de mens zijn ware identiteit vindt door te leven naar zijn eigen verlangens, gevoelens en begeerten.
(..) Het is een doodlopende weg.
(..) In Christus hervinden wij onze identiteit, want Hij verbindt ons weer met onze Schepper. Hij moet niet onze therapeut zijn, maar ons doel.’
De Oogst, maart 2004

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

IDENTITEIT IN CHRISTUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's