De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

TOEGEWIJD LEVEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

TOEGEWIJD LEVEN

God, de Heilige in uw midden [3, slot]

8 minuten leestijd

Als God de Heilige is, dan betekent dat een oneindige afstand tussen God en mens. Tegelijk verkondigt de Bijbel dat deze unieke, onvergelijkelijke God, de God is Die woont ‘te midden van Zijn volk’. Gods verhevenheid en Zijn nabijheid gaan samen.

Dat zien we ook bij Jesaja, de evangelist van het Oude Testament. Hij belijdt God keer op keer als ‘de Heilige Israëls’. Die naam klinkt 25 keer in de profetieën van Jesaja. Het is een wonderlijke verbinding tussen enerzijds ‘de Heilige’ en anderzijds ‘het volk van Zijn verbond’.

We zien ook in de Psalmen, bij Job en bij Habakuk terug dat God juist in de intense worstelingen van het leven als de ‘Heilige’ beleden wordt. In Psalm 22, nadat de diepe klacht van de godverlatenheid vertolkt is, klinkt het: ‘Maar U bent heilig, U troont op de lofzangen van Israël.’ En in Habakuk 1, als Habakuk het uitschreeuwt naar God, staat: ‘Bent U niet van oudsher de Heere, mijn God, mijn Heilige?’ Nota bene: ‘Míjn Heilige’.

EER

Dat alles maakt duidelijk hoezeer de Heilige ‘de Heere’ is, de God van het verbond. Opvallend is in dit licht ook hoe keer op keer sprake is van ‘de heiliging van Gods Naam’ of van ‘Gods heilige Naam’. Het is de Naam waarvoor God Zelf opkomt. Gods eer en Gods heiligheid zijn nauw verbonden. Maar dan dus ook gegeven in de Naam van Gods verbond: ‘de Ik ben, Die Ik ben; de Ik zal zijn, Die Ik zijn zal’. Het is de Naam die Christus op de lippen neemt, als Hij keer op keer Zichzelf openbaart als de grote ‘Ik ben…’.

Het tekent de Heilige als de God Die niet verandert. God was heilig in het verleden, is heilig in het heden en zal heilig zijn in de toekomst. Wat er ook verandert, dit verandert nooit.

Het is die God, Die als de God van het verbond ook de Heilige is in Zijn verbondswraak, wanneer Zijn heilige Naam ontheiligd wordt. Juist omdat Hij de Heilige is, kan Hij Zich in een overweldigend, vernietigend gericht tegen de mens keren (denk aan Nadab en Abihu). Het is de strekking van Jozua’s woorden als hij bij een zeker enthousiasme van het volk tot hen zegt: ‘U zult de Heere niet kunnen dienen, want Hij is heilig.’

TOORN EN WRAAK

Omdat Hij de heilige God is, geeft Hij Zijn eer aan geen ander. In dat licht lezen we over wat wel genoemd wordt de ‘schaduwzijden van de Godsopenbaring’, die deels verborgen, maar niet minder werkelijk zijn. God is heilig in Zijn richten. Zijn toorn is geen schijn, maar werkelijkheid. Juist op dat punt botsen de profeten van God met de valse profeten, die alleen maar van vrede en heil konden spreken.

En wat te denken van Gods wraak, let wel: heilige wraak, waarbij het gaat om rechtshandhaving en rechtsherstel.

Het is het laatste sprankje hoop van de vrome die onderdrukt wordt, dat de heilige God een Wreker is. Waar recht en gerechtigheid in het gedrang komen, zal God tonen dat Hij ‘heilig is in Zijn richten’. Treft iemand druk, Hij wil de druk verlichten en hart en mond vervullen met Zijn vreugd. Dat geldt voor het Oude Testament, maar het Nieuwe Testament brengt die ontzaglijke werkelijkheid van Gods heilige toorn op twee punten zelfs nog indringender naar voren. Dat betreft de universele omvang van de toorn van God over een gevallen wereld (niet alleen Israël, en niet alleen incidentele volken, maar ‘wie niet gelooft in Jezus Christus, op hem of haar rust de toorn van God’).

Een universele beklemming. En het tweede waarin het Nieuwe Testament alleen maar des te klemmender spreekt over Gods heilige toorn, komt tot uiting in de dieptedimensie van de eeuwigheid. Eeuwige toorn, voor wie Christus in dit leven verwerpt. Het houdt allemaal verband met de heilige Naam van God. De Heilige is de Heere, Die trouw is aan Zijn beloften, maar Die ook Zelf instaat voor de heiliging van Zijn Naam.

VREEMDELINGSCHAP

Dit brengt met zich mee dat de Heilige ‘heiligt’. Het belijden van de heilige God in de Bijbel heeft onmiddellijke gevolgen voor de ethiek, voor de praktijk van het christelijke leven. Heiliging betekent altijd ‘scheiding’ van wat profaan (wereldlijk) en niet van God is.

In directe zin is het woord ‘heilig’ vanuit de Bijbel enkel en alleen van toepassing op God. Hij is heilig ‘in Zichzelf’. Hij is de gans Andere. Als iets of iemand anders ‘heilig’ wordt genoemd (dagen, plaatsen, personen, kledingstukken), dan is dat alleen in afgeleide zin: ze worden heilig, omdat de Heere er beslag op legt, ze in Zijn dienst stelt, aan Zijn kant trekt. Hij haalt weg uit wat profaan is. De heilige God legt beslag op het leven van allen die Hem toebehoren. Hij maakt tot Zijn eigendom. Hij ‘heiligt’ de Zijnen, dat wil zeggen: Hij voert hen terug naar hun eigenlijke bestemming: de toewijding aan God. Dat gaat door lijden heen. Dat betekent een leven als ‘vreemdeling hier beneden’, in de stille en zekere verwachting van Gods heilige toekomst.

En voor dat vreemdelingschap hier beneden geldt dan wel heel in het bijzonder dat het staat onder de hoogspanning van het reeds en het nog niet. De heiligheid van Gods volk is een in Christus geschonken heiligheid, maar evenzeer realiseert deze heiliging zich door de Heilige Geest in het leven van de gelovige. Dat wordt tastbaar in een volstrekte overgave aan God en aan Zijn wil.

GEBED

Het Nieuwe Testament verkondigt ons hoezeer Christus ons gegeven is ‘tot heiliging’. Daarin culmineert dan ook de heiliging van het volk van God. In en door Hem wordt de gemeente aangesproken als ‘geroepen heiligen’, afgezonderd voor de Heere en voor Zijn dienst.

Christus Zelf leert ons in het volmaakte gebed bidden om de heiliging van Gods Naam. En dat laatste is ten diepste waar het in ons leven om gaat, waar het in de kerk en in de eredienst en ook in Gods wereld om gaat.

Wie de Heilige belijdt als ‘de Heere, onze God’, zal in alle ernst rekening met Hem moeten houden. In de omgang met het heilige Woord van de heilige God betekent dat ‘liever langer luisteren’, opdat het Woord werkelijk aan het woord komt.

En in de eredienst – het is de ontmoeting van de heilige God met Zijn gemeente, de plek waar ‘het heilige gebeurt’. Alles wat in de eredienst plaatsvindt, dient de toets van Gods heiligheid te doorstaan. Veelzeggend is dat juist in de psalmen God veelvuldig als de Heilige beleden wordt. In het lied van de gemeente dient het er blijkbaar ‘heilig’ aan toe te gaan.

ANDERS

Op de vraag wat hem na terugkeer van het zendingsveld het meest opviel in Nederland, antwoordde dr. Marten Visser onlangs in een interview: ‘Nederlandse christenen vinden het heel moeilijk om over zaken anders te denken dan de wereld om hen heen. Daardoor is de bereidheid om te buigen voor Gods Woord erg afgenomen.’ Visser heeft het over ‘de rare opvatting dat je je aan de wereld moet aanpassen om missionair te kunnen zijn’. Echter: ‘De kerk is juist missionair als ze anders is dan de wereld. Als het verschil vervaagt, maak je jezelf overbodig,’ aldus Visser.

Voor ons onderwerp betekent dit dat de kerk van Christus anders is, omdat ze hoort bij de gans Andere. En dat ‘anders zijn’, dat ‘geheiligd zijn’, is vrucht van het heiligende werk van Gods Heilige Geest. Niet wij ‘heiligen’, maar Hij brengt tot de toewijding aan God.

Dit te belijden – dat de Heilige ‘heiligt’ – is enerzijds verootmoedigend. Het verootmoedigt de mens vanwege zijn kleinheid en meer nog vanwege zijn schuldige onreinheid, ook na ontvangen genade.

Anderzijds is het de bron van hoop en daarmee van intense vreugde. Omdat God ‘God’ is, en geen mens, omdat Hij ons in Christus zó nabij gekomen is, omdat Hij heen werkt naar de komst van de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, dat uit de hemel neerdaalt.

In die verwachting weet de gemeente van Christus zich geroepen een sierlijke bruid voor Christus te zijn.

Is God ook in ons midden? Dan zal Hij het als de Heilige moeten zijn, Die Zijn eer aan geen anderen geeft. Wat wij over God zeggen, wat wij over Hem denken, zal het standhouden als wij oog in oog staan met de heilige God? Dat zal alleen zo zijn als wij ons in en door Christus Jezus laten brengen tot de heiliging van Zijn Naam.

Dan blijft verwondering en aanbidding over. Mijn ziel is stil tot God.

Ds. J.J. ten Brinke is predikant van de hervormde gemeente te Stolwijk en lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond.


Op de dinsdagen 4 en 11 september worden onder het thema ‘Heiligheid van God én Zijn gemeente’ twaalf ambtsdragersvergaderingen gehouden. Zie ook www.gereformeerdebond. nl.


‘Ik ben God, en geen mens, de Heilige in uw midden.’
Hosea 11:9m

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

TOEGEWIJD LEVEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's